Vogelkijkhut Catskieker

Vandaag is het vervolg op deze serie. Rond zonsopkomst maakte ik een wandeling in de Catspoolder naar de vogelkijkhut Catskieker. De zon klom steeds hoger en wierp een rode gloed over het dunne laagje ijs.

Ik was daar voor de derde keer en weer viel het me op dat er iets “mis” is met de verhoudingen binnen deze kijkhut. Ik heb daar in januari 2020 ook al over geschreven op mijn weblog. De vloer en het bankje zijn namelijk te laag.

Met mijn 1.71 cm vind ik mezelf geen kleintje, maar toch kan ik niet over de rand heen kijken. Getuige onderstaande foto.

Als ik op mijn tenen ga staan dan heb ik het uitzicht zoals op de foto hieronder. Op de tenen staan houd ik niet lang vol. De opstapjes zijn te smal om daarop het evenwicht te kunnen bewaren. Als ik op het bankje ga zitten zie ik helemaal niets. Ik zal deze punten nogmaals onder de aandacht brengen bij It Fryske Gea, bijvoorbeeld op Twitter.

Een grote groep watervogels heeft met vereende krachten een wak open gehouden.

Ik zag kieviten, wilde eenden, krakeenden, brandganzen, grauwe ganzen, nijlganzen, een soepgans en een blauwe reiger. Maar de blikvanger was toch wel de zilverreiger.

Aalscholvers, scholeksters en smienten (2)

Vandaag zoom ik in op  de aalscholvers, de scholeksters en de smienten  op en rond de strekdam in het Tjeukemeer. Omdat de drie vogelsoorten vaak samen op de foto staan pak ik de drie de soorten in één uitgebreide post.

De scholeksters stonden keurig in het gelid op de strekdam. De smienten stonden een rang lager hun veren te poetsen. Een aalscholver stond er als heer en meester tussen.

Hieronder zoom ik in op de twee achtergebleven aalscholvers. De aalscholvers waren in voorjaarskleed. De aalscholver is dan op z’n mooist. De wangen en dijen zijn wit bevederd en de kruin en nek zijn voorzien van zilverwitte manen. De niet-bevederde keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

Het bleef niet lang rustig bij de scholeksters, regelmatig leek het net een stoelendans of beter gezegd, een stenendans. Het zoeken naar een nieuwe plekje op een andere steen ging niet zonder slag of stoot, de zittende orde liet zich niet zomaar opzij schuiven.

Bij de smienten zag het er rustiger uit, vreedzaam dobberde de groep rond de strekdam.