Delta Schuitenbeek

Tijdens onze vakantie maakten we een fietstocht vanaf de camping, via Strand Nulde naar Bunschoten-Spakenburg. Het traject tussen Strand Nulde en Bunschoten-Spakenburg voert over een fietspad over de oude Zuiderzeedijk langs het water. Tijdens het eerste stuk moet je het geraas van het verkeer op de A28 even voor lief nemen.

We fietsten door natuurgebied Delta Schuitenbeek. In het gebied zijn er verschillende eilandjes te vinden. Het is daar een el dorado voor vogels.

Tijdens die fietstocht waren we met z’n vieren. Ik had voor de zekerheid mijn handzame bridgecamera in de fietstas gestopt. Ik kon het echter niet maken om iedere keer te stoppen en te fotograferen. Om die reden ben ik de volgende dag vroeg in de ochtend daar weer heen gegaan en op dezelfde dag aan het eind van de middag nog een keer.

Op die manier was ik niemand tot last en kon ik mooi mijn eigen gang gaan.

In de namiddag was er een grote groep kieviten aanwezig. Mogelijk waren ze op doorreis en brachten ze daar de nacht door. Toen ik er ‘s morgens vroeg kwam waren ze verdwenen.

Naderhand zag ik op internet dat het tv-programma Binnenstebuiten een uitzending had gemaakt over dit gebied.

Wordt vervolgd.

Kijkhut bij de Sint-Ludgeruskerk

Een tijdje geleden was ik getipt over een kijkhut bij de Sint-Ludgeruskerk. Omdat ik nu toch in ‘de buurt’ op vakantie was besloot ik daar heen te gaan. De Sint-Ludgeruskerk bleek niet meer te zijn dan een fundament. Ik maakte eerst een rondje om de verdwenen kerk. Op deze site kun je er alles over lezen.

Daarna liep ik door naar de kijkhut. Vanuit de verte zag ik al dat het geen grote kijkhut was en dat er al een aantal vensters waren bezet. Totaal heeft de kijkhut 6 vensters, 4 naar voren gericht en 2 opzij. Van de 4 naar voren gericht vensters zijn er 2 op manshoogte en 2 op kinderhoogte. De twee mooiste waren reeds bezet door fotografen, die daar bijna dagelijks zijn…

Ik vroeg aan een van de fotografen of ik door ‘zijn’ kijkgat een overzichtsfoto mocht maken. Hij ga mij toestemming met de restrictie dat ik direct aan de kant moest gaan als er een interessant onderwerp voorbij kwam. Tsja, zo kun je ook met gasten omgaan. Wat me verder tegen de borst stuitte was de manier waarop hij sprak over een objectief van 12.000 euro. Hij vond dat een normale uitgave voor een hobby.

In het Veluwemeer liepen foerageerden o.a. flamingo’s, zwanen en zilverreigers. Omdat ik geen objectief van 12.000 euro heb zaten ze voor mijn apparatuur te ver weg.

Gelukkig verliet de bewuste fotograaf de kijkhut. De man die achterbleef was heel vriendelijk. Hij was bereid om alles met andere bezoekers te delen. Er was in tussentijd een moeder met zoontje gearriveerd. Het zoontje had een camera te leen gekregen. Hij kon mooi door het onderste kijkgat fotograferen. De fotograaf wees ons op een groepje dodaars met jongen.

Even later scharrelde in het slik voor de kijkhut een juveniele blauwborst. Deze waarneming hadden we ook te danken aan die vriendelijke man. Door de kleur van de slik is het geen topfoto geworden, maar ik heb nog niet eerder een juveniele blauwborst gefotografeerd.

Er kwam nog een paar keer een ijsvogel langs flitsen, maar helaas ging de ijsvogel niet voor de kijkhut vissen zoals hij een dag eerder wel had gedaan. Na een tijdje hield ik het voor gezien. Ik keek nog een keertje achterom naar de koeien en de kijkhut. Met de auto reed ik binnendoor via Doornspijk, Nunspeet en Harderwijk weer naar de camping nabij Putten.

Op de camping

We zijn onlangs op vakantie geweest naar de Veluwe. We stonden op een kleine camping in de buurt van Putten. Het was daar heerlijk toeven. We hadden veel ruimte en ruim zicht. We konden voor of achter de caravan in de schaduw zitten.

Op een dag kregen we ‘bezoek’ van een witte kwikstaart. Het viel voor het vogeltje vast niet mee om een kostje bij elkaar te scharrelen op het harde en droge grasveld.

Achter onze caravan bevond zich een paddenpoel omzoomd met bomen. Als we daar in de schaduw zaten hadden we mooi zicht op vogels en een paardenbijter die daar rondvlogen. Uiteraard had ik regelmatig de camera bij de hand. Het is alleen gelukt om het pimpeltje acceptabel op de foto te krijgen.

De komende tijd neem ik jullie een aantal keren mee naar de Veluwe.

Slachtoffers van de wolf

Voordat ik jullie meeneem naar fotoseries die ik maakte tijdens de vakantie op de Veluwe ga ik eerst naar een actueel onderwerp. Ik waarschuw jullie wel van tevoren, want de beelden kunnen als schokkend worden ervaren. Ik toon ze hier wel, want dit is wat het is…

Vanochtend zat ik al op tijd op de fiets. Mijn doel was om zonnestralen met nevel te fotograferen in het bos. Daarvoor fietste ik naar het nabij gelegen De Eese. Missie geslaagd.

Na een mooie tocht over de Eese kwam ik uiteindelijk uit bij de Steenwijker Aa. Daar wezen mij twee vissers op twee dode schapen. Ze hadden de eigenaar al een berichtje gedaan…

Een van de schapen was vanaf de dijk, door de sloot naar het naastgelegen weiland getrokken. Dat schaap was tot op het bot en vacht opgevreten.

Het tweede schaap is alleen gebeten in de hals en in de buik. Ik was onder de indruk van deze trieste aanblik.

Toen ik verder fietste richting de schaapskudde werd ik ingehaald door twee auto’s. Dat bleken de eigenaren van de schapen te zijn en de veearts. Er bleek nog een schaap gewond te zijn. Het schaap was in de luchtpijp gebeten met een gaatje in de luchtpijp als gevolg. De eigenaren hoorden dat aan de ademhaling. De veearts ging dit schaap uit zijn lijden verlossen.

De kadavers moeten op dezelfde plaats blijven liggen totdat er een taxateur is geweest. De taxateur neemt dan DNA af en observeert de wonden om te kijken of het werkelijk een wolf is geweest die de schapen doodde en/of verwondde. Op deze site kun je er alles over lezen. Volgens de eigenaren kon het nog wel even duren voordat de taxateur tijd had om bij hen langs te komen, want hij heeft het namelijk druk met alle gevallen in de buurt. De eigenaren hadden al meerdere malen de schapen geteld en ze ontdekten al eerder op de ochtend dat ze nog een schaap missen. Ze hadden die ochtend al druk gezocht, maar niet gevonden. De kans is groot dat het schaap in paniek in de Steenwijker Aa is gesprongen. Doordat de vacht zich volzuigt met water verdwijnt het schaap onder water. Over een paar dagen zal het schaap weer naar boven komen drijven…

Deze eigenaren zijn in 2 weken tijd 15 schapen op deze manier kwijtgeraakt. Wolvenproof omheinde percelen heeft geen zin, de veearts vertelde dat de wolf over een hek van 2 meter kan komen. Ik heb nog een tijdje met de veearts staan praten over deze ontwikkeling en het geheel stemde hem niet vrolijk. In het naburige Wapserveen zijn ook koeien aangevallen door een wolf.

De discussie omtrent de wolf is nog lang niet ten einde. Voor- en tegenstanders voeren soms verhitte debatten, maar tot op heden was het niet bekend wat de Nederlander nu vindt van de terugkeer van de wolf. Volgens een opinieonderzoek van Stichting Annemieke wil een merendeel van Nederland dat de wolvenstand beperkt en beheerd wordt. De uitkomsten van het onderzoek werd aangeboden aan de vaste commissie Landbouw van de Tweede Kamer.

Een vreemde vogel op het dak

Onze zoon zag hem als eerste, deze vreemde vogel tussen de huismussen.

Mijn man en ik zaten samen met een groep studenten in de tuin. Ik sprak mijn vermoeden uit dat het een kanarie was. Er was ook een student biologie in ons midden. Maar niet alle biologen zijn vogelaars… Hij twijfelde ernstig over mijn vermoeden. Ik vertrouw in dit geval maar op Obsidentify en niet op de bioloog in wording. Een kanarie dus…

Het laarzenpad

Nadat ik de kapitein en passagiers van de Ecowaterliner had uitgezwaaid startte ik met de wandeling over het laarzenpad.

Het laarzenpad is alleen te bewandelen buiten het broedseizoen. Het traject wordt overbrugd met meerdere pontjes. Op het moment dat ik op het eerste pontje stapte kwam er om de hoek een ijsvogel met een visje in de snavel aangevlogen. Het pijlsnelle vogeltje kwam recht op mij af. In een split second zag de ijsvogel mij en wijzigde zijn koers. Ik was verrukt en had het nakijken. Halverwege de overtocht ben ik even gestopt om een foto te maken van de voormalige watertoren van Sint-Jansklooster. Deze toren is omgebouwd tot uitkijktoren. Die beklimming staat nog op mijn to do list.

Na een wandeling over het pad omzoomd met riet kwam ik op een open vlakte. Het riet beperkt enorm in het uitzicht, ik was dan ook blij dat ik halverwege het pad een aantal doorkijkjes had. Aan de boot en het materiaal te zien was de zomermaaier hier aan het werk.

Ik wandelde door naar de Beulakerwiede. Op de oever van deze plas heb ik langere tijd genoten van het mooie uitzicht en de geur van het water en de kragge. Ik zoomde in op een zeilboot en een kunstwerk. Het kunstwerk, de Beulaker Toren is van de hand van Alphons ter Avest. Onder deze weidse plas ligt het verdronken dorp, Beulake. De bewoners van dat gebied staken eind 18e eeuw rond het dorp zoveel turf voor de snel groeiende bevolking in Holland, dat de Zuiderzee het kwetsbare dorp tijdens een hevige storm volledig overspoelde. Volgens overlevering was alleen de kerktoren nog jarenlang boven het water zichtbaar. Op deze site van Bredewiederkrant kun je lezen over het kunstwerk.

Na het mooie moment op de oever van de Beulakerwiede wandelde ik verder naar het volgende pontje, nummer drie op de route. Dit pontje was op drift geraakt en moest ik dus eerst aan wal trekken. Het is overigens wel lastig om de pontjes te bedienen als je behangen bent met foto-apparatuur.

Bijna aan het eind van de route kwam ik wederom op een open stuk terecht. Op dit gedeelte zag ik tot twee keer toe een koninginnepage vliegen. Helaas bleven ze niet lang genoeg stil zitten om ze scherp in beeld te krijgen. Tussen het riet zat een vrouwtje rietgors verscholen en een kleine karekiet. Dat was een mooie toegift.

En toen was ik weer gearriveerd bij het bruggetje waar mijn wandeling begon. De route heeft het laarzenpad, maar met de droogte van de laatste tijd zijn laarzen echt niet nodig. Hoge stevige wandelschoenen zijn wel aan te raden, want het zijn geen gebaande paden…

Koninginnepage

Bijna twee weken geleden ben ik wederom naar het bezoekerscentrum in De Wieden geweest in de hoop de koninginnepage daar weer te treffen.

Ik moest wat meer geduld hebben dan de vorige keer, maar ik had geluk. Het seizoen van de vlinderstruik was bijna ten einde. De meeste bloemen waren uitgebloeid. Als je de bloemen eruit knipt dan schijnt de vlinderstruik door te bloeien. Bij het bezoekerscentrum laten ze het voor wat het is…

Ook de naastgelegen bloementuin begon al een beetje in verval te raken. Met name een van de lievelingsplanten van de koninginnepage, de phloxes raakten uitgebloeid.

Ik vind persoonlijk de momenten waarop de koninginnepage op de phlox zit mooier dan wanner de vlinder van de vlinderstruik aan het snoepen is. Dat eerste is wel lastiger fotograferen want ze zijn dan veel beweeglijker.

De koninginnepage vliegt nog tot half september toch denk ik dat we het hoogtepunt van de tweede generatie hebben gehad. De vlinder op onderstaande foto redt dat sowieso niet meer tot september, deze was tot op de draad versleten…

Zwarte stern

Een tijdje geleden gingen Jan en ik weer eens samen op stap. Op mijn verzoek gingen we naar de kijkhut aan De Leijen om te kijken of we zwarte sterns zouden kunnen fotograferen.

We keken uit over een winderige plas. Er was geen zwarte stern te zien. Het wolkendek brak iets open om vervolgens even later weer dicht te trekken.

In de buurt van de kijkhut zwom een fuut met jongen.

Voor de hut staan meerdere palen in het water. Op een van de palen stond een meeuw. Toen ik een aantal dagen later met deze foto’s bezig was verdiepte ik mij in deze meeuw. Ik gebruikte daarbij de ANWB vogelgids van Europa. Ik vind dat een waardevolle aanvulling op de informatie wat op internet is te vinden. In dat boek las ik dat het een kokmeeuw was. Deze meeuw had echter geen chocoladebruine kop. Meeuwen kennen qua uiterlijk meerdere leeftijdsgroepen. Ieder jaar dat ze ouder worden zien ze er anders uit. Dat verklaart dus ook dat deze meeuw geen chocoladekleurige kopkap heeft, maar dat er nog veel wit in de kopkap zit. Onderstaande meeuw is een adult (volwassen) van de 1e zomer. Dat het een adult is en geen juveniel zie je aan de kleur van de poten en de snavel.

Enfin, we waren niet voor de meeuwen gekomen, maar voor de zwarte sterns. Na lang wachten kwam er dan toch van tijd tot tijd een zwarte stern voorlangs vliegen. Ik richtte mijn spiegelreflex en 100-400 objectief op de zwarte stern, maar helaas de autofocus kon de snelle vogels niet scherpstellen. Wellicht was het te donker en vielen de vogels weg tegen het donkere water. Vervolgens heb ik de camera met de hand scherpgesteld en toen lukte het beter.

Zwarte sterns zijn vogels van het ondiepe moeras. Ze broeden op drijvende watervegetatie (liefst krabbenscheer), nestvlotjes en modderbanken in ondiepe en matig voedselrijke moerassen en in agrarische gebieden met brede sloten en modderbanken. Ze foerageren niet ver van de kolonies op kleine visjes, amfibieën, insecten en regenwormen. Zwarte sterns overwinteren in West-Afrika.

Zwarte sterns broeden in mei-juni. Ze hebben één legsel per jaar van 2-3 eieren. Broedduur 20-22 dagen. Het nest wordt gemaakt in zoetwatermilieus op drijvende vegetatie, liefst krabbenscheer, of kunstmatige nestvlotjes. Ze broeden in kleine kolonies. De jongen zitten 25-28 dagen op het nest. Ze kunnen het nest al vanaf de tweede week voor langere tijd verlaten en worden nog enige tijd na uitvliegen gevoerd.

De zwarte stern staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels als ‘bedreigd’. Om verschillende redenen kwam de zwarte stern in het nauw. Erg belangrijk is de grootscheepse afname van krabbenscheer, de belangrijkste leverancier van nestgelegenheid in ondiepe moerassen. Die afname heeft alles te maken met het inbrengen van gebiedsvreemd hard water in veensloten en -plassen. Ook de sterk toegenomen bemesting en verdroging van veel veenweidegebieden speelt een grote rol. Daar zijn geen grote insecten meer. Waar zulke extensieve graslanden nog wel bestaan, bevinden zich zwartesternbolwerken en kon de soort toenemen door intensief beschermingswerk, waaronder het uitleggen van nestvlotjes. In hoeverre de situatie in de winterkwartieren mede verantwoordelijk is voor de aantalsafname is niet bekend. Bron is de site van Vogelbescherming.

Ik vond een interessant filmpje over de legvlotjes voor de zwarte stern.

Koereiger, purperreiger en lepelaar

Een paar weken geleden ben ik naar De Auken geweest. Dat is een natuurgebied nabij Giethoorn. Ik was er dit jaar nog niet geweest en vreesde dat ik te laat zou zijn voor het broedseizoen…

De wandeling naar de vogelkijkhut is een hele tippel, maar wel een mooie wandeling. In de vogelkijkhut was ik samen met een medewerker van Natuurmonumenten. Dat trof mooi want hij wist mij alles te vertellen over de broedsuccessen in dat gebied. De nesten liggen aan de overkant van de plas.

Zo broedt daar ook de koereiger. Op de site van Vogelbescherming staat het volgende geschreven… De van oorsprong uit Afrika afkomstige koereiger is één van de zeldzamere reigersoorten in ons land. De aantallen lijken de laatste jaren toe te nemen en in 1998 is voor het eerst met zekerheid gebroed in de Wieden (Overijssel), zonder succes overigens. In 2006 was er een evenmin succesvol broedgeval in de Braakman (Zeeland). Koereigers zijn minder dan andere reigers gebonden aan water, en aan te treffen in weilanden met koeien, paarden of schapen. Ook liften ze graag op de rug van een schaap of koe mee.

De overkant van de plas ligt buiten mijn zoombereik om daar mooie foto’s van te maken. Ik moest het dus hebben van overvliegende vogels. Terwijl ik de lucht goed in de gaten hield landde in een boom op korte afstand van de kijkhut een purperreiger. Volgend de medewerker was het een juveniel die voor de eerste keer van het nest was gevlogen. De purperreiger zocht al fladderend een plekje hoger in de boom. Het geheel ging inderdaad wat stuntelig.

Even later kwam een groep lepelaars in glijvlucht over. Een prachtig gezicht. Dat het in glijvlucht is op een foto te zien omdat ze de vleugels allemaal en dezelfde stand hebben. Deze glijvlucht was vanwege hun aanstaande landing op hun nesten.

En tot slot nog enkele purperreigers in vlucht.

Waterral

Na de vluchtige ontmoeting met de wezel bleef ik daar nog een tijd staan. Ik hoopte dat de wezel nog een keer tevoorschijn kwam.

Het volgende moment hoorde ik wat plonzen in de plas. Ik dacht aan een meerkoet of waterhoen. Toen ik door de zoeker keek zag ik dat het een waterral was. Dat was de zoveelste verrassing op die ochtend. Ik heb nog nooit een waterral gezien.

De waterral is een wat geheimzinnige, schaarse broedvogel in Nederland. Hij laat zich zelden zien, maar je kan hem wel horen. Uit het moeras klinkt wel eens z’n gegil als een speenvarken. Een deel van de waterrallen blijft het hele jaar in ons land. In de winter langs bevroren rietrandjes zijn ze dan goed te zien. Waterrallen zijn donker gekleurd met een rode lange snavel. Vliegen doen ze zelden bij verstoring, ze verdwijnen liever al lopend uit het gezichtsveld. Bron is deze site.

Als de waterral uit de begroeiing tevoorschijn kwam dan was dat altijd maar heel kort. Binnen een minuut verdween de vogel weer uit het zicht. Tel daarbij de begroeiing op de oever erbij op dan begrijpen jullie vast wel dat het niet meeviel om er fatsoenlijke foto’s van te maken.

Op een bepaald moment kwam de waterral tevoorschijn en ging zich uitgebreid badderen. Het badderen speelde zich af in de beslotenheid van de biezen.

Het was een mooi gezicht.

Na de grondige wasbeurt werd zijn/haar aandacht gevangen door iets wat uit de begroeiing kwam stappen. Er kwam nog een waterral aangelopen.

Dit leek mij een juveniel.

Zeker toen ik ze samen door de zoeker op de korrel had zag ik dat de voorste een ander verenkleed had en iets kleiner was.

Nog een laatste foto van het tweetal en toen vond ik het welletjes. Eenmaal thuis heb ik gelijk de foto’s op de computer gezet en gekeken wat het geworden was. Ik voelde mij een bevoorrecht mens dat ik dit allemaal had gezien en gefotografeerd.