Eendenkooi, de Kooi van Pen (2)

Vandaag gaan we verder met de serie over de eendenkooi. Joke, een van de volgers, schreef in een reactie in deel 1: ‘Ben heel nieuwsgierig want 100% snap ik dat niet’. In de volgende delen over de eendenkooi hoop ik duidelijk te maken wat de functie van een eendenkooi is en hoe het vangen van wilde eenden in zijn werk gaat.

Om het een en ander beeldend uit te leggen ging ik op zoek op internet. Daar vond ik een plattegrond van een eendenkooi. Hoe een eendenkooi er uitziet is afhankelijk van de streek waar de kooi ligt en het materiaal dat beschikbaar is. In principe zijn de volgende onderdelen op alle eendenkooien aanwezig. Bron is deze site.

  1. De vangpijp, een doodlopende sloot met een overkapping van beugels waarover een net is gespannen. De vangpijp wordt ook wel keel genoemd.
  2. De kooiplas, het centrum van de eendenkooi. 
  3. De sating, langs de rand van de kooiplas een plek waar overdag de eenden rusten en hun verenkleed onderhouden.
  4. De borst.
  5. Het kooibos. Het kooibos omsluit de eendenkooi en zorgt voor rust, broedgelegenheid en producent van het bouwmateriaal voor de eendenkooi.
  6. Het vanghokje. Aan het einde van iedere vangpijp staat het vanghokje waarin de eenden uiteindelijk gevangen worden.
  7. Kennel. Hier verblijven de honden van de kooiker.
  8. Het makhok. Hier worden de jonge eenden mak gemaakt en wennen hier aan kooiker en kooikerhond.
  9. Het kooihuisje, het huisje waar de kooiker zijn voer en materiaal opslaat.
  10. Het boothuis, hier ligt de roeiboot die gebruikt wordt bij het onderhoud van de kooi vanaf het water.
  11. Broedkorven. Nest gelegenheid voor de eenden van de makke stal.
  12. Observatiehut. Zicht op de plas zonder zelf gezien te worden.
  13. Het pomphuisje, vroeger werd het waterpeil op hoogte gehouden door een watermolen, tegenwoordig met een diesel- of electropomp.

Rond 1530 waren eendenkooien en kooikers heel normaal in Nederland. In de eendenkooien werden wilde eenden gevangen voor de consumptie. De eendenkooi was voor een boer toen een gemakkelijke en leuke manier om iets bij te verdienen, omdat eenden toen hoog geprijsd waren. Na de tweede wereldoorlog was er een omslag. Aan het boerenbedrijf werd veel meer verdiend dan aan het eenden vangen. En zo verdwenen er steeds meer eendenkooien.

Totaal zijn er nog ruim 100 eendenkooien in ons land. Er zijn nog maar een paar eendenkooien die ook daadwerkelijk in gebruik zijn. Hoewel tegenwoordig de meeste eenden gevangen worden voor onderzoek zijn er nog steeds eendenkooien die eenden vangen voor consumptie. De consument heeft liever een eend die gevangen is in een eendenkooi dan een eend die geschoten is met een schot hagel. Zie ook dit dit artikel uit 2015. Het gaat echter niet goed met de populatie wilde eenden in ons land. De discussie is dan ook of men wel moet blijven jagen op de wilde eend. Zie dit artikel.

Het jaar 2020 was het jaar van de wilde eend. In de afgelopen paar jaar is er onderzoek gedaan naar de afname van de wilde eend in ons land. In juli 2022 is het rapport met de uitkomsten gepubliceerd. Met name de kuikenoverleving blijkt in de afgelopen decennia gedaald. Op basis van historische gegevens lijkt het erop dat deze overleving zelfs is gehalveerd ten opzichte van de jaren 50 van de vorige eeuw. Ook in vergelijking met andere landen waar de populaties Wilde Eenden wel stabiel zijn, is de Nederlandse kuikenoverleving laag. Doorrekeningen met het populatiemodel bevestigen dat de kuikenoverleving bepalend is voor de ontwikkeling van de aantallen van de Wilde Eend in Nederland. Geen van de andere variabelen kon de afname van het aantal Wilde Eenden verklaren. Bron is deze site.

Na de algemene informatie over eendenkooien en de wilde eenden en de discussie over de jacht op wilde eenden richten we ons nu weer op de Kooi van Pen. Met 35 HA, 5 kooiplassen en 18 vangpijpen is deze eendenkooi een van de grootste van Europa. Deze eendenkooi is van Staatsbosbeheer en wordt onderhouden door vrijwilligers. Deze eendenkooi is niet bedoeld voor het vangen van wilde eenden voor consumptie. De volgende keer ga ik schetsen hoe het vangen van de wilde eenden in zijn werk gaat.

Wordt vervolgd.

Eendenkooi, de Kooi van Pen (1)

Eind oktober hadden we een excursie naar een eendenkooi en wel naar de Kooi van Pen. Deze eendenkooi ligt in buurtschap Wetering in nationaal park Weerribben-Wieden. Eén keer per jaar organiseren de vrijwilligers deze excursie verdeeld over meerdere dagdelen. Op een wat heiige ochtend meldden we ons bij de vrijwilligers van de eendenkooi. De groep werd in tweeën gesplitst. De ene helft ging met de boot en de andere helft ging lopend. Halverwege de excursie zou dat worden omgewisseld.

De eendenkooi is met 35 hectare een van de grootste in Europa De eendenkooi is normaal gesproken niet toegankelijk voor publiek. Een ringvaart rondom de kooi en een bruggetje wat normaal gesproken rechtop staat maakt dat nieuwsgierige mensen niet in de eendenkooi kunnen komen.

De vrijwilliger met zijn kooikerhondje wees ons de weg. Even daarvoor had hij ons verteld dat we het kooikerhondje niet moesten aanhalen. Kooikerhondjes hechten zich namelijk sterk aan hun baasje en diens familie en zijn gereserveerd tegenover vreemden. Even verderop kwamen we aan bij een schutting. De oprichter en kooiker Jan-Harmens Pen kreeg in 1885 vergunning om de kooi te exploiteren. Het eeuwenoude bordje op de schutting herinnert aan die periode.

Op Google Maps zijn goed de contouren te zien van deze eendenkooi. De plek waar ik onderstaande foto heb genomen heb ik gemarkeerd met een speld. Volgende keer wandelen we verder….

Aan de Hoogeweg

Een paar weken geleden was mijn fotomaatje, Jan na lange tijd weer eens te gast bij ons thuis. Nadat we onder het genot van een bakje koffie hadden bijgepraat in de tuin gingen we op stap. Ons eerste doel was de Hoogeweg. Een week daarvoor had ik daar de Kempense heidelibel gefotografeerd en ik hoopte dat het op deze dag ook zou lukken. Vanaf de parkeerterrein wandelden we richting het witte bruggetje. Onderwijl speurden we naar de Kempense heidelibel. Er was tussen de vorige keer dat ik er was en dit bezoek volop gemaaid. Dat zou de kans op het mooi vastleggen van de libellen wel verkleinen.

Een libel in het plat gemaaide gras is immers minder mooi dan op een rechtopstaande rietstengel of grasspriet. Het had er alle schijn van dat mijn fotomaatje wat interessants op de korrel had. Ik kwam niet verder dan een heidelibel op het maaisel op de grond.

We scharrelden daar nog een tijdje rond, op zoek naar mooie onderwerpen. Ik kreeg een moerassprinkhaan in het vizier. Die had ik dit jaar nog niet gefotografeerd.

Uiteindelijk is het toch nog gelukt om een grassprietje te vinden met daarop een heidelibel. Volgens Obsidentify is het de bloedrode, maar het kan net zo goed de steenrode heidelibel zijn. Voor een goede observatie moet je ze meer van voren vastleggen.

Kempense heidelibel

Vorige week ben ik weer eens naar de Weerribben gereden om te kijken of ik nog bijzondere libellen kon fotograferen. Ik parkeerde mijn auto op een parkeerplaats aan de Hogeweg. Ik genoot van het zicht op een mooie wolkenlucht boven een gemaaid perceel. In nationaal park Weerribben-Wieden wordt er in de zomer volop gemaaid. Door het zomermaaien wordt de groei gestimuleerd, waardoor er voedingsstoffen aan de grond worden onttrokken. Daardoor ontstaat verschraling van de bodem en dat heeft weer tot gevolg dat er andere planten gaan groeien. Dit geldt alleen als er niet wordt bemest. Om bemesting tegen te gaan moet het gemaaide gewas van het land verwijderd worden.

Vanaf de parkeerplaats liep ik richting het witte bruggetje. Bij het plekje met het uitzicht op onderstaande foto sta ik altijd een tijdje stil…

Wandelend langs de weg zag ik al snel libellen vliegen én stilzitten. Sterker nog, zo om de twee meter zat er een libel voor ‘mij’ te poseren. Het was de Kempense heidelibel. Deze zeer zeldzame libel komt alleen voor in de Kempen en in De Weerribben. De Kempense heidelibel stelt hoge eisen aan zijn leefomgeving. De voortplanting gebeurt in ondiepe wateren, die in de winters droogvallen. De overwintering vindt plaats als eitje. Als in het voorjaar het waterpeil weer toeneemt, komen de eitjes uit. Alleen in ondiep water, dat snel opwarmt, kunnen de larven zich goed ontwikkelen. In juli en augustus vliegt de libel uit.

In juli maakte ik deze serie van deze prachtige libel. Ik was blij dat ik ze ook nu nog zag vliegen. Door de zon krijgen de vleugels van de Kempense heidelibel prachtige kleuren. Ik kan daar geen genoeg van krijgen.

Waterral

Na de vluchtige ontmoeting met de wezel bleef ik daar nog een tijd staan. Ik hoopte dat de wezel nog een keer tevoorschijn kwam.

Het volgende moment hoorde ik wat plonzen in de plas. Ik dacht aan een meerkoet of waterhoen. Toen ik door de zoeker keek zag ik dat het een waterral was. Dat was de zoveelste verrassing op die ochtend. Ik heb nog nooit een waterral gezien.

De waterral is een wat geheimzinnige, schaarse broedvogel in Nederland. Hij laat zich zelden zien, maar je kan hem wel horen. Uit het moeras klinkt wel eens z’n gegil als een speenvarken. Een deel van de waterrallen blijft het hele jaar in ons land. In de winter langs bevroren rietrandjes zijn ze dan goed te zien. Waterrallen zijn donker gekleurd met een rode lange snavel. Vliegen doen ze zelden bij verstoring, ze verdwijnen liever al lopend uit het gezichtsveld. Bron is deze site.

Als de waterral uit de begroeiing tevoorschijn kwam dan was dat altijd maar heel kort. Binnen een minuut verdween de vogel weer uit het zicht. Tel daarbij de begroeiing op de oever erbij op dan begrijpen jullie vast wel dat het niet meeviel om er fatsoenlijke foto’s van te maken.

Op een bepaald moment kwam de waterral tevoorschijn en ging zich uitgebreid badderen. Het badderen speelde zich af in de beslotenheid van de biezen.

Het was een mooi gezicht.

Na de grondige wasbeurt werd zijn/haar aandacht gevangen door iets wat uit de begroeiing kwam stappen. Er kwam nog een waterral aangelopen.

Dit leek mij een juveniel.

Zeker toen ik ze samen door de zoeker op de korrel had zag ik dat de voorste een ander verenkleed had en iets kleiner was.

Nog een laatste foto van het tweetal en toen vond ik het welletjes. Eenmaal thuis heb ik gelijk de foto’s op de computer gezet en gekeken wat het geworden was. Ik voelde mij een bevoorrecht mens dat ik dit allemaal had gezien en gefotografeerd.

Een wezel

Na de kers op de taart in de vorm van de baardmannetjes kwam er zowaar ook nog een dot slagroom bij….

Uit de oevervegetatie kwam een klein koppie tevoorschijn. We keken elkaar aan, ik greep de camera en begon te fotograferen.

De marterachtige dook weg in de beschutting om vervolgens een eindje verder weer tevoorschijn te komen. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt.

Pas op de computer kon ik determineren dat het een wezel was. Niet alle foto’s zijn helemaal scherp, maar in dit geval gaat het om de waarneming.

De rietzanger en de snor

Zoals beloofd blijven we nog even bij de oeverzwaluwwand.

Tussen de biezen scharrelde een rietzanger.

In deze tijd van het jaar zingen de rietzangers niet meer. Ze laten zich alleen nog horen met hun roep. Nog even en dan trekken ze naar het zuiden om te overwinteren ten zuiden van de Sahara, waar de gehele populatie van rietzangers verblijft. Ik kijk nu alweer uit naar hun gezang in het voorjaar…

Even nadat de rietzanger zich had laten zien kwam er een ander vogeltje langs. Dit was voor mij een onbekend vogeltje. Bij het determineren hanteer ik altijd als eerste de app ‘Obsidentify’ daarna ga ik zoeken in de vogelgids. Obsidentify zegt dat dit de snor is.

Ik twijfel of dit wel de snor is omdat ik de avond daarvoor op de Wetering een snor had horen zingen. Die snor zat in een boompje en heb ik op de foto gezet. Die foto is overigens niet goed genoeg om hier te tonen, de snor zat te ver weg. Die snor zag er anders uit dan de snor in deze serie. Nu is het wel zo dat een vogel tijdens het zingen een rechtopstaande, uitgestrekte houding en daardoor groter lijkt.

Het vogeltje vloog naar een ander plekje tussen de biezen. Bij de bovenstaande foto’s zat het vogeltje meer in de zon en bij onderstaande foto’s zat het in de schaduw. Vandaar het kleurverschil.

Obsidentify had het nogal wel lastig met het identificeren. Bij de foto hierboven zei de app dat het een winterkoninkje was en bij de foto hieronder een kleine karekiet. De afgeronde staart op de foto hierboven past bij de snor en niet bij de kleine karekiet. Ook met de uitgebreide ANWB Vogelgids kwam ik er niet helemaal uit. Het valt nog niet mee om een echte vogelaar te worden…

Naschrift: van ‘Hendrika’ kreeg ik een berichtje dat het een snor is. Dank aan Hendrika. 😃

Oeverzwaluwen

Heel vroeg in de ochtend ging ik naar de oeverzwaluwwand nabij buurtschap Wetering in de Kop van Overijssel

Het water was vrijwel rimpelloos wat daar niet vaak gebeurt. Een zilverreiger stond roerloos in het water.

De oeverzwaluwen vlogen af en aan om hun jongen te voeren. De insecten vangen ze hoog in de lucht en vlak boven het water.

Alle hardwerkende oeverzwaluwen ten spijt ga ik in deze serie toch voor die ene visdief die een duik nam en helaas zonder visje weer boven kwam.

Op die bewuste ochtend deed ik enkele bijzondere waarnemingen, daarvoor neem ik jullie de komende dagen nog een paar keer mee naar de oeverzwaluwwand.

Het witte bruggetje en bootje varen

Op een avond ben ik op stap geweest op mijn geboortegrond. Ik parkeerde mijn auto en wandelde naar het witte bruggetje. Dit pad ligt tussen de buurtschappen Wetering en Kalenberg in De Weerribben.

Op de Wetering ben ik geboren en getogen. In Kalenberg had ik een bijbaan op een rondvaartboot. Ik heb dus vele malen over dit pad gereden met de brommer. Vroeger was het een smal schelpenpaadje, onlangs is dit pad verbreed waardoor snelle e-bikers elkaar moeiteloos kunnen passeren. Het witte bruggetje is authentiek.

Naast het bruggetje ligt een grote plas. Volgens overlevering is het daar heel diep en daarom wordt deze plas het ‘Het diepe gat’ genoemd. Het zand uit de plas is gebruikt voor de aanleg van de weg aan de oost- en westkant. Voor de aanleg van die wegen was het dorp alleen per boot, per fiets of te voet bereikbaar.

Op de plas was een jongen aan het spelevaren. Dat was voor mij wel herkenbaar, als jong meisje mocht ik vroeger ook zo graag varen met een boot met aanhangmotor. En maar op en neer over de Wetering. Ik had graag wat sneller gewild maar dat zat er niet in met een logge houten punter en een Mercury aanhangmotor van slechts 4 pk. Ik denk dat mijn ouders wel blij waren dat ik niet sneller kon…

Na een tijdje hield de jongen het voor gezien en verliet de plas en voer onder het bruggetje door.

Hij zette koers richting Kalenberg.

Nadat de golfslag was verdwenen maakte ik een foto van het kalme wateroppervlakte.

Ik heb nog een wandeling richting Kalenberg gemaakt. Halverwege het pad hield ik het voor gezien en ben ik teruggegaan. Het werd me te laat en te eenzaam, het was tijd om weer richting auto en naar huis te gaan.

Vroege glazenmaker

Tijdens mijn rondwandeling in de Weerribben kwam ik een gewone oeverlibel tegen. Een soort die veel voorkomt. Maar ook die mogen een plekje krijgen op mijn weblog.

Toen ik over de weg terug liep naar de parkeerplaats zag ik boven de sloot een grote libel scheren. Mijn belangstelling was meteen gewekt. Tijdens de momenten dat de libel stil in de lucht bleef hangen heb ik de libel ‘bestookt’ met de spiegelreflex met 100-400 zoom.

Soms streek de libel neer op vegetatie in de sloot. Zo kon ik ook een foto maken van de libel in rust. Later op de computer zag ik dat het de vroege glazenmaker was.

Een vooraanzicht. Ik vind het wel een mooie combinatie van het bruin en groen.

Ik heb me daar een tijdje prima vermaakt met deze libel die op en neer vloog en dan weer neerstreek op de vegetatie.

Dit was een mooie afsluiting van een geslaagde fotokuier.