Vogels in Waalenburg op Texel

Mijn eerste ronde met de camera’s was zoals gebruikelijk in Waalenburg. Daar stond in de verte een tureluur te foerageren. Toen hij door een kluut werd weggejaagd kwam hij dichterbij zijn kostje bij elkaar scharrelen.

Achter het hek, in het kruidenrijke landschap, zaten twee mannetjeseenden te rusten. Woerden trekken vaak samen op, en dat gaat meestal vreedzaam, zolang er geen vrouwtje in de buurt is. Zodra dat gebeurt, kan het er echter heftig aan toe gaan tussen de mannen.

Even verderop gleed een bruine kiekendief geruisloos laag over een sloot. Met zijn scherpe blik speurde hij de sloot en de oevers af, op zoek naar een lekker hapje.

Een graspieper had zijn uitkijkpost op het hek gekozen. Ik vond het prachtig om te zien hoe de zuring de achtergrond rood kleurde. Op de terugweg zat de graspieper er opnieuw, en dit keer maakte ik een foto vanuit een ander perspectief, waardoor de achtergrond groen oogde.

Elke ochtend ging ik vroeg op pad. Zo had ik al een mooie natuurbeleving achter de rug voordat de rest van het gezin op gang kwam. Een groot voordeel van zo vroeg op stap gaan is de rust; op enkele vroege vogels na kom je nauwelijks iemand tegen. De lucht was gevuld met vogelgezang, waarbij vooral de veldleeuweriken zich luid lieten horen. Af en toe had ik het geluk dat er eentje tussen de bloemen neerstreek, waardoor ik hem op de foto kon vastleggen.

Als afsluiter een tweeluik van een grutto, foeragerend in een kruidenrijk landschap, met de opvallende orchissen als decor.

Dreigende wolkenluchten, frisgroen en kruidenrijk grasland

Voordat we werden getrakteerd op een periode met prachtig lenteweer, hadden we wekenlang te maken met wisselvallig weer en regelmatig buien. Voor de natuur was deze regen meer dan welkom. Op een van die dagen met dreigende luchten maakte ik een rondje bij ons in de buurt.

Het voorjaar vind ik de mooiste tijd van het jaar, met al het frisse groen dat weer tot leven komt. De varens zijn zó groen en ongeschonden dat het bijna lijkt alsof ze kunst zijn.

Aan de Hooiweg zag ik een reebok lopen. Jammer genoeg verdween hij meteen in de bosschage toen ik de auto in de berm parkeerde.

Op Westenwold fotografeerde ik een dreigende lucht boven het kruidenrijke grasland, terwijl de buien om mij heen trokken. Langs de weg staan drie abelen, ook wel ‘de bomen met de ogen’ genoemd. In de verte zat een graspieper op een paaltje.

Wordt vervolgd.

De Slufter en oeverzwaluwen

Tijdens ons verblijf op Texel maakten we een wandeling door de Slufter. De Slufter is een uniek natuurgebied waar een open verbinding met de Noordzee bestaat. Bij vloed stroomt zeewater het gebied binnen, waardoor een landschap ontstaat van kreken, duinen en zoutminnende planten. Juist die voortdurende invloed van de zee maakt het een dynamisch en zeldzaam stukje natuur.

Na ons bezoek aan het uitkijkpunt, waar we genoten van het weidse landschap, daalden we via de trap naar beneden. Ondanks dat we hier al talloze keren zijn geweest, blijft het elke keer weer fascinerend.

De graspieper liet zich horen met een uitbundige zang. Net als de veldleeuwerik hangt de graspieper een tijdje al zingend in de lucht om zich vervolgens naar beneden te laten ‘vallen’. Eenmaal op de grond is het vogeltje een stuk lastiger te vinden, zo goed gecamoufleerd tussen de vegetatie.

In de Slufter bevindt zich een natuurlijke oeverzwaluwwand. Het gebied is afgeschermd met een touw. Met de 600 mm-lens maakte ik een fotoserie van de oeverzwaluwen. Ze vlogen af en aan, en soms was er een moment om het verenkleed op te poetsen.

Toen we vanaf het verste punt terug naar de trap wandelden, maakte ik onderstaande fotoserie.

Een haas bij De Waal en een graspieper met een teek

Op een ochtend reden mijn man en ik in de buurt van De Waal op Texel. Mijn man zat achter het stuur en ik zat er naast. Zo kon ik met de camera in de hand goed de omgeving bekijken en roepen als hij moest stoppen. Ik zag een haas in het weiland. Mijn man stopte aan de kant van de weg en zo kon ik mooi inzoomen op de haas.

Op Texel zie je nog redelijk veel hazen. Deze haas had mij al snel in de gaten en ging er vandoor. Een paar tellen later stopte hij even om te kijken of de kust veilig was. Nee dus. Hij rende de andere kant op om zich vervolgens te drukken in het gras.

Nadat ik voldoende foto’s van de haas had gemaakt reden we verder naar De Volharding. Daar maakten we een wandeling. In de begroeiing stond een graspieper. De graspieper stond bij iets wat door zou kunnen gaan voor een nestje.

Een eindje verder zat een graspieper op een uitkijkpost en liet zich duidelijk horen. Het zou kunnen zijn dat dit de partner was.

Met de zoomlens zoomde ik in op de graspieper. Thuis op de computer zag ik dat de graspieper een teek achter het linker oog had. Ik had mij niet eerder gerealiseerd dat ook vogels teken kunnen dragen. Op internet vond ik de volgende informatie…

Teken voeden zich met het bloed van zoogdieren, vogels en reptielen, de zogenaamde gastheren. Het ei-stadium is passief en voedt zich niet. Elk volgend stadium voedt zich slechts eenmalig, en ondergaat daarna een rustperiode waarin het volgende stadium ontstaat. De volwassen mannetjes en vrouwtjes paren. De paring vindt meestal plaats op de gastheer. Na de paring zuigt het vrouwtje zich vol met bloed en zwelt haar lichaam zichtbaar op. Als ze volgezogen is laat ze zich op de grond vallen. Het vrouwtje heeft het bloed nodig voor de ontwikkeling van de eitjes. Als de eieren rijp zijn, legt het vrouwtje deze op de bodem, waarna zij sterft. Ze legt 1000 tot 2000 eieren. De eieren worden in de herfst gelegd. Mannetjes kunnen meerdere keren paren en hebben geen bloed nodig en zullen dus ook niet bijten. In het volgende voorjaar komen de larven uit, die zich voeden op kleine knaagdieren (muizen) en vogels. Aan het einde van de zomer vervellen de larven tot nimfen, die in winterrust gaan. In het volgende jaar voeden de actieve nimfen zich op een grote variatie aan zoogdieren en vogels. Aan het einde van de zomer vervelt de nimf tot volwassen teek (mannetje of vrouwtje). De volwassen teken gaan in het volgend voorjaar op zoek naar een gastheer, meestal een grote grazer zoals ree, hert of wild zwijn, maar ook schapen, runderen en paarden kunnen als voedselbron dienen. Bron is deze site.

Zangvogels in de Onnerpolder

In de vorige serie schreef ik over mijn ontmoeting met de hermelijn in de Onnerpolder. Vandaag beginnen we aan de wandeling. Ik laat jullie eerst een paar overzichtsfoto’s zien van dit prachtige gebied aan het Zuidlaardermeer.

Het eerste vogeltje wat ik fotografeerde was de gele kwikstaart. Tijdens mijn wandeling heb ik verder een rietgors, een kneu, een rietzanger en een graspieper vastgelegd.

Wordt vervolgd.

Het Kiersche Wijdepad

Op maandag 11 april besloot ik het Kiersche Wijdepad te volgen. Over deze route had ik gelezen in het blad van Natuurmonumenten. Zie ook deze site.

Ik was nog maar net aan de wandeling begonnen en toen kwam er een torenvalk aangevlogen en die bleef ‘bidden’ in mijn buurt.

Wandel maar met mij mee over het Kiersche Wijdepad. Klik op de foto voor groot formaat.

Het was voor mij de eerste keer dat ik een afstand van 5 kilometer wandelde inclusief twee spiegelreflexcamera’s met zware objectieven. Daarbij droeg ik ook nog een rugtas. Deze combinatie viel mij dan ook vies tegen. Bij iedere kilometer leek het net alsof de fotoapparatuur steeds zwaarder begon te wegen. Er was ook geen mogelijkheid om halverwege een kortere route te nemen, het landschap wordt namelijk doorsneden door watertjes.

Net op het moment dat mijn moraal was gezakt tot een dieptepunt werd ik aangenaam verrast, een graspieper landde op een routepaaltje vlak voor mij.

Dat was het cadeautje en de oppepper wat ik net even nodig had om mij de laatste kilometer door te helpen…

Ik wens jullie allemaal fijne paasdagen toe.

Zangers bij de Horsmeertjes

Op dag 6 maakte ik nogmaals een wandeling bij de Horstmeertjes. Deze keer was ik alleen.

Ik stond boven op de duin te kijken naar de windveren boven de veerhaven toen er een bruine kiekendief laag langs kwam zeilen.

Tijdens mijn wandeling trof ik een blauwtje, een grasmus, een rietzanger, een graspieper, een blauwborst, nog een grasmus, een fitis? en een kneu.

Ik keek vaak naar boven en genoot van de mooie wolkenluchten.