Op de middag dat ik bij de kijkwand was kwam er ook een zaagbek voorbij. De grote zaagbek is een wintergast in Nederland. Helaas bleef deze zaagbek ver bij de kijkwand vandaan.
Zij aan zij met de wilde eenden foerageerde er een ook krakeend. De wilde eend en de krakeend zijn nauw verwant aan elkaar zo las ik op deze site.
Ze zochten hun voedsel langs de oevers en dat gaf deze weerspiegeling in herfsttinten.
Als afsluiting een paartje wilde eend bij zonsondergang.
Op de middag dat ik de otter, de ijsvogel en de zwanen fotografeerde maakte ik ook enkele foto’s van een vissende aalscholver.
Gisteren las ik een bericht van Vogelbescherming Nederland over de aalscholver. De aalscholver werd opnieuw onder vuur genomen, dit keer in het Europees Parlement, onder andere door Nederlandse parlementariërs. Er zouden te veel aalscholvers zijn, die door een sterke toename van het aantal een bedreiging zouden vormen voor de commerciële visserij. Onderzoeksresultaten wijzen anders uit. Vogelbescherming vindt dat we juist trots op de comeback van de aalscholver mogen zijn: een prachtig resultaat van de natuurbescherming. Het artikel is hier te lezen.
Een eindje van de kijkwand vandaan staan een boompje, enkele stronken en wat een struikjes in het water. Dat plekje is een geliefde pleisterplaats voor de aalscholver en andere waterdieren. Op onderstaande foto zie je de aalscholver op een boomstronk staan. De aalscholver staat er met gespreide vleugels om te drogen.
Door in te zoom kreeg ik onderstaand beeld. Door het tegenlicht werd het bijna een zwart/wit foto. Het resultaat doet me denken aan papierknipkunst uit het museum in Westerbork.
Het hoeft niet altijd spectaculair te zijn zoals in deze serie met de otter en in deze serie met de ijsvogel. Ik vind het ook heerlijk om uit te kijken over de plas naar de dobberende en foeragerende zwanen.
In deze tijd van het jaar vind ik het mooier dan in de zomer wanneer de plas is bedekt met waterplanten.
Een voorwaarde vind ik wel dat het windstil weer is. De zwanen worden dan zo mooi weerspiegeld.
De stilte werd alleen doorbroken door het geslobber van de grondelende zwanen.
Ik kan daar dan tijden zitten en genieten. Er daalt dan een rust over mij heen…
Het was prachtig weer op die middag dat ik voor het eerst de otter zag en fotografeerde. Toen het erop begon te lijken dat de otter zich niet meer zou laten zien bleef ik lekker in het zonnetje zitten bij de kijkwand. Stel je voor dat er nog wat bijzonders langs zou komen. Met het verdwijnen van de otter verdween ook het luidruchtige publiek. Ik bleef alleen over met een zwijgzame man en een aantal dobberende zwanen…
Door de verrekijker speurde ik het water en de oevers af, misschien zou de ijsvogel zich nog laten zien. Plotseling zag ik door de verrekijken een blauwe flits. Het bleek een ijsvogel te zijn. Het vogeltje was heel ver weg en wel ter hoogte van de verste zwaan. We hadden geluk, de ijsvogel kwam al foeragerend steeds een beetje dichterbij.
De ijsvogel streek tenslotte neer op een tak bij de hoge bomen rechts op bovenstaande foto. Onderstaande foto maakte ik met de bridgecamera. Je kunt dan toch zien dat de tekening van het verenkleed door het inzoomen is vervaagd.
De laatste vier foto’s zijn met de spiegelreflex en het 100-400 mm objectief gemaakt. Het volgende moment dook de ijsvogel in het water en wist een visje te bemachtigen. Helaas heb ik de duikvlucht niet gefotografeerd.
De ijsvogel koos voor de fotografen een lastig plekje zo tussen de takken.
Maar ik was al lang blij dat de ijsvogel zich liet zien. Het is en blijft ten slotte mijn lievelingsvogeltje.
Ik vind het altijd een mooi gezicht zoals de ijsvogel het water afspeurt op zoek naar een visje.
De afgelopen jaren ben ik ontelbare keren naar de Weerribben gegaan in de hoop de otter te zien en te fotograferen. Het was me nog nooit gelukt tot op die ene zonnige herfstdag…
Op weg naar de kijkwand kwam ik een andere fotograaf tegen. Zij vertelde mij dat de otter werd gezien. Bij de kijkwand was ik zoals gebruikelijk niet alleen. Vijf andere fotografen zaten of liepen daar in jubelstemming rond, de otter was gesignaleerd. Aan de rimpeling in het water door de opspringende visjes weet je dat er onder het wateroppervlak wat aan de hand is…
Het kan overigens ook een snoek zijn die de visjes doet opspringen. Als je een plons hoort dan is het een snoek en geen otter, zo heb ik inmiddels geleerd van de experts.
Het gaat in deze serie niet om de kwaliteit van de foto’s maar om de waarneming. Doordat de otter zich ophield tussen de begroeiing op de oever was deze lastig te fotograferen. Tijdens het zwemmen steekt de platte kop maar net boven het water uit en daarnaast duiken ze voortdurend weer onder water. Ook dat maakt het scherpstellen lastiger.
Volgens de kenners bij de vogelkijkwand was dit een jong van vorig jaar.
De otter komt oorspronkelijk in geheel Europa voor (met uitzondering van IJsland en eilanden in de Middellandse Zee), het grootste gedeelte van Azië en in Noordwest-Afrika. In Nederland is het dier in de tachtiger jaren uitgestorven en ook in andere landen is de otter in aantal afgenomen. Sinds 2002 is in Nederland begonnen met herintroductie. Momenteel komt de otter weer voor in Noordwest-Overijssel, Friesland, Gelderland en langs de Overijsselse Vecht.
Het jaar 2021 is door de Zoogdierenvereniging de otter uitgeroepen tot dier van het jaar. De otter zien we steeds vaker terug in de Nederlandse natuur, wat betekent dat het herstel van het leefgebied van de otter een succes is. Helaas is de otter regelmatig slachtoffer van het drukke verkeer in Nederland. De otter legt namelijk grote afstanden af op zoek naar een partner en een fijn leefgebied. Door het aanleggen van onder andere rasters en loopplanken kan de otter gelukkig op steeds meer plekken veilig oversteken.
De otter kan wel 4 minuten onder water kan blijven. Wanneer ze onder water gaan sluiten de neusgaten en oren zich af. Otters zijn uitstekende zwemmers. O.a. door de zwemvliezen tussen hun tenen zwemmen ze in die 4 minuten een heel eind weg. De lange platte staart dient tijdens het zwemmen als roer. De luchtbelletjes aan de oppervlakte verraden de zwemrichting van de otter.
Ik heb een filmpje gemaakt van de otter. Ik heb uit de hand gefilmd en daardoor is het kwalitatief geen hoogstandje geworden. Tijdens het filmen ontdekte ik pas echt hoe snel een otter kan zwemmen. Om het beeld iets rustiger te krijgen heb ik de film in slow-motion gemonteerd.
Het was maar een korte tijd dat we konden genieten van deze otter. Na een kwartiertje verdween de otter om vervolgens niet meer terug te keren. Ik moet zeggen dat het wel verslavend is. Ik ga dan ook graag een keer terug in de hoop de otter opnieuw en beter te kunnen fotograferen en/of te filmen.
Tante Marie tipte mij over uilen die in een boom in een woonwijk in Hasselt uilen zouden zitten. Tante Marie is geen echte tante, maar ik ken haar al mijn hele leven lang. Ze was samen met haar man goede vrienden van onze ouders en van mijn schoonouders. Tante Marie, reeds in de negentig, is een trouwe volgster van mijn weblog en om die reden tipte ze mij over de uilen. En zo reed ik op een zonnige middag naar het Overijsselse Hasselt.
Tante Marie had me goed geïnstrueerd want de bewuste boom had ik snel gevonden. Ik telde 8 ransuilen. Volgens een voorbijganger zijn er totaal 9 uilen die dagelijks een plekje zoeken in deze boom.
Ondanks dat er al aardig wat blad van de boom was gevallen zaten ze nog beschut genoeg. Het was dan ook met het 100 – 400 Canon objectief aardig mikken tussen de takken door om ze goed op de foto te krijgen.
Ik vond het wel een mooi decor met de uilen zo tussen de vergeelde bladeren.
Sommige ransuilen volgden mijn verrichtingen op de voet, andere vonden het niet de moeite waard om de ogen te openen. Nou ja, met uitzondering van een knipoogje dan.
Een van de fotoseries die ik ben kwijtgeraakt is de serie die ik maakte in Efeze (Ephesus). Als inleiding op dit onderwerp heb ik daarom een tweetal foto’s uit het Efeze-archief van 2019 gehaald…
Efeze heeft voor ons een bijzondere betekenis. Het is namelijk een bekende plaats uit de Bijbel. Apostel Paulus bracht meermalen een bezoek aan deze plaats tijdens zijn zendingsreizen. Zie ook deze site. We zijn daar al meerdere keren geweest en ik heb daar dan ook al een meerdere fotoseries van. Toch is het ieder jaar weer anders. De opgravingen gaan door en we zien iedere keer toch weer andere dingen. Dit jaar zijn we bijvoorbeeld voor het eerst in het overdekte Terrassenhuis geweest. Dat was heel mooi en indrukwekkend. Het spijt me dan ook enorm dat die fotoserie is verdwenen…
De foto’s die horen bij het onderwerp, de Europese bidsprinkhaan zaten in een andere map. De inhoud van deze map is dus bewaard gebleven. We wandelden door Efeze toen ik iets zag liggen op het pad. Het leek op een takje totdat….
…het zich bewoog. Ik ging door de knieën hield mijn Nikon met macro-instelling dichtbij het ‘vreemde wezen’. Later op de computer kon ik het beestje determineren als een Europese bidsprinkhaan. Een zwanger vrouwtje. Bidsprinkhanen hebben de typische gewoonte om het voorste potenpaar in rust voor zich uit te houden, waarbij de dij en scheenbeen zijn samengeklapt. Hieraan is het eerste deel van de Nederlandstalige naam bidsprinkhanen te danken.
De benaming, sprinkhaan is misleidend, want het zijn geen echte sprinkhanen. Ze zijn nauwer verwant aan kakkerlakken dan aan rechtvleugeligen waartoe de sprinkhanen behoren. Bidsprinkhanen onderscheiden zich van de rechtvleugeligen doordat ze zonder uitzondering carnivoor; ze staan bekend als vraatzuchtig en kannibalistisch. Het mannetje kan na de voortplanting opgegeten worden door het vrouwtje. Wanneer de eieren ontwikkelen, zwelt het achterlijf van het vrouwtje op en heeft zij extra voedingsstoffen nodig. Bidsprinkhanen hebben altijd een opgerichte lichaamshouding en nooit een kruipende, zoals bij sprinkhanen, kakkerlakken en krekels het geval is. Bron is deze site.
De Europese bidsprinkhaan komt algemeen voor in met name de zuidelijke delen van Europa, rond de Middellandse Zee. Door hun goede camouflage zijn ze echter niet zo eenvoudig te ontdekken. Het is wel bijzonder dat er uitgerekend in Efeze een bidsprinkhaan op ons pad kwam…
Mijn vaste volgers weten inmiddels dat we scharrelkippen hebben. Ze scharrelen niet door de hele tuin, maar in een afgezet gedeelte met voldoende ruimte. Een aantal jaren geleden hebben we de kippenren afgedekt met een net. Dit was nodig omdat roofvogels zich tegoed deden aan onze kippen. De kippen en de haan gingen op stok in een nachthok wat niet afgesloten kon worden. Dat ging jarenlang goed totdat…
Op een nacht werden we gealarmeerd door heel veel kabaal in de kippenren. De volgende ochtend bleek dat er meerdere kippen en de haan gedood waren door een predator. De gesneuvelde haan op onderstaande foto was het minst toegetakeld en daarom durf ik die foto hier wel te tonen.
Het is een klein roofdier geweest die door een klein kiertje kon kuipen. Wellicht een marterachtige. Om te voorkomen dat de predator weer zou toeslaan moesten we met spoed maatregelen nemen. Het nachthok moet ‘s nachts afgesloten kunnen worden. Met hulp van een handige en sterke neef hebben we onderstaand onderkomen gerealiseerd. De oude kuubskist te zien op de eerste foto hebben we verwijderd. Deze hadden we in gebruik voor de kalkoen die we bij de kippen hadden lopen. De kalkoen is er niet meer. Het andere nachthok c.q. leghok hebben we tegen de kippenren aangeschoven.
Vervolgens heeft mijn neef van het afvalhout een schuifdeurtje gemaakt. Met behulp van een sjorbandje is het deurtje buiten de kippenren te bedienen.
De kippen moesten eerst wennen aan deze nieuwe constructie. De eerste twee avonden moesten we ze naar binnen dirigeren. Op de derde avond deden ze dat al keurig zelf. Vlak voordat het donker wordt laten we het deurtje zakken en ‘s morgens schuiven we het deurtje weer naar boven.
Het kippenhok heb ik afgespoten met de hogedrukreiniger en vervolgens zwart geverfd. Ik vond het leuk om de tekst van de oude kuubskist te behouden…
CUM LAUDE WITLOF B.V. 94
Het volgende project staat ook al op de planning. Aan de noordkant van de nieuwe bloemenborder en het nachthok komt een vlechtscherm van wilgentenen. Dat scherm wordt 3.60 meter lang en moet beschutting geven tegen de noordenwind. Dat scherm ga ik zelf vlechten met onze eigen wilgentenen. Ik heb het bestudeerd op YouTube en als ik dat zo zie dan moet dat gaan lukken. Eerst nog even geduld hebben want het blad moet er eerst af zijn voordat de wilgen geknot kunnen worden.
De passieflora is een echte klimmer. Onze passieflora heeft zich omhoog geslingerd langs de pergola en de draden van de druivenstruik. Na een regenbui maakte ik er foto’s van. De plant zit vol met bloemen en knoppen.
Het is al wat te ver in de tijd. Niet alle knoppen zullen nu nog tot bloei komen.
Tussen de passiebloem zat een juveniele merel.
Hij had geen belangstelling voor de passiebloem, maar wel voor de druiven.