Aan de Achterste Weide tussen Ansen en Dwingeloo zat een gele kwikstaart op een dampaal.





Na de fotoshoot op de dampaal vloog de gele kwikstaart naar het gemaaide gras. Misschien om daar een hapje bij elkaar te scharrelen.



Aan de Achterste Weide tussen Ansen en Dwingeloo zat een gele kwikstaart op een dampaal.





Na de fotoshoot op de dampaal vloog de gele kwikstaart naar het gemaaide gras. Misschien om daar een hapje bij elkaar te scharrelen.



Op de Grote Esweg even buiten Ansen zat een roodborsttapuit op een polletje gras in een weiland. Vanuit de auto kon ik één foto maken en toen vloog de vogel weg. Die foto is niet scherp geworden. Ik bleef een tijdje staan wachten of de roodborsttapuit terug zou keren. Op het volgende moment landde er een geelgors in het struweel aan de kant van de weg.

Na inzoomen en nog één foto vloog de geelgors weg.

Vanuit mijn mobiele kijkhut had ik zo’n mooi zicht op de foeragerende wulp dat ik er ook een filmpje van heb gemaakt. Daarbij kon ik mooi steunen op de deurstijl van de auto. Soms zit er een beweging in de film, dat komt doordat mijn autootje bewoog op het moment dat er zwaarder verkeer langs kwam rijden. Bij het filmpje heb ik het geluid weggehaald anders hoor je het getik van de alarmverlichting en het langsrazende verkeer. Aan het eind van het filmpje heb ik het geluid eronder gelaten. Dat is namelijk het moment dat de roep van de vliegende wulp is te horen. (Klik voor het afspelen in betere kwaliteit op het wieltje rechtsonder.)
De wulp was een tijdlang aan het foerageren zonder zich iets van mij aan te trekken. Op een bepaald moment werd de wulp alert.

De roep van een buizerd was wellicht de oorzaak. Het volgende moment vloog de wulp voor mijn auto langs naar de andere kant van de weg.

Om vervolgens neer te strijken in een weiland met lang gras en met vele paardenbloemen.



Het zou best eens kunnen dat er in dat lange gras de jongen van deze wulp liepen.



Vorige week zag ik al vele gemaaide graslanden. Het is te hopen dat dit een perceel is met uitgestelde maaidatum. Dat zou voor de wulpen en de eventuele jongen wel mooi zijn.

Vorige week vrijdag was het bewolkt, maar wel droog. Ik besloot met de auto een ritje te maken op het Drentse platteland. In een weiland tussen Uffelte en Ruinerwold zag ik in een natuurweiland een kievit staan. Tegen de tijd dat ik de auto netjes aan de kant van de weg had geparkeerd was de vogel gevlogen. Ik bleef een tijdje staan wachten in de hoop dat de kievit terug zou komen. Net toen ik het wachten beu was vloog er een wulp voor mijn auto langs om vervolgens neer te strijken in het weiland op pakweg 15 meter van mijn mobiele kijkhut. Mooier kon ik het niet treffen.

Evenals andere weidevogels is de wulp steeds zeldzamer geworden en staat als kwetsbaar op de rode lijst.

Door de baltsende zang is de wulp een van mijn lievelingsvogels. Als ik in het voorjaar de fluitende roep van de wulp hoor dan word ik helemaal blij. Het voorjaar is in de lucht. De wulp is de grootste steltlopersoort van onze contreien en heeft ook de langste snavel en dat laat deze wulp hier mooi zien.

De wulp leek zich niets aan te trekken van mijn geparkeerde auto en van het langsrazende verkeer. Hij/zij ging rustig door met foerageren. Klik op de foto voor groot formaat.








Wordt vervolgd.
In het vorig bericht liet ik de bloemenpracht aan de fruitbomen zien. Het is nu aan de bijen om die ontelbare bloemetjes te bestuiven. Als de zon schijnt dan vliegen er inderdaad vele bijen van bloem naar bloem. Het bestuiven van de bloemen is niet hun hoofdtaak, de bestuiving vindt plaats terwijl ze bezig zijn het verzamelen van nectar en stuifmeel.

Bijen vliegen van maart t/m oktober. De bijen hebben het meeste baat bij bomen die veel nectar en stuifmeel leveren, de zogenaamde drachtbomen. De meeste bomen bloeien in het voorjaar en in de zomer. Zo ook in onze tuin. Ik leerde op deze site dat er een paar soorten zijn die tot in september nog bloemen kunnen geven en dan massaal door bijen worden bezocht. De bekendste, met toepasselijke namen zijn de honingboom (Sophora) en de bijenboom (Tetradium). Sinds de appelboom is omgewaaid is er een plek in onze achtertuin vrijgekomen. Op die plek zouden we wel een honingboom of bijenboom kunnen plaatsen.




Het zijn niet alleen de honingbijen die zorgen voor de bevruchting van onze fruitbomen. De grootste groep is de wilde bij. Er zijn ook enkele (nacht)vlindersoorten die baat hebben bij de fruitbomen. Tijdens of na de bloesem groeit het jonge blad aan de bomen. Vooral nachtvlinders hebben de appelboom of pruimenboom als waardplant. Sommige van deze vlinders kunnen voor een rupsenplaag zorgen, maar meestal is er een goed evenwicht omdat de vogels in dezelfde tijd hun jongen voeden. Vooral meesjes struinen fruitbomen af op zoek naar voedsel voor hun kroost.

In onze tuin zijn meerder nestkastjes bezet. Daarnaast zijn er nog vele nestjes in het struweel. Al die bekjes moeten wel gevuld worden en dan is het mooi meegenomen als ze daarvoor niet al te ver weg hoeven.



De ouden zijn dan ook volop aan het zoeken tussen de bloesem naar voedsel voor hun jongen.




Het huidige weertype is wel triest voor de (wilde) bijen. Op het moment van schrijven regent het en is het 12 graden. Ik heb net een rondje gemaakt door de tuin. Er is geen insect te bekennen. De vogels in onze tuin hebben zelf geen last van de regen. Gelukkig maar, want ze moeten ook gewoon door met het zoeken naar voedsel voor hun jongen.

Ik laat hier een fotoserie zien van de bloesem voordat alles is verwaaid en verregend.

In onze tuin staan 16 hoogstamfruitbomen en die geven in deze tijd van het jaar een vracht aan bloemen. Op Hemelvaartsdag was het weer uiteindelijk veel zonniger dan aanvankelijk was voorspeld. Met de camera maakte ik een rondgang door onze tuin.








Bij zonsondergang maakte ik nog een foto vanaf het balkon.

Om die ontelbare bloemen om te zetten in fruit hebben we heel veel bestuivers nodig. En dat de vogels vervolgens profiteren van de insecten in de fruitbomen daarover morgen meer.
De laatste vogel uit mijn drieluik in De Auken is de purperreiger. De purperreiger is veel zeldzamer dan zijn soortgenoten, de blauwe reiger en zilverreiger.

Om te foerageren moeten ze hun nest verlaten en daar zat ik met spanning op te wachten. Ik had de spiegelreflex met 70-200 mm objectief in de aanslag. Daar vloog dan eindelijk een purperreiger langs. Te ver weg voor de 200 mm. Kroppen vond ik in dit geval jammer want dan zouden de grauwe ganzen buiten beeld vallen.

Een tijd later had ik meer geluk. Weer steeg er een purperreiger op. Deze keer vloog de grote vogel vlak over mij heen. Op de dag dat ik daar was stond er een straffe noordwesten wind. De reiger had moeite om in balans te blijven.

Op de site van vogelbescherming staat het volgende… De purperreiger is een sierlijke reiger met een fraai uiterlijk. Hij is donkerder, iets kleiner maar vooral slanker dan de bekende blauwe reiger. In vlucht vallen vooral de ver uitstekende poten met lange tenen op. De purperreiger is een moerasbewoner en broedt in kolonies in drassig, overjarig rietland en in door oud riet omgeven struweel. Het voedsel bestaat vooral uit vis en amfibiën, die in ondiep open water gevangen worden. Het zijn trekvogels, die overwinteren in West-Afrika ten zuiden van de Sahara. Purperreigers zijn een stuk zeldzamer dan de algemene blauwe reiger.





Na een tijdje genieten en fotograferen zag ik een dreigende lucht aankomen. Dat kon niet veel goeds betekenen. Ik had twee opties, of in de kijkhut de bui afwachten of op een drafje terug te gaan naar de auto. Ik koos voor de tweede optie. Theoretisch zou ik voor de bui uit kunnen rennen… Ik greep mijn spullen bij elkaar en draafde zoals gezegd richting de auto. Ik keek achterom en kon het niet laten om mijn camera te pakken en een foto te maken.

Dan weer in draf en dan weer snel een foto maken.




Ik zat precies op tijd in de auto. Het volgende moment vielen de eerste dikke regendruppels op de voorruit. Wat een timing.
Behalve aalscholvers, zilverreigers en blauwe reigers broedden aan de overkant ook lepelaars.

Zoals ik in het vorige bericht al schreef en op bovenstaande foto is te zien, zaten de genoemde vogels ver bij de kijkhut vandaan. De meeste lepelaars zaten verscholen in de bosschage. Na enig geduld kon ik eindelijk een lepelaar vastleggen die zich in volle glorie liet zien. Inclusief het verwilderde kapsel.

Na lange tijd wachten had ik geluk. Een lepelaar steeg op vanaf het nest en vloog voor mij langs.



Ik had jullie beloofd dat ik zou inzoomen op de grote vogels aan de overkant van het water. Vandaag begin ik met de de aalscholvers.

Er broeden veel aalscholvers in De Auken. Vanuit de vogelkijkhut heb je zicht op een aantal nesten. Ze hadden jongen en die waren ze druk aan het voeren. Om ze goed vast te kunnen leggen moet je wel veel telelens hebben. Ik heb zo goed en zo kwaad ingezoomd met mijn Nikon bridgecamera.



Een aalscholver vloog in de buurt van de vogelkijkhut. Op dat moment had ik net mijn Canon spiegelreflex met 70-200 mm zoom in de hand. Met een dergelijke camera kun je in de regel net wat beter een vogel in vlucht vastleggen dan met een bridgecamera. .

Onlangs ben ik naar de vogelkijkhut naar De Auken geweest. Nadat ik de auto geparkeerd had en aan de wandeling begon stond ik even stil bij deze plas. Aan de horizon is de toren van de Grote of Sint-Clemenskerk in Steenwijk te zien.

De wandeling naar de uitkijktoren is al een feest op zich. Ik genoot van de mooie omgeving en van de vogelgeluiden. Vanuit de uitkijktoren……







Onderweg en vanuit de toren fotografeerde ik een fitis, een rietzanger, een pimpelmeesje, een bruine kiekendief, grauwe ganzen en zwanen.







De volgende keer zoom ik in op de grote vogels aan de overkant van het water, waarvoor ik eigenlijk was gekomen.