Vandaag kijken we terug op de fotokuier die ik onlangs samen met Jan maakte. We zetten koers naar de kijkhut in de Jan Durkspolder.

Een groep vrijwilligers had daar een deel van de knotwilgen geknot. Vroeger werden alle wilgen in één keer rigoureus afgezet, maar tegenwoordig gebeurt dat gefaseerd. Sinds men weet dat de wilgenkatjes in het vroege voorjaar een belangrijke bron van nectar en stuifmeel vormen voor insecten, blijft steeds een deel van de bomen staan. De vrijgekomen takken worden gebruikt voor het herstellen van de schermen langs het pad naar de kijkhut.



In de kijkhut viel weinig leven te bespeuren. Een grote zilverreiger hield zich op tussen het riet, maar verder bleef het rustig. Voor een van de kijkgaten vlogen tientallen wespen af en aan. Kennelijk hadden zij hun nest in het rieten dak gebouwd. Ze waren niet scherp op de foto te krijgen omdat de autofocus scherp stelde in de verte.



De stevige wind blies door meerdere kijkgaten naar binnen, waardoor het in de hut niet erg aangenaam was. Lang hebben we het daar dan ook niet uitgehouden. Terug bij de auto liep ik nog even naar het naastgelegen weiland. Daar graasden enkele pony’s die direct mijn kant op kwamen toen ik ze riep. Ze genoten zichtbaar van de aandacht en lieten zich uitgebreid aaien.



Op deze prachtige plek in de Jan Durkspolder staat een huis met een grote tuin. In die tuin viel mijn oog op een vernuftig ontworpen bankje. Dankzij de slimme constructie is het eenvoudig te verplaatsen.

Dat die wilgenkatjes van belang zijn voor insecten wist ik niet. Weer wat bij geleerd.
Leuk bankje hebben ze daar. Heel gemakkelijk te verplaatsen.
Leuk dat bloggen ook leerzaam kan zijn.
Wij hebben zelf drie knotwilgen. Ieder jaar knotten we er één.
Een mooie serie. Het bankje is wel héél origineel en handig.