Op weg naar de Grote Oren (2)

Vandaag vervolg ik de tocht naar de Grote Oren. Jan had voor vertrek verteld dat hij die dag niet veel kracht in de benen had. Het griezelde mij dan ook toe dat hij zo dicht naast de sloot ging staan…

We richten onze blik weer op de Grote Oren in het vlakke Friese land. We reden als het ware met een grote boog om het satellietstation heen. We maakten diverse stops om de Grote Oren vanaf een afstand vast te leggen. Het gebied rond dit station is verkeersluw gemaakt. Vele landweggetjes lopen dood of gaan over in een fietspad.

De NSO, die nu is opgegaan in de Joint Sigint Cyber Unit (JSCU), heeft in Nederland twee stations om draad- en kabelloze communicatie te onderscheppen in grote delen van de wereld, met name daar waar terreurgroepen actief zijn. Het gaat om Burum en Eibergen. In Burum wordt sinds 2005 satellietverkeer (telefoongesprekken, sms’jes) opgevangen. Hiervoor zijn extra schotelantennes geplaatst. In Eibergen wordt sinds 2007 radioverkeer onderschept.

De antennes verzamelen metadata. Data over data. Het gaat om miljoenen communicatiegegevens, waaruit kan blijken wie er precies met wie communiceert. Maar ook hoe lang vijandige telefoongesprekken duren. Of hoe de gesprekken nou eigenlijk klinken. Is de toon bijvoorbeeld kalm of paniekerig. Na analyse van al deze informatie zijn er wellicht trends te ontdekken en conclusies te trekken, bijvoorbeeld over wie (of beter: welke telefoon) zich waar bevindt. En op basis daarvan worden door Nederland, Amerika en andere bondgenoten aanvallen uitgevoerd, onder meer met drones.

Niet alle opgestelde schotels zijn van defensie. Defensie en heeft daar tussen de vijftien en twintig schotels staan. KPN is eigenaar van de rest, maar heeft dat verhuurd aan Inmarsat. Op zijn beurt heeft Inmarsat weer een deel onderverhuurd aan Castor Networks.

Inmarsat is opgericht in 1979 door de Britse International Maritime Organization. Doel was om schepen constant in verbinding te laten staan met de kustwacht. Inmiddels levert het bedrijf ook communicatiediensten in rampgebieden aan instanties als Artsen zonder Grenzen.

Inmarsat heeft acht schotels staan op het terrein. Castor Networks, dat diensten levert aan de mijnindustrie, energiebedrijven (zoals Gazprom) en niet-gouvernementele organisaties (zoals Cordaid), heeft in Burum veertien antennes staan.

Wordt vervolgd. 

 

Op weg naar de Grote Oren (1)

Dit uitstapje stond al een tijdje op onze verlanglijst met gezamenlijke fotokuiers…

En nu ging het er dan eindelijk van komen. Jan en ik waren op weg naar Satellietgrondstation 12,  in de volksmond de ‘Grutte Earen (Grote Oren)’ genoemd. Dit grondstation bevindt zich in de weilanden ten noordwesten van het Friese dorp Burum. Het werd in 1973 geopend door de PTT en is het enige Nederlandse grondstation voor internationale verbindingen over communicatiesatellieten.

Het grondstation vormt de toegangspoort voor het verzamelen van Europees en intercontinentaal verkeer uit Nederland en omringende landen dat loopt over het telefoonnet en via straalzenders om het weer door te sturen naar satellieten, zodat het kan worden verzonden naar de eindbestemming via soortgelijke grondstations elders ter wereld. Het vormt onderdeel van Inmarsat. Het grootste deel van het terrein (noorden, oosten en midden) heeft deze functie.

Na de aanslagen van 11 september besloot de Nederlandse regering tot de oprichting van de Nationale Sigint Organisatie (NSO) voor het coördineren van de verbindingsinlichtingen van de AIVD en MIVD. Dit ging gepaard met een uitbreiding van de vraag naar satellietcapaciteit. Het bestaande grondstation van defensie in Zoutkamp (opgericht eind jaren 1970) mocht door bezwaren van omwonenden niet worden uitgebreid, waarop defensie het grondstation sloot en haar satellietschotels herplaatste bij haar basis in de Marnewaard.

De NSO wendde zich daarop in 2005 tot het Stratosterrein in It Grutte Ear voor het gebruiken van twee bestaande grote schotels en de bouw van 13 nieuwe schotels. Het terrein van de NSO werd gerealiseerd in het zuiden van It Grutte Ear. De schotels zijn bedoeld voor het opvangen van al het langskomend satellietverkeer in het kader van de terrorismebestrijding. Van de twee grote schotels werd er later een gesloopt. Bron: Wikipedia.

Er is voor Burum gekozen omdat hier de minste storingen zouden zijn. Er zijn geen hoge gebouwen of bergruggen die de straalverbindingen storen en er is geen hinderlijk effect van elektrische apparatuur. Het landschap kenmerkt zich door weidegebied met hier en daar een boerderij. Wij reden met een omweg naar het satellietstation, zodat we de Grote Oren vanaf meerdere plekjes konden vastleggen. Het oneindig lijkende platteland werkte hier mooi aan mee.

Wordt vervolgd. 

Ochtenstond in het Waterloopbos

Een tijdje geleden was ik op een zaterdagmiddag in het Waterloopbos. Ik vond het toen heel erg druk. Ondanks de drukte heb ik toen met een mondkapje op toch een wandeling gemaakt. Die fotoserie is hier te zien. Om de drukte te vermijden ging ik een week later in alle vroegte naar het Waterloopbos. Er was voor die dag wat ochtendmist voorspeld en dat hoopte ik dan meteen mee te pakken.

En zo stond ik rond zonsopkomst bij een waterloop uit vervlogen tijden…

Vanaf de parkeerplaats wandelde ik eerst naar de Deltagoot. Ondanks het vroege tijdstip waren daar toch al mensen aanwezig. Toen ik inzoomde zag ik dat het fotografen waren. Nadat we naar elkaar hadden gezwaaid vervolgde ik mijn weg.

Ik vond het nog lastig om in het bos de sfeer van het vroege tijdstip vast te leggen. Ook de ochtendnevel zie je in het bos minder terug dan op de vlakte.

Na een ronde door het Waterloopbos kwam ik weer aan bij de parkeerplaats. Net toen ik besloot om in de auto te stappen en naar huis te rijden verscheen tussen de bomen de zon.

Toen ik zag hoe de zon aan de bomen een gouden gloed gaf besloot ik om nog een ronde te maken door het bos.

Ten slotte heb ik nog een tijdje gespeeld bij een waterval. In de waterloop lag een grote vierkante steen. Die steen gebruikte ik als statief. Op die manier kon ik een lange sluitertijd gebruiken…

Ik hoop nog een keer een fotoserie in het Waterloopbos te maken nadat er een beetje sneeuw is gevallen. Dat lijkt me zo mooi.

Werkzaamheden in het Waterloopbos

De watergangen die de waterloopkundige modellen in het Waterloopbos van water voorzien slibben zo door de jaren heen dicht.

Om de doorstroming van het water en tevens de waterkwaliteit te verbeteren worden de watergangen gebaggerd. Het slib wordt opgevangen in een baggerdepot. In het depot kan het slib indrogen. Nadat het is ingedroogd wordt het slib afgevoerd.

Toen ik op zaterdag 31 oktober door het Waterloopbos wandelde, was men nog bezig met de aanleg van het depot.

Het baggeren van de in totaal drie kilometer aan waterweg gebeurt in twee fasen. Van oktober t/m december van dit jaar worden de eerste watergangen gebaggerd.

Nadat het slib voldoende is ingedroogd wordt het depot in mei 2021 leeggereden. Zo ontstaat er weer ruimte voor slib wat in de zomer van 2021 uit de watergangen wordt gehaald.

In december 2021 zal het depot voor de tweede en laatste keer worden leeggereden. In 2022 wordt het depot ontmanteld en wordt op deze plek door Natuurmonumenten weer bomen geplant.

 

Waterloopbos, geliefd bij jong en oud

Op een zaterdagmiddag brak de lucht open en kwam het zonnetje tevoorschijn. Ik besloot naar het Waterloopbos te gaan. In dit bos zijn de resten te zien van het voormalig Waterloopkundig laboratorium. In deze tijd van het jaar vind ik dit bos van een grote schoonheid.

Met mij hebben velen de schoonheid van dit bos ontdekt, de grote parkeerplaats stond tjokvol. Tijdens het passeren op smalle paden droeg ik mijn mondneusmasker. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Ik was overigens de enige die een dergelijk masker droeg. Ik heb van de nood een deugd gemaakt en heb bewust een serie gemaakt met mensen.

Bij een waterval heb ik een tijdje gespeeld met de sluitertijd, de waterval en de passanten. Ik had mijn camera op een bruggetje gezet. Door te kiezen voor een lange sluitertijd heb ik getracht bewegingen in beeld te brengen….

Tijdens de wandeling trof ik een medeblogger. Ik herkende hem van de header op zijn weblog. Wel heel toevallig en leuk om elkaar daar zo tegen te komen. Na een tijdje kletsen gingen we ieder ons weegs. Aan het einde van mijn wandeling trof ik hem opnieuw. We besloten om samen terug te wandelen naar de parkeerplaats.

Landgoed Warmelo

Na het bezoek aan de watermolen nabij Diepenheim reden we naar landgoed Warmelo. Eigenlijk waren we op zoek naar de Regge. Al zoekend op internet en Google Maps kwamen we uit bij dit landgoed. We ontdekten dat de Regge door dit landgoed stroomt. De grootte van de Regge viel ons wat tegen, maar het doorkijkje levert wel een idyllisch plaatje op.

Wandel maar met ons mee over het landgoed…

Volgende keer zoomen we in op de zandsculpturen die aanwezig waren op het landgoed.

Springendal en een aalscholver

Tijdens onze vakantie in september maakten we meerdere uitstapjes naar Twente. Een van die uitstapjes was naar natuurgebied Springendal. We kozen voor een wandeltocht van 6 km. Met een temperatuur van rond de 25 graden kon de wandeling zelfs in korte broek.

De tocht voerde ons over bospaden, langs omgeploegde akkers, langs oude schuren, langs riviertjes, om de Grote bronvijver, over karresporen, langs koeien en tenslotte langs grafheuvels.

Op een tak in de Grote bronvijver zat een aalscholver. Een voorbijganger vertelde ons dat deze aalscholver daar zijn vast stek had.

In de regel zijn aalscholvers niet zo van pottenkijkers en vliegen dan al snel weg. Deze aalscholver leek zich niets aan te trekken van de  wandelaars rond de vijver.  Even werd de zorg voor het verenkleed onderbroken, de vogel spreidde zijn vleugels en liet vervolgens een dikke kwak in het water vallen. Reken maar dat het een vies ruikend goedje is wat er in het water belandde.

De rivierkreeft in de Dinkel

De mooie wandeling langs de Dinkel eindigde bij deze versperring. Jammer, want de wandeling over de oever van dit riviertje verveelde mij nog lang niet.

Op dit hoge punt klom ik voorzichtig naar beneden en kwam ik uit bij de waterlijn.

Genietend van het uitzicht zag ik plotseling iets bewegen op de bodem van het riviertje. Al snel zag ik dat het een kreeft was. Ik was blij met deze waarneming en begon driftig te fotograferen.  Dat ik helemaal niet zo blij hoefde te zijn met deze waarneming dat leerde ik pas later…

Rivierkreeften zijn zoetwaterkreeften die in sloten, meren en rivieren leven. De rivierkreeft die oorspronkelijk in Nederland thuishoort is de Europese rivierkreeft (Astacus astacus). Dit is een inheemse soort. De soort is in Nederland bijna helemaal verdwenen door het achteruitgaan van de waterkwaliteit en verlies van geschikt habitat. In ons land hebben we nu te maken met een plaag van wel honderdduizenden Amerikaanse rivierkreeften. In 1985 werd de Amerikaanse rivierkreeft voor het eerst waargenomen in de Nederlandse wateren. Het gaat hier om wat in jargon een ‘invasieve exoot’ heet. De kreeft heeft nauwelijks of geen natuurlijke vijanden en vermenigvuldigt zich daardoor razendsnel. In principe eet de rivierkreeft vooral waterplanten maar als het beest hongerig is, wordt het een alleseter.

De enorme verspreiding van de Amerikaanse rivierkreeft leidt tot een afname van de biodiversiteit in de Nederlandse sloten. De kreeften vreten de sloten kaal, waardoor ander leven er onmogelijk wordt. De enige serieuze vijand van de rivierkreeft naast de mens is de reiger. De rivierkreeft is kwetsbaar als hij van schil verandert en jongen krijgt. Op dat moment graaft de kreeft holletjes in de oevers van sloten waardoor die worden aangetast. Het gevaar daarvan is dat koeien die uit de sloot willen drinken te water raken. Waterschappen en boeren hebben daarom belang bij bestrijding van de kreeft.

De meest voor de hand liggende oplossing voor de grote verspreiding van rivierkreeft in Nederland lijkt dan ook om de sloten en plassen leeg te vissen en de rivierkreeft te eten. Op dit moment zijn er maar een handjevol vissers die gericht rivierkreeft vangen. Hun vangst vindt gretig aftrek. Bron is deze site.

Ontworteld?

Vandaag plaats ik een onderwerp in de categorie ‘Stof tot nadenken”. Toen ik bezig was met deze fotoserie kwam ik op dit onderwerp…

In het leven gebeuren vele dingen die het gevoel van ontworteling kunnen geven. Ziekte, overlijden van een geliefde, scheiding, oorlog en dreiging zijn voorbeelden van heftige gebeurtenissen die ons flink aan het wankelen kunnen brengen.

Er komen wortels bloot te liggen, maar de hoofdwortels zitten nog steeds stevig verankerd in de grond. Het zijn de wortels die je met de aarde binden; ze houden je vast, ze maken dat je niet op drift slaat. Ze houden je in balans.

Daarbij is het belangrijk en een zegen als je in het leven mensen hebt die dicht om je heen staan. Mensen die je steunen, die je bemoedigen en die je liefde geven. Die mensen zorgen ervoor dat je minder snel omvalt. Net als de bomen die dicht naast een wankele boom staan en deze ondersteunen. Samen staan we steviger.

Bij deze aardse zaken en menselijke beredenering is er voor velen het geloof, de hoop en het vertrouwen. En dat geldt ook voor mij.

Geloof… is geen garantie, geeft geen winst, geeft geen succes, geeft geen gemakkelijk leven, is geen gebaande weg, stelt jou niet boven de ander, geeft geen antwoorden en geeft geen resultaat.

Geloof bestaat maar voor een heel klein deel uit ervaring en voor het grootste deel uit hoop. Het is de hoop op God. Geloven is vertrouwen. Houd vol ook als je het niet ziet, het niet voelt en het niet ervaart.

Het is niet zo dat er op dit moment in mijn leven iets heftigs gebeurt, maar dat kan vanavond wel anders zijn…

Voel je vooral niet verplicht, maar vrij om te reageren op dit onderwerp…

Stroomafwaarts

De fotoserie die ik vorige keer liet zien was gemaakt op maandagochtend. Ik was toen alleen en vroeg op stap gegaan. De eerste kennismaking met de Dinkel was echter een dag eerder en wel op zondagmiddag. Het was toen een stuk drukker. Toch hield iedereen zich keurig aan de 1,5 meter afstand. Onderstaande foto’s zijn op zondagmiddag gemaakt.

We begonnen onze wandeling bij de Kribbenbrug. We besloten eerst het pad stroomafwaarts te nemen. We wandelden door een mooi coulissenlandschap. Tijdens het schrijven van dit log las ik op internet dat er zorgen zijn om het voortbestaan van dit prachtige landschap.

Na een paar kilometer stroomafwaarts wandelden we terug naar de brug en liepen we verder langs de Dinkel stroomopwaarts. Bij de brug stond een bordje met daarop de tekst: ‘Verboden te varen van 1 april tot 1 september.’ Varen, leek mij wat een groot woord en erg lastig omdat de Dinkel op meerdere plaatsen heel ondiep was.

Ik maakte een aantal foto’s van de stroming in de Dinkel.

Na een tijdje wandelen zagen we enkele kajaks met passagiers. Het bordje was dus toch niet helemaal voor niets. Ook al voeren ze stroomafwaarts, hun tocht was nog niet zo eenvoudig. Als het te ondiep werd moest een passagier uitstappen…