De Hoge Berg op Texel

De Hoge Berg is een bescheiden maar markante keileemheuvel van ongeveer 15 meter hoog, gelegen tussen Den Burg en Oudeschild. Het vormt het hoogste punt van een stuwwal die dwars over het eiland loopt en zijn oorsprong vindt in het Saalien, zo’n 140.000 jaar geleden. In die periode stuwde Scandinavisch landijs zand, klei en keien op tot een langgerekte heuvelrug.

Ondanks de beperkte hoogte is de Hoge Berg van grote landschappelijke betekenis. Bij helder weer is de heuvel zichtbaar vanaf Den Helder en Wieringen en biedt hij zelf een weids uitzicht over Texel.

De Hoge Berg vormt daarnaast het historische centrum van de Texelse schapenhouderij. Op het eiland leven ongeveer 10.000 schapen, waarvan een groot deel hier graast. In het voorjaar wordt het landschap verrijkt met duizenden lammetjes. Karakteristieke schapenboeten en tuunwallen herinneren aan eeuwenoude landbouwtradities die het gebied zijn unieke uitstraling geven.

Kokmeeuwen en hun paargedrag

Ik reed mijn vertrouwde route over de IJsdijk en Lancasterdijk op Texel. Meestal kies ik ervoor om van zuid naar noord te rijden, zodat ik links van me – binnendijks – goed zicht heb op de vogels. Af en toe zet ik de auto aan de kant, netjes in de berm, en maak ik foto’s vanuit mijn ‘mobiele kijkhut’.

Op een van die momenten zag ik een opmerkelijk tafereel. Een mannetje van de kokmeeuw deed herhaaldelijk pogingen om te paren met een vrouwtje. Zij was daar echter duidelijk niet van gediend. Ondanks zijn aanhoudende inspanningen bleef het vrouwtje standvastig en hield ze hem op afstand.

Een eindje verderop speelde zich een heel ander tafereel af. Daar verliep de paring van de kokmeeuwen wél met wederzijdse instemming. Het mannetje en vrouwtje waren duidelijk op elkaar afgestemd: na wat baltsgedrag en het nodige geroep kwam het tot een korte, maar succesvolle paring.

Ik reed verder en stopte zoals gebruikelijk bij Wagejot. Daar zag ik een ontroerend tafereel tussen een paartje kokmeeuwen: het mannetje had een visje meegebracht voor zijn partner.

Veldleeuwerik en fazant op Texel

Ik zit in de luxe positie dat ik in deze tijd van het jaar zóveel onderwerpen en foto’s heb, dat ik er met gemak drie per dag zou kunnen plaatsen. Daarom kies ik ervoor om meerdere onderwerpen in één bericht te bundelen.

We beginnen opnieuw in Waalenburg. Eerder schreef ik al over de zang van de veldleeuwerik, hoog in de lucht. Daar zijn ze vaak niet meer dan een stipje en door het tegenlicht lastig te fotograferen. Het mooiste moment is wanneer ze net zijn opgestegen en nog laag vliegen. Je moet dan wel snel reageren, want het opstijgen gaat in een razend tempo.

De veldleeuwerik is lastig te vinden. Ze zijn uitstekend gecamoufleerd en vallen, zeker tussen de plukken ruige mest, nauwelijks op.

Ik reed verder en zag, rijdend over de Bargerweg, vanuit de auto een fazant bovenop een tuinwal. Daar kon ik de auto goed stilzetten om een fotoserie te maken. In tegenstelling tot de veldleeuwerik is de fazant een opvallende verschijning. De fazant liep wel bij mij vandaan, maar bleef meerdere keren even zitten en drukte zich dan in het gras. Op de derde foto leek hij zich te willen verstoppen achter zijn staart.

Nog meer vogels in Waalenburg

Al op de eerste middag op Texel, na slechts een paar honderd meter in Waalenburg, deed de natuur haar werk: ik had meteen al enkele prachtige waarnemingen. Maar wat me vooral raakte, was het geluid van de diverse vogels. Het vrolijke gezang van de veldleeuwerik, hoog in de lucht, bracht een onmiskenbaar gevoel van vreugde. Voor mij heeft het iets magisch aan het luisteren naar deze natuurlijke symfonieën.

In het weiland scharrelde een groepje spreeuwen tussen de paardenbloemen. Een van de spreeuwen besloot een plekje op het hek te kiezen. Het zonlicht viel op de vogel, waardoor de iriserende kleuren van zijn veren prachtig tot hun recht kwamen. Geduldig liet de spreeuw zich van alle kanten fotograferen, terwijl de zachte bries zijn verenkleed opwaaidde en de glans van de veren nog meer accentueerde.

Langs de oever scharrelde een tureluur. Ik parkeerde mijn auto in de linker berm en wachtte geduldig. Terwijl de vogel foeragerend mijn kant op kwam, viel hij bijna volledig weg in de kleuren van de omringende begroeiing. Alleen zijn feloranje poten staken scherp af, waardoor ze des te meer opvielen. Vanuit de auto maakte ik een fotoserie.

Na de fotoserie van de tureluur vervolgde ik mijn weg in een rustig tempo. Amper honderd meter verderop diende zich al het volgende onderwerp aan: een torenvalk, die biddend boven de berm hing. Ik parkeerde de auto aan de rechter berm en wachtte geduldig. De torenvalk bleef rustig in de lucht hangen, waardoor ik volop de tijd had om hem vast te leggen.

Wordt vervolgd.

Strand bij Paal 15

Afgelopen weekend waren we weer op Texel, ons tweede thuis. We hebben volop genoten van het eiland en het mooie weer. Alleen op de dag van vertrek was het bewolkt met af en toe een buitje, een passend licht melancholisch afscheid. Gelukkig weten we dat we snel weer terugkomen.

De serie die ik vandaag publiceer, staat al sinds oktober klaar in mijn map met concepten. Toen kwam het er niet meer van om deze te plaatsen, maar vandaag leek het mij het juiste moment.

Terwijl mijn man ons over de Afsluitdijk naar huis chauffeurt, heb ik alle tijd om deze serie te voorzien van actuele tekst. Tussendoor kijk ik uit over een zonovergoten IJsselmeer. Vanwege de noordenwind is het kraakhelder en is het Friese vasteland goed te zien.

‘Texel, zee you soon!’

De Hors en een torenvalk

Op de laatste dag van de vakantie op Texel maakten we een wandeling in De Hors. Nadat wij de auto hadden geparkeerd en net waren begonnen aan onze wandeling reed er een bus langs van de Koninklijke Marine. Aan het einde van die weg is de militaire basis Joost Dourlein gevestigd.

De Hors is een bijzonder landschap.

In dit bijzonder landschap waren een man en een vrouw bezig met een fotoshoot of video-opname.

Aan de horizon ligt Den Helder.

Toen we weer terug waren bij de auto vloog er een torenvalk over. In de regel vliegen ze bij mij vandaan, maar deze torenvlak bleef juist dicht in de buurt ´bidden´.

En met 400 mm tele op een kropcamera kon ik deze mooi dichtbij trekken.

Grutto bij Wagejot

Op Wagejot op Texel broeden heel veel vogels. Het is dan ook een plekje waar ik graag kom. .

Terwijl ik daar stond streek er een grutto neer.

De grutto zocht in het slik naar voedsel.

Even later stapte de grutto op een eilandje en ging daar verder met het zoeken naar voedsel. De bergeend keek vanaf een afstandje toe.

Op het eilandje stonden ook orchissen. De grutto liep voortdurend met de kop naar beneden op zoek naar een lekker hapje. Het was dus wel een kunst om snel een foto te maken als de kop omhoog ging. Ik hoopte dat de grutto richting de orchissen zou lopen zodat ik ze samen op de foto zou krijgen. Mijn wens kwam uit…

Lepelaars

De lepelaar heb ik leren kennen op Texel… Ruim 40 jaar geleden kreeg ik verkering met mijn huidige man. Zijn ouders hadden toen een stacaravan op Texel. Mijn man kende Texel op zijn duimpje, het was zijn tweede thuis. Voor mij was Texel nieuw. Maar ook ik heb mijn hart verpand aan dit Waddeneiland. Het was in die jaren dat ik de lepelaar leerde kennen. Bij de Horsmeertjes op Texel broedde een kolonie lepelaars. In die jaren gingen we steevast een bezoek brengen aan het uitkijkpunt om met een verrekijker naar de lepelaars te kijken. Ze zaten ver weg en zelfs met een verrekijker zag je niet veel details. Tegenwoordig is het waarnemen van een lepelaar op Texel niet meer uitzonderlijk. Onderstaande lepelaar stond in Waalenburg.

Heel vroeger waren de broedkolonies in Nederland vrijwel alleen te vinden in moerasgebieden op het vasteland. Rond 1900 werd de populatie geschat op ongeveer 1000 paren. Door het overmatige gebruik van pesticiden in de jaren ’50 en ’60 daalde de broedpopulatie drastisch tot minder dan tweehonderd paren. Gedurende de jaren ’70 en ’80 trad er langzaam herstel op. Nu zijn er ruim 2.500 broedparen. De Nederlandse populatie lepelaars is uniek, in andere landen in Noordwest Europa broeden ze nauwelijks. Lepelaars bevinden zich van februari tot september/oktober in Nederland. Via Franse en Spaanse moerassen trekken ze naar winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust (vooral Banc d’Arguin). Lepelaars broeden in moerassige gebieden, dichte rietkragen of moeilijk bereikbare bomen en struiken, maar ook op kwelders.

Deze ouder en jong foerageerden in Waalenburg. Dat het een jong is dat zie je aan de snavel die nog niet is uitgekleurd naar zwart.

Ook zie je regelmatig lepelaars overvliegen. Meestal zag ik ze te laat, want dan waren ze al boven mijn hoofd en op het moment dat ik de camera had gericht waren ze al een flink eind weg. Tot het moment dat ik een groepje lepelaars zag aankomen. Ik was op tijd met mijn camera en 400 mm tele en kon ze op acceptabele afstand fotograferen.

De Slufter

Na de wandeling in De Muy reden we naar De Slufter om daar een wandeling te maken. Wij zijn van mening dat als we op Texel zijn ook altijd wel even naar de Slufter ‘moeten’ vanwege het unieke karakter van dit gebied.

De Slufter is een uniek gebied dat in open verbinding staat met de Noordzee. Na een aantal mislukte pogingen om er een landbouwpolder van te maken, werd aan het begin van de 20e eeuw besloten het zeegat open te laten. Het Sluftergebied bestaat uit een krekenstelsel dat soms na een storm onder water staat. Je vindt er zouttolerante planten als zoutmelde, zeekraal, de geurige zeealsem en het lamsoor, waarvan de bloemen in de zomer het hele gebied paars kleuren. Het grootste deel van De Slufter wordt als vogelbroed en -rustgebied beheerd. Alleen het zuidelijke gedeelte is vrij toegankelijk. Je kunt vanaf de Sluftertrap het pad volgen tot aan het strand. In het noordelijke stuk broeden veel vogels, zoals eidereend, bergeend en kluut. In de Sluftergeul leven zeedieren als krabben, garnalen en platvis. Bron is deze site. Wandel maar met ons langs het krekenstelsel.

De volgende vogels heb ik kunnen fotograferen. Kanoet, man en vrouw. Eidereend, man en vrouw. Eidereenden met jongen. Veldleeuwerik. Tureluur.