Bargerveen, een eerste kennismaking

We verbleven op een camping vlak bij het Bargerveen. Het was dan ook vanzelfsprekend dat mijn eerste fietstocht naar dit bijzondere natuurgebied zou zijn. Vanaf het moment dat ik het natuurgebied inreed. was ik helemaal verrukt. Het brede fietspad voerde door een uitgestrekt landschap met prachtige vergezichten, waar rust en ruimte de boventoon voerden. Vooral de vele vennen vond ik prachtig. Het spiegelende water, omringd door heide en veen, gaf het landschap een bijna verstilde sfeer.

Ik stapte af bij een groep wilde lupinen. Hun paarse bloemen vormden een prachtig contrast met het groen van de omgeving. Voor mij horen de lupinen helemaal bij Drenthe.

Het Bargerveen ontstond ongeveer 12.000 jaar geleden als hoogveenlandschap. Eeuwenlang werd het gebied gebruikt voor turfwinning en landbouw, waardoor er nog maar weinig van het oorspronkelijke hoogveen overbleef. Sinds de jaren negentig is het gebied echter op grote schaal hersteld. Dankzij deze natuurontwikkeling is het Bargerveen uitgegroeid tot een van de laatste levende hoogveengebieden van Europa.

Mijn fietstocht schoot niet echt op. Om de haverklap zag ik weer iets dat mijn aandacht trok. Zo kwam ik bij een ven waarin een klein hutje half in het water stond. Later las ik dat dit het Huussie van Uneken is.

Dit eenvoudige veenhutje diende vroeger als schuilplek voor boer Uneken uit Weiteveen tijdens het zware werk in het veen. Door de vernatting van het Bargerveen ten behoeve van het hoogveenherstel staat het tegenwoordig midden in het water. Het scheefgezakte hutje is daardoor uitgegroeid tot een fotogeniek en sfeervol symbool van het vroegere veenleven, waar cultuurhistorie en natuur op een bijzondere manier samenkomen.

Een opvallende plant in het Bargerveen is het veenpluis. Deze plant uit de zeggefamilie groeit vooral in natte hoogvenen en moerassen. In juni en juli tooien de witte, pluizige vruchtpluimen het landschap en lijken ze zachtjes boven het veen te zweven. Het is een van de meest kenmerkende planten van het Bargerveen. Natuurlijk ben ik even door mijn knieën gegaan om er een paar foto’s van te maken.

Wordt vervolgd.

De Wielewaal

We zijn weer terug van vakantie. We hebben een heerlijke tijd gehad in Drenthe, aan de rand van het prachtige natuurgebied Bargerveen. Ook het weer werkte volop mee. De komende tijd zal ik regelmatig foto’s laten zien van ons verblijf daar.

Op de eerste ochtend werd ik al vroeg gewekt door het zanggeluid van een wielewaal. De vogel zat in de boomsingel achter onze caravan. Nieuwsgierig sprong ik direct uit bed om deze bijzondere verschijning te zoeken en, als het even kon, op de foto vast te leggen. Ondanks zijn opvallende geel-zwarte verenkleed laat een wielewaal zich echter niet gemakkelijk zien. Tussen het dichte bladerdek was het zoeken naar de spreekwoordelijke speld in een hooiberg.

Terwijl ik met camera en telelens langs de bomen speurde, kwam ik de eigenaresse van de camping tegen. Ook zij was gewapend met camera en telelens en bleek een enthousiaste vogelfotograaf te zijn. Op het schermpje van haar camera liet ze mij een foto zien van een wielewaal die zijn jongen aan het voeren was. Omdat ze op het terrein woont, heeft zij het voorrecht om de eerste wielewalen van het voorjaar vaak al op haar eigen erf te ontdekken.

De dagen daarna ging ik telkens rond half zeven uit bed en liep ik naar de bosrand waar de wielewalen zich ophielden, in de hoop ze beter te kunnen zien en fotograferen. Af en toe zag ik ze van de ene boom naar de andere vliegen, om vervolgens weer onzichtbaar op te gaan in het bladerdek. Slechts één keer landde een wielewaal op een enigszins open plek. Ik had hooguit vijf seconden om een foto te maken. Helaas bleek de opname niet scherp, maar deze keer ging het mij vooral om de waarneming. Alleen al het horen en het zien van deze prachtige vogel maakte het vroege opstaan meer dan de moeite waard.

Bovenstaande foto maakte ik op 13 juli. Op de derde en vierde ochtend stond ik opnieuw vroeg bij de bosrand, maar tevergeefs. Het wielewaalseizoen liep ten einde.

De wielewaal laat zich vooral in juni horen. Vanaf half juli verstomt zijn karakteristieke zang en verdwijnen de vogels vrijwel ongemerkt uit ons land. De meeste wielewalen vertrekken tussen half juli en eind augustus, al wordt heel af en toe begin september nog een laat exemplaar waargenomen.

De winter brengen ze door in tropisch Afrika, voornamelijk in landen ten zuiden van de evenaar, zoals Tanzania, Kenia en Oeganda. Daar vinden ze volop insecten, hun belangrijkste voedselbron.