Naar de kijkhut in De Auken

Toen ik vanuit kijkhut De Meenthebrug een fotoserie maakte van een foeragerende kwikstaart, kreeg ik na enige tijd gezelschap van een andere vogelfotograaf. Hij vertelde dat hij zojuist bij kijkhut De Auken was geweest, waar het druk was met grote vogels die regelmatig overvlogen. Ik was al van plan die kant op te gaan, maar nu wist ik het zeker. Eerst reed ik echter even naar huis voor een kopje koffie en om mijn laarzen op te halen. Volgens de fotograaf stonden er door de hevige regenval van een paar dagen eerder flinke plassen op de paden en laarzen waren geen overbodige luxe.

De kleine parkeerplaats bij De Auken was volledig bezet, daarom parkeerde ik de auto iets verderop, op een plek met uitzicht over dit water.

Via het bruggetje wandelde ik natuurgebied De Wieden in.

Onderweg naar de kijkhut maakte ik foto’s van een dagpauwoog, zowel met gesloten als met open vleugels. Ook een krasser liet zich onderweg nog even fotograferen.

Op sommige delen van het pad stonden inderdaad flinke plassen, dus mijn laarzen kwamen goed van pas. Het laatste stuk van de route was grotendeels dichtgegroeid. Omdat het een warme ochtend was, had ik een korte broek aangetrokken. Daardoor was het voortdurend opletten voor brandnetels en distels. Terwijl ik tussen de stekelige planten laveerde, vroeg ik me af of Natuurmonumenten soms een ontmoedigingsbeleid voerde…

Vanuit de kijkhut heb je een prachtig uitzicht over het water, met aan de overkant verschillende broedkolonies. Hier broeden o.a. aalscholvers, blauwe reigers, grote zilverreigers, koereigers, lepelaars en purperreigers. Helaas waren deze vogels voor mijn lens te ver weg om ze mooi in beeld te brengen. Daarom richtte ik mijn aandacht op de vogels die langs de kijkhut vlogen. Die fotoserie volgt de volgende keer.

Toen ik in de kijkhut aankwam, waren er al twee mannen en een vrouw aanwezig. De mannen waren samen op pad om vogelwaarnemingen te noteren. Kort na mijn komst vertrokken zij weer, waardoor de vrouw en ik de hut voor ons alleen hadden. We hadden alle ruimte en raakten gezellig aan de praat.

Op een gegeven moment riep een man ons vanaf beneden toe dat we niet moesten schrikken, omdat ze het pad gingen maaien. Dat ging gepaard met flink wat lawaai. Het was netjes dat hij ons vooraf even waarschuwde.

Toen de mannen klaar waren met maaien, wandelde ik terug naar de auto. Ze hadden goed werk geleverd, want dat deel van het pad was zeker een meter breder geworden.

Halverwege de ongeveer 450 meter lange wandeling keek ik nog één keer achterom en maakte deze foto.

Wordt vervolgd.

Moerassprinkhaan en andere

Tijdens onze fotokuier in de Weerribben kruisten ook meerdere sprinkhanen ons pad.

Het is gelukt om er een aantal op de foto te zetten. Ik ben geen kenner van sprinkhanen, maar door te zoeken op internet probeerde ik er wel wat over te leren. De krasser is een soort die ik al wel kende. Het is een soort die zich graag verstopt voor de fotograaf.

In Nederland kennen we ongeveer 50 soorten die je makkelijk kunt leren kennen, zo wordt er geschreven op deze site. Maar ja als je net begint en tot dusver alleen twee namen kende dan is 50 wel heel veel.  De site van Jan van Duinen gaf mij veel duidelijkheid over diverse soorten. Er zijn drie groepen sprinkhanen en dat zijn
1. Veldsprinkhanen
2. Sabelsprinkhanen
3. Doornsprinkhanen
De krasser behoort tot de groep van veldsprinkhanen. Op onderstaande foto houdt de krasser zich schuil in het hoge gras.

Tijdens de wandeling had ik ook een sprinkhaan vastgelegd waarvan ik pas op de computer leerde om wat voor soort het ging. Het was de moerassprinkhaan. Ook de moerassprinkhaan behoort tot de groep van veldsprinkhanen.

Ik wees mijn vriendin op de haagwinde (pispotjes) en vertelde haar dat deze plant een plaag is voor de rietteler. Op hetzelfde moment ontdekte ze twee sprinkhanen op de haagwinde. Het was een roodbruine en een witte sprinkhaan.

Via internet leerde ik dat we hier (volgens mij) te maken hebben met nimfen. Het zijn nog niet te determineren veldsprinkhanen.

De laatste juffers

Terwijl ik de koeien in Terhorsterzand fotografeerde (zie dit logje) en daar ter plekke enkele foto’s en berichtjes op Twitter plaatste kreeg ik een appje van mijn fotograferende vriendin of ze nog even koffie moest brengen. Door mijn berichtjes op Twitter was ze er namelijk achter gekomen dat ik aan het fotograferen was in Terhorsterzand. En zo gebeurde het dat ik even later aan de warme koffie zat op een bankje op de heide. Mooier kun je het niet krijgen.

Vlak voordat ze kwam had ik aan de rand van het ven een juffer ontdekt.

Even later zagen we nog een paar juffers, waaronder een paringswiel. Of er van paren veel terecht kwam weet ik niet want het paartje zag er versleten uit.

Na het fotograferen van de juffers lieten we het ven achter ons en vervolgden we het pad in oostelijke richting. De heide was bijna uitgebloeid, maar was nog steeds mooi om te zien. Op dit gedeelte van Terhorsterzand was ik nog niet eerder geweest en was dan ook aangenaam verrast door de schoonheid van dit gedeelte.

Als je even stopt voor een foto met de macrolens is er meestal wel een krasser die voor je voeten wegspringt. Deze wilde wel even voor me poseren.

Na een mooie wandeling kwamen we aan het gedeelte waar de klokjesgentiaan staat. Helaas hebben we op de vele klokjes geen eitjes van het gentiaanblauwtje kunnen ontdekken. We waren enigszins verbaasd dat er nog steeds klokjes in de knop stonden. De theorie over de schaarse aanwezigheid van de eitjes op de klokjes is dat de vlinders vroeg waren dit jaar en de klokjesgentiaan wat later is gaan bloeien. Ze zijn elkaar als het ware ‘misgelopen’.

Gevangen in een web

Tijdens mijn fotokuier in de vroege ochtend sprong er regelmatig een krasser voor mij langs. Vaak landde de krasser tussen de struiken. Het was wel lastig om de groene krasser dan terug te vinden. Een bruine krasser had voor mijn camera een beter plekje uitgezocht.

Toen ik met mijn macrolens voorover gebogen stond om iets vast te leggen landde er een krasser in een spinnenweb. Ik maakte snel een foto van deze onfortuinlijke krasser. Net toen ik aan het bedenken was of ik de krasser zou gaan bevrijden kwam er uit het niets een spin aansnellen. Het was de wespspin. Ik heb twijfel over een eventuele redding maar laten varen en heb de natuur zijn gang laten gaan. Verbazend hoe snel de krasser door de spin werd ingepakt.

En daar hang je dan, lijdzaam afwachten totdat je wordt leeggezogen.