De Slufter

Na de wandeling in De Muy reden we naar De Slufter om daar een wandeling te maken. Wij zijn van mening dat als we op Texel zijn ook altijd wel even naar de Slufter ‘moeten’ vanwege het unieke karakter van dit gebied.

De Slufter is een uniek gebied dat in open verbinding staat met de Noordzee. Na een aantal mislukte pogingen om er een landbouwpolder van te maken, werd aan het begin van de 20e eeuw besloten het zeegat open te laten. Het Sluftergebied bestaat uit een krekenstelsel dat soms na een storm onder water staat. Je vindt er zouttolerante planten als zoutmelde, zeekraal, de geurige zeealsem en het lamsoor, waarvan de bloemen in de zomer het hele gebied paars kleuren. Het grootste deel van De Slufter wordt als vogelbroed en -rustgebied beheerd. Alleen het zuidelijke gedeelte is vrij toegankelijk. Je kunt vanaf de Sluftertrap het pad volgen tot aan het strand. In het noordelijke stuk broeden veel vogels, zoals eidereend, bergeend en kluut. In de Sluftergeul leven zeedieren als krabben, garnalen en platvis. Bron is deze site. Wandel maar met ons langs het krekenstelsel.

De volgende vogels heb ik kunnen fotograferen. Kanoet, man en vrouw. Eidereend, man en vrouw. Eidereenden met jongen. Veldleeuwerik. Tureluur.

Duinparelmoervlinder

Vandaag vervolgen we de wandeling in natuurgebied, De horsmeertjes op Texel.

Ik kwam twee vrijwilligers van Natuurmonumenten tegen, ze tipten mij over de duinparelmoervlinder. En inderdaad, even later zag ik deze zeldzame vlinder zitten op de kale jonker. De duinparelmoervlinder komt vooral voor in de duinen van Noord-Holland en op de Waddeneilanden.

De duinparelmoervlinder is een vlinder uit de familie Nymphalidae evenals de weerschijnvlinder die ik hier gisteren liet zien. De duinparelmoervlinder vind ik wel veel op familielid, de zilveren maan lijken. Van beide vlinders vind ik de onderkant minstens zo mooi als de bovenkant van de vleugels. Ik moest bij deze vlinder veel geduld hebben, de vlinder vouwde de vleugels namelijk weinig samen en als dat gebeurde was dat heel kort. De duinparelmoervlinder foerageerde voornamelijk op de klaver.

Horsmeertjes, orchissen en vlinders

Een van mijn lievelingsgebieden op Texel is De Horsmeertjes. Tijdens de vakantieweek heb ik er twee keer een wandeling gemaakt. De eerste keer alleen en de tweede keer samen met mijn man. Het eerste gedeelte van het traject voert over een breed fiets/wandelpad. In de bosschage aan weerszijden van het pad zitten veel zangvogels.

Halverwege het pad zijn er een aantal doorkijkjes waarbij je mooi kunt uitkijken over een van de twee horstmeren. Op onderstaand punt gaat het geasfalteerde pad over in enkele zandpaden.

Ik koos het pad langs een nat stukje natuur met een rijke en kleurrijke vegetatie.

Daar bloeiden o.a. diverse soorten orchissen. Ik leerde van Rudi dat het best lastig is om ze op naam te brengen, daarom begin ik er maar niet aan om de soorten te noemen.

Ik wandelde door het duingebied. Vorig jaar fotografeerde ik op deze plaats een paar keer de blauwborst. Zie hier en hier. Dit jaar heb ik de blauwborst niet gezien. Ook andere mensen waar ik mee aan de praat kwam hadden de blauwborst tijdens die dagen niet waargenomen.

Tijdens mijn wandeling over dat pad zag ik veel rupsen van de grote beer. Verder zag ik nog een kleine vos, een sint-jacobsvlinder, een distelvlinder en een gamma-uil.

Wandelaars en loopeenden

Op de derde dag van onze vakantie op Texel kwamen er nog meer familieleden op bezoek. Mijn jongste zus en haar jongste zoon kwamen ‘s ochtends op tijd met de boot over.

Vorig jaar hebben mijn man en mijn zusje in drie dagen tijd het gehele traject langs de Noordzeekust op Texel gewandeld. Dit jaar hadden ze als doel om het gehele traject langs de Waddenzee te voltooien. Dat was de reden dat wij ze bij de boot stonden op te wachten. Ze startten namelijk meteen bij de boot met hun missie. Voor in de middag heb ik ze weer opgepikt bij de IJzeren Kaap. Ze hadden een wandeling van 13,6 kilometer gemaakt.

Terwijl een grote neef zorgde dat de auto en de zoon van mijn zus bij het vakantiehuis kwamen maakte ik met de auto een tochtje over het eiland. Wat betreft het weer hadden we twee hele mooie dagen gehad, maar op die eerste pinksterdag viel het weer tegen. Dat was met name sneu voor de nieuwste gasten.

In de buurt van dit huis parkeerde ik de auto en maakte een korte wandeling richting de schapenboet. Een boet is een Westfriese benaming voor schuur of bijschuur. De aanduiding komt voor in het noordelijk deel van Noord-Holland. Op het Texel duidt de benaming vooral een kleine schuur aan die diende als opslag voor hooi en ander voer voor de schapen. Vrijwel alle schapenboeten staan op Texel met de platte kant (en de toegangsdeur) naar het noordoosten, omdat de wind op Texel voornamelijk uit het zuidwesten waait. Het dak van de schapenboeten is bedekt met riet of dakpannen en de relatief lage muren, hebben kleine raampjes. Schapen stonden echter nooit zelf in een boet, daar was de schuur te klein voor. De schuurtjes op Texel werden gebouwd op land dat ver bij de boerderij vandaan lag. De boeten hebben een karakteristieke vorm, met een zadeldak dat aan één kant is afgeschuind. Hoewel de meeste vanwege ruilverkaveling in onbruik zijn geraakt, is een aantal van deze karakteristieke schuren behouden en gerestaureerd. Bron is Wikipedia. Terwijl ik de schapenboet stond te bestuderen kwam vanuit het niets drie loopeenden aangelopen. Ze waren niet bang voor mij, ze passeerden mij en verdwenen in het weiland naast de schapenboet. Een bijzondere ontmoeting.

Waalenburg

Op de ochtend van de tweede vakantiedag op Texel ging ik alleen met de fotocamera’s op pad. De jeugd ging winkelen in Den Burg en mijn man ging wandelen en wilde kilometers maken. Mijn eerste stop was bij Waalenburg, het eerste weidevogelreservaat van Nederland. Dit jaar zagen we veel ingezaaide bermen en akkerranden op Texel. Een lust voor het oog.

Onderstaand schrijven is van Jac P Thijsse. Hij richtte onder meer de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland op (1905) en schreef diverse vogelboeken. Thijsse had voor altijd zijn hart aan het eiland verpand. ‘Texelaar zal ik blijven tot het eind’, schreef hij later over Texel.

De veldleeuwerik is daar goed vertegenwoordigd. Het is een feest om daar te staan en het gezang van de veldleeuwerik te horen. Ik heb deze keer geen foto’s gemaakt van de veldleeuwerik in vlucht. Ze vlogen te hoog. Ik heb daar wel een tureluur, een bergeend en een aalscholver gefotografeerd.

Kikkers in Giethoorn

Op mijn weblog hadden we gisteren het vakantiehuis al verlaten terwijl ik nog een serie had over de kikkers bij het vakantiehuis waar onze vrienden onlangs verbleven. Voor het huis ligt een drassig rietveldje met een paar poelen.

In dat watertje bloeide de gele plomp. Op de gele plomp zat een ieniemienie insect.

Onze vriendin heeft een voorliefde voor kikkers. Ze kon daar haar hart wel ophalen, want er waren daar meerdere kikkers te horen en te zien.

Volgens de Obsidentify-app zou dit de meerkikker kunnen zijn.

Op een blad zat een jonkie, op het moment dat ik de camera daarop richtte sprong het kikkertje in het water.

Op het blad van de gele plomp zat een groene kikker.

En volgens Obsidentify en deze site zou dit de middelste groene kikker oftewel de bastaardkikker kunnen zijn.

Klimhortensia en insecten

Aan onze zijgevel groeit een klimhortensia. In deze tijd van het jaar bloeit deze klimplant volop. Als je er langs loopt dan word je omringd door een zoete bijna bedwelmende geur. De bloemen trekken heel veel insecten aan. Tijdens een zonnig uurtje heb ik mij met het macro-objectief uitgeleefd bij de klimhortensia. De uitdaging was om ze al vliegend vast te leggen.

Dit is een blinde bij. Deze insect lijkt op een bij (vandaar de naam), maar het is een zweefvlieg. Blind staat hier gelijk aan doof, zoals bij een dovenetel, dus ongewapend. Blinde bijen hebben een zwart, glimmend achterlijf, met een oranje gele tekening. De tekening is erg variabel. Verwarring met de honingbij is begrijpelijk, maar kan worden uitgesloten vanwege het aantal vleugels. Vliegen, zo ook een blinde bij, hebben één paar vleugels. Bijen daarentegen behoren tot de orde der vliesvleugeligen (Hymenoptera) en hebben 2 paar vleugels. Ook aan de ogen is te zien dat de blinde bij tot de vliegen behoort. 

De hommels behoren weer tot de familie van de bijen. De gewone aardhommel is een van de meest voorkomende hommels in Nederland. Die waren dan ook het best vertegenwoordigd op de klimhortensia. Op de tweede foto staat een distelvlinder. Het was een enigszins verschoten exemplaar. Op foto 3 foerageert een honingbij. Op de vierde foto vliegt een aardhommel met klompjes stuifmeel. Op foto 5 verzamelt een citroenpendelvlieg stuifmeel en nectar. Op de laatste foto doet een blinde bij zich tegoed aan al dat lekkers.

Tijdens het maken van dit bericht vond ik een interessante site wat gaat over zweefvliegen. Daar leerde ik dat zweefvliegen alleen stuifmeel en nectar verzamelen voor eigen gebruik dat in tegenstelling tot de bijenfamilie. Zweefvliegen hebben dus geen klontjes stuifmeel aan hun poten.

Meikever, veenpluis en kuifeend

Na mijn fotosessie bij de lepelaars zou ik mijn fietstocht vervolgen echter op dat moment vloog er een meikever langs. De meikever bleef hangen in in het stekelige struweel een eindje bij mij vandaan.

Nadat ik ook de meikever nog had meegepakt was het dan echt tijd om het Commissaris Cramerpad verder te volgen. Dit pad is in 2017 uitgeroepen tot mooiste fietspad van Drenthe. Ik kan me daar wel in vinden, het fietspad slingert zich door een prachtig landschap. Mijn volgende stop was bij veenpluis.

Even verderop staat een mooie kijkwand. De kijkwand heeft vele luikjes voor kinderen en voor volwassenen. Aan het nieuwe hout te zien zijn er recent nog nieuwe bijgemaakt. De nieuwe luikjes zijn groter, een teleobjectief met zonnekap past daar in en dat lukt bij de oudere luikjes niet.

Op de plas dobberden ganzen, wilde eenden en kuifeenden.

Een mannetje en vrouwtje kuifeend dook regelmatig onder om hun kostje bij elkaar te scharrelen. Als ze dan weer boven komen zie je zo mooi de waterdruppels van hun verenkleed afglijden.

Grauwe vliegenvanger, icarusblauwtje en mi-vlinder

Op zondag in ons familieweekend gingen we wederom in kleinere groepen uiteen. Onze zoon en ik kozen voor het natuurgebied bij het Lauwersmeer. We parkeerden onze auto bij activiteitencentrum Lauwersnest.

We bestudeerden een aantal routes en besloten de route te volgen van 3 km. We waren nog maar net gestart met die route toen we een aantal vogeltjes zagen rondscharrelen bij een bord. We stonden verdekt opgesteld achter een struik. We herkenden deze vogeltjes niet. De vogeltjes scharrelden de meeste tijd aan de achterkant van de borden. Tussendoor zaten de kort op de borden. Waarschijnlijk waren ze aan de achterkant van de borden op zoek naar insecten. Pas thuis op de computer kon ik determineren dat het hier ging om de grauwe vliegenvanger. De grauwe vliegenvanger staat als ‘gevoelig’ op de rode lijst.

De route die we volgden liep het eerst gedeelte parallel met de kabouterroute. Al snel besloten we te kiezen voor de gezellige route en wat minder kilometers en zo gingen we moeiteloos over in de kabouterroute. Wat zijn we toch flexibel. 😉

Toen we weer in de buurt waren van het bezoekerscentrum zagen we een blauwtje vliegen. Het vlindertje vloog alle kanten op en wilde maar niet gaan zitten. Eindelijk landde het blauwtje op de rolklaver en kon ik de vlinder fotograferen. Achteraf thuis zag ik dat het een icarusblauwtje was.

Terwijl ik op ‘jacht’ was naar het blauwtje zag ik een vlinder op de grond zitten. Het was de Mi-vlinder, een dagactieve nachtvlinder. De vlinder staat als ‘gevoelig’ op de rode lijst. Op de voorvleugels van de mi-vlinder bevindt zich een figuur, die lijkt op het profiel van een heks. De vlinder had geen fotogeniek plekje, maar omdat het voor mij toch een bijzondere waarneming was mag deze vlinder hier een plekje krijgen.

Na onze wandeling bleven we nog een tijdje staan lezen bij de enorme poster aan de wand van het Lauwersnest. Op deze poster staat informatie over de Oost-Atlantische trekroute van vogels. Nationaal Park Lauwersmeer en de aangrenzende Waddenzee liggen precies op een belangrijk knooppunt van deze route. Lees maar met ons mee…

Grutto en tureluur in de Onnerpolder

Nadat ik een paar uur had rondgedwaald aan de oostelijke kant van de Onnerpolder wandelde ik terug naar de driesprong. Vandaar volgde ik het westelijke pad. Zie Google Maps.

Terwijl ik daar genoot van het uitzicht landde een eindje bij mij vandaan een grutto op een paal. Ik had de grutto daar al een aantal keren horen roepen maar nog niet gezien. Ik wandelde voorzichtig richting de grutto in de hoop hem van dichterbij te kunnen fotograferen, maar dat feest ging niet door. De grutto vloog weg en landde tussen de pinksterbloemen in het naastgelegen weiland.

De grutto wandelde mooi te midden van de pinksterbloemen.

Ook de tureluur had ik meerdere keren gehoord en nog niet gezien. Even nadat ik de grutto had gefotografeerd kwam er een tureluur aanvliegen en landde op het hek. De landing heb ik kunnen vastleggen.

Na de geslaagde landing ging de tureluur uitgebreid het verenkleed poetsen. Hij was echter zo hard aan het poetsen dat hij zijn evenwicht verloor. Dat was voor hem niet leuk, maar voor mij als fotograaf wel een grappig moment. Hoe vaak gebeurt het nu dat je een stilstaand vliegbeeld kunt vangen…

Toen de capriolen voorbij waren en de tureluur zijn evenwicht had herpakt was er tijd voor een riedeltje.