Gastersche Duinen en Drentsche Aa

Vorige week maakte ik een fietstocht en wandeling door de Gastersche Duinen en de Drentsche Aa.

De Gastersche Duinen behoren tot de mooiste stuifzandgebieden van Drenthe. Uniek is de ligging tussen verschillende armen van de Drentsche Aa, het Gastersche Diep, het Oudemolensche Diep en het Anloërdiepje. De forse stuifduinen zijn grotendeels bedekt met heide. Begrazing door Schoonebeker heideschapen en Schotse Hooglanders houdt het open heidelandschap in stand.

Over de hooggelegen Gastersche Duinen liep in de Middeleeuwen de route tussen de belangrijke handelssteden Groningen en Coevorden. De paardenkarren volgden het spoor van hun voorganger en als dat niet meer ging, maakten ze er een nieuw spoor naast. De brede bundel diep uitgesleten karrensporen is nog altijd duidelijk herkenbaar. De talloze wielen en paardenhoeven zullen bijgedragen hebben aan het ontstaan van de zandverstuivingen.

Het stroomgebied van de Drentsche Aa is een van de mooiste beekdallandschappen van West-Europa. Een waaier van stroompjes die uiteindelijk samenkomen in één beek. Bijna al deze stroompjes hebben nog hun natuurlijke, kronkelende loop. Met de beek is ook het kenmerkende esdorpenlandschap bewaard gebleven: de boerderijen rond de brink, de akkers op de essen en de graslanden in het beekdal.

In tegenstelling tot andere Nationale Parken in Nederland is het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa geen aaneengesloten natuurgebied. Landbouwgronden en dorpen maken er deel van uit. Daarom is gekozen voor een verbrede doelstelling. Naast natuur en cultuurhistorie zijn landbouw en leefbaarheid in de dorpen belangrijke thema’s in dit levende cultuurlandschap.

Natuurlijke omstandigheden en het eeuwenlange gebruik door de mens hebben geleid tot een gevarieerd cultuurlandschap met een rijke natuur. Langs de beek liggen bloemrijke hooilanden en houtwallen. Hogerop wisselen landbouwgrond, heide, vennen en bos elkaar af.

Duizenden jaren geleden woonden hier al mensen en hun sporen zijn nog altijd zichtbaar. Geen ander gebied is ons land is zo rijk aan prehistorische monumenten, zoals hunebedden en grafheuvel. Op onderstaande foto is Hunebed D10 te zien.

Terwijl ik daar stond te fotograferen kwam er een jongen en een meisje aanfietsen. Ze groetten me enthousiast. Ze waren met z’n tweeën op avontuur. Ik vond dit leuk, ik kan dit meer waarderen dan dat ze de hele dag achter de computer zitten te gamen. Dat ze op de grafheuvels klommen heb ik dan ook maar voor lief genomen. Ik hoef ook niet ‘de hele wereld’ op te voeden…

De Gastersche Duinen zijn waarschijnlijk genoemd naar het woord ‘geest’ dat ‘hoge zandrug’ betekent. De zandrug, waarover het wandelpad loopt,  is ontstaan in het Pleistoceen door de inwerking van landijs, smeltwaterstromen, sneeuwstormen en rivieren.

Tussen de zandruggen vindt men natte veenkommen en een dichtgestoven oude loop van de Drentsche Aa.

De molen bij Oudemolen.

Bij dit bruggetje wachtte mij een aangename verrassing, maar daarover de volgende keer.

 

 

Aan de Waddendijk op Texel

Onlangs brachten we een midweek door op Texel. We zijn al tientallen keren op Texel geweest, maar het was voor het eerst dat we een huisje huurden aan de oostkant van het eiland. We troffen het geweldig met de plek, het huisje, het weer en het gezelschap. Het was een vakantie waar we allemaal met veel plezier op terugkijken. In de komende series neem ik jullie graag mee naar deze vakantie.

Mijn man en ik huurden een 6-persoonshuisje. We nodigden onze kinderen uit om ook een dag en eventueel een nacht te komen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd… ze reisden de eerste dag met ons mee en de laatste dag weer met ons terug. Helaas kon onze schoonzoon geen vrij krijgen en kon hij dus niet met ons mee.

Ons huisje lag op loopafstand van de Waddendijk. Onze dochter trok hier een sprintje de Waddendijk op.

Vanaf de nieuwe Waddendijk heb je een prachtig uitzicht.

Tussen de de oude en nieuwe waddendijk liggen natuurgebieden waar veel zout water onder de dijk doorsijpelt. Dit maakt de grond ongeschikt voor landbouw, maar interessant voor natuurliefhebbers. Door de aanwezigheid van ondiepe waterplassen is het een paradijs voor veel wad- en weidevogels. Wadvogels zoals de kluut en de bontbekplevieren gedijen hier goed. Het zijn rijke broedplaatsen voor sterns en kluten.

Op onderstaande foto’s lijkt het erop dat iemand heeft geprobeerd het slijk tussen de oude en nieuwe dijk te bewandelen. De kleding met het opgedroogde slijk zijn daar meerdere dagen blijven liggen.

De brede strook tussen de weg en het natuurgebied stond vol met diverse planten waaronder de brede orchis. Ik was aangenaam verrast door de vele dagvlinders die zich tegoed deden aan het lekkers wat deze bloemen bracht.

Groot was dan ook mijn verontwaardiging toen ik zag dat op een dag alles was weggemaaid. Met het gras lagen ook alle bloemen zielig te verdorren. Er was natuurlijk geen vlinder meer te bekennen…

 

Wordt vervolgd.

Over de dijk langs de IJssel

Nadat ik met de veerpont de IJssel was overgestoken vervolgde ik mijn weg over de dijk naar het noorden.

Tijdens de rit over de dijk maakte ik meerdere stops, zoals bij de molen De IJssel.

Op de achtergrond stroomt de IJssel en op de voorgrond zie je het ondergelopen land.

Vanuit de auto zag ik weer een mooi plaatje. Wederom zette ik de auto aan de kant. Toen ik daar stond te fotograferen zag ik dat dit andere schapen waren dan de schapen die in onze omgeving in de wei lopen.

Deze schapen hadden grote en sterk gekrulde horens. Na zoeken op internet denk ik dat het een Drents Heideschaap is. Wat denken jullie?

P.s. op mijn vraag op Twitter kreeg ik een antwoord van van Hendrika . Het is een Valais Blacknose / Walliser zwartneusschaap. Hendrika dank voor je antwoord.