Springendal en een aalscholver

Tijdens onze vakantie in september maakten we meerdere uitstapjes naar Twente. Een van die uitstapjes was naar natuurgebied Springendal. We kozen voor een wandeltocht van 6 km. Met een temperatuur van rond de 25 graden kon de wandeling zelfs in korte broek.

De tocht voerde ons over bospaden, langs omgeploegde akkers, langs oude schuren, langs riviertjes, om de Grote bronvijver, over karresporen, langs koeien en tenslotte langs grafheuvels.

Op een tak in de Grote bronvijver zat een aalscholver. Een voorbijganger vertelde ons dat deze aalscholver daar zijn vast stek had.

In de regel zijn aalscholvers niet zo van pottenkijkers en vliegen dan al snel weg. Deze aalscholver leek zich niets aan te trekken van de  wandelaars rond de vijver.  Even werd de zorg voor het verenkleed onderbroken, de vogel spreidde zijn vleugels en liet vervolgens een dikke kwak in het water vallen. Reken maar dat het een vies ruikend goedje is wat er in het water belandde.

De rivierkreeft in de Dinkel

De mooie wandeling langs de Dinkel eindigde bij deze versperring. Jammer, want de wandeling over de oever van dit riviertje verveelde mij nog lang niet.

Op dit hoge punt klom ik voorzichtig naar beneden en kwam ik uit bij de waterlijn.

Genietend van het uitzicht zag ik plotseling iets bewegen op de bodem van het riviertje. Al snel zag ik dat het een kreeft was. Ik was blij met deze waarneming en begon driftig te fotograferen.  Dat ik helemaal niet zo blij hoefde te zijn met deze waarneming dat leerde ik pas later…

Rivierkreeften zijn zoetwaterkreeften die in sloten, meren en rivieren leven. De rivierkreeft die oorspronkelijk in Nederland thuishoort is de Europese rivierkreeft (Astacus astacus). Dit is een inheemse soort. De soort is in Nederland bijna helemaal verdwenen door het achteruitgaan van de waterkwaliteit en verlies van geschikt habitat. In ons land hebben we nu te maken met een plaag van wel honderdduizenden Amerikaanse rivierkreeften. In 1985 werd de Amerikaanse rivierkreeft voor het eerst waargenomen in de Nederlandse wateren. Het gaat hier om wat in jargon een ‘invasieve exoot’ heet. De kreeft heeft nauwelijks of geen natuurlijke vijanden en vermenigvuldigt zich daardoor razendsnel. In principe eet de rivierkreeft vooral waterplanten maar als het beest hongerig is, wordt het een alleseter.

De enorme verspreiding van de Amerikaanse rivierkreeft leidt tot een afname van de biodiversiteit in de Nederlandse sloten. De kreeften vreten de sloten kaal, waardoor ander leven er onmogelijk wordt. De enige serieuze vijand van de rivierkreeft naast de mens is de reiger. De rivierkreeft is kwetsbaar als hij van schil verandert en jongen krijgt. Op dat moment graaft de kreeft holletjes in de oevers van sloten waardoor die worden aangetast. Het gevaar daarvan is dat koeien die uit de sloot willen drinken te water raken. Waterschappen en boeren hebben daarom belang bij bestrijding van de kreeft.

De meest voor de hand liggende oplossing voor de grote verspreiding van rivierkreeft in Nederland lijkt dan ook om de sloten en plassen leeg te vissen en de rivierkreeft te eten. Op dit moment zijn er maar een handjevol vissers die gericht rivierkreeft vangen. Hun vangst vindt gretig aftrek. Bron is deze site.

Springbalsemien bij avondlicht

In onze tuin staat hier en daar springbalsemien. Het is een exoot wat een gruwel is voor velen. Bij ons mag het beperkt blijven staan. De springbalsemien verspreidt zich gemakkelijk, maar kan zich bij de droge zomers van de laatste paar jaar maar moeilijk handhaven. We zijn blij met de springbalsemien omdat het een lekkernij biedt aan vele insecten. Op een vooravond stond de springbalsemien te pronken vlak in het zonnetje.

 

 

Deze bij vloog plotseling door het beeld. De sluitertijd van mijn camera was daar niet op ingesteld. Door de laagstaande zon werd het een ‘gouden’ bij en mag deze hier een plekje krijgen.

Leggelderveld, bloeiende heide, klokjesgentiaan en beenbreek

Op een mooie middag fietste ik naar het Leggelderveld. Ik was specifiek op zoek naar bloeiende heide…

In het Leggelderveld maakte ik een wandeling. Op de achtergrond is de zendmast van Hoogersmilde te zien.

Tijdens mijn wandeling kwam ik langs een ven waar koeien lagen te herkauwen.

Na het passeren van het hek vervolgde ik mijn weg door Leggelderveld.

Vlak langs het pad zag ik tot mijn vreugde vele klokjesgentiaan staan. Helaas zaten er geen eitjes van het gentiaanblauwtje op deze klokjes.

Langs hetzelfde pad zag ik een voor mij onbekende plant staan. Via de app: PlantNet kwam ik erachter dat het de vruchtlichamen zijn van beenbreek. Zie ook deze site.

Wilde peen

In Dwingelderveld staat wilde peen ook wel vogelnestje genoemd.

Onze eetbare wortels stammen af van de wilde peen.

De wilde peen heeft een bijzondere bloeiwijze.

Op deze site kun je er alles over lezen.

Een beetje mist

Op een dag was ik weer vroeg aan het fietsen in Dwingelderveld. Het was een klein beetje mistig.

Een aantal roodborsttapuiten vlogen voor me uit om vervolgens te landen in een krentenbos.  Als ik te dichtbij kwam vlogen ze weer voor me uit.

Aan de horizon in de mist is de radiotelescoop te zien. Een echte blikvanger in het Dwingelderveld.

Andere vroege vogels die in het veld waren te vinden waren de hardlopers en de hardfietsers…

De heide bloeit.

Even later helderde het wat op. Een groep brandganzen vloog over.

 

Bloeiende heide op Aekingerzand

We waren op een avond rond zonsondergang op het Aekingerzand. Het werd geen  spectaculaire zonsondergang, daarvoor was het net wat te bewolkt. In deze serie laat ik jullie de bloeiende heide zien.

Het Aekingerzand is een uitgestrekt gebied met zandverstuivingen dat deel uitmaakt van het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Het Aekingerzand ligt nabij Appelscha in het grensgebied van de provincies Drenthe en Friesland.

Regendruppels in de zonneschijn

Na de hittegolf hebben we nu een periode van wisselvallig zomerweer. Zonneschijn en fikse buien wisselen elkaar af. De buien zijn plaatselijk. Heel plaatselijk. In onze achtertuin vielen de regendruppels op de knoppen van de springbalsemien. Tegelijkertijd scheen op de achtergrond de zon…

Het volgende moment verdween de zon achter een grote wolk. Het kleurenpalet veranderde op slag.

 

Het liefdesspel van een muskusboktor

Tijdens een fotokuier in de Weerribben zag ik een hele grote insect op een schermbloem zitten. Het was de muskusboktor, zo leerde ik later op de computer.

In Nederland is de muskusboktor niet meer zo algemeen als vroeger. Door verdroging groeien er minder wilgen in ons land, waardoor er minder leefgebied voor de tor overblijft. De boktor leeft namelijk vooral op de wilg. Ook voedt hij zich uitsluitend met het stuifmeel en wondsappen van bomen als de wilg. De tor heeft zijn naam te danken aan het feit dat hij bij verstoring een sterke muskusachtige geur uitscheidt. De kever is alleen te zien in juni, juli en augustus.

Dit paartje was bezig met hun liefdesspel. Waar zij ging daar was hij ook…

Halverwege de fotosessie kwam de zon tevoorschijn. Door de zon komt de glanzende metaalkleur beter tot zijn recht.

Zilveren maan, einde vliegtijd

Het lukte mij niet om in de vroege ochtend een zilveren maan met dauwdruppels te fotograferen. Later op de ochtend vond ik nog wel een zilveren maan op een kattenstaart. De vliegtijd leek zo ongeveer ten einde. Op het moment van fotograferen zat er net een grote wolk voor de zon.

Omdat de vlinder keurig bleef zitten heb ik gespeeld met de scherpte/diepte. Bij onderstaande foto heb ik scherpgesteld op de rechter antenne.

Bij onderstaande foto was het scherpstelpunt op het oog en de linker antenne.

Toen de zon weer tussen de bewolking door piepte gaf dat gelijk een ander beeld.