De Tuintjes, een el dorado voor vogels

Terwijl de overige gezinsleden nog lagen te slapen was ik al om 6 uur in De Tuintjes.

De naam De Tuintjes bij de vuurtoren op Texel verwijst naar de moestuinen van de vroegere vuurtorenwachters. Deze kleine akkertjes lagen langs het pad naar de vuurtoren in de Eierlandse Duinen. Vuurtorenwachters verbouwden er groente om zelfvoorzienend te zijn, en om de gewassen tegen de harde zeewind te beschermen werden er struiken omheen geplant.De naam De Tuintjes is blijven bestaan, ook lang nadat de moestuinen verdwenen waren.

In deze duinen broeden tapuiten graag in verlaten konijnenholen. Juist daarom ging ik er in de vroege ochtend naartoe, in de hoop deze karakteristieke duinvogel te zien en misschien zelfs te kunnen fotograferen. De tapuit is een schuwe soort die vaak vanaf een duintop of paaltje de omgeving afspeurt, waardoor je soms geduld moet hebben voordat hij zich laat zien. Ik speurde met de verrekijker de duinen af of ik de tapuit zag.

In de bosschage op onderstaande foto zat een nachtegaal uit volle borst te zingen. Ik heb daar lange tijd staan genieten van zijn prachtige zang. Te zien kreeg ik hem echter niet. Zeker in deze tijd van het jaar, wanneer de bomen en struiken volop in blad staan, is de kans op een waarneming klein. Gelukkig maakte zijn indrukwekkende zang dat ruimschoots goed.

Gelukkig kreeg ik wel andere vogels te zien, en die lieten zich bovendien fotograferen. Zo kwamen onder andere de fitis, een groenling, een grasmus, een en meneer en mevrouw fazant voor mijn lens.

De grasmus en de braamsluiper uit elkaar houden vind ik in het veld nog best lastig. Ook thuis achter de computer lukt dat niet zonder de hulp van ObsIdentify. Zie ik een vogeltje tussen de bramen zitten, dan denk ik al snel dat het een braamsluiper is, terwijl het vervolgens een grasmus blijkt te zijn. Onlangs bekeek ik deze video waarin werd uitgelegd hoe je deze twee soorten aan hun zang kunt onderscheiden. De ene heeft een meer zigzaggende zang, terwijl de andere juist een meer herhalend riedeltje laat horen. En nu nog onthouden welke soort bij welke zang hoort…

Daar heb ik inmiddels een ezelsbruggetje voor bedacht: zigzag schrijf je met één a, en grasmus heeft ook maar één a. Of dat voldoende is om het voortaan meteen goed te hebben, zal de praktijk moeten uitwijzen. Ja ja, een vogelaar word je niet zomaar! 😉

Iets verderop had ik opnieuw geluk. Tot twee keer toe streek er dichtbij een blauwborst neer en deze begon uit volle borst te zingen. Ook een mannetje en vrouwtje kneu lieten zich zien.

Ik maakte ook nog een wandeling aan de andere kant van de weg, door het Renvogelveld richting het kijkscherm. Onderweg hoorde ik een uitbundige zang die direct mijn aandacht trok. Volgens Merlin was de zanger een bosrietzanger. Een gewone rietzanger kan al indrukwekkend zingen, maar het repertoire van de bosrietzanger gaat daar nog een flinke stap overheen. Met zijn gevarieerde zang, vol imitaties van andere vogelsoorten, wist hij mij lange tijd te boeien. De bosrietzanger liet zich heel even zien toen hij van de ene naar de andere verborgen tak vloog, maar helaas niet lang genoeg om hem op de foto vast te leggen.

Bij het kijkscherm werd mijn aandacht vervolgens getrokken door een winterkoninkje dat luidkeels zijn territorium bezong. Het blijft verbazingwekkend hoeveel volume er uit zo’n klein vogeltje kan komen.

Deze serie uit De Tuintjes sluit ik af met misschien niet de mooiste foto’s, maar wel met een vogel die op de Rode Lijst staat…

In de verte zag ik een relatief grote vogel overvliegen. Mijn eerste gedachte was dat het een roofvogel was, maar toen hij landde, zag ik tot mijn verrassing dat het een wulp betrof. Dat was een mooie verrassing, want de laatste jaren hoor en zie ik nog maar zelden een wulp. Pas toen ik de foto’s later op de computer bekeek, viel mij op dat de wulp tijdens het lopen één vleugel liet afhangen. Dat is meestal geen goed teken.

Oh ja, ik was gekomen voor de tapuit. Maar dat vogeltje bewaar ik voor de volgende keer. 😉

Witte toren, fitis en groenling en 62 km

Vandaag rijden we verder over Texel. Onderweg naar Den Hoorn stopte ik even om onderstaande foto te maken: een veld vol paardenbloemen, met op de achtergrond een karakteristieke schapenboet. Een typisch Texels landschap dat direct de sfeer van het eiland weergeeft.

Buiten Den Hoorn maak ik altijd even een stop om de karakteristieke witte toren te fotograferen. De witte toren is een baken op Texel. Op de voorgrond lagen een aantal lammetjes en een schaap heerlijk te rusten,

Aan de zuidkant van Den Hoorn reed ik langs een groot tulpenveld. Ook op Texel worden bloembollen gekweekt. Het kleurrijke veld was natuurlijk wel een foto waard. Sinds ik weet hoeveel bestrijdingsmiddelen er in de bloembollenteelt worden gebruikt, blijf ik echter liever zoveel mogelijk uit de buurt van dit soort velden.

Daarna reed ik door naar de Mokbaai. Vanaf de parkeerplaats keek ik uit over de baai, maar daar waren nauwelijks vogels te zien. Aan de andere kant van de weg zag ik boven in een boom wel enkele vogels zitten die luid hun zang lieten horen. Ik had al een vermoeden welke soorten het waren, en eenmaal thuis werd dat bevestigd: een Fitis en een Groenling. Ze maakten gebruik van dezelfde zangpost; soms zaten ze er samen, maar vaak namen ze om de beurt plaats boven in de boom.

Terwijl ik daar stond te fotograferen, stapten enkele mannen in sportkleding uit een auto. Even later kwam er een hardloper aanrennen, die met luid gejuich werd binnengehaald. Bij navraag bleek dat de man rechts een ronde van maar liefst 62 kilometer rondom Texel had gerend. Zo’n langeafstandswedstrijd wordt een ultratrail genoemd. Ik was verbaasd hoe fit deze man nog oogde na 62 km rennen.

Ik vind dat een geweldige prestatie. Ik mocht een foto van hem maken om naar onze zoon te sturen om hem een hart onder de riem te steken met de woorden van de hardloper: “Als hij nu al 16 kilometer kan rennen, dan gaan die laatste 5 kilometer ook zeker lukken.” Onze zoon gaat namelijk komend weekend in Leiden de halve marathon rennen.

De groenling

Tijdens de kerstdagen hadden we prachtig winterweer. Vanwege de vorst werden onze voederplaatsen druk bezocht. Vanuit de huiskamer hebben we mooi zicht op die voederplaats. Vooral als de ochtendzon erop schijnt dan is het een genot om naar de vogels te kijken. Vanachter het raam heb ik vele foto’s gemaakt. Vandaag plaats ik voorlopig de laatste foto’s uit de tuinvogelserie. Vandaag gaan we kijken naar de groenling.

De groenling is eigenlijk alleen op onze voederplaats aanwezig als het echt koud is. Door de vorst kan de groenling elders minder makkelijk voedsel vinden en is dan aangewezen op onze voederplaats.

Het is een tolerant vogeltje dat prima samen met anders vogeltjes kan foerageren.

De groenling vind het wellicht wat spannend onder het gaas, hij blijft het liefst aan de rand de zaadjes wegpikken.

De groenlingen zochten regelmatig een plekje boven in de sering. Met dit grijze weer verlang ik wel enorm naar die mooie winterse dagen met een strakblauwe lucht.

De groenling is terug

Vorige week ontdekte ik een paartje groenling in onze voortuin. Ze waren de hele winter niet te zien in onze tuin, dus ga ik er vanuit dat ze hebben overwinterd in warmere oorden. Ze deden zich tegoed aan de zonnebloempitten. 

Het mannetje staat op de voorgrond en het vrouwtje op de achtergrond.

Het vrouwtje in beeld.

De groenling poseert

De groenling is een vogel die we veelvuldig zien bij onze voedertafel. Het is op zich dan ook geen ‘bijzondere’ vogel voor op mijn weblog. Toch krijgt deze groenling hier wel een plekje, omdat hij zo mooi bleef poseren. De groenling deed zich eerst tegoed aan het lekkers op de voedertafel.

Nadien zat de groenling een tijdje bovenop het hekwerkje.

Ik ben al blij als ik in een serie één of twee foto’s kan laten zien waarbij het lichtpuntje in het oog aanwezig is. Deze groenling zat echter zo mooi met het kopje in de zon dat op alle foto’s het lichtpuntje in het oog aanwezig was. Uiteindelijk kreeg de groenling gezelschap van een koolmeesje.