Sint-jacobsvlinder

Terwijl Jan op  het Afanja-bankje  zat bij te komen van zijn macro-avontuur wandelde ik een eindje verder naar het noordelijke pad in de hoop daar juffers, libellen en andere insecten aan te treffen.

In het hoge gras vlogen vele juffers en lantaarntjes. Zien vliegen is een eerste, maar acceptabel vastleggen is een tweede. Ik denk dat dit een azuurwaterjuffer is.

Het aantal insecten op het fluitenkruid viel vies tegen er zat er welgeteld één. Het was wel een bijzondere insect,  althans voor mij een bijzondere. Bij mijn weten had ik deze nog niet eerder voor de lens gehad. Pas op de computer leerde ik dat het waarschijnlijk ging om de grote dansvlieg (Empis tessalata). Zie deze site.

Na deze fotosessie liep ik weer terug richting het bankje. Plotseling zag ik iets roods voorbij vliegen. Het was de sint-jacobsvlinder.

De sint-jacobsvlinder is een opvallende verschijning door de zwarte voorvleugel met twee rode stippen langs de achterrand en zowel langs de voor- als langs de binnenrand een rode streep. De achtervleugel is rood met zwarte randen. De sint-jacobsvlinder is  een overdag actieve nachtvlinder. De vlinder vliegt van begin april tot half augustus in één generatie. De periode waarin de vlinders uitkomen is vrij lang, zodat vlinders en rupsen tegelijkertijd kunnen voorkomen. De vlinders vliegen overdag en zijn gemakkelijk te verstoren. Ze komen ook wel ´s nachts op het licht af. De soort, die vroeger vooral veel in de duinen aanwezig was, heeft zich de afgelopen 30 jaar uitgebreid en komt nu in een groot deel van het land voor. In de kleigebieden in Friesland en Noord-Holland is de vlinder wat minder wijdverbreid. Bron is deze site.

Het viel niet mee om deze vlinder van dichtbij te benaderen. Als ik met de macrolens in de buurt kwam ging hij er weer vandoor. Aanvankelijk zat de vlinder in de beplanting naast het pad. Uiteindelijk vloog hij naar een gedeelte waar ik niet mocht komen. Op dat moment eindigde voor mij de ‘jacht’ op deze vlinder.

Libel, glassnijder

Tijdens een wandeling door de Weerribben zag ik in het hoge gras een libel. Ik vond het wel knap dat ik deze libel zag hangen.

Vanwege de grootte was het wel gelijk duidelijk dat het om een glazenmaker ging, maar om welke het binnen de familie glazenmakers ging, dat werd ik pas na determinatie  op de computer gewaar. Volgens mij is het een vrouwtje glassnijder.

In de regel zijn libellen zo weer gevlogen, maar deze bleef wonderwel een tijdje aan het grassprietje hangen. Zo kon ik de libel goed vastleggen wat het determineren achteraf vergemakkelijkte.

Om de libel goed te kunnen vastleggen moest ik aardig in het hoge gras roeren. Dat had tot gevolg dat ik enorm geplaagd werd door de mietsen (ook wel knutten, knaasjes, knijten, neefjes, mampieren, meurzen of zandvliegjes genoemd).

Vuurjuffer

Vanaf  de eekhoorn wandelden we verder. Ik heb nog wel naar boven gekeken maar geen eekhoorn kunnen ontdekken. We kwamen uit bij een bankje. Jan had al snel plaatsgenomen aan de ene kant van het bankje en ik zou net gaan zitten aan de andere kant toen ik een juffer zag zitten. Ik wees Jan op de juffer en we begonnen met het vastleggen van de juffer. Volgens Jan was het een vuurjuffer.

Ik had mijn macro-objectief meegenomen en begon eerst op afstand te fotograferen. Vervolgens kwam ik voorzichtig dichterbij de juffer in de hoop dat hij niet zou wegvliegen.

De vuurjuffer gedroeg zich voorbeeldig, we konden voldoende foto’s maken. Het was echter niet mogelijk om de juffer frontaal te benaderen want dan zou ik in de hulst moeten gaan zitten.

Bijen en hommels op de bloesem

We blijven nog even bij de bloesem van de fruitbomen in onze tuin. Wij zijn blij met de bijen en hommels die druk bezig zijn met de kruisbestuiving van de bloesem. Aan de vleugels te zien lijkt het erop dat deze hommel al veel vlieguren heeft. Het is vast een overjarige hommel.

 

Behalve de hommels zijn ook de bijen druk met het verzamelen van stuifmeel. Op de foto is het stuifmeelklompje  aan de linker achterpoot te zien.

 

Het is zelfs gelukt om met de Nikon bridgecamera een vliegende bij vast te leggen.

 

Kikkerlarfjes in onze vijver

In eerdere posts liet ik hier het kikkerdril en de kikkers bij het kikkerdril  zien. Ongeveer twee weken geleden ontdekte mijn eega wel duizenden kikkerlarfjes in de vijver. Uiteraard moest daar wel even een fotoserie van gemaakt worden. Onderstaande foto is technisch niet fraai, maar het gaat hier om het idee. In deze periode laat de magnolia zijn bloemblaadjes vallen en daarvan komen er veel in de vijver terecht. Iedere dag schept mijn eega met een schepnet alle blaadjes uit de vijver met uitzondering van de blaadjes op de plaats van de kikkerlarfjes

Er was een groepje kikkerlarfjes die een bloemblaadje van de magnolia gebruikten als vijvertje. De kikkerlarfjes zwommen een meter vanuit de kant van de vijver.

Als ik met de Nikon inzoomde kon de autofocus niet scherp stellen op de kikkerlarfjes in de minivijver. Ik moest dus creatief zijn om de larfjes van dichtbij te benaderen. Daarom trok ik mijn waadbroek aan en zo kon ik op de rand van de vijver gaan zitten met de benen in de vijver. Op deze manier kon ik veilig voorover leunen. Onze dochter maakte de foto’s van mij met haar mobiel. En zo zag dat eruit…

Van mijn biologielessen van de middelbare school wist ik nog wel wat over kikkerdril, kikkervisjes en kikkers, maar veel was ik in de loop van de jaren toch kwijtgeraakt. Maar gelukkig hebben we internet. Na een tijdje zoeken en door de juiste zoekopdracht in te voeren kwam ik uiteindelijk terecht op een interessante site waar alles over kikkers staat beschreven. Daar leerde ik dat het bij ons om de bruine kikker gaat. Omdat bruine kikkers al zo vroeg in het voorjaar hun eitjes leggen, en het water dan nog zo koud is, leggen ze de eitjes hoog in het water. Op die manier vangen ze de meeste zonnewarmte.

Als een kikkerlarfje uit zijn eitje komt, zuigt het zich met het zuignapje vast aan een waterplant of aan het dril waar het uit gekomen is. Het blijft daar een tijdje hangen om verder te groeien. De uitsteeksels zijn de kieuwen waar ze de eerste dagen mee ademhalen.

Een paar dagen later heeft het kikkerlarfje een mondje en oogjes gekregen en het staartje is nu ook sterk genoeg om er mee te kunnen zwemmen. Het is nu een kikkervisje. De uitwendige kieuwen zijn verdwenen, het kikkervisje heeft nu inwendige kieuwen. Kikkervisjes kunnen net als kikkers ook ademhalen via hun huid. Bron is Wilma’s kikkersite. Ik was net op tijd met het vastleggen van de kikkerlarfjes, want een dag later waren het kikkervisjes geworden en verdwenen naar de diepte van onze vijver.

De holwortel en de hommel

Vandaag zoomen we in op de holwortel, ook wel kloosterkruid genoemd. De holwortel is een vroege lentebloeier. In maart/april kleurt het landgoed Dickninge rozerood en wit door de bloeiende holwortel. Het groen/blauwig blad bedekt de bodem. De holwortel is een plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae). De naam holwortel heeft de plant te danken aan het feit dat de ondergrondse knol van binnen hol is. De botanische naam Corydalis is afgeleid van het Griekse woord korydalis wat kuifleeuwerik betekent. Daarmee een overeenkomst aangevend op de bloem van de holwortel. Cava betekent hol, wat duidt op de holle knol. De holwortel is inheems in Midden-, Oost-, en Zuid-Europa. In Nederland en België is de holwortel aangeplant en verwilderd, mogelijk nog wild aan de uiterste oostgrens van Nederland en elders een kweekplant. Daarom hoort de holwortel ook tot de stinsenplanten.

De spoor van de bloem steekt ongeveer tot 12 millimeter over de bloemsteel uit. In het achterste deel van de spoor zit de honig. Omdat de spoor zo lang is kunnen alleen de insecten erbij met een lange tong of snuit (sachembij, wolzwevers of vlinders) tot achterin het spoor komen. De aardhommel bijvoorbeeld (Bombus terrestris) is te groot voor de nauwe bloem en bijt ter hoogte van de knik, gewoon een gaatje om bij de nectar achterin de spoor te komen. En zo kunnen meerdere bijen (de honingbij o.a.) bij de honing. De bijen die niet in de ´buis´ passen, proberen het eerst wel. Doordat ze landen op de onderste lip buigt deze een beetje door. De meeldraden en de stamper komen vrij en laten stuifmeel op het insect los. Het insect vliegt naar een andere holwortel voor nectar en zorgt zo voor kruisbestuiving. Althans zo hoort het te gaan aldus deze site.

Op de dag dat ik daar aan het fotograferen was, was de temperatuur nog niet hoog. Er vlogen dan ook nauwelijks insecten rond de bloemen van de holwortel. Gelukkig vlogen er een handjevol hommels die ik vervolgens bestookte met mijn macrolens. Ik heb deze keer een wat grotere scherpte/diepte gehanteerd in de hoop ze vliegend vast te kunnen leggen. Dat viel nog niet mee, omdat er bij zoveel bloemetje altijd maar weer afwachten is welke kant ze opvliegen. En zo gebeurde  het dat de hommel al bijna het beeld was uitvlogen voordat ik hem had vastgelegd.

Een aantal keren lukte het toch om ze in vlucht vast te leggen.

Hommels zijn goede bestuivers die ook vliegen bij minder gunstige weersomstandigheden, terwijl honingbijen enkel vliegen bij temperaturen boven de 12°C. Hommels vliegen van zonsopgang tot zonsondergang. Hun hele levenscyclus is afhankelijk van het stuifmeel en nectar uit bloemen voor hun voedsel. Bloemenstuifmeel bevat veel eiwitten en nectar veel suikers. Nectar geeft dan ook aan bijen en hommels energie om te kunnen vliegen. Maar stuifmeel en nectar dienen ook als voedsel voor hun larven. Voor het transport ervan naar het nest, hebben de vrouwtjes aan de achterpoten speciale stuifmeelkorfjes (corbicula), die we ook terugvinden bij de honingbij. De hommels die bij de bloemen van de holwortel rondvlogen hadden geen stuifmeelkorfjes aan hun poten. Hoe dat komt daar kom ik zo op terug.

Er zijn hommelsoorten met middellange of korte tongen, zoals de Aardhommel (Bombus terrestris) en de Weidehommel (Bombus pratorum). Hun tong is ongeveer even lang als die van een honingbij. Om toch bij diepliggende nectar te geraken, gaan ze op roverstocht en breken in in de bloem. Ze bijten een gaatje in de zijkant van de lange kroonbuis en steken daardoor hun tong om zo toch van de nectar te kunnen drinken.

Deze dieventruc is nadelig voor de bloem, want de zoete nectar wordt geroofd zonder dat er bestuiving heeft plaatsgevonden.  “Diefstal na inbraak” noemde de bekende veldbioloog J.P. Thijsse (1865-1945) dit gedrag. En dat verklaart waarom deze hommels geen stuifmeelkorfjes aan de achterpoten hadden. Ze waren bezig met hun dieventruc.

Onderzoekers van de Royal Society B. in Engeland  toonden nu aan dat bijen en hommels het nectarroven van elkaar aanleren en als het ware ‘leren stelen’. De ‘leerling-dieven’ gaan daarna ook zelf gaatjes bijten in de bloemkroon om de nectar te kunnen bemachtigen. Van deze inbraakgaatjes maken ook andere nectarzuigende insecten, zoals zweefvliegen, kevers en vlinders dankbaar gebruik om op een eenvoudige manier aan nectar te kunnen komen. Deze informatie heb ik van deze site van Nature Today.

En tot slot nog een foto van de bosanemoon.

Bijen en blauwe druifjes

In onze tuin hebben we naast het terras een verhoogde border. In deze tijd van het jaar bloeien daar de blauwe druifjes. Terwijl ik daar heerlijk in het zonnetje lekker zat ‘af te schalen’ (in ziekenhuis zijn we aan het opschalen) zag ik dat de blauwe druifjes druk werden bezocht door de bijen. Ik haalde mijn camera met het macro-objectief op en ging er eens lekker voor zitten. Een bij streek neer op, de door de zon verwarmde, muurtje. Op de computer zag ik dat het arme beestje onder de mijten zat.

De bijen gingen nauwgezet ieder bloemetje bij langs om nectar te verzamelen. Ik koos deze keer voor een iets grotere scherpte/diepte en een korte sluitertijd. Ik wilde namelijk de bijen al vliegend vastleggen en dat lukt beter met de bovengenoemde instellingen. In de serie na onderstaande foto laat ik de bijen in vlucht zien.

Het was vandaag bij uitstek een prachtige dag om samen met mijn fotomaatje eropuit te gaan, bijvoorbeeld naar het rietland van Klaas Jan.  Maar helaas zit dat er vanwege Covid-19 niet in. Gezamenlijke fotokuiers zijn op dit moment niet verantwoord.  Omdat ik door mijn werk in de zorg veelal niet meer dan 50 cm verwijderd ben van mijn patiënten is de kans op besmetting groter. Ook al heb ik zelf nog geen ziekteverschijnselen ik kan het virus al wel bij mij dragen. Ik moet er dan ook niet aandenken dat Jan met zijn MS door mij besmet zou raken…

Jan heeft op zijn weblog treffend en mooi omschreven hoe onze gezamenlijke fotokuiers tot stand is gekomen en hoe de fotokuiers zijn uitgegroeid tot een mooie vriendschap. Deze vriendschap is er niet alleen tussen Jan en mij, ook met Aafje is er een warme vriendschap ontstaan. Met enige regelmaat praten we dan ook met z’n drieën gezellig bij.

En inderdaad… de liefde voor de macro-fotografie heb ik van Jan geleerd. Toen ik dat ontdekte ging er een wereld voor mij open.

 

Bijzondere logés

Vanochtend ontdekte ik een paar bijzondere logés op de logeerkamer.
Een dagpauwoog. Het kan zijn dat deze vlinder in winterslaap is. Zie ook de site van Nature Today.

En nog een andere insect, waar ik de naam niet van wist. Naschrift: Dankzij de reactie van Tine ben ik achter de naam van deze wants. Het is een bladpootwants. Zie deze site.

Logés zijn hier altijd welkom, maar toch leek het mij beter om deze twee een ander (koel) plekje te geven dan een verblijf op onze logeerkamer.

Juffers gevangen in dauwdruppels

In Terhorsterzand trof ik vorig weekend nog een aantal juffers. De juffers waren ‘gevangen’ door heel veel dauwdruppels. Met het macro-objectief heb ik me lange tijd vermaakt met deze juffers.

Ik vond het een feest om te zien en te fotograferen.

Onderstaande juffer was zich druk aan het poetsen, wellicht in de hoop dat de druppels dan sneller zouden verdwijnen. Maar ja, zolang ze niet beschenen worden door de zon blijven de druppels bestaan.

Omdat de juffer door de druppels niet kon wegvliegen draaide de juffer zich om de stengel om zich te verstoppen voor de camera.

In de grote druppel op de rug kun je zien dat de zon eraan kwam.

Insecten gevangen in dauwdruppels

Tijdens mijn fotokuier in Terhorsterzand ben ik lange tijd bezig geweest met het fotograferen van insecten die bedekt waren met dauwdruppels. Voor de fotoserie gebruikte ik mijn Canon macro-objectief.

De dauwdruppels belemmert hen om te vliegen. Ze zijn als het ware gevangen door de dauwdruppels.

Er zit voor hen niets anders op dan geduldig afwachten totdat de zonnestralen hen bereiken en de druppels doet verdwijnen.