Winterkoninkje drinkt uit een vennetje

Vanaf de ooievaars wandelde ik via een omweg terug naar Huize Havixhorst. Ik kwam langs een vennetje.

In het vennetje dreef een grote tak. Op die tak hipte een winterkoninkje heen en weer. Onderwijl nipte het vogeltje water uit het vennetje.

Ik maakte enkele foto’s van het vlugge vogeltje. Jammer dat de autofocus van een bridgecamera de snelle beweging van het water nippen niet goed kon volgen. Die foto is dan ook niet scherp geworden. Maar voor het beeld heb ik de foto er wel tussen gezet.

Ooievaars op De Lokkerij

Vanaf landgoed Dickninge reed ik naar het verderop gelegen landgoed Havixhorst. Daar parkeerde ik de auto om te voet verder te gaan naar het ooievaarsbuitenstation ‘De Lokkerij’. Daar aangekomen werd ik overweldigd door zoveel ooievaars en ooievaarsnesten.

Bijna in iedere boom zit wel een ooievaarsnest. Verder is elk hoog plekje rond en op de boerderij bezet. Naast die natuurlijke plekjes staan er nog vele palen opgesteld waarop de ooievaars hun nest kunnen bouwen.

Door de bosschage fotografeerde ik het authentieke voorhuis. In het achterhuis bevindt zich het ooievaarsstation. De naam: ‘De Lokkerij’ dankt zijn naam aan de familie Lokken, die generaties lang het boerenbedrijf uitoefende. Lokkerij betekent dus: ‘de boerderij van Lokken.’

De ooievaars vlogen af en aan. Ik kan nu tijdens de corona-crisis wel stellen dat bij dit ooievaarsstation meer vliegbewegingen worden waargenomen dan bij de vliegvelden.  Als de ooievaar met nestmateriaal bij het nest kwam dan werd hij of zij dankbaar verwelkomd met een luid geklepper.

Het viel nog niet altijd mee om de snelle, laagvliegende ooievaars vast te leggen.

Ze toonden elkaar hun genegenheid door met hun snavel elkaar aan te raken. Of de ene ooievaar boog voor de ander de kop en zette een volle borst op. Ook maakte ik een aantal keren een paring mee.

Nadat ik mijn fotosessie had beëindigd trof ik de eigenaar buiten bij de brievenbus. Op grote afstand stelde ik hem een paar vragen. Hij vertelde dat er 51 nesten bezet zijn. Van de ongeveer 100 ooievaars blijven er 25 hier overwinteren. Het gaat goed met het aantal ooievaars, maar over de kwaliteit van de ooievaars is men wel bezorgd. Dat komt door de intensieve landbouw en dat er niet altijd genoeg voedsel te vinden is. Op internet vond ik meer informatie over de ooievaars  op het station.

Er moest ook eten worden verzameld. Dit haalden ze bijvoorbeeld in de naastgelegen weilanden. Het jaar 2019 was een uitzonderlijk jaar. Dat kwam door de klimatologische omstandigheden. Door de droogte konden de ooievaars heel moeilijk voedsel vinden voor hun jongen. Met als gevolg dat er opvallend veel grotere dode jongen onder de nesten werden gevonden.

Nest 5 wordt nog steeds bewoond door de oudste ooievaars op het station. Ze zijn beide 35 jaar oud. Zij hebben dit nest sinds 1990 permanent bewoond. Er wordt de laatste jaren nog wel eens een ei geproduceerd, maar dat vinden ze meestal na enige tijd onder het nest op de grond. Het laatste geslaagde broedsel was in 2013. In de 23 jaren met broedsel brachten zij 47 jongen groot. Bron is de site van De Lokkerij.

Er zijn ook ooievaars die een plekje in een boom te gewoontjes vonden en verkozen een elitair plekje op huize Havixhorst. Twee van de vier schoorsteenkappen zijn bezet. Ze maakten hun nest op de puntvormige schoorsteenkap, een knap staaltje bouwkunde.

Ik heb meerdere filmpjes gemaakt. Die filmpjes heb ik aaneengesmeed tot een film van ruim 4 minuten.

 

De holwortel en de hommel

Vandaag zoomen we in op de holwortel, ook wel kloosterkruid genoemd. De holwortel is een vroege lentebloeier. In maart/april kleurt het landgoed Dickninge rozerood en wit door de bloeiende holwortel. Het groen/blauwig blad bedekt de bodem. De holwortel is een plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae). De naam holwortel heeft de plant te danken aan het feit dat de ondergrondse knol van binnen hol is. De botanische naam Corydalis is afgeleid van het Griekse woord korydalis wat kuifleeuwerik betekent. Daarmee een overeenkomst aangevend op de bloem van de holwortel. Cava betekent hol, wat duidt op de holle knol. De holwortel is inheems in Midden-, Oost-, en Zuid-Europa. In Nederland en België is de holwortel aangeplant en verwilderd, mogelijk nog wild aan de uiterste oostgrens van Nederland en elders een kweekplant. Daarom hoort de holwortel ook tot de stinsenplanten.

De spoor van de bloem steekt ongeveer tot 12 millimeter over de bloemsteel uit. In het achterste deel van de spoor zit de honig. Omdat de spoor zo lang is kunnen alleen de insecten erbij met een lange tong of snuit (sachembij, wolzwevers of vlinders) tot achterin het spoor komen. De aardhommel bijvoorbeeld (Bombus terrestris) is te groot voor de nauwe bloem en bijt ter hoogte van de knik, gewoon een gaatje om bij de nectar achterin de spoor te komen. En zo kunnen meerdere bijen (de honingbij o.a.) bij de honing. De bijen die niet in de ´buis´ passen, proberen het eerst wel. Doordat ze landen op de onderste lip buigt deze een beetje door. De meeldraden en de stamper komen vrij en laten stuifmeel op het insect los. Het insect vliegt naar een andere holwortel voor nectar en zorgt zo voor kruisbestuiving. Althans zo hoort het te gaan aldus deze site.

Op de dag dat ik daar aan het fotograferen was, was de temperatuur nog niet hoog. Er vlogen dan ook nauwelijks insecten rond de bloemen van de holwortel. Gelukkig vlogen er een handjevol hommels die ik vervolgens bestookte met mijn macrolens. Ik heb deze keer een wat grotere scherpte/diepte gehanteerd in de hoop ze vliegend vast te kunnen leggen. Dat viel nog niet mee, omdat er bij zoveel bloemetje altijd maar weer afwachten is welke kant ze opvliegen. En zo gebeurde  het dat de hommel al bijna het beeld was uitvlogen voordat ik hem had vastgelegd.

Een aantal keren lukte het toch om ze in vlucht vast te leggen.

Hommels zijn goede bestuivers die ook vliegen bij minder gunstige weersomstandigheden, terwijl honingbijen enkel vliegen bij temperaturen boven de 12°C. Hommels vliegen van zonsopgang tot zonsondergang. Hun hele levenscyclus is afhankelijk van het stuifmeel en nectar uit bloemen voor hun voedsel. Bloemenstuifmeel bevat veel eiwitten en nectar veel suikers. Nectar geeft dan ook aan bijen en hommels energie om te kunnen vliegen. Maar stuifmeel en nectar dienen ook als voedsel voor hun larven. Voor het transport ervan naar het nest, hebben de vrouwtjes aan de achterpoten speciale stuifmeelkorfjes (corbicula), die we ook terugvinden bij de honingbij. De hommels die bij de bloemen van de holwortel rondvlogen hadden geen stuifmeelkorfjes aan hun poten. Hoe dat komt daar kom ik zo op terug.

Er zijn hommelsoorten met middellange of korte tongen, zoals de Aardhommel (Bombus terrestris) en de Weidehommel (Bombus pratorum). Hun tong is ongeveer even lang als die van een honingbij. Om toch bij diepliggende nectar te geraken, gaan ze op roverstocht en breken in in de bloem. Ze bijten een gaatje in de zijkant van de lange kroonbuis en steken daardoor hun tong om zo toch van de nectar te kunnen drinken.

Deze dieventruc is nadelig voor de bloem, want de zoete nectar wordt geroofd zonder dat er bestuiving heeft plaatsgevonden.  “Diefstal na inbraak” noemde de bekende veldbioloog J.P. Thijsse (1865-1945) dit gedrag. En dat verklaart waarom deze hommels geen stuifmeelkorfjes aan de achterpoten hadden. Ze waren bezig met hun dieventruc.

Onderzoekers van de Royal Society B. in Engeland  toonden nu aan dat bijen en hommels het nectarroven van elkaar aanleren en als het ware ‘leren stelen’. De ‘leerling-dieven’ gaan daarna ook zelf gaatjes bijten in de bloemkroon om de nectar te kunnen bemachtigen. Van deze inbraakgaatjes maken ook andere nectarzuigende insecten, zoals zweefvliegen, kevers en vlinders dankbaar gebruik om op een eenvoudige manier aan nectar te kunnen komen. Deze informatie heb ik van deze site van Nature Today.

En tot slot nog een foto van de bosanemoon.

Holwortel bij landgoed Dickninge

In deze tijd van het jaar bloeit de holwortel. Toen het afgelopen dinsdag zo mooi weer was besloot ik met de camera’s en een lunchpakket naar landgoed Dickninge te rijden.

Op het landgoed staan wel duizenden planten in bloei. Gelukkig waren er maar een handjevol mensen die daar ook een wandelingetje maakten. Fotografen zoals ik waren helemaal niet aanwezig. Gelukkig. Over de holwortel, ook wel het kloosterkruid genoemd kun je op deze site alles lezen.

De rijke geschiedenis van landgoed Dickninge wordt op deze pagina beschreven.

Tijdens mijn wandeling over het landgoed hoorde ik veelvuldig het ‘trrrrrrrrr’ van twee spechten. Het was net alsof ze met elkaar communiceerden. Ondanks mijn speurwerk lukte het maar niet om ze te vinden totdat ik er eentje zag neerstrijken op de stam. Helaas net achter een tak. Ook hoorde ik meerdere malen het geluid van een groene specht. De specht maakt dit ‘lachend’ geluid tijdens de vlucht. Ik ken dat geluid goed omdat er vlakbij onze tuin ook een groene specht zetelt. Tijdens het speuren naar de bonte specht zag ik per ongeluk een groene specht. De specht zat ver weg en ik moest flink inzoomen.

Toen ik bezig was met het fotograferen van de holwortel zag ik boven mijn hoofd iets kleins bewegen. Het was een staartmeesje. Ik heb in de winter in onze tuin wel eens een groepje staartmeesjes vastgelegd, maar een staartmeesje vastleggen in de natuur was voor mij de eerste keer.

Morgen zoomen we in op de holwortel, de hommels en de bosanemoon.

Rietland zonder vliegtuigstrepen

Nadat ik het kammen van riet had vastgelegd wandelde ik verder door het rietland.

Tussendoor genoot ik van de mooie blauwe lucht met hier en daar een wolkje. En waar ik nog het meest van genoot was het feit dat er geen vliegtuigstreep was te zien.

Op dat stukje waar ik me alleen op de wereld waande dacht ik terug aan vroeger. Aan de tijd dat ik met mijn vader meeging naar het riet. Aan de tijd dat ik in de ruigte (afval) ging liggen en naar boven keek en genoot van de mooie wolkenluchten. Nadat ik in alle rust had genoten van de stilte, de warme herinneringen, de geur en  het uitzicht wandelde ik weer terug naar Klaas Jan. Klaas Jan had net een dikke bos riet klaar.

Deze dikke bos riet bracht hij naar de slee. Een bos riet weegt al snel 30 kilo. Ook dit is dus een zware klus.

Terwijl Klaas Jan en Sander een korte pauze namen en iets gingen drinken wandelde ik in alle rust richting naar de auto.

Op onderstaande foto zie je goed het verschil tussen een perceel wat wel of niet wordt gemaaid. Als een perceel niet wordt gemaaid dan komen er steeds meer boompjes te staan en ontstaat er het zogenaamde broekbos. Het maaien van de rietlanden is niet alleen voor het oogsten van het riet, het is ook belangrijk voor het onderhoud van de natuur. Rietlanden herbergen speciale flora en fauna. De grote vuurvlinder is daar het mooiste voorbeeld van. De grote vuurvlinder heeft in de rietvelden zijn waardplant Het is de enige plek in Europa waar deze vlinder nog voorkomt. Rietsnijders zijn dus onontbeerlijk voor een goed natuurbeheer. Zie ook op deze site.

Bijen en blauwe druifjes

In onze tuin hebben we naast het terras een verhoogde border. In deze tijd van het jaar bloeien daar de blauwe druifjes. Terwijl ik daar heerlijk in het zonnetje lekker zat ‘af te schalen’ (in ziekenhuis zijn we aan het opschalen) zag ik dat de blauwe druifjes druk werden bezocht door de bijen. Ik haalde mijn camera met het macro-objectief op en ging er eens lekker voor zitten. Een bij streek neer op, de door de zon verwarmde, muurtje. Op de computer zag ik dat het arme beestje onder de mijten zat.

De bijen gingen nauwgezet ieder bloemetje bij langs om nectar te verzamelen. Ik koos deze keer voor een iets grotere scherpte/diepte en een korte sluitertijd. Ik wilde namelijk de bijen al vliegend vastleggen en dat lukt beter met de bovengenoemde instellingen. In de serie na onderstaande foto laat ik de bijen in vlucht zien.

Het was vandaag bij uitstek een prachtige dag om samen met mijn fotomaatje eropuit te gaan, bijvoorbeeld naar het rietland van Klaas Jan.  Maar helaas zit dat er vanwege Covid-19 niet in. Gezamenlijke fotokuiers zijn op dit moment niet verantwoord.  Omdat ik door mijn werk in de zorg veelal niet meer dan 50 cm verwijderd ben van mijn patiënten is de kans op besmetting groter. Ook al heb ik zelf nog geen ziekteverschijnselen ik kan het virus al wel bij mij dragen. Ik moet er dan ook niet aandenken dat Jan met zijn MS door mij besmet zou raken…

Jan heeft op zijn weblog treffend en mooi omschreven hoe onze gezamenlijke fotokuiers tot stand is gekomen en hoe de fotokuiers zijn uitgegroeid tot een mooie vriendschap. Deze vriendschap is er niet alleen tussen Jan en mij, ook met Aafje is er een warme vriendschap ontstaan. Met enige regelmaat praten we dan ook met z’n drieën gezellig bij.

En inderdaad… de liefde voor de macro-fotografie heb ik van Jan geleerd. Toen ik dat ontdekte ging er een wereld voor mij open.

 

Kikkerdril

Zoals ik in een eerdere post al schreef, de natuur laat zich niet tegenhouden. Niet door oorlogen, niet door ziekte, niet door sterven en niet door een Corona-crisis.

In onze vijver liggen sinds gisteren drie  hoopjes kikkerdril. Te schitteren in het lentezonnetje.

Vandaag heb ik het vijvernet opgetild en er enkele foto’s van gemaakt.

Fijn idee  hé dat de natuur toch gewoon z’n gang gaat en zich niet laat leiden door angst….

Reeën aan het Zwarte Water

Terwijl mijn zus en ik over de dijk langs het Zwarte Water van Hasselt naar Genemuiden reden zag ik in het weiland een grote groep reeën staan. Op mijn verzoek parkeerde mijn zus de auto.

Later zag ik op de computer dat de groep uit 13 reeën bestond.

Met de Nikon bridgecamera zoomde ik in op drie reeën. Wij stonden in de straffe wind bovenwinds. Terwijl wij foto’s maakten gingen de reeën rustig door met grazen.

Totdat de reebok plotseling zijn kop optilde en wellicht in de gaten had dat er toeschouwers waren.

Hij zag er waarschijnlijk geen kwaad in, want hij liep in alle rust weg om een eindje verderop verder te gaan grazen.

De twee reegeiten bleven nog wat langer staan kijken of het wel echt vertrouwd was.

Wordt vervolgd. 

Hoogwater en een vreemde eend bij Hasselt

Na onze fotosessie  aan de oostkant was onze volgende stop aan de andere kant van het Zwarte Water, ten noorden van Hasselt.  We parkeerden de auto onderaan de dijk. Zie Google Maps.

Ondanks de harde wind vloog er een grote groep meeuwen boven het Zwarte Water.

Ten noorden van ons stond een grote groep eenden op de oevers van het Zwarte Water. Het waren over het algemeen wilde eenden.

Er stonden echter ook een aantal zwarte met witte eenden tussen. Ik heb op internet gezocht maar kon niet vinden om wat voor eend het gaat. Kunnen jullie mij helpen aan een tenaamstelling?

De weilanden langs het Zwarte Water staan volledig onder water. Op dit plaatje van Google Maps zijn de weilanden te zien als ze niet zijn ondergelopen. Opnieuw kwam er een dreigende lucht aan…

… waar ook neerslag uitviel.

De bewoners van de huizen op de dijk hebben nu wel een mooi uitzicht over het water. Tenminste als je van water houdt. In het noorden is het nog zonnig, terwijl ten zuiden de bui langs trekt.

We stapten weer in de auto en vervolgden onze weg over de dijk.

Wordt vervolgd.