Unesco Werelderfgoed

Op 26 juli j.l. is ‘De Koloniën van Weldadigheid’ in Frederiksoord, Wilhelminaoord, Veenhuizen en het Vlaamse Wortel bijgeschreven op de lijst van Unesco Werelderfgoed. Dat was voor mij een reden om weer eens een kijkje te nemen in Veenhuizen. Op het moment dat ik daar was, was er ook een professionele fotograaf.

In 1818 kwam Generaal Johannes van den Bosch met een ambitieus plan om de armoede in ons land te bestrijden en richtte de Maatschappij van Weldadigheid op. Hij stichtte landbouwkoloniën en de eerste kwam op de ‘woeste gronden’ zoals hij het gebied rondom Frederiksoord werden genoemd. Eind 1818 staan er 52 boerderijtjes klaar om de arme stedelingen te ontvangen. Hier kunnen ze op werk en onderdak rekenen. De kinderen gaan er verplicht naar school en er is een eigen ziekenfonds. Er komen kerken, winkels, scholen en zelfs rustoorden. Met deze sociale voorzieningen loopt de Maatschappij van Weldadigheid 80 jaar vooruit op de rest van Nederland en wordt daarmee beschouwd als de bakermat van onze verzorgingsstaat. Bron is deze site.

Het leven van de kolonisten in Drenthe was best een hard bestaan. Men moest hard werken op het land, de dagindeling werd voor je bepaald, je was verplicht om naar de kerk te gaan en je was ook nog eens mijlenver van je familie verwijderd. Bovendien werd je bij terugkeer in je oude woonplaats met minachting begroet.

Wie zich niet wilde conformeren aan de regels en de handhaving daarvan, werd ‘opgezonden’ naar de onvrije Koloniën in Veenhuizen (voor vondelingen en weeskinderen), Ommerschans (voor landlopers en bedelaars) en Merksplas (België). Veenhuizen was de grootste onvrije kolonie. Gezinnen, wezen, bedelaars en landlopers verbleven hier onder 24-uurs bewaking.

Waarschijnlijk gaat het in de periode 1818-1921 over circa 80.000 mensen in Drenthe met naar schatting één miljoen nakomelingen nu. Niet allemaal onbekende mensen. Zo vonden Daphne Bunskoek, Philip Freriks, Henny van der Most en Jeltje van Nieuwenhoven hun voorouders terug als kolonisten in de Koloniën van Weldadigheid. Op de website allekolonisten.nl kun je ontdekken of je een afstammeling bent en/of je voorvaderen in Frederiksoord (of in een van de andere koloniën) gewoond hebben.

Overal vind je de unieke historie van dit dorp terug. Er staan nog prachtige koloniehuizen met opschriften als ‘Orde en Tucht’ en ‘Werk en Bid’. Je kunt aan die namen zien voor wie het huis gebouwd is. In het huis ‘Kennis is macht’ woonde de schoolmeester en in ‘Flink en Vlug’ de gymleraar.

Nadat de moderne verzorgingsstaat kwam, met werkloosheidsuitkeringen en gezondheidszorg voor iedereen, was armoedebestrijding met het systeem van landbouwkoloniën niet langer nodig. Na 1953 werden er geen nieuwe kolonisten meer naar Veenhuizen gestuurd. En de gestichten werden geleidelijk in gebruik genomen als gevangenissen. Bron is deze site.

In Veenhuizen is nu nog een gevangenismuseum. Dit is een interessant uitje, zeker met kinderen. Je moet dit museum wel tijdig via internet bespreken.

Op deze site en deze site kun je meer informatie vinden over Veenhuizen.

Wintertaling met jongen

Mijn berichtjes plaats ik in principe in volgorde wanneer ik de fotoseries gemaakt heb. Maar als ik een bijzondere waarneming doe waarvan ik vind dat die geen twee a drie weken kan wachten dan maak ik een uitzondering.

Twee dagen geleden fietste ik door Dwingelderveld en toen zag ik in de plas naast het fietspad een lepelaar foerageren. Zie Google Maps. Ik zette mijn fiets aan de kant en pakte mijn Canon spiegelreflex met 100 – 400 mm Canon zoomlens. De lepelaar ging rustig door met foerageren en trok zich niet van mij aan. De fotoserie van de lepelaar volgt later.

Terwijl ik daar stond te fotograferen kwamen er tot mijn verbazing twee pulletjes aan zwemmen.

Even later kwamen er nog meer pulletjes en ook moeder eend kwam tevoorschijn.

Het viel mij als eerste op dat het een relatief kleine eend was. Verder vond ik de groene kleur bijzonder die ik tussen de andere veren door zag schemeren. Later op de computer kon ik de eend determineren als een wintertaling, een vrouwtje. De wintertaling staat op de rode lijst als kwetsbaar.

In deze tijd van het jaar leek mij een eend met jongen vrij uitzonderlijk. Op een site las ik dat het broedseizoen voor eenden tot ongeveer augustus loopt. Wintertalingen zoeken hun voedsel door het wateroppervlak te filteren en door te grondelen. De meeste tijd zaten ze met hun koppies onder water.

Moeder eend hield het geheel nauwlettend in de gaten.

Koninginnepage

Voor velen is deze vlinder een normaal verschijnsel, maar in onze contreien is deze vlinder een nieuwkomer. Opgerukt naar het noorden door het warmer wordende klimaat. Ik wilde de vlinder graag met eigen ogen zien en fotograferen. Een paar dagen geleden ging ik op een zonnige dag naar bezoekerscentrum De Wieden in Sint Jansklooster. Achter het bezoekerscentrum ligt een prachtige bloementuin.

In die tuin staan heel veel phloxes in diverse kleuren. Deze phloxes waren geliefd bij de koninginnepage.

De tuin is particulier terrein, je moet dus vanaf een afstandje fotograferen.

Maar gelukkig was ik goed voorbereid en had mijn 70 – 200 mm zoomobjectief meegenomen.

Vele foto’s die ik op social media zie zijn van een rustig poserende vlinder waarbij de kleurrijke rug wordt getoond. Ik heb nu ervaren dat deze vlinders bijna continu in beweging zijn. Al fladderend zuigen ze de nectar op. In onderstaande foto is de beweging van de vleugels te zien.

Het was een feest om daar te fotograferen. Behalve zicht op de mooie vlinder was de lucht bezwangerd met de geur van phloxes.

🦋

Op een bepaald moment vlogen er twee tegelijk. Door de instelling (voorkeuze) van de camera aan te passen lukte het om ze vliegend vast te leggen.

De mannetjes en vrouwtjes hebben veel overeenkomsten. Met het bekijken van de onderkant van de vleugel kan men echter het geslacht van de Koninginnepage bepalen. Het vrouwtje heeft op de onderkant van de achtervleugel namelijk 2 scherpe roodbruine driehoekjes. Bij het mannetje ontbreken deze.

Ik heb niet kunnen achterhalen of het hier ging om een liefdesspel tussen een mannetje en een vrouwtje of dat het rivaliteit was tussen twee mannetjes.

Zwarte ruiter en andere steltlopers

Toen ik vanaf de zeehondenkijkwand via de kortste weg terugliep richting het bezoekerscentrum trof ik een paar mannen. Deze mannen wezen mij op de nieuwe vogelkijkhut en op de vogels die daar waren te vinden.

Ik had nog niet gehoord of gelezen dat daar een nieuwe vogelkijkhut is en was dan ook blij met deze tip.

Het is een degelijke en ruime vogelkijkhut. Het was druk in de plas voor de hut.

Een zwarte ruiter. Het was voor mij de eerste keer dat ik deze zag.

Dit is ook een zwarte ruiter.

Een kluut

Een kluut, een tureluur en een zwarte ruiter.

Mijn app zegt dat hieronder tureluurs staan, 100 procent zeker. Maar deze steltloper heeft gele poten en de snavel lijkt langer en is grijs gekleurd. Zou het een juveniel kunnen zijn?

Een kievit, volgens mijn nog een jong exemplaar.

En verder nog een verzameling van bovenstaande. De grauwe gans had ik nog niet genoemd. Op een gegeven moment ging bijna alles op de vleugels. Er zal wellicht een roofvogel overgekomen zijn die ik overigens niet heb kunnen ontdekken.

Zeehondenkijkwand

Tijdens mijn vakantie heb ik een tocht gemaakt naar het uiterste puntje van ons land. Althans zo voelde het. Ik was door een fotovriendin getipt over een zeehondenkijkwand bij Punt van Reide en dat leek me een leuk uitstapje. De auto parkeerde ik bij het bezoekerscentrum en koos voor de langste route. Dat was een wandeling over de dijk met uitzicht op de Ems, richting Duitsland.

Kijkend naar het binnenland zag ik in de verte de kijkwand staan. Het was nog een hele wandeling en ik vroeg me af of ik daar op tijd zou zijn. Op de site had ik namelijk gelezen dat anderhalf uur voor hoog water het geschiktste tijdstip is om de zeehonden te zien. Met behulp van de getijdentabel en reistijd had ik het allemaal keurig uitgerekend. Maar ik had onderweg meerdere stops gemaakt zodat ik ongemerkt in tijdnood was gekomen.

Toen ik echter bij de kijkwand aankwam zag ik dat er nog genoeg zeehonden waren te bezichtigen. Boven verwachting zelfs.

In de wand bovenop de dijk zijn op verschillende hoogtes kijkgaten aangebracht. Van klein tot groot kan zo zonder verstoring naar de zeehonden kijken.

Een tuin vol met vlinders

Bij bezoekerscentrum Dwingelderveld is een bloementuin aangelegd die vlinders aantrekt.

Met name de kattenstaarten zijn een el dorado voor vlinders.

Er vliegt nu een tweede generatie citroenvlinders. De citroenvlinder was in deze tuin in de meerderheid. Aan deze kattenstaart hangen twee vrouwtjes.

De vrouwtjes zijn lichtgeel en de mannetjes zijn donkergeel. Verder heb ik nog een distelvlinder en een dagpauwoog gefotografeerd.

Op de zonnehoed scharrelde een hommel.

Kempense heidelibel

Tijdens een van mijn zoektochten naar de grote vuurvlinder zag ik plotseling de Kempense heidelibel neerstrijken naast het pad.

Vanaf een afstandje zag dat er zo uit. De libel vloog regelmatig op om vervolgens op hetzelfde plekje weer neer te strijken.

Dat gaf mij de gelegenheid om een beter standpunt te kiezen en om in te zoomen. De zon brak zo nu en dan door de bewolking en gaf de libel prachtige kleurrijke vleugels.

Op het moment dat ik de libel ontdekte stond ik met een vrouw uit Noord-Holland te praten. Deze mevrouw was slechtziend. Ze was dus blij met mijn aanwijzing en deze waarneming. Ik wees haar de plek aan en verder moest ze het hebben van de autofocus van haar camera. Desondanks beleefde ze veel plezier aan de fotografie.

Inmiddels had ik op de achtergrond een geel bloemetje ontdekt en dat gebruikte ik bij het kiezen van mijn standpunt.

De Kempense heidelibel staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Volgens de site van de vlinderstichting komt deze libel voornamelijk voor in Nationaal Park Weerribben-Wieden.

Tussen de bloemen en de vlinders…

Tijdens een van mijn fietstochten door Drenthe kwam ik langs begraafplaats Zevenberg in Fluitenberg. Ik dwaalde een tijdje over de begraafplaats. Deze natuurlijke begraafplaats spreekt mij wel aan…

Het veld is ontworpen als een wuivend landschap, een landschap wat in beweging is. Dit is bereikt door het zaaien van grassen en andere wilde planten. Door het gebruik van verschillende grondsamenstelling in de bovenlaag, is het mogelijk om veel soorten planten te laten groeien. De glooiingen in het veld versterken die variatie. Zo zijn er plantensoorten van heischrale graslanden, maar ook kalkminnende soorten te vinden. Voor zweefvliegen, vlinders, bijen, sprinkhanen en loopkevers is het veld een ideaal leefgebied. Zij vormen op hun beurt weer voedsel voor de vogels die het veld graag bezoeken.