Dat mag best eens gezegd worden, want wat kan dat kleine vogeltje prachtig zingen. Onverminderd gaat hij door. Het is dan ook het mannetje dat zo zijn best doet, het vrouwtje zingt niet.
Je hoort hem overal in onze tuin, maar zijn favoriete plek is de perenboom, naast de dode boom met het nestkastje. Dat kastje wordt regelmatig verkend, al is het nog niet zeker of er ook daadwerkelijk een nestje in komt.
De foto van de perenboom maakte ik op het moment dat Jan met de drone boven onze tuin vloog. Op het pad onder de perenboom zie je Jan in de schaduw zitten.

In de lente keert de bonte vliegenvanger terug uit Afrika. Vaak hoor je hem eerder dan dat je hem ziet.
Het mannetje arriveert als eerste. Hij kiest een territorium, claimt een geschikte nestplek, vaak een nestkastje en laat zich daar voortdurend horen. Met zijn zang probeert hij niet alleen een vrouwtje te lokken, maar ook andere mannetjes op afstand te houden.
Vanuit een vaste uitkijkpost jaagt hij op vliegende insecten. In korte, wendbare vluchtjes schiet hij de lucht in om zijn prooi te vangen, waarna hij vaak weer terugkeert naar dezelfde tak. Van zijn vaste plekje tussen de bloesem van de perenboom maakte ik onderstaande fotoserie.







Als eerste plantte ik een perenboom in mijn tuin.
Jammer genoeg werd dat geen succes.
Uiteindelijk heb ik de boom maar weggehaald.
Zou ik anders ook deze vogel in mijn tuin kunnen verwelkomen?
Vogelvriendelijke groet,
Ik heb de voorwaarden hieronder geplaatst. De mezen zijn de grootste concurrenten.
Je vergroot de kans op een bonte vliegenvanger door een nestkast met een opening van ongeveer 30 millimeter op een rustige, halfbeschaduwde plek op te hangen en die pas half april open te stellen zodat mezen hem niet eerder innemen. Een tuin met veel insecten — dankzij inheemse struiken, geen pesticiden en wat variatie in beplanting — maakt het gebied aantrekkelijker.