De huismus en de ringmus

Tijdens de kerstdagen hadden we prachtig winterweer. Vanwege de vorst werden onze voederplaatsen druk bezocht. Vanuit de huiskamer hebben we mooi zicht op die voederplaats. Vooral als de ochtendzon erop schijnt dan is het een genot om naar de vogels te kijken. Vanachter het raam heb ik vele foto’s gemaakt die ik de komende tijd laat zien op mijn weblog. Vandaag zijn de mussen aan de beurt.

We beginnen met de meest voorkomende mus en wel de huismus. Omdat huismussen koloniebroeders zijn komen ze ook vaak tegelijk (in groepjes). Bovendien moet alles bij de huismus vaak zo snel mogelijk gebeuren, vanwege hun veiligheid. Het zijn kleine prooidiertjes die onderaan in de voedselketen staan, waardoor ze veel natuurlijke vijanden hebben. Dus het liefst komen ze allemaal tegelijk eten, drinken, badderen en stofbadderen. Zo kunnen ze voor elkaar opletten, en zijn ze ook zo snel mogelijk weer weg.

Bij onraad vliegen ze tegelijk op en verschuilen ze zich in de laurier naast de voederplaats. Van daaruit observeren ze de omgeving of het weer veilig is om terug te keren naar de voederplaats. En zo gaat dat de hele dag door.

Behalve huismussen hebben we in onze tuin ook ringmussen. De ringmus lijkt veel op de huismus maar heeft een roodbruine kop, lichte wangen met een donkere vlek in het midden. Verder heeft de ringmus een klein zwart befje en een witte bijna doorlopende nekrand.

De mussen zijn tolerant naar andere vogeltjes. Iedereen mag mee-eten en meedrinken. Vaak is het wel andersom en jaagt het kleine pimpeltje de mussen weg. Mezen zijn namelijk niet zo verdraagzaam.

We hebben in onze tuin een aantal plekjes waar ze kunnen broeden, bijvoorbeeld onder de dakpannen. Sinds een jaar hebben we ook een kolonienestkast voor de mussen aan het huis hangen. De nestkast is een groot succes zo is gebleken uit de succesvolle broedsels in het afgelopen jaar. Op deze site staat veel informatie over huismussen en wat men kan doen om de huismussen te helpen.

2022 het jaar van de merel

Tijdens de kerstdagen hadden we prachtig winterweer. Vanwege de vorst werden onze voederplaatsen druk bezocht. Vanuit de huiskamer hebben we mooi zicht op die voederplaats. Vooral als de ochtendzon erop schijnt dan is het een genot om naar de vogels te kijken. Vanachter het raam heb ik vele foto’s gemaakt die ik de komende tijd laat zien op mijn weblog. Vandaag is het de beurt aan de merel. In de voortuin staat een grote laurierstruik. Het blad uit de voortuin heb ik onder deze struik geharkt. Deze border is een lievelingsplek voor de foeragerende merels. De bladeren worden tijdens het zoeken naar voedsel driftig alle kanten opgegooid.

Tot de eeuwwisseling namen merels toe, maar vanaf 2016 verdween bijna een derde van de populatie. Waarschijnlijk deels als het gevolg van het Usutu-virus, maar de precieze oorzaken weet men niet. Deze plotselinge afname is reden om de merel beter te gaan onderzoeken. Men weet opmerkelijk weinig over dit soort, terwijl hij dicht bij ons leeft. Om die reden roepen Vogelbescherming Nederland en Sovon het jaar 2022 uit tot ‘Het jaar van de merel’. Bron is deze site.

De merel kun je niet samen met andere tuinvogels vangen op één foto. Zodra de merel komt aanvliegen dan verdwijnt de rest. Behalve de kleinere vogels verdrijft de merel ook zijn soortgenoten. De merel is een uitblinker in territoriaal gedrag. De voederplaats hebben we overdekt om grote rovers te weren. De hoogte van de overkapping is echter dusdanig dat de merel eronder past.

In de periode dat ik bezig was met de herinrichting van de tuin kwam ik tot de conclusie dat we nauwelijks struiken hebben die bessen dragen. Om die reden heb ik een maand geleden een vuurdoorn en een meidoorn geplant. Op deze site staat een bessenkalender met 19 bessenstruiken (en -bomen) die goed zijn voor vogels. In een oogopslag zie je wanneer ze groen zijn, bloeien of bessen dragen.