Jonge koolmezen

In de avond vielen zonnestralen op het voederplekje. Vanuit de woonkamer maakte ik een foto, terwijl het licht prachtig door de fragiele vleugels scheen.

De vetbollen vinden gretig aftrek. Toch ben ik me gaan verdiepen in de vraag of het verstandig is om op dit moment nog met vetbollen bij te voeren. Daarbij las ik dat vetbollen bij warm weer snel kunnen bederven en ranzig worden, wat schadelijk kan zijn voor de vogels.

Je zou denken dat de vogels dat zelf wel kunnen inschatten, maar ze lijken soms toch voor de makkelijke weg te kiezen. In de natuur is er immers ook voedsel te vinden, al vraagt dat vaak meer moeite. Ik las daarnaast dat meelwormen een waardevolle aanvulling zijn, en dat bloeiende bloemen in de tuin belangrijk zijn omdat ze insecten aantrekken.

Uiteindelijk heb ik een nieuw setje voedersystemen aangeschaft, waaronder een voedersilo voor meelwormen. De vogeltjes moesten er eerst een paar uurtjes aan wennen, maar daarna wisten ze het voerplekje weer te vinden.

Er vliegen jonge koolmezen in onze tuin. Volgens mij zijn het er vijf. Op de onderstaande foto durft het jong nog niet zelf in de pindakaaspot te duiken; dat doet de ouder nog voor hem. De foto is niet helemaal scherp, maar ik vond het wel mooi om het speekseldraad te zien tijdens het voeren.

Nog niet alle jongen durven zelf bij de voedersilo’s te komen; ze worden nog in de boom gevoerd door een ouder. Ze laten zich graag voeren en wachten geduldig tot ze aan de beurt zijn.

Het jong heeft een zachtere, gelige kleur en een donkerbruine pet die later nog zwart zal worden. Ook de snavel is nog wat breder, een overblijfsel uit de nesttijd, toen ze hun snavel wijd opensperden om zoveel mogelijk voedsel binnen te krijgen.

Voor sommige jongen is de verleiding groot om het zelf te proberen. Ze staan of hangen er weifelend boven, alsof ze nog niet helemaal durven, maar het wel graag willen proberen.

De wat meer bijdehante jongen durven al wel zelf het voedsel te pakken.