Kijkhut in Diependal

Op een bewolkte zondagmiddag wilde ik toch even een frisse neus halen. Ik besloot naar de kijkhut in Diependal te gaan. Vanaf de parkeerplaats aan de Leemdijk is het een fikse wandeling over de Zwarte Weg naar de ingang van de tunnel die voert naar de kijkhut. Zie Google Maps.

Deze ondergrondse tunnel is 162 meter lang. De tunnel wordt verlicht door wat van buiten door de rooster naar binnen valt. Als je daar zo loopt krijg je wat een creepy gevoel. Zeker als je daar in de verte een onbekende man ziet lopen…

Eenmaal in de kijkhut richtte ik mijn camera op de plas en zag op hetzelfde moment een wilde zwaan langsscheren.

Even later landde een grasmus tussen het riet in de buurt van de kijkhut. Het vogeltje zong daar het hoogste lied.

Ik hoopte daar kraanvogels te zien, maar dat is deze keer niet gelukt. Het was rustig op het water, totdat…

…er uit de begroeiing aan de oever een zomertaling tevoorschijn kwam. Het mannetje dreef in alle rust tussen het eendenkroos. Even later kwam het vrouwtje ook tevoorschijn. De naam eendenkroos is wat misleidend. Eenden eten namelijk geen eendenkroos maar zijn op zoek naar eetbare beestjes die onder het kroos zwemmen zoals kreeftjes en watervlooien. Op diverse sites las ik dat eendenkroos als vleesvervanger genuttigd wordt door mensen. Eendenkroos is namelijk heel eiwitrijk. Volgens dit artikel levert het tien keer zoveel eiwit per hectare op als soja.

Na de fotosessie in de kijkhut wandelde ik weer door de tunnel. Ik ben overigens geen grote fan van deze toegang tot de kijkhut. Ik heb namelijk een beetje last van engtevrees. Ook als je in de kijkhut bent kun je geen kant op. De enige uitweg is via deze 162 meter lange tunnel. 23 jaar geleden hebben we op een nacht brand gehad thuis en sindsdien ben ik extra gefocust op vluchtwegen. Ik was dan ook blij dat ik weer licht zag aan het eind van de tunnel.

Zangers bij de Horsmeertjes

Op dag 6 maakte ik nogmaals een wandeling bij de Horstmeertjes. Deze keer was ik alleen.

Ik stond boven op de duin te kijken naar de windveren boven de veerhaven toen er een bruine kiekendief laag langs kwam zeilen.

Tijdens mijn wandeling trof ik een blauwtje, een grasmus, een rietzanger, een graspieper, een blauwborst, nog een grasmus, een fitis? en een kneu.

Ik keek vaak naar boven en genoot van de mooie wolkenluchten.

Grasmus

Terwijl ik stond te fotograferen bij de Twitterhut zag ik een vogeltje aan een rietstengel hangen. Door flink in te zoomen met de Nikon bridgecamera kreeg ik het vogeltje aardig in beeld. Ik kreeg één kans en toen was de vogel weer gevlogen. Op de computer zag ik pas wat voor vogeltje het was. Het is een grasmus. De foto is niet perfect, maar omdat het mijn eerste grasmus is mag deze hier een plekje krijgen.

De grasmus is geen familie van de huismus en de ringmus. De grasmus is een insecteneter, te herkennen aan het fijne pincetsnaveltje waarmee ze overal kleine insecten tussenuit kunnen peuteren. De huismus en ringmus zijn daarentegen zaadeters. Zij hebben forse kegelvormige snavels, waarmee ze zaden de baas kunnen. De grasmus is niet de enige soort die ten onrechte de naam mus draagt. Ook de heggenmus is een insectenetende vogel en geen familie van die zaadetende mussen. Bovenstaande informatie komt  van deze leuke site. Meer informatie over hoe de grasmus aan zijn ‘mussen-naam’ komt staat ook op die site.

Wordt vervolgd.