Putter plukt kale jonker

Na de fotoserie van de smaragdlibel liep ik richting het bruggetje. Vanuit de verte zag ik dat het bankje bezet was. Jammer.

Bij het bruggetje ontmoette ik voor de tweede keer de aardige mevrouw uit Kalenberg. Even daarvoor waren we allebei onze eigen weg gegaan. We kwamen weer gezellig aan de praat en wisselden onze recente foto-ervaringen uit. Tijdens dat gesprek viel mijn oog plotseling op een vogeltje wat landde op een kale jonker aan de overkant van de sloot. Uit de verte zag ik al dat het een putter was. Zachtjes wees ik haar op de putter. Met de camera in de aanslag slopen we, gebukt achter het struweel, richting de putter. Zo nu en dan richtten we ons een beetje op en maakten we een foto.

De putter moest soms moeite doen om in balans te blijven. Mijn bridgecamera kan een dergelijke vleugelslag niet bevriezen. Ach, een vleugelslag in beweging heeft ook wel weer wat.

De putter had ons waarschijnlijk niet in de gaten en bleef rustig doorgaan met het plukken van de kale jonker….

De natuurfotografe uit Kalenberg had mij even daarvoor verteld dat ze geen vogelaar was. Ze was echter wel blij met deze waarneming en fotoserie. Ze bedankt mij hartelijk voor de tip. Vlak voordat ze op de fiets stapte nodigde ze mij uit om vooral een keer een bakkie te komen doen in Kalenberg.

En die meneer op het bankje, die zat eerste rang. Hij heeft vast genoten van de capriolen van die ‘gekke’ dames…

Smaragdlibel

Bij water is altijd leven. Nadat ik bij het water de gevlekte witsnuitlibel, de grote keizerlibel en de grote oeverspin had vastgelegd wandelde ik al speurend verder over het pad.

Plotseling ‘dwarrelde’ er weer een onderwerp voor mijn ogen langs. Een libel liet zich min of meer vallen in het struweel. Ik richtte snel mijn macro-lens op de libel voordat deze weer zou wegvliegen.

Het was een opvallend en prachtige gekleurde libel en wel de smaragdlibel. De libel ging er niet direct weer vandoor, door de zoeker zag ik wat de mogelijke oorzaak was, er zat slijtage aan zijn vleugels…

Johannes schrijft op zijn site het volgende: ‘De smaragdlibel is een mooie glanslibel die vrij lastig van sommige familieleden te onderscheiden is. De vrouwtjes hebben een achterlijf wat overal even dik is, de mannetjes hebben meer een knotsvorm. In tegenstelling tot de metaalglanslibel ligt het zwaartepunt van de knots in de laatste segmenten, in plaats van in het midden. De smaragdlibel mist de gele vlekken aan de zijkant van het lichaam die wel voorkomen bij de zeldzame gevlekte glanslibel.

Verse exemplaren zijn groen met bruinige ogen, de wat langer vliegende dieren kleuren bruin uit en krijgen prachtig groene ogen. Ze komen voor bij vennen en laagveenmoerassen. De vliegtijd is van mei tot juli’. Dat laatste verklaart wellicht de slijtage aan de vleugels. Het was nog wel een uitdaging om de libel vanaf de voorkant te fotograferen, maar het is uiteindelijk wel gelukt.

 

Dolomedus plantarius of fimbriatus?

Terwijl ik langs een sloot liep in de Weerribben hoorde ik wat plonzen. Ik speurde in de sloot, maar kon de oorzaak van het plonzen niet ontdekken. Wel viel mijn oog op een hele grote spin. Ik ging er vanuit dat ik hier te maken had met de grote oeverspin oftewel Dolomedes plantarius. Ik had de uitzending gezien van  Vroege Vogels en wist dat ze een voorliefde hebben voor krabbenscheer en voorkomen in laagveengebieden zoals de Wieden en de Weerribben.

Na speurwerk op de computer kwam ik erachter dat er twee soorten spinnen zijn die lastig van elkaar zijn te onderscheiden. Naast de grote oeverspin is er ook nog de grote vlotterspin oftwel de Dolomedes fimbratius. Nu weet ik niet zeker welke soort spin ik heb vastgelegd. Wie het weet mag het zeggen…

Deze spinnen zijn groot. Ze kunnen aan de oppervlakte rennen of onder water zwemmen om prooien te vangen. Vaak heeft de spin zijn voorpoten op het wateroppervlakte om trillingen van prooien te detecteren. Als de spin zich bedreigd voelt, gaat hij zich in een luchtbel een uur lang onder water verbergen.

Op YouTube vond ik een mooi filmpje over de Dolomedus plantarius.

 

 

Een dikkopje en een sprinkhaan

Tijdens mijn fotokuier in de Weerribben had ik een spontane ontmoeting met een amateur natuurfotografe uit het dorpje Kalenberg. Na vele vakanties in de Weerribben was ze na haar pensionering definitief neergestreken in dit prachtige gebied. We raakten gezellig aan de praat. In korte tijd hadden we vele onderwerpen bij de kop, maar de meeste verhalen gingen over foto-onderwerpen in die omgeving.

Een van de onderwerpen was de grote vuurvlinder en de zilveren maan. Vlinders die voorkomen in de Weerribben. Op het moment dat wij er waren, waren de genoemde vlinders niet te zien. Er vlogen sowieso nauwelijks vlinders, meer dan één koolwitje en een groot dikkopje heb ik niet gezien. Het dikkopje, snoepend van de kale jonker, wilde wel even voor me poseren. Het exemplaar had zo te zien al heel wat vlieguren achter de rug.

Verder is het me nog gelukt om een sprinkhaan vast te leggen.

Gevlekte witsnuitlibel

Onlangs maakte ik een fotokuier in De Weerribben. Mijn doel was om vlinders en libellen vast te leggen. Vlinders heb ik nauwelijks gezien, libellen daarentegen die vlogen er genoeg. Maar rondvliegen betekent nog niet stilzitten en poseren. Het viel dan ook niet mee om ze vast te leggen. Toch had ik geluk er streek een witsnuitlibel neer op een paaltje die de route aangaf van het Zompies Zoekpad.

Om welke witsnuitlibel het ging dat vond ik pas later om de computer. Volgens mij is het de gevlekte witsnuitlibel een mannetje. Het mannetje van de gevlekte witsnuitlibel heeft op het achterlijf grote vlekken, waarvan de laatste heldergeel is.

In West-Europa is de soort zeldzaam – ook in Nederland, maar er leven enkele grote, stabiele populaties in de laagveengebieden van Noordwest-Overijssel. Elders in West-Europa ontbreken zulke populaties vrijwel geheel, wat Nederland een internationale verantwoordelijkheid geeft. In de laagveengebieden moeten verlandingsvegetaties, die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de larven, in stand blijven. Bron is deze site. Of kijk voor meer informatie en foto’s op de site van Johannes Klapwijk.

De libel richtte met enige regelmaat zijn achterlijf omhoog. Ik kan op internet niet vinden waarom hij dat doet. Misschien deed de libel dat door een gevoel van dreiging.

Het leek net of de witsnuitlibel een lichtje in zijn mond had. Ik denk dat het kwam door het zonlicht wat door de facetogen naar binnen viel.

 

 

Aan de ketting…

Op een mooie dag in mei parkeerde ik mijn auto aan het kanaal Steenwijk-Ossenzijl.

Ik liep over het pad naar een vogelobservatiewand. Zie Google Maps. Misschien zou ik daar wel een ijsvogeltje treffen…

Ik tuurde een tijdje over het water, maar meer dan een paar ganzen was er niet te zien.

Toen ik vanaf de observatiewand naar het pad terugliep viel mijn oog op een oude boot  in het hoge gras. Er liep een platgetrapt paadje naar deze boot. Ik was wellicht niet de enige fotograaf die het bootje van dichtbij wilde bekijken.

Het bootje lag aan de ketting. Wel zo veilig…

Nadat ik de roestige boot van alle kanten had vastgelegd, wandelde ik weer terug naar mijn auto die geparkeerd stond bij de brug.

Bruine kiekendief, purperreiger, roerdomp en tafeleend

De afgelopen weken ben ik meerdere keren met de camera naar mijn geboorteplaats gereden. Tussen 2012 en 2015 realiseerde men daar een natuurgebied van circa 324 hectare. Tevens dient dit gebied als waterberging. In dat gebied hebben vele water- en moerasvogels een plekje gevonden. Het is dan ook een el dorado voor vogelaars. Vanuit hun mobiele kijkhutten verstopt achter enorme lenzen turen ze over het gebied op zoek naar vogels. Ik moet het doen met mijn bescheiden Nikon bridgecamera, maar dan wel één met sterke zoom. Hieronder heb ik een compilatie geplaatst van vogels die ik daar heb vastgelegd. De kwaliteit van de foto’s laat hier en daar wat afweten, maar het gaat om de bijzondere waarnemingen…

In dat gebied huizen meerdere bruine kiekendieven. Tijdens het foerageren zweven ze laag over het rietland. Zo nu en dan rustig flappend, schommelend, biddend en draaiend om vervolgens op hun prooi te duiken…

Een andere indrukwekkende verschijning in dat gebied is de purperreiger. Toen ik mijn auto liet uitrollen vloog er een purperreiger op uit het riet om vervolgens een eindje verderop weer neer te strijken. Een andere keer vloog er een purperreiger over. Om een goed beeld te krijgen van de purperreiger heb ik een foto uit het archief toegevoegd…

Een roerdomp hoor je wel, maar zie je niet zo snel. Het is een schuwe vogel die zich met zijn schutkleuren ook nog eens prima kan verstoppen tussen het riet. Soms heb je geluk dat ze opgeschrikt opvliegen…

Op dit moment zwemmen daar meerdere tafeleenden rond. Tafeleenden zijn duikeenden die vooral in de herfst, winter en het vroege voorjaar in Nederland te zien zijn. Opvallend is dat het mannetje van de tafeleend al in juni wegtrekt, als het vrouwtje nog aan het broeden is. De vrouwtjes en de jongen volgen later. Zie ook deze site.

Rietzanger

Tijdens mijn wandeling langs het riet in de Prikkepolder, in de Weerribben hoorde ik veelvuldig de rietzanger.

Vaak zitten ze tussen de rietstengels en zijn ze lastig vast te leggen. Deze rietzanger koos een plekje mooi in het zicht.

Het volgende moment vloog de rietzanger naar een hogere zangpost. Ik had het geluk dat het vogeltje mooi van achteren werd beschenen door de namiddagzon.

Er stond een straffe wind en daardoor viel het nog niet mee om de rietzanger op de heen en weer zwiepende rietstengels goed in het vizier te houden.

De rietzanger maakte hier aanstalten om weg te vliegen. Op deze foto zie je goed dat de rietzanger geringd is.

Een rietzanger moet je vooral horen. In mei 2019 maakte ik een filmpje van de rietzanger, waarbij het enorme repertoire van de zangvogel goed tot zijn recht komt.

 

 

Libel, glassnijder

Tijdens een wandeling door de Weerribben zag ik in het hoge gras een libel. Ik vond het wel knap dat ik deze libel zag hangen.

Vanwege de grootte was het wel gelijk duidelijk dat het om een glazenmaker ging, maar om welke het binnen de familie glazenmakers ging, dat werd ik pas na determinatie  op de computer gewaar. Volgens mij is het een vrouwtje glassnijder.

In de regel zijn libellen zo weer gevlogen, maar deze bleef wonderwel een tijdje aan het grassprietje hangen. Zo kon ik de libel goed vastleggen wat het determineren achteraf vergemakkelijkte.

Om de libel goed te kunnen vastleggen moest ik aardig in het hoge gras roeren. Dat had tot gevolg dat ik enorm geplaagd werd door de mietsen (ook wel knutten, knaasjes, knijten, neefjes, mampieren, meurzen of zandvliegjes genoemd).