Bargerveen, laag waterpeil en dreigende lucht

Vandaag laat ik de laatste fotoserie zien van onze heerlijke vakantie in Drenthe.

Op een middag stapte ik op de fiets en reed naar het Bargerveen, want ik wilde kijken of ik nog wat vogels kon scoren. Deze driewieler laat mooi zien hoe breed de fietspaden daar zijn. Dat fietst heerlijk en je kunt elkaar gemakkelijk passeren. In de verte kwam een dreigende lucht opzetten. Ik had de Buienradar bekeken en met een beetje geluk zou de bui langs mij heen trekken.

Ik nam het doodlopende pad dat naar een kijkhut leidt. De betonnen kijkhut zonder enige sfeer ziet er behoorlijk hufterproof uit, maar gezien de zwartgeblakerde plekken is hier blijkbaar iets anders gebeurd dan vogels spotten. Om vogels te kijken is deze kijkhut overigens niet erg handig. Hoewel ik met mijn 1,71 meter niet bepaald klein ben, kon ik niet goed door de bovenste kijkgaten kijken.

Toen ik weer bij de fiets kwam, hoorde ik een onbekend vogelgeluid. De Merlin Bird ID-app gaf aan dat het een goudvink zou kunnen zijn. Ik heb lang getuurd en gewacht, maar de mooie vogel liet zich helaas niet zien. Jammer!

Ik fietste verder het Bargerveen in. Ik twijfelde wel even, want de donkere lucht kwam inmiddels behoorlijk dichtbij. Gelukkig viel het mee en kreeg ik uiteindelijk maar een paar druppels regen.

Een paar dagen later maakte ik tijdens een wandeling in het Bargerveen onderstaande foto. Zodra ik stilstond, had ik behoorlijk last van dazen. Gelukkig gingen ze niet altijd op mij zitten, maar ook regelmatig op mijn zwarte telelens.

Ik vroeg aan deze dames of hun paarden ook veel last hadden van de dazen. Dat beaamden ze. Eigenlijk zou je je in de natuur tegen dazen en andere insecten moeten beschermen met lange mouwen en een lange broek. Met temperaturen van rond de 30 graden is dat alleen geen pretje!

Aan het begin van het Bargerveen staat een peilstok. Jammer genoeg heb ik op de eerste vakantiedag geen foto gemaakt, maar op 30 juli, aan het einde van onze vakantie, stond het peil opvallend laag. Even verderop maakte ik een foto van het ven bij het Huussie van Uneken. Ook daar was het waterpeil in die paar weken flink gezakt. De fotoserie van het Huussie van Uneken bij een hoger waterpeil kun je in dit bericht op mijn weblog bekijken.

Ook de bloeiende heide kreeg steeds meer dorre plekken. Voor het herstel van het hoogveen in het Bargerveen is een structureel hoog waterpeil absoluut noodzakelijk. Zonder voldoende water kan veenmos niet groeien, oxideert het oude veen en zakt het maaiveld verder weg. Het hele systeem draait uiteindelijk om één ding en dat zijn natte voeten.

Op het moment van schrijven is het moeilijk voor te stellen dat we een langdurige droge periode met lage waterstanden hebben gehad. Sindsdien is er alweer veel regen gevallen en lijkt de natuur zich grotendeels te herstellen. Toch zijn voor het herstel van zowel het neerslagtekort als het grondwater een natte herfst én winter nodig. Dat betekent dat het tekort pas in de winter van 2026–2027 helemaal is weggewerkt.

Overvliegende kraanvogel

In dit bericht op mijn weblog schreef ik over de geelgors die ik fotografeerde aan de Verlengde Scheperweg, nabij Klazienaveen. Om die serie te maken stond ik op een verhard gedeelte waar ik niemand in de weg stond. Op dat gedeelte ontdekte ik een flinke hoop rotzooi wat ‘verstopt’ lag achter de silo. Belachelijk dat mensen dit doen.

Terwijl ik, gewapend met mijn camera en de 150-600 mm zoomlens in de aanslag, stond te wachten tot de geelgors zich weer zou laten zien, zag ik in de verte een grote vogel aan komen vliegen. Aan de manier waarop hij vloog, zag ik al snel dat het geen gebruikelijke vogel was. Binnen een split second besefte ik: het was een kraanvogel! Dat was nog eens een toevalstreffer. Het was op 24 juli rond 15.00 uur dat deze kraanvogel vanaf Klazienaveen in de richting van het Bargerveen vloog. Wat een geluk dat ik mijn camera al in de aanslag had!

Een dag later stond ik in de namiddag weer op dezelfde plek met mijn camera in in de hand. En wat denk je… daar kwam opnieuw een kraanvogel aanvliegen! Misschien was het wel dezelfde als de dag ervoor. Deze keer vloog hij in de tegenovergestelde richting: van het Bargerveen naar Klazienaveen.

Door het tegenlicht en de lichtgrijze lucht waren de omstandigheden om de vliegende kraanvogel te fotograferen niet ideaal. Achteraf heb ik de foto’s daarom wat moeten bijstellen qua belichting. Helaas krijg je daardoor ook wat meer ruis in de foto’s. Maar zoals ik dan altijd zeg: het gaat om de waarneming!

Geelgors in Drenthe

Wie door het Drentse landschap wandelt of fietst, hoort het soms ineens: het heldere riedeltje van de geelgors. Voor mij is de geelgors onlosmakelijk verbonden met een verblijf in Drenthe. Telkens als ik hier ben, geniet ik van zijn herkenbare zang. Bij ons in de Kop van Overijssel heb ik ze nog nooit gehoord of gezien.

Drenthe is gebouwd op zand. Dat zie je terug in de lichte hoogteverschillen, de oude houtwallen, singels en kleine akkers die als een mozaïek door het landschap lopen. Tussen deze structuren liggen heidevelden, ruige bermen en overgangszones waar veen, heide en landbouwgebied elkaar raken. Het is precies het soort halfopen landschap waarin de geelgors zich thuis voelt: voldoende open ruimte om zijn zang te laten horen, genoeg beschutting om te schuilen en volop voedsel in de wat ruigere, rommelige randen van het landschap.

In mijn woonomgeving in de Kop van Overijssel is de wereld heel anders. Hier domineren moeras, rietlanden en open water. De Weerribben-Wieden is een paradijs voor roerdompen, libellen en purperreigers, maar voor de geelgors is het landschap simpelweg te nat en te open en biedt het te weinig variatie. Alleen langs de randen, waar de zandgronden voorzichtig terrein winnen, duikt de geelgors soms op. Maar echte populaties, zoals je die in Drenthe vindt, ontstaan hier nauwelijks.

De zang van de geelgors wordt vaak vergeleken met de beroemde openingstonen van Beethovens Vijfde Symfonie: het herkenbare kort-kort-kort-lang-motief. Veel vogelaars herkennen de zang dan ook meteen. Niet voor niets heeft de geelgors de bijnaam ‘Beethoven-vogeltje’ gekregen.

Op dat moment had ik geluk dat de geelgors ging opvliegen en kon ik dat per ongeluk op foto vastleggen.

Roodborsttapuit

Toen ik voor de eerste keer over de Verlengde Scheperweg fietste, zag ik op het hek naast de weg een roodborsttapuit zitten. Ik stapte af, pakte mijn camera met telelens uit de fietstas en maakte een paar foto’s. Wonderwel bleef het vogeltje rustig zitten.

De andere keren zag ik opnieuw een roodborsttapuit op hetzelfde hek zitten, maar dit keer een stukje verderop.

Bij de ingang van het Bargerveen zag ik een paar weken later een klein vogeltje rondvliegen. In eerste instantie vermoedde ik dat het om een vrouwtje van de roodborsttapuit ging. Eenmaal thuis, toen ik de foto’s op mijn computer bekeek, ontdekte ik dat het een juveniele roodborsttapuit was.

Bargerveen, een eerste kennismaking

We verbleven op een camping vlak bij het Bargerveen. Het was dan ook vanzelfsprekend dat mijn eerste fietstocht naar dit bijzondere natuurgebied zou zijn. Vanaf het moment dat ik het natuurgebied inreed. was ik helemaal verrukt. Het brede fietspad voerde door een uitgestrekt landschap met prachtige vergezichten, waar rust en ruimte de boventoon voerden. Vooral de vele vennen vond ik prachtig. Het spiegelende water, omringd door heide en veen, gaf het landschap een bijna verstilde sfeer.

Ik stapte af bij een groep wilde lupinen. Hun paarse bloemen vormden een prachtig contrast met het groen van de omgeving. Voor mij horen de lupinen helemaal bij Drenthe.

Het Bargerveen ontstond ongeveer 12.000 jaar geleden als hoogveenlandschap. Eeuwenlang werd het gebied gebruikt voor turfwinning en landbouw, waardoor er nog maar weinig van het oorspronkelijke hoogveen overbleef. Sinds de jaren negentig is het gebied echter op grote schaal hersteld. Dankzij deze natuurontwikkeling is het Bargerveen uitgegroeid tot een van de laatste levende hoogveengebieden van Europa.

Mijn fietstocht schoot niet echt op. Om de haverklap zag ik weer iets dat mijn aandacht trok. Zo kwam ik bij een ven waarin een klein hutje half in het water stond. Later las ik dat dit het Huussie van Uneken is.

Dit eenvoudige veenhutje diende vroeger als schuilplek voor boer Uneken uit Weiteveen tijdens het zware werk in het veen. Door de vernatting van het Bargerveen ten behoeve van het hoogveenherstel staat het tegenwoordig midden in het water. Het scheefgezakte hutje is daardoor uitgegroeid tot een fotogeniek en sfeervol symbool van het vroegere veenleven, waar cultuurhistorie en natuur op een bijzondere manier samenkomen.

Een opvallende plant in het Bargerveen is het veenpluis. Deze plant uit de zeggefamilie groeit vooral in natte hoogvenen en moerassen. In juni en juli tooien de witte, pluizige vruchtpluimen het landschap en lijken ze zachtjes boven het veen te zweven. Het is een van de meest kenmerkende planten van het Bargerveen. Natuurlijk ben ik even door mijn knieën gegaan om er een paar foto’s van te maken.

Wordt vervolgd.

De Wielewaal

We zijn weer terug van vakantie. We hebben een heerlijke tijd gehad in Drenthe, aan de rand van het prachtige natuurgebied Bargerveen. Ook het weer werkte volop mee. De komende tijd zal ik regelmatig foto’s laten zien van ons verblijf daar.

Op de eerste ochtend werd ik al vroeg gewekt door het zanggeluid van een wielewaal. De vogel zat in de boomsingel achter onze caravan. Nieuwsgierig sprong ik direct uit bed om deze bijzondere verschijning te zoeken en, als het even kon, op de foto vast te leggen. Ondanks zijn opvallende geel-zwarte verenkleed laat een wielewaal zich echter niet gemakkelijk zien. Tussen het dichte bladerdek was het zoeken naar de spreekwoordelijke speld in een hooiberg.

Terwijl ik met camera en telelens langs de bomen speurde, kwam ik de eigenaresse van de camping tegen. Ook zij was gewapend met camera en telelens en bleek een enthousiaste vogelfotograaf te zijn. Op het schermpje van haar camera liet ze mij een foto zien van een wielewaal die zijn jongen aan het voeren was. Omdat ze op het terrein woont, heeft zij het voorrecht om de eerste wielewalen van het voorjaar vaak al op haar eigen erf te ontdekken.

De dagen daarna ging ik telkens rond half zeven uit bed en liep ik naar de bosrand waar de wielewalen zich ophielden, in de hoop ze beter te kunnen zien en fotograferen. Af en toe zag ik ze van de ene boom naar de andere vliegen, om vervolgens weer onzichtbaar op te gaan in het bladerdek. Slechts één keer landde een wielewaal op een enigszins open plek. Ik had hooguit vijf seconden om een foto te maken. Helaas bleek de opname niet scherp, maar deze keer ging het mij vooral om de waarneming. Alleen al het horen en het zien van deze prachtige vogel maakte het vroege opstaan meer dan de moeite waard.

Bovenstaande foto maakte ik op 13 juli. Op de derde en vierde ochtend stond ik opnieuw vroeg bij de bosrand, maar tevergeefs. Het wielewaalseizoen liep ten einde.

De wielewaal laat zich vooral in juni horen. Vanaf half juli verstomt zijn karakteristieke zang en verdwijnen de vogels vrijwel ongemerkt uit ons land. De meeste wielewalen vertrekken tussen half juli en eind augustus, al wordt heel af en toe begin september nog een laat exemplaar waargenomen.

De winter brengen ze door in tropisch Afrika, voornamelijk in landen ten zuiden van de evenaar, zoals Tanzania, Kenia en Oeganda. Daar vinden ze volop insecten, hun belangrijkste voedselbron.