Rietland zonder vliegtuigstrepen

Nadat ik het kammen van riet had vastgelegd wandelde ik verder door het rietland.

Tussendoor genoot ik van de mooie blauwe lucht met hier en daar een wolkje. En waar ik nog het meest van genoot was het feit dat er geen vliegtuigstreep was te zien.

Op dat stukje waar ik me alleen op de wereld waande dacht ik terug aan vroeger. Aan de tijd dat ik met mijn vader meeging naar het riet. Aan de tijd dat ik in de ruigte (afval) ging liggen en naar boven keek en genoot van de mooie wolkenluchten. Nadat ik in alle rust had genoten van de stilte, de warme herinneringen, de geur en  het uitzicht wandelde ik weer terug naar Klaas Jan. Klaas Jan had net een dikke bos riet klaar.

Deze dikke bos riet bracht hij naar de slee. Een bos riet weegt al snel 30 kilo. Ook dit is dus een zware klus.

Terwijl Klaas Jan en Sander een korte pauze namen en iets gingen drinken wandelde ik in alle rust richting naar de auto.

Op onderstaande foto zie je goed het verschil tussen een perceel wat wel of niet wordt gemaaid. Als een perceel niet wordt gemaaid dan komen er steeds meer boompjes te staan en ontstaat er het zogenaamde broekbos. Het maaien van de rietlanden is niet alleen voor het oogsten van het riet, het is ook belangrijk voor het onderhoud van de natuur. Rietlanden herbergen speciale flora en fauna. De grote vuurvlinder is daar het mooiste voorbeeld van. De grote vuurvlinder heeft in de rietvelden zijn waardplant Het is de enige plek in Europa waar deze vlinder nog voorkomt. Rietsnijders zijn dus onontbeerlijk voor een goed natuurbeheer. Zie ook op deze site.

Het kammen van het riet

Klaas Jan was bezig met het kammen van het riet. Hoe dat in zijn werk gaat dat beschrijf ik hieronder.

De rietmaaier annex bindmachine maait alles af. Dus behalve het riet maait de machine ook takjes, haagwinde, lisdodde etc.  Dat is ook bedoeling, want als de rietsnijder dat niet zou doen dan staat er over een aantal jaren geen riet meer. De rietmaaier/binder knoopt een touwtje om de bosjes en legt ze op de grond. Als er een perceel gemaaid is zet de rietsnijder de bosjes rechtop tegen elkaar. Op die manier kunnen de bosjes alvast een beetje drogen.

Vervolgens wordt het afval uit het riet gekamd. De rietsnijder pakt twee bossen tegelijk vast en snijdt de touwtjes met een snit door. Hij legt ze dan op de kammachine. De kammachine bestaat uit een ronddraaiende band met grote kammen. Dit ronddraaien gebeurt met grote kracht. Je moet de bosjes goed vasthouden want anders wordt alles uit de handen getrokken.

En dit alles gebeurt geconcentreerd en nauwgezet. Op dit filmpje is te zien hoe het rietkammen in zijn werk gaat.

Het uitgekamde riet wordt in een bak gelegd. Als de bak vol is komt er een touw omheen en is er weer een dikke bos riet klaar. In een volgend logje laat ik foto’s zien waarbij Klaas Jan een dikke bos riet wegbrengt.

Wordt vervolgd.

Rhena in het rietland

Na het praatje met Sander wandelde ik richting Klaas Jan. Halverwege werd ik verwelkomd door Rhena.

Aanvankelijk kwam ze mij blaffend tegemoet, maar toen ik haar naam riep was het goed.

Nadat we elkaar persoonlijk hadden begroet wees Rhena mij, al zwaaiend met de staart, de weg naar Klaas Jan.

Terwijl ik op grote afstand een paar woorden wisselde met Klaas Jan zag Rhena dat het goed was. Ze legde zich te ruste in een hoop ruigte. Ruigte is afval wat uit het riet is gekamd.

Klaas Jan vertelde dat Rhena dit jaar wat luier is dan de jaren ervoor. Tsja Rhena wordt natuurlijk ook een jaartje ouder.

Ik liet Rhena verder met rust en liep naar Klaas Jan. Klaas Jan was bezig met het kammen van de bosjes riet.

Wordt vervolgd. 

In het rietland

Op de prachtige lentedag waarop ik de bijen en de blauwe druifjes had vastgelegd reed ik ‘s middags naar het rietland van Klaas Jan. Dit rietland is gelegen tussen de buurtschappen Nederland en Kalenberg in natuurreservaat De Weerribben. Toen ik daar aankwam was Klaas Jan in geen velden of wegen te bekennen. Zijn auto stond er wel dus hij moest er wel zijn.

Na een mooie wandeling in het zonnetje, onderwijl genietend van de prachtige natuur, zag ik in de verte de keet van Klaas Jan.

In de buurt van de keet was Sander bezig met het snijden van het riet met behulp van een snit.

Vroeger sneed men alle riet met het snit. Nu worden alleen nog de hoekjes met het snit gesneden waar de rietmachine niet kan komen, zoals hier langs het slootje. Het snijden met snit gaat op de volgende manier. De rietsnijder harkt met het snit de rietstengels naar zich toe. Vervolgens pakt hij die stengels in zijn linkerhand om ze daarna door te snijden met het vlijmscherpe snit. Als zijn hand vol is legt hij het riet op een hoopje vlak achter hem. Ik vertelde aan Sander dat ik vroeger vaak met mijn vader mee ging naar het rietland en dat ik dit werk dan ook deed.

Op mijn vraag hoe Sander in het rietland verzeild was geraakt, vertelde Sander zijn verhaal. Hij zag een rietdekker aan het werk en vroeg zich toen af waar het riet vandaan kwam. Zijn interesse was gewekt. Op een dag fietste hij van school naar huis en toen zag hij ter hoogte van Muggenbeet een rietsnijder bezig met het snijden van het riet. Hij stapte naar die rietsnijder toe en vroeg of hij wel een keer mocht helpen. Dat vond die rietsnijder goed. Die rietsnijder was mijn zwager, Klaas. Toen mijn zwager besloot te stoppen met het snijden van het riet vroeg Sander aan Klaas Jan of hij hem dan mocht helpen. En zo is  Sander regelmatig aan de zijde van Klaas Jan te vinden.

Ook in de rietteelt deed de mechanisatie zijn intrede. Na het snit kwam de rietmaaier (links) en vervolgens de zelfbinder (rechts).  Het meeste riet wordt gemaaid met de zelfbinder. De lichtere rietmaaiers worden ingezet op  stukken die te zwaar zijn voor de zelfbinder. Het woord ‘zelfbinder’ suggereert dat het allemaal vanzelf gaat. Niets is minder waar, riet snijden is arbeidsintensief en zwaar werk. Jan heeft het gehele proces ooit mooi vastgelegd in een film, waarvan hier de trailer is te zien.

Vanaf de plaats waar Sander aan het werk was vervolgde ik mijn weg richting Klaas Jan. Tussendoor genoot ik van het uitzicht. Deze rietstengel stond te ver uit de oever en was ontsnapt aan de rietsnijders.

Wordt vervolgd. 

De restauratie van een skûtsje (2)

Vandaag neem ik jullie weer mee naar de scheepswerf van Han. Han is daar o.a. bezig met de restauratie van een skûtsje. Het is een vervolg op deze serie. Vandaag zoom ik in op het lassen.

Han controleert iedere vierkante centimeter van de romp op dunne en/of zwakke plekken. Daarbij maakt hij o.a. gebruik van een apparaatje om de dikte van het staal te meten. Deze plekken worden eerst bewerkt met een mechanische staalborstel om vervolgens te worden gelast.

Han gebruikt voor het lassen beklede elektrodes.

Bij het lassen met een beklede elektrode ontstaat een slak. De slak is een rest- of afvalproduct. Er zijn lasprocessen waarbij men opzettelijk een slak produceert om de las te beschermen tegen invloeden van buitenaf.

Net als bij zonlicht is er ook bij lassen sprake van felle UV-straling. Een paar seconden in fel UV-licht kijken kan beschadiging geven aan en pijnlijke gevolgen hebben voor de ogen. Bij het lassen is het dus heel belangrijk dat de ogen beschermd worden.

Naast het beschermen van de ogen is er nog een reden om met beleid om te gaan met het fotograferen van het lassen. Op deze site wordt de volgende vraag gesteld: ‘Is direct, fel zonlicht ( dus fel UV-licht) schadelijk voor een camera-sensor? Op de genoemde site staan de volgende antwoorden…

Het lassen levert wel bijzondere foto’s op.

Ik vind het maar wat knap dat Han dit allemaal kan en ik vind het ook leuk dat ik dit mag volgen. En stiekem hoop ik natuurlijk wel dat hij wel een beetje doorwerkt, want het lijkt me geweldig om een keer mee te varen op een skûtsje. Zeilen met een skûtsje is vast nog weer een ander belevenis dan een zeiltochtje op de Beulakerwiede. 

Naschrift: ik kreeg van Han een foto van het skûtsje toen het nog in het water lag en voordat Han begon met de restauratie.

De restauratie van een skûtsje

Han, een vriend van ons heeft een scheepswerf. Op die scheepswerf kijk je je ogen uit.  Ik vind het dan ook interessant en gezellig om van tijd tot tijd een bezoek te brengen aan Han op de scheepswerf. Een van de werkzaamheden van Han is het restaureren van schepen. Op dit moment is hij bezig met de restauratie van een kotter en met het  restaureren van een skûtsje. Onlangs maakte ik een fotoserie van de werkzaamheden aan het skûtsje.

Bijna alle betimmering is verwijderd. Alle onderdelen worden bewaard en zoveel mogelijk hergebruikt. Alle oude verflagen zijn van het casco verwijderd en alle spanten zijn vervangen. Dit was een immense klus. Het is belangrijk werk waar je later niets van terugziet. Klik op de foto’s voor groot formaat.

Het loodzware granieten aanrechtblad staat nu tijdelijk in het midden van het ruim. Het fungeert nu als werkblad voor het gereedschap en andere hulpmiddelen.

Terwijl Han doorging met zijn werkzaamheden scharrelde ik met de camera door het ruim. Achter het deurtje bevindt zich in het vooronder de ketting van het anker.

Van Han kreeg ik de volgende informatie over het skûtsje. Het skûtsje is in 1898 gebouwd in Drachten…

Bouwjaar: 1898 Ontwerper: Haike Pieters van der Werff
Werf: Haike Pieters van der Werff Werf plaats: Drachten
Motor: Inbouw Motor type:
Materiaal romp: Staal Materiaal kajuit: Staal
Materiaal zeil:
Onderwaterschip: Kiel:

De afmetingen van het skûtsje zijn:

Lengte stevens: 12,46 m Breedte berghout: 3,20 m
Diepgang: 0,75 m Masthoogte water: 11,00 m
Oppervlakte grootzeil: 0,00 m2 Oppervlakte fok: 0,00 m2
Oppervlakte botterfok: 0,00 m2 Oppervlakte kluiver: 0,00 m2
Oppervlakte totaal: 0,00 m2 Oppervlakte overig: 0,00 m2

De tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip zijn:

1898 – 1920 A. Linstra & U. Linstra, De Wilp ( De Volharding)
1920 – onbekend S. van der Wal, Haulerwijk ( De Volharding)
rond 1933 – 1938 R. Pronk, Groningen ( Jonge Jan III)
1938 – 1941 H. Brouwer, Briltil ( Jonge Jan III)
1941 – 1952 Gerard Anjewierden, Usquert ( UQ5 )
1952 – 1959 (voor de sloop) Pieter Westra, Zoutkamp ( ZK9 ‘Drie Gebroeders’)
1959 – 1959 H. Hargwoude, Meppel ( ZK9 ‘Drie Gebroeders’)
1959 – 1971 J. Boerwinkel, Amersfoort ( De Vrouwe Magdalena)
1974 – 1990 D. Lockhorst, ‘s Gravenhage ( Anna Hendrika)
1997 – 2005 J.S.M. van der Heide, Haulerwijk ( Nostra Vota)
2005 – 2014 L.C. van der Veer, Giethoorn ( De Waardman)
2014 – (Eigenaar, nu geen relatie met het Stamboek) C.J. Boekwijt , Onna (Steenwijkerland) ( Jantje)

Bovenstaande informatie komt van deze site, met dank aan Han. Han heeft het skûtsje naar zijn moeder genoemd.

De betimmering ligt bovendeks.

Han weet precies wat waar teruggeplaatst moet worden.

Op deze site kun je alles lezen over de historie van skûtsjes. Tevens zijn daar mooie historische foto’s te bekijken.

De fraai gedecoreerde helmstok ligt nu op schragen onder het schip. Iedere vierkante centimeter wordt door Han grondig gecontroleerd en waar nodig gerestaureerd.

Wordt vervolgd. 

Gemaal Veenpolder Echten aan het Tjeukemeer

Na ons bezoek aan het  Wouda-gemaal reden we binnendoor naar Echten. Daar stelde ik aan mijn zus voor om een kijkje te nemen aan het Tjeukemeer (Tsjûkemar in het Fries). We parkeerden onze auto op de parkeerplaats bij de Laurenskerk.

Vanaf daar staken we de weg over en namen het pad naar het Tjeukemeer. Tussen de bomen door doemde het gemaal van Echten op.

In 1913 werd het huidige stoomgemaal gebouwd, waarbij de waterhuishouding van de polder zodanig gereorganiseerd werd dat het nieuwe gemaal de gehele polder kon bemalen. De windbemaling kon hierdoor vervallen. Het gemaal werd op de funderingen van de oudere voorganger gebouwd en kreeg een aangebouwde dienstwoning. Voor alle informatie over dit gemaal verwijs ik naar deze site.

Aan de andere kant van het dijkje wachtte ons een mooie verrassing, maar daar kom ik in een volgend logje op terug.

In 1996 werd het gemaal buiten dienst gesteld en vervangen door een nieuw ondergronds gelegen gemaal, naast het oude complex. In de jaren 2004/2005 werd het gemaal gerestaureerd en in 2007 kreeg het voormalig stoomgemaal weer zijn schoorsteen terug.  Het gemaal is erkend als rijksmonument. In de pompruimte met machinerie is een expositie ingericht over de vervening van de polder van Echten. In het vroegere ketelhuis van het gemaal is een galerie gevestigd.  Het Gemaal-Museum en Galerie het Gemaal zijn gedurende de zomermaanden open op zaterdag- en zondagmiddag.

Aan het Tjeukemeer staat sinds 1996 een standbeeld van Tsjûke en March . Het standbeeld is ontworpen door beeldend kunstenaar Frits Stoop en uitgevoerd door hemzelf en Alie Stoop-Jager.

De legende over de dames Tsjûke en March en de naamgeving aan het Tsjûkemar luidt als volgt. Twee boerinnen kwamen terug van het melken toen ze een brandje ontdekten. De ene boerin droeg de melk en de andere droeg niets. De laatste zei dat de melk gebruikt moest worden om de brand te blussen, maar daar wilde de eerste niets van weten. Reden genoeg voor de boerin zonder melk om haar metgezellin uit te schelden voor Tsjûke en daarmee voor teef, want met Tsjûke werd een vrouwtjeshond bedoeld. Het woord bleef gekoppeld aan de streek. En zo zou het Tsjûkemar zijn naam hebben gekregen. Een andere versie gaat als volgt. Er waren eens twee zusjes, Tsjûke en March. Zij waren bij elkaar toen er brand uitbrak. Door de dichte rook verloren ze elkaar echter uit het zicht. Door elkaars naam te roepen probeerden ze elkaar te vinden. Nog lang waren hun stemmen in het gebied te horen, wie goed luisterde kon het verstaan Tsjûke, March, Tsjûke, March, Tsjûke, March…… En zo zou het Tsjûkemar zijn naam gekregen hebben. Deze laatste versie vind ik leuker.

Het was niet de eerste keer dat ik bij dit gemaal aan het Tjeukemeer was, in augustus 2015 zaten Jan en ik op deze plek naar het skûtsjesilen te kijken. Jan heeft er op zijn weblog in woord en beeld een mooi verslag van gemaakt zie deel 1, deel 2 en deel 3.

Wordt vervolgd. 

Ir D.F. Wouda-gemaal te Lemmer (2)

In een reactie op deel 1 over  het Wouda-gemaal vroeg Henk het volgende: ‘Een rondleiding lijkt me leuk en leerzaam maar het beperkt me wel in m’n fotografische mogelijkheden als je steeds op sleeptouw wordt genomen. Is een rondgang onder begeleiding verplicht of mag je ook op eigen houtje een rondje doen? Waarop ik het volgende antwoordde: ‘Wij zijn ook niet van de rondleidingen. We hebben ongeveer 5% van het verhaal gehoord.  Enerzijds omdat het verhaal overstemd werd door de mechanische geluiden en anderzijds omdat een rondleiding en fotograferen van details niet samengaan. We raakten dan ook flink achterop, maar niemand die ons ‘kwaad’ aankeek.’ Ik durf niet te zeggen of een rondleiding verplicht is. Mijn zus en ik waren van mening dat de informatie van de gids vast terug te vinden is op internet…

Sinds de opening door Koningin Wilhelmina in 1920 levert het Wouda-gemaal een grote bijdrage aan het voorkomen dat het Friese land bij hevige regenval overstroomt. Voordat het stoomgemaal in werking trad werd het overtollige Friese boezemwater eeuwenlang met windmolens en sluizen naar de Zuiderzee en Waddenzee afgevoerd. Door het dalen van veengrond werd dit in de loop van de 19e eeuw steeds problematischer, en daarom was de bouw van het stoomgemaal bij Lemmer een grote sprong voorwaarts op het gebied van waterbeheersing in de waterrijke provincie Friesland.

Waar het Woudagemaal in zijn beginjaren de belangrijkste rol speelde in het afvoeren van water, is deze belangrijke taak in 1967 overgenomen door het elektrische Hooglandgemaal bij Stavoren. Dit heeft er, samen met de afsluiting van de Lauwerszee, voor gezorgd dat het Wouda-gemaal aanzienlijk minder vaak hoeft te pompen. Hoewel het gemaal dus enkel bij extreem hoog water in werking komt speelt het monument in zulke gevallen nog steeds een belangrijke rol. De stoommachines kunnen dan per dag 6 miljoen m³ wegpompen, wat gelijk staat aan de halve inhoud van het Sneekermeer. Ook naar huidige maatstaven is dat een flinke capaciteit.

Voordat het stoomgemaal daadwerkelijk water weg kan pompen moet er eerst een bepaalde druk worden opgebouwd. In 6 uur wordt er door een ploeg van minimaal 11 mensen hard gewerkt om de ketels te vullen met water, de zware stookolie te verwarmen en de ketels op te starten. Na deze 6 uur draait de bijna 100 jaar oude machine op volle toeren.

Omdat het opstarten van het gemaal zo’n 6 uur kost, komt het voor dat de machine preventief wordt opgestart. Wanneer verwacht wordt dat het waterpeil boven de limiet stijgt wordt het stoomgemaal onder druk gezet om indien nodig gelijk bij te kunnen springen.

De complete stoomploeg bestaat uit 15 man. Er is altijd 11 man beschikbaar voor het geval het nodig mocht zijn om het gemaal op te starten. Wanneer het Wouda-gemaal onder stoom wordt gebracht ontstaat er een magistrale gebeurtenis. Het is een spectaculair gezicht om dit imposante gebouw ‘in rook’  te zien opgaan. Op het moment dat wij daar stonden ontsnapte er zo nu en dan een beetje rook.

Bovenstaande informatie komt van deze site.

Wordt vervolgd. 

Ir D.F. Wouda-gemaal te Lemmer (1)

Mijn zus had een heel goed voorstel en dat was om samen een bezoek te brengen aan het Wouda-gemaal in Lemmer. Op 18, 19 en 20 februari werd het gemaal onder stoom gebracht en was het gemaal open voor publiek. En zo reisden we gewapend met onze camera’s en proviand af naar Lemmer.

Nadat we de auto geparkeerd hadden op de daarvoor bestemde parkeerplaats liepen we eerst naar de brug over het Streamkanaal. Vanaf de brug maakten we enkele foto’s van het grootste nog werkende stoomgemaal ter wereld.

Daarna wandelden we over het pad richting het gemaal. Onderweg maakten we foto’s  van het gemaal en de omgeving.

Het gemaal is vernoemd naar Ir. Dirk Frederik Wouda (1880-1961), toen hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat. Hij was verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering van het gemaal in de stijl van de Amsterdamse School. Deze stijl kenmerkt zich door gebruik van expressieve en fantastische vormen, welke verwant zijn aan het expressionisme. Met berekenen van werktuigbouwkundige installaties werd Ir. Wouda bijgestaan door Ir. J.C. Dijxhoorn (1862-1941) van de Technische Hogeschool Delft. Op de omlijsting op onderstaande foto staan de eerste vier zinnen van het Frysk folksliet / Fries volkslied

 

Het bouwkundig en technisch waardevolle Wouda-gemaal is sinds 1977 een beschermd monument en staat vanaf 1998 op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Na de kassa werden we naar het bezoekerscentrum geleid.

In het bezoekerscentrum kregen we een korte speelfilm te zien over het aanstaande jubileum en het onder stoom brengen van het gemaal. In oktober 2020 bestaat het gemaal namelijk 100 jaar. Na de film werden we ingedeeld in groepen voor de rondleiding. Voor de indeling werd gebruik gemaakt van gekleurde kaartjes. Iedere groep bestond uit 20 personen. Voor de jonge  bezoekers werd de rondleiding extra aantrekkelijk gemaakt door middel van een vragenlijst.

Totdat onze kleur werd omgeroepen vermaakten we ons in de panoramazaal. Vanuit die ruimte hadden we een mooi en weids uitzicht richting het IJsselmeer.

De rondleiding startte aan de zuidwestkant van het Wouda-gemaal. Op de voorgrond staan de brandstoftanks.

De 60 meter hoge schoorsteen is een herkenbaar baken voor schippers op het IJsselmeer. De schoorsteen werd gebouwd in 1919 en was na anderhalf jaar bouwen af. Dat was een specialistisch werk. Er werden voor de bouw speciale bakstenen  gebruikt. Deze zogeheten radiaalstenen lopen iets taps toe. Firma Canoy-Herfkens Steenfabrieken te Venlo bouwde de schoorsteen inclusief een bliksemafleider voor 15.685 gulden, zo valt te lezen in het boek ‘Het Ir. D.F. Woudagemaal, een levend Werelderfgoed op stoom’. Op deze site kun je alles lezen over de bouw, over de blikseminslag en over de herbouw van deze schoorsteen.

Wordt vervolgd. 

Gemaal Pouwel Bakhuis

Op 50 meter afstand van Gemaal Veluwe staat het gemaal Pouwel Bakhuis. Na mijn fotosessie bij Gemaal Veluwe maakte ik een rondgang bij dit historisch gemaal.

Gemaal Pouwel Bakhuis is in 1920 als stoomgemaal gebouwd met twee grote pompen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een derde pomp bij en werd het gemaal omgebouwd tot elektrisch gemaal. De binnenkant van het gemaal is nog authentiek en voorzien van de oude pompen. Uiteraard heb ik wel even naar binnen gegluurd. Het was echter te schemerig om er foto’s van te maken.

Onderstaande foto’s zijn genomen vanaf de Werverdijk. Zie Google Maps.

Door de avondzon die door de ramen scheen leek het net alsof in het gemaal het licht brandde.

Vanaf de Werverdijk nam ik het pad aan de oostkant van het gemaal. De avondzon scheen mooi op het gemaal.

Meer informatie over dit gemaal kun je vinden op deze site.

Ik sluit deze serie af met een blik vanaf de Werverdijk naar het noorden, over de Veluwsche Wetering.