Uitkijktoren ‘De Zeven’

Op een vooravond ging ik naar het Fochteloërveen. Nabij de parkeerplaats keek ik rond of ik nog wat zag om te fotograferen. Toen hoorde ik plotseling iets ritselen. Het was een ree die wegsprong. Ik weet niet wie het hardste schrok van ons tweeën…

Na de ontmoeting met de ree besloot ik om naar de uitkijktoren te wandelen.

Na een lange wandeling kwam ik bij de uitkijktoren. Deze toren heeft de vorm van een 7 en daarom wordt deze toren “De Zeven’ genoemd.

Vanwege mijn hoogtevrees moest ik wel wat moed verzamelen, maar toch heb ik het erop gewaagd. Op internet las ik nadien dat hoewel ‘De Zeven’ 18 meter hoog is, je de toren ook met een beetje hoogtevrees kunt beklimmen. Door een knik in de trap kun je de hoogte niet overzien en dat schijnt te werken. Eenmaal boven wachtte mij dit beeld..

Beneden had ik al een bordje zien staan dat er camerabewaking aanwezig is. Eenmaal boven zag ik inderdaad een camera hangen. Later vond ik op internet een filmpje van RTV Drenthe waarin wordt verteld dat vandalen vernielingen hebben aangebracht aan de toren. De camerabewaking zal vast na die vernieling zijn aangebracht, schat ik zo in.

Ik heb daar een tijdje in alle rust staan te genieten van het prachtige uitzicht.

En tot mijn grote vreugde hoorde ik in de verte de roep van een kraanvogel.

Bij het sluisje in de Linde

Vanaf de observatiewand reden Jan en ik naar het riviertje de Linde. Op dit plekje heb ik al meerdere keren de ijsvogel vastgelegd. Ik hoopte van harte dat de ijsvogel op deze plaats de korte maar strenge winter wel heeft overleefd. Vanaf de parkeerplaats wandelden we naar het water. Tot mijn verrassing staat daar een bewakingscamera. Ik heb geen idee waarom er op dat punt camerabewaking is.

Jan had zijn klapstoeltje meegenomen en koos een plekje op het sluisje. Vanaf dit punt had hij mooi zicht over het water en op de eventuele aanvliegroute van de ijsvogel.

Jan vond het een mooi plekje, maar ik adviseerde om een andere plek te kiezen. Het klapstoeltje stond heel dicht bij de rand. Eén verkeerde beweging en Jan zou in het ijskoude water belanden. Ik zou niet weten hoe ik hem dan weer op het droge zou kunnen krijgen…

Vorig jaar stonden op de rechteroever struiken waar de ijsvogels hun nest hadden.  Half januari van dit jaar ontdekte ik dat alle struiken waren verdwenen. Daarvoor in de plaats lag er een grote stapel boomstammen op de oever. Ik schreef daarover in deze serie.

Nadat ik een tijdje op het bruggetje op de uitkijk had gestaan daalde ik af naar de oever. Ik heb geen idee wat voor doel men voor ogen heeft met deze creatie.

Vanaf de oever maakte ik een foto van Jan op het sluisje.

En ook deze poging om de ijsvogel te spotten is op niets uitgelopen. Er was geen ijsvogel te bekennen.