Vlinder, de zilveren maan

In de Weerribben fotografeerde ik onlangs de zilveren maan.

De zilveren maan is een zeldzame standvlinder die vooral voorkomt in het veenweidegebied op de grens van Utrecht en Zuid-Holland, in de kop van Overijssel, in Friesland en op Terschelling.

De zilveren maan vliegt in twee generaties en wel van mei tot half juni en van half juli tot september.

De vlinder heeft een mooie tekening bovenop de vleugels, maar de onderkant van de vleugels vind ik nog vele malen mooier.

De naam is eigenlijk best gek wanneer je het beestje ziet. Omdat de vlinder niet zilver is en ook niet de vorm van een maan heeft. De wetenschappelijke naam luidt Boloria selene (Boloria= visnet, zoals de structuur van de vleugels. Selene= een andere naam voor de god van de maan, Artemis). Hij lijkt ook nog eens op veel andere soorten zoals de zilvervlek of de duinparelmoervlinder waardoor hij lastig te herkennen kan zijn.

Deze vlindersoort is nu vrij zeldzaam, maar dat was niet altijd het geval. De zilveren maan kwam vroeg in de 20e eeuw nog algemeen voor in vochtige, moerasachtige gebieden, daar waar de waardplant van de rups, het moerasviooltje, groeit. De grootste populaties trof je aan in het veenweidelandschap tussen Utrecht en Zuid-Holland en Noordwest-Overijssel.

Pas sinds de jaren 40 nam het aantal populaties af. Rond de zestiger jaren kwam hij vrijwel uitsluitend in natuurgebieden voor. Met de tijd zijn de aantallen verder gedaald tot hoogstens vijftien populaties en daarom staat de soort aangeschreven als bedreigd. Bron is deze site.

Weidebeekjuffers

Tijdens mijn fietstocht door Nationaal Park, de Drentsche Aa pauzeerde ik bij dit stroompje. Als snel zag ik boven het water tientallen weidebeekjuffers vliegen.

Flink inzoomend heb ik getracht ze vliegend vast te leggen. Later op de computer zag ik dat het nog niet meeviel om een bevredigend resultaat te krijgen. Voor de beeldvorming laat ik ze hier wel zien, ik vind ze ook vliegend opvallend mooi.

Deze keer zag ik ook een vrouwtje weidebeekjuffer. Zij is ook mooi.

Het mannetje had ik al eerder uitgebreid vastgelegd, Ook deze keer mag het opvallende mannetje hier weer een plekje krijgen.

Gentiaanblauwtje zet eitjes af

Even vooraf de volgende opmerking. De onderstaande foto’s zijn genomen vanaf het wandelpad in Dwingelderveld. Door in te zoomen en te croppen heb ik het gentiaanblauwtje ‘dichterbij’ gehaald.

Het is per ongeluk dat ik een gentiaanblauwtje in vlucht heb vastgelegd. De foto’s zijn niet haarscherp, omdat mijn camera met sterke zoom dat niet zo snel kon scherpstellen.

Het vlindertje maakte een rondje om vervolgens te landden op een klokjesgentiaan nog in de knop…

Het volgende moment besefte ik wat het gentiaanblauwtje aan het doen was, ze was bezig met het afzetten van haar eitjes.

Dat ik dat nog een keer mag meemaken én vastleggen!

 

 

Klik hier voor een informatief filmpje van RTV Drenthe over de kloktjesgentiaan en het het gentiaanblauwtje.

Gentiaanblauwtje

Even vooraf de volgende opmerking. De onderstaande foto’s zijn genomen vanaf de wandel- of fietspaden in Dwingelderveld. Door in te zoomen en te croppen heb ik de gentiaanblauwtjes ‘dichterbij’ gehaald.

In het veld is de klokjesgentiaan gemakkelijk te herkennen. Maar de klokjesgentiaan die nog in de knop zit is door een leek lastig te onderscheiden van andere vegetatie. En juist op de bloemknop zet het gentiaanblauwtje haar eitjes af. Als je van het pad afgaat dan vertrap je de bloemknoppen met de eitjes.

In de vorige post schreef ik over de eitjes op de klokjesgentiaan. Tevens schreef ik over de unieke samenwerking tussen het gentiaanblauwtje, de klokjesgentiaan en de knoopmieren. Deze factoren moeten wel op hetzelfde moment op dezelfde plaats aanwezig zijn. Een afwijking in (klimatologische) omstandigheden kan funest zijn. Ik heb de experts c.q. de tellers van de eitjes er nog niet over gehoord, maar ik heb de indruk dat het dit jaar redelijk goed gaat met het aantal eitjes…

Op een namiddag ging ik op stap in de hoop het gentiaanblauwtje te zien vliegen en te fotograferen. Ondanks de lichte bewolking vlogen er boomblauwtjes, citroenvlinders, en zandoogjes, maar er was geen gentiaanblauwtje te bekennen. Maar ik had geduld, veel geduld. Na anderhalf uur wachten en speuren ontdekte ik dan eindelijk het eerste gentiaanblauwtje.

En even later zag ik er nog een vliegen. Het was inmiddels wat zonniger geworden en dat was vast de reden dat deze vlinder zich liet zien.

Ten slotte was ik getuige van een prachtig moment, maar daarover de volgende keer meer…

 

Klokjesgentiaan

Even vooraf de volgende opmerking. De onderstaande foto’s zijn genomen vanaf vanaf de wandel- of fietspaden in Dwingelderveld. Door in te zoomen en te croppen heb ik de klokjesgentiaan ‘dichterbij’ gehaald.

In Dwingelderveld bloeit op dit moment de klokjesgentiaan. Dit prachtige blauwe bloemetje hoort thuis in vochtige heidevelden. Door het verdwijnen van het goede biotoop is het plantje in de loop der jaren steeds zeldzamer geworden. Natuurontwikkeling, bijvoorbeeld het plaggen van heide, geeft deze soort weer nieuwe kansen.

De klokjesgentiaan is gastheer van een heel bijzondere vlinder, het gentiaanblauwtje. Dit zeldzame vlindertje legt zijn eitjes alleen op klokjesgentiaan. Je ziet ze als witte stipjes op de blauwe bloemen of bloemknoppen zitten…

Het gentiaanblauwtje heeft een merkwaardige samenwerking met de knoopmieren. De rupsjes, die zich tegoed doen aan de zaadknoppen van klokjesgentiaan, vervellen drie keer en gaan dan op zwerftocht. Ze zijn dan nog maar drie millimeter groot. Als ze geluk hebben, worden ze gevonden door een knoopmier. Die pakt het rupsje tussen de kaken en neemt hem mee naar het mierennest…

De mieren zijn gek op het zoete vocht dat de rups uitscheidt en dat likken ze van de rups af. Ondertussen doet het rupsje zich tegoed aan het broed van de mieren. Dan verpopt de rups zich in het mierennest. Na de verpopping komt er een riskant moment. Als de vlinder uit de pop komt, herkennen de mieren de geur niet van deze nieuwkomer en vallen ze hem aan, als een vijandelijke indringer. De vlinder moet zich snel uit te voeten maken en het nest verlaten, anders overleeft hij het niet!

De volgende keer zoomen we in op de zeldzame vlinder, het gentiaanblauwtje.

Fochteloërveen

Op 11 juli reed ik met de auto met de fiets achterop naar natuurgebied het Fochteloërveen. Nadat de laatste bui was weggetrokken stapte ik op de fiets.

Een aantal vogelaars ‘wezen’ mij de weg naar de grauwe klauwier. Het paartje was druk met het voeren van hun jongen.

Bij dit ven hoorde ik een vogel roepen. Na speuren ontdekte ik het vogeltje, het was een rietgors.

Tijdens mijn fietstocht hoorde ik de kenmerkende roep van een kraanvogel. Ik stapte van de fiets en tuurde naar boven. Twee kraanvogels cirkelden op grote hoogte boven mijn hoofd.

In dit gedeelte parkeerde ik mijn fiets en ging ik te voet verder.

Ik hoopte dat ik het veenhooibeestje zou zien vliegen. Helaas is dat niet gelukt. Desondanks heb ik wel genoten en andere mooie flora en fauna gefotografeerd. Een schorpioenvlieg, een zweefvlieg, stijve ogentroost en een oranje zandoogje.

Ondanks de dreigende wolkenluchten bleef het de rest van de fietstocht droog.

Landgoed De Vossenberg

Een tijdje geleden maakte ik een wandeling in landgoed De Vossenberg in Drenthe. Ik vond het een verrassend mooi gebied. Een watertje meandert door het bloemrijke landschap. Een vistrap helpt de vissen om hogerop te komen. Met de macrolens fotografeerde ik een dikkopje, een icarusblauwtje en rupsen van de sint-jacobsvlinder. Wandel maar met me mee.

 

 

 

Moerassprinkhaan en andere

Tijdens onze fotokuier in de Weerribben kruisten ook meerdere sprinkhanen ons pad.

Het is gelukt om er een aantal op de foto te zetten. Ik ben geen kenner van sprinkhanen, maar door te zoeken op internet probeerde ik er wel wat over te leren. De krasser is een soort die ik al wel kende. Het is een soort die zich graag verstopt voor de fotograaf.

In Nederland kennen we ongeveer 50 soorten die je makkelijk kunt leren kennen, zo wordt er geschreven op deze site. Maar ja als je net begint en tot dusver alleen twee namen kende dan is 50 wel heel veel.  De site van Jan van Duinen gaf mij veel duidelijkheid over diverse soorten. Er zijn drie groepen sprinkhanen en dat zijn
1. Veldsprinkhanen
2. Sabelsprinkhanen
3. Doornsprinkhanen
De krasser behoort tot de groep van veldsprinkhanen. Op onderstaande foto houdt de krasser zich schuil in het hoge gras.

Tijdens de wandeling had ik ook een sprinkhaan vastgelegd waarvan ik pas op de computer leerde om wat voor soort het ging. Het was de moerassprinkhaan. Ook de moerassprinkhaan behoort tot de groep van veldsprinkhanen.

Ik wees mijn vriendin op de haagwinde (pispotjes) en vertelde haar dat deze plant een plaag is voor de rietteler. Op hetzelfde moment ontdekte ze twee sprinkhanen op de haagwinde. Het was een roodbruine en een witte sprinkhaan.

Via internet leerde ik dat we hier (volgens mij) te maken hebben met nimfen. Het zijn nog niet te determineren veldsprinkhanen.

Vlinders in de Weerribben

We hoopten tijdens onze fotokuier in De Weerribben de grote vuurvlinder en de grote weerschijnvlinder te zien, maar dat feest ging niet door. Ik laat hier de vlinders zien die we wel tegenkwamen. Op onderstaande foto wandelden we over een pad waar naast het pad vele kale jonkers bloeiden. De kale jonkers werden druk bezocht door diverse vlinders.

Hieronder staan diverse vlinders. De namen staan bij hun foto vermeld.

De rups van een dagpauwoog kwam ik tegen op dezelfde dag dat ik de serie van de ijsvogel maakte. Deze rups krijgt vandaag een plekje op mijn weblog in deze serie met o.a. de dagpauwoog.

Het landkaartje in zomerkleed heb ik één keer zien vliegen en landden. Ik kon er slechts twee foto’s van maken.

Libellen en andere insecten in de Weerribben

Met een vriendin tevens (natuur)fotografe ging ik op vrijdag 3 juli op stap naar de Weerribben. Voor mij was het een thuiswedstrijd, maar voor mijn vriendin uit Drenthe waren dit nieuwe plekjes. We startten in het Woldlakebos.

We gingen specifiek op zoek naar libellen en wel naar witsnuitlibellen. Eigenlijk waren we aan de late kant, want het seizoen voor bijvoorbeeld de gevlekte witsnuitlibel loopt ten einde. Dat is dan ook wel te zien aan de slijtage aan de vleugels. Ze waren onrustig en lastig te fotograferen, ik heb er slechts eentje acceptabel op de foto kunnen krijgen.

Gewone oeverlibel, een vrouwtje.

Er vloog een paringsrad van libellen voorbij. Ze landden op het pad een eindje bij ons vandaan. Door in te zoomen met de bridgecamera kon ik ze vastleggen. Geen mooie ondergrond dan wel achtergrond, maar toch krijgt deze foto hier een plekje. Het lukt mij zelden om een paringsrad van libellen vast te leggen. Volgens mij gaat het hier om de gewone oeverlibel.

De libellensoort die we veelvuldig zagen vliegen was de bloedrode heidelibel en dan met name jonge mannetjes. Slecht één keer zag ik een volgroeid mannetje vliegen en landden. Gelukkig kon ik deze vastleggen. Tussen de libellen door heb ik ook nog een hommel en een paartje rode weekschildkevers (soldaatjes) vastgelegd.

Tot slot de ‘grote’ ogen van een lantaarntje.

De bewolking nam toe. De lucht zag er eventjes dreigend uit, maar we hielden het droog.

Aan het eind van onze wandeling troffen we toevallig wederom Marijke. De natuurfotografe uit Kalenberg. Nadat we een aantal wetenswaardigheden hadden uitgewisseld vervolgden we onze weg.

Wordt vervolgd.