Jongen van de koolmezen vliegen uit

Naast het terras bij de vijver hangt een nestkastje. Ook dit jaar werd het nestkastje bewoond door koolmezen.

Drie weken hebben de ouders zich uit de naad gewerkt om de jongen te voeren.  Het eten werd hen zo in de opengesperde snaveltjes geworpen en de uitwerpselen werden vervolgens weer keurig afgevoerd.

Maandag waren de jongen groot genoeg om uit te vliegen. De ouder zat op een afstandje en ‘riep’ de jongen naar buiten.

Degene die met de snavel vooraan stond bij het voeren vloog vast als eerste uit.

 

Er is altijd één de laatste. De ouders moesten wel heel erg hun best doen om deze kleine naar buiten te krijgen. Ondertussen moesten ze ook hun reeds uitgevlogen kroost in de gaten houden.

En daar kwam dan ook eindelijk de laatste naar buiten.

Nu is het akelig stil in en bij het nestkastje. Het piepen is verstomd en de ouders vliegen niet meer af en aan. Iedere keer moet ik daar weer aan wennen. Het is te hopen dat er spoedig nieuwe bewoners intrekken.

Bruine kiekendief, purperreiger, roerdomp en tafeleend

De afgelopen weken ben ik meerdere keren met de camera naar mijn geboorteplaats gereden. Tussen 2012 en 2015 realiseerde men daar een natuurgebied van circa 324 hectare. Tevens dient dit gebied als waterberging. In dat gebied hebben vele water- en moerasvogels een plekje gevonden. Het is dan ook een el dorado voor vogelaars. Vanuit hun mobiele kijkhutten verstopt achter enorme lenzen turen ze over het gebied op zoek naar vogels. Ik moet het doen met mijn bescheiden Nikon bridgecamera, maar dan wel één met sterke zoom. Hieronder heb ik een compilatie geplaatst van vogels die ik daar heb vastgelegd. De kwaliteit van de foto’s laat hier en daar wat afweten, maar het gaat om de bijzondere waarnemingen…

In dat gebied huizen meerdere bruine kiekendieven. Tijdens het foerageren zweven ze laag over het rietland. Zo nu en dan rustig flappend, schommelend, biddend en draaiend om vervolgens op hun prooi te duiken…

Een andere indrukwekkende verschijning in dat gebied is de purperreiger. Toen ik mijn auto liet uitrollen vloog er een purperreiger op uit het riet om vervolgens een eindje verderop weer neer te strijken. Een andere keer vloog er een purperreiger over. Om een goed beeld te krijgen van de purperreiger heb ik een foto uit het archief toegevoegd…

Een roerdomp hoor je wel, maar zie je niet zo snel. Het is een schuwe vogel die zich met zijn schutkleuren ook nog eens prima kan verstoppen tussen het riet. Soms heb je geluk dat ze opgeschrikt opvliegen…

Op dit moment zwemmen daar meerdere tafeleenden rond. Tafeleenden zijn duikeenden die vooral in de herfst, winter en het vroege voorjaar in Nederland te zien zijn. Opvallend is dat het mannetje van de tafeleend al in juni wegtrekt, als het vrouwtje nog aan het broeden is. De vrouwtjes en de jongen volgen later. Zie ook deze site.

Boerenzwaluwen bij vogelkijkhut Blaustirns

Toen Jan en ik een tijdje aan het fotograferen waren in vogelkijkhut Blaustirns kregen we plotseling bezoek. Twee boerenzwaluwen waren neergestreken op de schutting buiten de vogelkijkhut.

Hun nest bevond zich binnenin de kijkhut. Ze leken enigszins terughoudend, want ze vlogen niet direct naar binnen. Misschien waren ze nog niet gewend aan fotografen in de kijkhut.

Ik vind het prachtige vogeltjes, zeker als de zon op het verenkleed schijnt.

Bosrietzanger

Nadat Jan en ik vanaf het pad meerdere foto’s  hadden genomen wandelden we verder naar de vogelkijkhut. Toen we daar aankwamen zagen we tot onze grote verrassing dat deze niet was afgesloten. Dat zou ook onzin zijn, want in deze vogelkijkhut kun je met twee personen prima 1,5 meter afstand houden.

Jan koos voor een bankje met weids uitzicht over het water. Ik stelde mij op bij een luikje met uitzicht op het riet. Ik hoorde in het riet een vogeltje het hoogste lied zingen. Het viel nog niet mee om het prachtig zingende vogeltje te ontdekken en vast te leggen. Meestal zag het vogeltje diep weggedoken in het riet.

Maar de aanhouder wint. Eindelijk zocht het vogeltje een plekje waarbij ik het vogeltje scherp in beeld kon krijgen.

Ik had daar ter plekke al gezien dat het geen ‘gewone’ rietzanger was. Bij het determineren op de computer kwam ik uit bij een bosrietzanger.

Een zangvogeltje moet je eigenlijk niet alleen maar zien, maar vooral ook horen. Om die reden heb ik een filmpje gemaakt van de bosrietzanger.

 

Koekoek bij de Leijen

Vanaf de fotosessie in het Weinterper Skar reden Jan en ik naar De Leijen. We waren benieuwd of we terecht konden in vogelkijkhut, Blaustirns. Aan de Doktersheide nabij De Leijen waren de  bermen prachtig gekleurd.

Terwijl we daar stonden te fotograferen vlogen er een aantal F-16’s over. Het is me gelukt om er eentje vast te leggen. Toen we naar het pad liepen wat naar de vogelkijkhut loopt zagen we al snel een kaart hangen met daarop de tekst: ‘Omdat het niet mogelijk is om 1,5 meter afstand te bewaren is de vogelkijkhut gesloten.’ Dat was een tegenvaller.

We besloten na overleg in ieder geval het pad naar de vogelkijkhut te bewandelen, want daar was vast wel iets te fotograferen…

Halverwege het pad was ik bezig met het fotograferen van zangertjes tussen het riet. Jan was al doorgelopen richting de vogelkijkhut. Plotseling vloog er een koekoek over mijn hoofd. De vogel landde bovenin een hoge boom. Hij hielde zijn staart omhoog net alsof hij nog zijn evenwicht moest zoeken…

De koekoek riep een paar keer zijn naam en keek daarna eens goed in de rondte. Jammer, want hij kreeg waarschijnlijk de fotograaf in het vizier. Ook heb ik Jan zachtjes geattendeerd op de koekoek, maar voordat Jan de camera kon richtten ging de koekoek er vandoor.

 

In mei 2016 is het me gelukt om een koekoek op film vast te leggen.

Wordt vervolgd. 

Sint-jacobsvlinder

Terwijl Jan op  het Afanja-bankje  zat bij te komen van zijn macro-avontuur wandelde ik een eindje verder naar het noordelijke pad in de hoop daar juffers, libellen en andere insecten aan te treffen.

In het hoge gras vlogen vele juffers en lantaarntjes. Zien vliegen is een eerste, maar acceptabel vastleggen is een tweede. Ik denk dat dit een azuurwaterjuffer is.

Het aantal insecten op het fluitenkruid viel vies tegen er zat er welgeteld één. Het was wel een bijzondere insect,  althans voor mij een bijzondere. Bij mijn weten had ik deze nog niet eerder voor de lens gehad. Pas op de computer leerde ik dat het waarschijnlijk ging om de grote dansvlieg (Empis tessalata). Zie deze site.

Na deze fotosessie liep ik weer terug richting het bankje. Plotseling zag ik iets roods voorbij vliegen. Het was de sint-jacobsvlinder.

De sint-jacobsvlinder is een opvallende verschijning door de zwarte voorvleugel met twee rode stippen langs de achterrand en zowel langs de voor- als langs de binnenrand een rode streep. De achtervleugel is rood met zwarte randen. De sint-jacobsvlinder is  een overdag actieve nachtvlinder. De vlinder vliegt van begin april tot half augustus in één generatie. De periode waarin de vlinders uitkomen is vrij lang, zodat vlinders en rupsen tegelijkertijd kunnen voorkomen. De vlinders vliegen overdag en zijn gemakkelijk te verstoren. Ze komen ook wel ´s nachts op het licht af. De soort, die vroeger vooral veel in de duinen aanwezig was, heeft zich de afgelopen 30 jaar uitgebreid en komt nu in een groot deel van het land voor. In de kleigebieden in Friesland en Noord-Holland is de vlinder wat minder wijdverbreid. Bron is deze site.

Het viel niet mee om deze vlinder van dichtbij te benaderen. Als ik met de macrolens in de buurt kwam ging hij er weer vandoor. Aanvankelijk zat de vlinder in de beplanting naast het pad. Uiteindelijk vloog hij naar een gedeelte waar ik niet mocht komen. Op dat moment eindigde voor mij de ‘jacht’ op deze vlinder.

Op gelijke hoogte met een vink

Op een ochtend zat ik voor het huis koffie te drinken. Normaal gesproken zitten we achter ons huis, maar daar was het niet aangenaam vanwege de straffe westenwind. Plotseling daalde er een vink neer op de oprit. De vink bleef op de oprit zitten. Vanaf een afstandje maakte ik behoedzaam enkele foto’s.

Al snel bleek dat ik niet zo behoedzaam te werk hoefde te gaan, want de vink bleef zitten waar hij zat.

Nadat ik een aantal foto’s genomen had vanaf mijn tuinstoel sloop ik naar een ander plekje en stelde mij daar verdekt op. Ik zat op de oprit en zette de Nikon bridgecamera met kantelbaar scherm op de stenen en maakte zo enkele foto’s.

Al snel zag ik dat het standpunt van de camera ‘te laag’ was, want behalve de vink fotografeerde ik ook een stuk van de straatstenen. Daarom hield ik de camera iets hoger met het volgende resultaat.

Het was mij niet duidelijk waarom de vink daar bleef zitten. Misschien was hij wel tegen het voorraam van de woonkamer aangevlogen en was hij even niet in staat om te vliegen. Hij bleef echter wel alert om zich heen kijken. Dat is wel verstandig met de vele buurkatten die onze tuin dagelijks bezoeken.

Na een tijdje hield de vink het toch voor gezien, na wat rek- en strekoefeningen vloog hij op en verdween via de voortuin weg.

Op de foto’s is goed te zien dat er onkruid tussen de stenen mag groeien. Het hoge onkruid trek ik er met de hand uit. Onkruidverdelgers zijn in onze tuin uit den boze.

Rietzanger

Tijdens mijn wandeling langs het riet in de Prikkepolder, in de Weerribben hoorde ik veelvuldig de rietzanger.

Vaak zitten ze tussen de rietstengels en zijn ze lastig vast te leggen. Deze rietzanger koos een plekje mooi in het zicht.

Het volgende moment vloog de rietzanger naar een hogere zangpost. Ik had het geluk dat het vogeltje mooi van achteren werd beschenen door de namiddagzon.

Er stond een straffe wind en daardoor viel het nog niet mee om de rietzanger op de heen en weer zwiepende rietstengels goed in het vizier te houden.

De rietzanger maakte hier aanstalten om weg te vliegen. Op deze foto zie je goed dat de rietzanger geringd is.

Een rietzanger moet je vooral horen. In mei 2019 maakte ik een filmpje van de rietzanger, waarbij het enorme repertoire van de zangvogel goed tot zijn recht komt.

 

 

Libel, glassnijder

Tijdens een wandeling door de Weerribben zag ik in het hoge gras een libel. Ik vond het wel knap dat ik deze libel zag hangen.

Vanwege de grootte was het wel gelijk duidelijk dat het om een glazenmaker ging, maar om welke het binnen de familie glazenmakers ging, dat werd ik pas na determinatie  op de computer gewaar. Volgens mij is het een vrouwtje glassnijder.

In de regel zijn libellen zo weer gevlogen, maar deze bleef wonderwel een tijdje aan het grassprietje hangen. Zo kon ik de libel goed vastleggen wat het determineren achteraf vergemakkelijkte.

Om de libel goed te kunnen vastleggen moest ik aardig in het hoge gras roeren. Dat had tot gevolg dat ik enorm geplaagd werd door de mietsen (ook wel knutten, knaasjes, knijten, neefjes, mampieren, meurzen of zandvliegjes genoemd).

Rietgors

Onlangs maakte ik een wandeling in de Weerribben. Ik hoorde o.a. de roerdomp, de koekoek en de snor, maar dat zijn vogels die zich niet snel laten zien. Tijdens die wandeling lukte het wel om een rietgors vast te leggen. Weer een primeurtje. De eerste keer zat de vogel wat verder weg. Vanwege de straffe wind viel het nog niet mee om de vogel op die zwiepende wilgentakken fatsoenlijk op de foto te krijgen.

Het was een mannetje rietgors in voorjaarskleed. Ze zijn te herkennen aan hun zwarte kop en witte ‘sjaal’.

Jan schreef het al in zijn reactie: ‘Je wordt echt steeds meer vogelaar, hè.’ Het werkt inderdaad verslavend. Als je voor het eerst een bepaalde vogel voor de lens krijgt en het lukt om een aardige foto te maken en om de naam te vinden, dan smaakt het naar meer. En zo gebeurde het dat ik opnieuw afreisde met de camera naar De Weerribben. Ik maakte nu een andere wandeling en ook daar liet de rietgors zich zien. Deze keer zat de rietgors in het riet en dat is gezien de naam wel zo leuk.

De wandeling werd ongewild veel langer dan dat de bedoeling was. Ik genoot volop. Een paar kilometer verderop kreeg ik de rietgors nogmaals voor de lens. Deze rietgors had een snavel vol met voedsel. Het was vast de bedoeling om dit aan zijn jongen te voeren, maar er zat een fotograaf in de weg…

En al dat moois is te zien en te beluisteren in de Prikkepolder. Het gebied waar mijn vader en later mijn zwager ooit het riet sneden. Het gebied waar ik als kind heel wat heb rondgestruind toen ik met mijn vader meeging naar het rietland.