Het drama van Putten (1)

In klas 5 en 6 van de lagere school hadden we meneer Bakker als onderwijzer. Hij was tevens het hoofd van de school. Hij was een fijne onderwijzer, een onderwijzer wat je ieder kind zou gunnen. Ik praat overigens over lang vervlogen tijden. Het was de tijd dat we netjes aan elkaar schreven…

Waarbij de lessen werden verduidelijkt met wandkaarten…

En ‘t kofschip nog zonder ex was…

Doordat meneer Bakker zo boeiend kon vertellen vond ik met name de geschiedenislessen heel interessant. Het was tijdens de lessen over de Tweede Wereldoorlog dat hij vertelde over het ‘Drama van Putten’. Hoe jong ik ook was, het raakte mij enorm. Dat het me zo raakte lag aan de verteller. Meneer Bakker kwam uit Putten, hij vertelde het vanuit zijn hart…

Wordt vervolgd.

Het witte bruggetje en bootje varen

Op een avond ben ik op stap geweest op mijn geboortegrond. Ik parkeerde mijn auto en wandelde naar het witte bruggetje. Dit pad ligt tussen de buurtschappen Wetering en Kalenberg in De Weerribben.

Op de Wetering ben ik geboren en getogen. In Kalenberg had ik een bijbaan op een rondvaartboot. Ik heb dus vele malen over dit pad gereden met de brommer. Vroeger was het een smal schelpenpaadje, onlangs is dit pad verbreed waardoor snelle e-bikers elkaar moeiteloos kunnen passeren. Het witte bruggetje is authentiek.

Naast het bruggetje ligt een grote plas. Volgens overlevering is het daar heel diep en daarom wordt deze plas het ‘Het diepe gat’ genoemd. Het zand uit de plas is gebruikt voor de aanleg van de weg aan de oost- en westkant. Voor de aanleg van die wegen was het dorp alleen per boot, per fiets of te voet bereikbaar.

Op de plas was een jongen aan het spelevaren. Dat was voor mij wel herkenbaar, als jong meisje mocht ik vroeger ook zo graag varen met een boot met aanhangmotor. En maar op en neer over de Wetering. Ik had graag wat sneller gewild maar dat zat er niet in met een logge houten punter en een Mercury aanhangmotor van slechts 4 pk. Ik denk dat mijn ouders wel blij waren dat ik niet sneller kon…

Na een tijdje hield de jongen het voor gezien en verliet de plas en voer onder het bruggetje door.

Hij zette koers richting Kalenberg.

Nadat de golfslag was verdwenen maakte ik een foto van het kalme wateroppervlakte.

Ik heb nog een wandeling richting Kalenberg gemaakt. Halverwege het pad hield ik het voor gezien en ben ik teruggegaan. Het werd me te laat en te eenzaam, het was tijd om weer richting auto en naar huis te gaan.

De holwortel en de vliegende hommels

Terwijl Jan op zijn weblog nog meerdere mooie series van de ooievaars bij De Lokkerij laat zien ga ik alvast met grote stappen vooruit en zijn we aanbeland bij Landgoed Dickninge. Ik wilde Jan heel graag kennis laten maken met de zeldzame holwortel. Door de wandeling naar de ooievaars had Jan onvoldoende kracht in zijn benen om de afstand over dit zandpad te overbruggen.

In overleg bracht ik hem bij het hek dichtbij de holwortel. In principe is dit pad verboden voor auto’s, maar voor een fotomaatje met MS had ik er geen moeite mee om dit verbod te overtreden. Nadat ik Jan had afgezet bracht ik de auto netjes terug naar de parkeerplaats. Vanaf de parkeerplaats wandelde ik vervolgens in een vlot tempo naar Jan. Hij had ondertussen een prima plekje gevonden…

We hadden geen 2 weken moeten wachten, de holwortel heeft namelijk z’n mooiste tijd gehad.

Het visstoeltje is een mooi hulpmiddel voor Jan voor zijn macrofotografie.

Het lukt mij nog om de macro-opnames te maken terwijl ik op de knieën zit. Inmiddels gebruik ik daarvoor wel mijn kniebeschermers.

Toen ik met onze zoon bij de holwortel was heb ik niet veel tijd genomen voor de macrofotografie. Ook zal onze zoon daar wellicht anders over denken. Nu ik samen met mijn fotomaatje was kon ik daar voldoende tijd voor nemen. Ik heb mijn macro-objectief deze keer gericht op de vliegende hommels.

Nadat we waren uitgekeken en voldoende foto’s hadden genomen wandelden we samen weer terug naar de auto. Tijdens de wandeling richtten we onze camera’s op enkele gebouwen op het landgoed. Op de parkeerplaats troffen we een man en een vrouw. De vrouw was gekleed in klederdracht uit Staphorst-Rouveen.

Het Westerkerkje

Vandaag is het vervolg op de openingsserie van het Westerkerkje.

Het houten kappeletje aan de Westvierderparten is gebouwd in 1935 als nevenvestiging van de Nederlands Hervormde Kerk in Willemsoord. Vanaf 1935 tot 1962 is het in gebruik geweest als kerkgebouw. 

Tot 1950 was er elke zondag dienst, daarna eens in de twee weken. Ook was de zondagsschool in het gebouwtje gehuisvest en bood het ruimte aan de lokale vrouwenvereniging. Vanaf 1962 tot 1979 was het alleen nog in gebruik als zondagsschool. 

In de jaren ´70 gingen er steeds minder kinderen naar de zondagsschool en in 1980 heeft de Friese kunstenaar Rinny Siemonsma het gekocht. Tot zijn overlijden in 1985 heeft hij het gebruikt als atelier en woonplek. Hij heeft het kerkje aan de buitenkant verfraaid met ajour gezaagde boeidelen en een dakruiter (torentje op de nok van het dak).

Het gebouwtje heeft hierdoor, veel meer dan tijdens het gebruik als kerk, een markant uiterlijk gekregen. De gouden eikel op de dakruiter is het Germaanse teken van vruchtbaarheid. 

Na het overlijden van de kunstenaar stond het een aantal jaren leeg. In 1992 werd het gekocht door recreatieondernemer Henk Bosma. Sinds 2013 zijn Holke Looijenga en Ellinor Hellemans van v.o.f. Wadrust de eigenaren. Zij hebben de binnenkant stijlvol gerenoveerd. Het kerkje staat aan de Westvierderparten in de gemeente Westellingwerf en heeft daarom de naam Westerkerkje gekregen. 

Het is een sfeervol onderkomen geworden dat wordt gebruikt voor o.a. coach- en fotografiesessies. Ook wordt het verhuurd voor een korte vakantie of weekendje weg. Zie deze site.

Tegenover het Westerkerkje ligt Landgoed De Eese. Ruim 800 hectare bos, hei en grasland is verdeeld over de provincies Overijssel, Drenthe en Friesland. Kenmerkend zijn de rood geschilderde gebouwen van De Eese, waaronder het mooie Noorse Landhuis. Dit grootste houten huis van Nederland is in 2015 geheel gerenoveerd. Het landgoed maakt deel uit van een uitgestrekt bosgebied van de Woldberg bij Steenwijk richting het Nationaal Park Drents Friese Wold. 

Het Westerkerkje ligt aan de rand van de Maatschappij van Weldadigheid. Deze is in 1918 opgericht door generaal Johannes van den Bosch. Hij ontwierp een sociaal experiment met de oprichting van een ´proefkolonie´. Het doel was om mensen die onder de armoedegrens leefden, de zogenaamde ´paupers´ vaardigheden aan te leren en basisbehoeften te bieden. Daarna zouden ze meer kans hebben om zich te handhaven in de normale maatschappij. Er werd voorzien in werk, onderdak, onderwijs en zorg. Het was een vroege vorm van de verzorgingsstaat en de participatie samenleving. De Maatschappij van Weldadigheid beheert nog steeds de natuur- en cultuurgronden en een deel van de gebouwen in het gebied rond Frederiksoord, Wilhelminaoord en Boschoord. De Stichting Weldadig Oord zet zich in voor de ontwikkeling van het toerisme in dit gebied. 

Bovenstaande informatie heb ik overgenomen van het paneel wat bij het Westerkerkje staat.

12 mei, Dag van de Verpleging

Sinds 1964 viert Nederland op 12 mei de Dag van de Verpleging. 12 mei is de geboortedag van Florence Nightingale, een Britse verpleegster die bekend is geworden als grondlegger van de moderne  verpleegkunde. Het instellen van de Dag van de Verpleging had tot doel te zorgen voor een beter aanzien van de verpleging, zowel binnen de beroepsgroep als daarbuiten. Zie ook op deze site. Vanwege de Dag van de Verpleging neem ik jullie mee naar het verleden. Op zondag 10 mei was er een uitzending van Andere Tijden over de zorgsector. Klik hier voor de uitzending. Onderstaande foto is van de site van Andere Tijden.

Als kind wist ik al dat ik later als zuster in een ziekenhuis wilde werken. Na mijn eindexamen mavo in 1980 ging ik naar de havo. In die tijd moest men minimaal een havo-diploma hebben en de vakken Biologie en Scheikunde en goede cijfers om in aanmerking te komen voor een opleidingsplaats in een ziekenhuis.  In de jaren tachtig zaten we in een economische recessie. Een opleidingsplaats voor de inservice-opleiding waarbij men gelijk inkomen had was toen enorm in trek. Het lukte mij om een opleidingsplaats te krijgen in Zwolle. In september 1982 startte ik met de inservice-opleiding in het Sophia ziekenhuis. Op onderstaande foto heb ik voor het eerst een uniform aan.

De opleiding begon met 3 maanden vooropleiding waarbij we theorie- en praktijklessen kregen binnen het ziekenhuis. We hadden een leuke groep, een geweldige groepsdocent, het was een prachtige tijd. We wasten elkaar, zetten elkaar op de po, poetsten elkaar de tanden, wasten elkaar het haar, deden mondverzorging en leerden de ‘onderbeurtjes’ op een pop.

Gedurende mijn opleiding heb ik zoals gebruikelijk op bijna alle afdelingen gewerkt. Of het nu bij de oudere patiënten was of bij de kinderen of op de klasse-afdeling of bij de kraamvrouwen en pasgeborenen, ik heb het overal naar de zin gehad. Op 26 februari 1986 ontving ik mijn diploma. Het was in meerdere opzichten een bijzondere dag want er werd op die dag ook een Elfstedentocht gereden.

Ik heb gedurende 18 jaren met veel plezier in het Sophia Ziekenhuis gewerkt. In het jaar 2001 maakte ik de overstap naar ziekenhuis Tjongerschans. Het was wel even wennen aan de Friese taal en aan een andere cultuur dan dat ik gewend was in Zwolle, maar ook in dit ziekenhuis werk ik met veel plezier.

Ik vind het leuk dat onze dochter ook gekozen heeft voor de zorg.  Onderstaande foto is gemaakt toen ze haar mbo-stage liep in ons ziekenhuis. De foto is gemaakt met een mobiel en kwalitatief niet goed, maar ik vind deze te bijzonder om hier niet te delen. Binnenkort hoopt ze haar hbo-opleiding af te ronden.

Als ik opnieuw moest kiezen dan zou ik weer voor een baan in de zorg kiezen. Het is hard werken, maar het is ook heel dankbaar werk. Op deze Dag van de Verpleging wil ik in het bijzonder mijn waardering uitspreken aan al die collega’s en werkers in de zorg die zich inzetten tijdens deze bijzondere periode, tijdens de corona-crisis!

De restauratie van een skûtsje

Han, een vriend van ons heeft een scheepswerf. Op die scheepswerf kijk je je ogen uit.  Ik vind het dan ook interessant en gezellig om van tijd tot tijd een bezoek te brengen aan Han op de scheepswerf. Een van de werkzaamheden van Han is het restaureren van schepen. Op dit moment is hij bezig met de restauratie van een kotter en met het  restaureren van een skûtsje. Onlangs maakte ik een fotoserie van de werkzaamheden aan het skûtsje.

Bijna alle betimmering is verwijderd. Alle onderdelen worden bewaard en zoveel mogelijk hergebruikt. Alle oude verflagen zijn van het casco verwijderd en alle spanten zijn vervangen. Dit was een immense klus. Het is belangrijk werk waar je later niets van terugziet. Klik op de foto’s voor groot formaat.

Het loodzware granieten aanrechtblad staat nu tijdelijk in het midden van het ruim. Het fungeert nu als werkblad voor het gereedschap en andere hulpmiddelen.

Terwijl Han doorging met zijn werkzaamheden scharrelde ik met de camera door het ruim. Achter het deurtje bevindt zich in het vooronder de ketting van het anker.

Van Han kreeg ik de volgende informatie over het skûtsje. Het skûtsje is in 1898 gebouwd in Drachten…

Bouwjaar: 1898 Ontwerper: Haike Pieters van der Werff
Werf: Haike Pieters van der Werff Werf plaats: Drachten
Motor: Inbouw Motor type:
Materiaal romp: Staal Materiaal kajuit: Staal
Materiaal zeil:
Onderwaterschip: Kiel:

De afmetingen van het skûtsje zijn:

Lengte stevens: 12,46 m Breedte berghout: 3,20 m
Diepgang: 0,75 m Masthoogte water: 11,00 m
Oppervlakte grootzeil: 0,00 m2 Oppervlakte fok: 0,00 m2
Oppervlakte botterfok: 0,00 m2 Oppervlakte kluiver: 0,00 m2
Oppervlakte totaal: 0,00 m2 Oppervlakte overig: 0,00 m2

De tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip zijn:

1898 – 1920 A. Linstra & U. Linstra, De Wilp ( De Volharding)
1920 – onbekend S. van der Wal, Haulerwijk ( De Volharding)
rond 1933 – 1938 R. Pronk, Groningen ( Jonge Jan III)
1938 – 1941 H. Brouwer, Briltil ( Jonge Jan III)
1941 – 1952 Gerard Anjewierden, Usquert ( UQ5 )
1952 – 1959 (voor de sloop) Pieter Westra, Zoutkamp ( ZK9 ‘Drie Gebroeders’)
1959 – 1959 H. Hargwoude, Meppel ( ZK9 ‘Drie Gebroeders’)
1959 – 1971 J. Boerwinkel, Amersfoort ( De Vrouwe Magdalena)
1974 – 1990 D. Lockhorst, ‘s Gravenhage ( Anna Hendrika)
1997 – 2005 J.S.M. van der Heide, Haulerwijk ( Nostra Vota)
2005 – 2014 L.C. van der Veer, Giethoorn ( De Waardman)
2014 – (Eigenaar, nu geen relatie met het Stamboek) C.J. Boekwijt , Onna (Steenwijkerland) ( Jantje)

Bovenstaande informatie komt van deze site, met dank aan Han. Han heeft het skûtsje naar zijn moeder genoemd.

De betimmering ligt bovendeks.

Han weet precies wat waar teruggeplaatst moet worden.

Op deze site kun je alles lezen over de historie van skûtsjes. Tevens zijn daar mooie historische foto’s te bekijken.

De fraai gedecoreerde helmstok ligt nu op schragen onder het schip. Iedere vierkante centimeter wordt door Han grondig gecontroleerd en waar nodig gerestaureerd.

Wordt vervolgd.