Zeldzamere heidelibellen en nog meer in De Wieden

Na mijn wandeling over de bloeiende heide bij de hunebedden in Havelte reed ik door naar het bezoekerscentrum in Sint Jansklooster. Op de stevige wind na was het heerlijk weer, met prachtige wolkenluchten. Daar wilde ik natuurlijk graag van profiteren.

Naast het hoofdgebouw staat een grote vlinderstruik. Ik hoopte daar een koninginnenpage te kunnen fotograferen. Een hele tijd stond ik geduldig te wachten en de struik af te speuren, maar de koninginnenpage liet zich niet zien. Toen ik het aan een medewerkster vroeg, vertelde zij dat de koninginnenpage zich dit jaar nog niet bij de vlinderstruik had laten zien. Gelukkig was er wel genoeg leven te bewonderen. Talloze koolwitjes fladderden rond en ook atalanta’s en distelvlinders waren druk bezig met foerageren.

Ik besloot naar achteren te wandelen, langs de prachtige bloementuin en de idyllische huisjes. Hoewel ik hier al vaak ben geweest, ben ik iedere keer weer aangenaam verrast. De schilderachtige ligging, de sfeervolle huisjes, de rijke natuur en het mooie wandelpad maken dit telkens weer tot een plek waar ik met veel plezier terugkom.

Voordat ik het wandelpad op ging, streek ik eerst neer op het terras voor een cappuccino en een heerlijk stukje taart. Nog voordat ik mijn eerste slok had genomen, raakte ik al in gesprek met andere bezoekers. Dat is misschien wel het voordeel van alleen op pad zijn: je wordt sneller aangesproken. Ik heb me weleens laten vertellen dat dat ook komt door een open houding. 😉

Daarna koos ik als eerste het pad waar ik in 2024 de zeldzame vlinder met de prachtige naam zilveren maan heb gefotografeerd. Veel verwachting had ik niet, want met de harde wind leek de kans op een nieuwe ontmoeting klein. Wandel je met me mee door dit prachtige stukje natuur?

Ik heb volop genoten van de wandeling. De zilveren maan liet zich deze keer niet zien, maar dat werd ruimschoots goedgemaakt door een ontmoeting met de zeldzamere zwarte heidelibel. Ook dat zijn van die onverwachte natuurmomenten die een wandeling bijzonder maken.

Eenmaal terug bij de huisjes nam ik een paadje achterlangs. Daar was ik nog niet eerder geweest. Het was een wat rommelig hoekje, maar juist dat maakte het aantrekkelijk om te fotograferen.

Toen ik weer terug was bij het hoofdgebouw, bleef ik nog een tijd bij de grote vlinderstruik staan om te kijken en te fotograferen. Tot mijn verrassing kwam er een kolibrievlinder aanvliegen die zich tegoed deed aan de nectar van de bloemen. De vlinder vloog zoals gebruikelijk razendsnel van de ene naar de andere bloem, maar lang genoeg om er enkele foto’s van te maken. Leuke weetjes over deze vlinder kun je lezen op de website van Natuurpunt.

Verder trof ik nog een paar heidelibellen aan. In eerste instantie dacht ik dat ik weer enkele van de ‘gewone’ heidelibellen had gefotografeerd, soorten die vaak lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Pas toen ik de foto’s op het beeldscherm bekeek, ontdekte ik dat de heidelibel op de Persicaria (linkerfoto) een Kempense heidelibel was. Tijdens het fotograferen had ik dat niet in de gaten. Deze soort ken ik eigenlijk alleen uit De Weerribben, waardoor ik hem hier niet direct had verwacht. De heidelibel op de rechterfoto blijkt de veel algemenere steenrode heidelibel te zijn.

Vanaf bezoekerscentrum De Wieden reed ik via Blokzijl en mijn geboorteplaats verder naar De Weerribben, maar daarover vertel ik een volgende keer meer.

Parende koolwitjes

Laat ik de vogels eens afwisselen met andere gevleugelde vrienden: de vlinders. Want naast vogels ben ik ook een liefhebber van deze sierlijke fladderaars.

Gistermiddag liep ik door de tuin toen mijn oog viel op twee koolwitjes die, aan elkaar gekoppeld, neerstreken tussen de wilde bloemen. Snel haalde ik mijn camera van binnen en maakte een fotoserie. Het decor had misschien wat rustiger gemogen, maar ach, het gaat uiteindelijk om de waarneming.

De koolwitjes waren aan het paren. Met hun achterlijven aan elkaar verbonden konden ze samen geen kant op en kon ik ze vanaf een afstandje rustig fotograferen.

Of het nu opzet was of per ongeluk, op een gegeven moment namen ze wel een heel bijzonder standje aan.

Horsmeertjes, orchissen en vlinders

Een van mijn lievelingsgebieden op Texel is De Horsmeertjes. Tijdens de vakantieweek heb ik er twee keer een wandeling gemaakt. De eerste keer alleen en de tweede keer samen met mijn man. Het eerste gedeelte van het traject voert over een breed fiets/wandelpad. In de bosschage aan weerszijden van het pad zitten veel zangvogels.

Halverwege het pad zijn er een aantal doorkijkjes waarbij je mooi kunt uitkijken over een van de twee horstmeren. Op onderstaand punt gaat het geasfalteerde pad over in enkele zandpaden.

Ik koos het pad langs een nat stukje natuur met een rijke en kleurrijke vegetatie.

Daar bloeiden o.a. diverse soorten orchissen. Ik leerde van Rudi dat het best lastig is om ze op naam te brengen, daarom begin ik er maar niet aan om de soorten te noemen.

Ik wandelde door het duingebied. Vorig jaar fotografeerde ik op deze plaats een paar keer de blauwborst. Zie hier en hier. Dit jaar heb ik de blauwborst niet gezien. Ook andere mensen waar ik mee aan de praat kwam hadden de blauwborst tijdens die dagen niet waargenomen.

Tijdens mijn wandeling over dat pad zag ik veel rupsen van de grote beer. Verder zag ik nog een kleine vos, een sint-jacobsvlinder, een distelvlinder en een gamma-uil.

Een tuin vol met vlinders

Bij bezoekerscentrum Dwingelderveld is een bloementuin aangelegd die vlinders aantrekt.

Met name de kattenstaarten zijn een el dorado voor vlinders.

Er vliegt nu een tweede generatie citroenvlinders. De citroenvlinder was in deze tuin in de meerderheid. Aan deze kattenstaart hangen twee vrouwtjes.

De vrouwtjes zijn lichtgeel en de mannetjes zijn donkergeel. Verder heb ik nog een distelvlinder en een dagpauwoog gefotografeerd.

Op de zonnehoed scharrelde een hommel.

Tussen de bloemen en de vlinders…

Tijdens een van mijn fietstochten door Drenthe kwam ik langs begraafplaats Zevenberg in Fluitenberg. Ik dwaalde een tijdje over de begraafplaats. Deze natuurlijke begraafplaats spreekt mij wel aan…

Het veld is ontworpen als een wuivend landschap, een landschap wat in beweging is. Dit is bereikt door het zaaien van grassen en andere wilde planten. Door het gebruik van verschillende grondsamenstelling in de bovenlaag, is het mogelijk om veel soorten planten te laten groeien. De glooiingen in het veld versterken die variatie. Zo zijn er plantensoorten van heischrale graslanden, maar ook kalkminnende soorten te vinden. Voor zweefvliegen, vlinders, bijen, sprinkhanen en loopkevers is het veld een ideaal leefgebied. Zij vormen op hun beurt weer voedsel voor de vogels die het veld graag bezoeken.

De kleine vos

Na ons bezoek aan de baggemachine in De Deelen reden we via een omweg naar huis. Deze omweg bracht ons langs K.I.G, een bedrijf die o.a. reuzenraden maakt. Vanaf een afstandje maakten we enkele foto’s.

Aanvankelijk keken de jonge koeien (pinken) niet naar ons om. Even later werden ze toch nieuwsgierig en kwamen ze naar ons toelopen.

In de sloot stonden veel kattenstaarten. En tot onze verrassing wemelde het op die kattenstaarten van de vlinders. De kleine vos, dikkopjes, bruine zandoogjes en andere insecten deden zich tegoed aan hetgeen de kattenstaarten te bieden hadden. De kleine vos vind ik een van de mooiste algemeen voorkomende vlinders.

Zo zie je maar hoe belangrijk het is dat de bermen en slootkanten niet te vroeg worden ‘kaalgeschoren’.

Fochteloërveen

Op 11 juli reed ik met de auto met de fiets achterop naar natuurgebied het Fochteloërveen. Nadat de laatste bui was weggetrokken stapte ik op de fiets.

Een aantal vogelaars ‘wezen’ mij de weg naar de grauwe klauwier. Het paartje was druk met het voeren van hun jongen.

Bij dit ven hoorde ik een vogel roepen. Na speuren ontdekte ik het vogeltje, het was een rietgors.

Tijdens mijn fietstocht hoorde ik de kenmerkende roep van een kraanvogel. Ik stapte van de fiets en tuurde naar boven. Twee kraanvogels cirkelden op grote hoogte boven mijn hoofd.

In dit gedeelte parkeerde ik mijn fiets en ging ik te voet verder.

Ik hoopte dat ik het veenhooibeestje zou zien vliegen. Helaas is dat niet gelukt. Desondanks heb ik wel genoten en andere mooie flora en fauna gefotografeerd. Een schorpioenvlieg, een zweefvlieg, stijve ogentroost en een oranje zandoogje.

Ondanks de dreigende wolkenluchten bleef het de rest van de fietstocht droog.

Vlinders in de Weerribben

We hoopten tijdens onze fotokuier in De Weerribben de grote vuurvlinder en de grote weerschijnvlinder te zien, maar dat feest ging niet door. Ik laat hier de vlinders zien die we wel tegenkwamen. Op onderstaande foto wandelden we over een pad waar naast het pad vele kale jonkers bloeiden. De kale jonkers werden druk bezocht door diverse vlinders.

Hieronder staan diverse vlinders. De namen staan bij hun foto vermeld.

De rups van een dagpauwoog kwam ik tegen op dezelfde dag dat ik de serie van de ijsvogel maakte. Deze rups krijgt vandaag een plekje op mijn weblog in deze serie met o.a. de dagpauwoog.

Het landkaartje in zomerkleed heb ik één keer zien vliegen en landden. Ik kon er slechts twee foto’s van maken.

Icarusblauwtje

Als ik ga fietsen in bijvoorbeeld Dwingelderveld neem ik twee camera’s mee. De lichtgewicht Nikon bridgecamera hang ik om mijn nek en rechterschouder. Die heb ik dan snel bij de hand als ik bijvoorbeeld een vogel zie. Tevens gebruik ik de Nikon voor het maken van landschapsfoto’s. De Canon spiegelreflex met macro-objectief heb ik in de fietstas. Die pak ik als ik bijvoorbeeld een vlindertje zie vliegen.

Ik maakte een fietstocht in Dwingelderveld. Ik had net een fotoserie gemaakt van de fitis met een snavel vol met voedsel en wandelde verder met de fiets aan de hand. Plotseling zag ik rond de bloeiende braamstruiken een blauwtje vliegen. Ik ‘parkeerde’ mijn fiets en pakte mijn body met macro-objectief en ging op jacht. Het vlindertje liet zich niet eenvoudig vangen. Iedere keer als ik in de buurt kwam ging het blauwtje een paar meter verderop zitten.

Maar de aanhouder wint, het lukte om dichterbij te komen. De vlinder spreidde tijdens het foerageren enkele malen de vleugels. Op de computer kon ik met zekerheid vaststellen dat het een icarusblauwtje was en wel een vrouwtje.

In de buurt van het blauwtje, op een andere bloem zat een grote mier. Toen de mier zijn eigen bloemetje had afgestruind ging hij naar het bloemetje van het blauwtje. Het icarusblauwtje liet zich gemakkelijk verjagen.

Met een blij en voldaan gevoel stapte ik weer op de fiets op weg naar de volgende uitdaging…