Een lepelaar na zonsondergang

Na de zonsondergang bij Paal 17 reden de kinderen nog even naar De Staart in Waalenburg. Een jaar eerder hadden ze daar prachtige foto’s kunnen maken met een vuurrode avondlucht. Wij, de wat oudere garde, vonden het wel mooi geweest en keerden terug naar de vakantiewoning. Niet veel later verscheen er via de app een foto van een lepelaar die in een rode gloed stond te foerageren. Op dat moment had ik er al spijt van dat ik niet was meegegaan.

Een avond later reed ik zelf naar Waalenburg, in de hoop ook zo’n bijzonder moment mee te kunnen maken.

Het werd inmiddels al behoorlijk donker, waardoor de ISO-waarde flink omhoog moest. Toch slaagde ik erin om de rustende lepelaar, die hierboven op de tweede foto in de verte te zien is, vast te leggen.

Nadat de lepelaar voldoende had gerust, ging hij weer verder met foerageren. Ik had het geluk dat hij dit deed in een sloot waar de ondergaande zon een prachtige rode gloed over het water legde.

Kluten met kuikens in Waalenburg

We waren gebleven bij de vroege ochtendrit door Waalenburg. In een grote plas liep een kluut met haar kuiken.

Jonge kluten zijn nestvlieders. Al kort na het uitkomen verlaten ze het nest. Ze kunnen direct lopen en gaan vanaf het eerste moment zelf op zoek naar voedsel. Daarbij dwalen ze soms verrassend ver van hun ouders af.

Ze blijven echter sterk afhankelijk van hun ouders voor bescherming. De oudervogels houden de omgeving voortdurend scherp in de gaten. Zodra er gevaar dreigt, roepen zij hun jongen onmiddellijk terug. Kluten staan bekend als zeer waakzame vogels die indringers fel en zonder aarzeling verjagen, zelfs wanneer die aanzienlijk groter zijn dan zijzelf.

Deze serie had ik gelukkig al in concept klaarstaan, want anders was het mij vandaag niet gelukt om er nog iets van te maken. Sinds eind vorige week heb ik een luchtwegvirus. Aanvankelijk voelde ik me niet echt ziek, maar vandaag ontbreekt alle energie en kan ik nergens toe komen. En dat gebeurt me eerlijk gezegd niet zo vaak.

Boerenzwaluwen en graspiepers in Waalenburg

Op de tweede vakantiedag besloot ik vroeg op pad te gaan. Om zeven uur reed ik over de Pijpersdijk. Op mijn weblog laat ik meestal de natuur, vogels en het strand van Texel zien. Toch is er nog een andere kant van het eiland die zeker aandacht verdient. Ongeveer 65% van Texel wordt gebruikt als landbouwgrond. Het agrarische landschap is daarmee een onmisbaar onderdeel van het eiland. Zie deze website van Het Boerenklasse

Langs de Pijpersdijk lag een perceel waar onlangs aardappelen waren gepoot. De keurige ruggen trokken direct mijn aandacht. Voor de aardappelteler zijn zulke strakke heuveltjes een teken dat het werk goed is uitgevoerd. Voor een fotograaf vormen ze vooral een prachtig lijnenspel dat het landschap extra diepte en ritme geeft.

Mijn volgende stop was aan het begin van De Staart in Waalenburg. Op een hek zaten enkele boerenzwaluwen rustig hun verenkleed te poetsen. In het zachte ochtendlicht namen ze uitgebreid de tijd voor hun ochtendtoilet, een mooi tafereel om de dag mee te beginnen.

De volgende stop was bij een klein parkeerplaatsje, waar ook het bord met een tekst van Jac. P. Thijsse staat. Thijsse en Waalenburg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als een van de grondleggers van de Nederlandse natuurbescherming zette hij zich in voor het behoud van bijzondere natuurgebieden. Dankzij zijn inspanningen kon Natuurmonumenten in 1909 Waalenburg aankopen, waarmee dat het allereerste natuurgebied van de vereniging werd.

Op een betonnen rand zat een graspieper, op de foto gemarkeerd met een pijl. Even later verscheen er een tweede graspieper. Deze vogel had voedsel in de snavel, wat erop wees dat er waarschijnlijk een nest in de buurt was. De vogel bleef op afstand wachten en leek mijn aanwezigheid nauwlettend in de gaten te houden. Om de vogels niet onnodig te verstoren, besloot ik daarom snel weer verder te gaan.

Vogels in Waalenburg op Texel

Mijn eerste ronde met de camera’s was zoals gebruikelijk in Waalenburg. Daar stond in de verte een tureluur te foerageren. Toen hij door een kluut werd weggejaagd kwam hij dichterbij zijn kostje bij elkaar scharrelen.

Achter het hek, in het kruidenrijke landschap, zaten twee mannetjeseenden te rusten. Woerden trekken vaak samen op, en dat gaat meestal vreedzaam, zolang er geen vrouwtje in de buurt is. Zodra dat gebeurt, kan het er echter heftig aan toe gaan tussen de mannen.

Even verderop gleed een bruine kiekendief geruisloos laag over een sloot. Met zijn scherpe blik speurde hij de sloot en de oevers af, op zoek naar een lekker hapje.

Een graspieper had zijn uitkijkpost op het hek gekozen. Ik vond het prachtig om te zien hoe de zuring de achtergrond rood kleurde. Op de terugweg zat de graspieper er opnieuw, en dit keer maakte ik een foto vanuit een ander perspectief, waardoor de achtergrond groen oogde.

Elke ochtend ging ik vroeg op pad. Zo had ik al een mooie natuurbeleving achter de rug voordat de rest van het gezin op gang kwam. Een groot voordeel van zo vroeg op stap gaan is de rust; op enkele vroege vogels na kom je nauwelijks iemand tegen. De lucht was gevuld met vogelgezang, waarbij vooral de veldleeuweriken zich luid lieten horen. Af en toe had ik het geluk dat er eentje tussen de bloemen neerstreek, waardoor ik hem op de foto kon vastleggen.

Als afsluiter een tweeluik van een grutto, foeragerend in een kruidenrijk landschap, met de opvallende orchissen als decor.

Kemphanen in een divers verenkleed

Tijdens een van mijn bezoeken aan Waalenburg op Texel zag ik aan de noordkant van de weg enkele kemphanen lopen. Ik liet het raampje van de auto zakken en plaatste mijn telelens op de pittenzak in het raamkozijn. Het licht werkte goed mee; ik had de zon in de rug.

Het is wonderlijk om te zien hoe verschillend het verenkleed van de kemphanen kan zijn. Vooral in de broedtijd hebben de mannetjes een enorme variatie aan kleuren en patronen, waardoor bijna iedere vogel er anders uitziet. Dat maakt het extra bijzonder om ze van dichtbij te kunnen observeren en fotograferen.

Veldleeuwerik en fazant op Texel

Ik zit in de luxe positie dat ik in deze tijd van het jaar zóveel onderwerpen en foto’s heb, dat ik er met gemak drie per dag zou kunnen plaatsen. Daarom kies ik ervoor om meerdere onderwerpen in één bericht te bundelen.

We beginnen opnieuw in Waalenburg. Eerder schreef ik al over de zang van de veldleeuwerik, hoog in de lucht. Daar zijn ze vaak niet meer dan een stipje en door het tegenlicht lastig te fotograferen. Het mooiste moment is wanneer ze net zijn opgestegen en nog laag vliegen. Je moet dan wel snel reageren, want het opstijgen gaat in een razend tempo.

De veldleeuwerik is lastig te vinden. Ze zijn uitstekend gecamoufleerd en vallen, zeker tussen de plukken ruige mest, nauwelijks op.

Ik reed verder en zag, rijdend over de Bargerweg, vanuit de auto een fazant bovenop een tuinwal. Daar kon ik de auto goed stilzetten om een fotoserie te maken. In tegenstelling tot de veldleeuwerik is de fazant een opvallende verschijning. De fazant liep wel bij mij vandaan, maar bleef meerdere keren even zitten en drukte zich dan in het gras. Op de derde foto leek hij zich te willen verstoppen achter zijn staart.

Nog meer vogels in Waalenburg

Al op de eerste middag op Texel, na slechts een paar honderd meter in Waalenburg, deed de natuur haar werk: ik had meteen al enkele prachtige waarnemingen. Maar wat me vooral raakte, was het geluid van de diverse vogels. Het vrolijke gezang van de veldleeuwerik, hoog in de lucht, bracht een onmiskenbaar gevoel van vreugde. Voor mij heeft het iets magisch aan het luisteren naar deze natuurlijke symfonieën.

In het weiland scharrelde een groepje spreeuwen tussen de paardenbloemen. Een van de spreeuwen besloot een plekje op het hek te kiezen. Het zonlicht viel op de vogel, waardoor de iriserende kleuren van zijn veren prachtig tot hun recht kwamen. Geduldig liet de spreeuw zich van alle kanten fotograferen, terwijl de zachte bries zijn verenkleed opwaaidde en de glans van de veren nog meer accentueerde.

Langs de oever scharrelde een tureluur. Ik parkeerde mijn auto in de linker berm en wachtte geduldig. Terwijl de vogel foeragerend mijn kant op kwam, viel hij bijna volledig weg in de kleuren van de omringende begroeiing. Alleen zijn feloranje poten staken scherp af, waardoor ze des te meer opvielen. Vanuit de auto maakte ik een fotoserie.

Na de fotoserie van de tureluur vervolgde ik mijn weg in een rustig tempo. Amper honderd meter verderop diende zich al het volgende onderwerp aan: een torenvalk, die biddend boven de berm hing. Ik parkeerde de auto aan de rechter berm en wachtte geduldig. De torenvalk bleef rustig in de lucht hangen, waardoor ik volop de tijd had om hem vast te leggen.

Wordt vervolgd.

Lepelaars

De lepelaar heb ik leren kennen op Texel… Ruim 40 jaar geleden kreeg ik verkering met mijn huidige man. Zijn ouders hadden toen een stacaravan op Texel. Mijn man kende Texel op zijn duimpje, het was zijn tweede thuis. Voor mij was Texel nieuw. Maar ook ik heb mijn hart verpand aan dit Waddeneiland. Het was in die jaren dat ik de lepelaar leerde kennen. Bij de Horsmeertjes op Texel broedde een kolonie lepelaars. In die jaren gingen we steevast een bezoek brengen aan het uitkijkpunt om met een verrekijker naar de lepelaars te kijken. Ze zaten ver weg en zelfs met een verrekijker zag je niet veel details. Tegenwoordig is het waarnemen van een lepelaar op Texel niet meer uitzonderlijk. Onderstaande lepelaar stond in Waalenburg.

Heel vroeger waren de broedkolonies in Nederland vrijwel alleen te vinden in moerasgebieden op het vasteland. Rond 1900 werd de populatie geschat op ongeveer 1000 paren. Door het overmatige gebruik van pesticiden in de jaren ’50 en ’60 daalde de broedpopulatie drastisch tot minder dan tweehonderd paren. Gedurende de jaren ’70 en ’80 trad er langzaam herstel op. Nu zijn er ruim 2.500 broedparen. De Nederlandse populatie lepelaars is uniek, in andere landen in Noordwest Europa broeden ze nauwelijks. Lepelaars bevinden zich van februari tot september/oktober in Nederland. Via Franse en Spaanse moerassen trekken ze naar winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust (vooral Banc d’Arguin). Lepelaars broeden in moerassige gebieden, dichte rietkragen of moeilijk bereikbare bomen en struiken, maar ook op kwelders.

Deze ouder en jong foerageerden in Waalenburg. Dat het een jong is dat zie je aan de snavel die nog niet is uitgekleurd naar zwart.

Ook zie je regelmatig lepelaars overvliegen. Meestal zag ik ze te laat, want dan waren ze al boven mijn hoofd en op het moment dat ik de camera had gericht waren ze al een flink eind weg. Tot het moment dat ik een groepje lepelaars zag aankomen. Ik was op tijd met mijn camera en 400 mm tele en kon ze op acceptabele afstand fotograferen.

Waalenburg

Op de ochtend van de tweede vakantiedag op Texel ging ik alleen met de fotocamera’s op pad. De jeugd ging winkelen in Den Burg en mijn man ging wandelen en wilde kilometers maken. Mijn eerste stop was bij Waalenburg, het eerste weidevogelreservaat van Nederland. Dit jaar zagen we veel ingezaaide bermen en akkerranden op Texel. Een lust voor het oog.

Onderstaand schrijven is van Jac P Thijsse. Hij richtte onder meer de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland op (1905) en schreef diverse vogelboeken. Thijsse had voor altijd zijn hart aan het eiland verpand. ‘Texelaar zal ik blijven tot het eind’, schreef hij later over Texel.

De veldleeuwerik is daar goed vertegenwoordigd. Het is een feest om daar te staan en het gezang van de veldleeuwerik te horen. Ik heb deze keer geen foto’s gemaakt van de veldleeuwerik in vlucht. Ze vlogen te hoog. Ik heb daar wel een tureluur, een bergeend en een aalscholver gefotografeerd.