Zonnedauw en zonneharpen in Dwingelderveld

Op een mooie avond pakte ik mijn fiets en reed ik naar het Dwingelderveld. Daar aangekomen zag ik dat het Familiepad weer vrij toegankelijk was. Dit pad was een tijdje afgesloten omdat hier een paartje kraanvogels zat te broeden. Ik schreef daarover in dit bericht.

Op het Familiepad mag je alleen wandelen dus nam ik mijn fiets aan de hand. Regelmatig zette ik mijn fiets op de standaard om een foto te maken van het mooie uitzicht. De dopheide stond in bloei. Verder trof ik een paartje kieviten en een familie grote Canadese gans.

O.a. bij dit vennetje stond zonnedauw.

Met de 100-400 mm objectief heb ik ingezoomd op de zonnedauw.

Op deze vlonder heb ik langere tijd gestaan om te genieten van het uitzicht, de vogels en de kwakende kikkers.

Ik heb daar de zonsondergang afgewacht. Het werd geen spectaculaire roodgekleurde lucht, maar het was wel mooi. Er verschenen naar boven gerichte zonneharpen.

Klokjesgentiaan

Even vooraf de volgende opmerking. De onderstaande foto’s zijn genomen vanaf vanaf de wandel- of fietspaden in Dwingelderveld. Door in te zoomen en te croppen heb ik de klokjesgentiaan ‘dichterbij’ gehaald.

In Dwingelderveld bloeit op dit moment de klokjesgentiaan. Dit prachtige blauwe bloemetje hoort thuis in vochtige heidevelden. Door het verdwijnen van het goede biotoop is het plantje in de loop der jaren steeds zeldzamer geworden. Natuurontwikkeling, bijvoorbeeld het plaggen van heide, geeft deze soort weer nieuwe kansen.

De klokjesgentiaan is gastheer van een heel bijzondere vlinder, het gentiaanblauwtje. Dit zeldzame vlindertje legt zijn eitjes alleen op klokjesgentiaan. Je ziet ze als witte stipjes op de blauwe bloemen of bloemknoppen zitten…

Het gentiaanblauwtje heeft een merkwaardige samenwerking met de knoopmieren. De rupsjes, die zich tegoed doen aan de zaadknoppen van klokjesgentiaan, vervellen drie keer en gaan dan op zwerftocht. Ze zijn dan nog maar drie millimeter groot. Als ze geluk hebben, worden ze gevonden door een knoopmier. Die pakt het rupsje tussen de kaken en neemt hem mee naar het mierennest…

De mieren zijn gek op het zoete vocht dat de rups uitscheidt en dat likken ze van de rups af. Ondertussen doet het rupsje zich tegoed aan het broed van de mieren. Dan verpopt de rups zich in het mierennest. Na de verpopping komt er een riskant moment. Als de vlinder uit de pop komt, herkennen de mieren de geur niet van deze nieuwkomer en vallen ze hem aan, als een vijandelijke indringer. De vlinder moet zich snel uit te voeten maken en het nest verlaten, anders overleeft hij het niet!

De volgende keer zoomen we in op de zeldzame vlinder, het gentiaanblauwtje.

Een onfortuinlijk heideblauwtje

Tijdens onze fotokuier in Weinterper Skar vlogen er ook meerdere heideblauwtjes rond. Het lukte om een vrouwtje en een mannetje vast te leggen.

Zoals ik het vorige logje al schreef was er op de oever van het ven veel zonnedauw aanwezig. Ik speurde de zonnedauw af of er ook zonnedauw was met een interessante prooi. Plotseling zag ik tussen de vele zonnedauw iets blauws.

Toen ik inzoomde zag ik dat een heideblauwtje gevangen zat in de tentakels van de zonnedauw.

Het onfortuinlijke blauwtje leefde nog wel. Het vlindertje was echter al zover heen dat het niet meer loonde om het te bevrijden.