De natuur komt tot leven

Amper een week eerder fotografeerde ik de winterserie in Dwarsgracht en nu zijn we in een paar dagen tijd de lente ingerold. In onze tuin is dat goed te merken, de natuur tot leven. De vogels fluiten er lustig op los en de insecten zijn druk op zoek naar stuifmeel en nectar om weer aan te sterken. Rond de sneeuwklokjes vloog een hommel. De hommel was te zwaar voor de sneeuwklokjes, zodra de hommel op een bloem landde zakte het klokje naar de grond.

Deze hommel zat vol met mijten. Toevallig dat Nature Today net een interessant artikel publiceerde over hoe de hommel de vorst overleeft. Als de hommel wordt blootgesteld aan lage temperaturen dan produceert de hommel glycerol. Dit zorgt ervoor dat er minder snel ijskristallen in het lichaamsweefsel worden gevormd. Je kunt het eigenlijk zien als antivries.

Een roofvlieg scharrelde tussen de sneeuwklokjes.

 

Ook de bijen waren druk met het verzamelen van stuifmeel.

Ik kon me met de macrolens weer helemaal uitleven. Het was een feest.

Morgen gaan we naar de krokusjes en de bijen.

Hommel op de papaver

Gisteren plaatste ik een post met een foto van een hommel op een stokroos. Vandaag plaats ik een serie waarbij de hommel foerageert op de papaver. Beide series zijn gemaakt in onze tuin.

In het ecosysteem is de bij nuttig als bestuiver en als voedsel voor de vogels. Uit berekeningen blijkt echter dat de bijen belangrijker zijn als bestuiver dan dat ze rechtstreeks dienen als voedsel voor de vogels. Er zijn namelijk twee keer zoveel vogelsoorten afhankelijk van bestuivingsproducten zoals vruchten en zaden, dan van bijen als direct voer. Dit onderzoek is uitgevoerd door Koos Biesmeijer.

In het artikel stelt Koos dat het slecht gaat met de wilde bij. Heel veel wilde bijensoorten staan op de rode lijst. Andere soorten zoals de tuinhommel (Bombus hortorum) doen het gelukkig wel goed.

We doen in onze tuin ons best voor insecten en dus ook voor de vogels. We hebben veel bloemen, een vijver wat veel insecten aantrekt en we gebruiken geen gif. Toch dragen wij niet echt bij tot uitbreiding van de soortenrijkdom. Maar dat kleine beetje wat we kunnen doen, dat doen we.

Op de cover

Begin mei werd ik benaderd door Gabriƫlle van LBL met de vraag of ze mijn foto van de hommel op de stokroos mochten gebruiken voor het zomernummer van Staatsbosbeheer. Ze had de foto op internet gevonden.

Het was een foto die ik gepubliceerd had op mijn oude weblog in de tijd dat ik de foto’s bij Photobucket onderbracht. Klik hier voor dat logje over de stokroos en de hommel. Jarenlang kon je bij Photobucket je foto’s gratis onderbrengen om ze vervolgens via een link te hosten op sites van derden. In eerdere jaren zijn er wereldwijd miljoenen foto’s bij Photobucket ondergebracht.  In juni 2017 introduceerde Photobucket stilletjes een jaarlijkse vergoeding van $ 399 om afbeeldingen in te sluiten. De foto’s gingen ‘op zwart’ totdat men ging betalen. Photobucket kreeg met die actie de hele wereld over zich heen. Men was niet bereid om zoveel geld te gaan betalen. Door alle opspraak plaatste Photobucket de foto’s terug, maar dan wel met een watermerk dwars over de foto’s. Zie ook deze site. Ik ben nooit tot betaling overgegaan.

Maar nu weer terug naar het verzoek van Gabriƫlle. Ondanks dat er een groot watermerk op de foto staat wist ze de foto wel te vinden en te waarderen. Op haar verzoek mailde ik haar de originele foto.

De foto is gebruikt voor een artikel over de wilde bij. Het artikel gaat het over het belang van de wilde bij als bestuiver. Op de rode lijst van de Nederlandse bijen staat 55 procent van het totaal aantal wilde bijensoorten en dat is enorm veel. Het artikel is te lezen in de digitale versie. Klik hier voor het digitale magazine.

Ik vind het wel een interessant blad. De foto komt op het blad niet mooi naar voren. De kleuren zijn vaal. Jammer.