Kempense heidelibel met dauwdruppels

Op een dag ging ik vroeg in de ochtend naar de Weerribben. De libellensoorten die ik eerder overdag had vastgelegd wilde ik graag nog een keer fotograferen maar dan met dauwdruppels. Die missie is geslaagd. Vandaag is er aandacht voor de Kempense heidelibel.

Hierboven hangt een vrouwtje in alle rust te wachten totdat ze was opgedroogd. Hieronder hangt een ongedurig mannetje, hij wapperde voortdurend met zijn vleugels. Wellicht dat hij op die manier het droogproces wilde bespoedigen.

Kijk verder maar mee naar de diverse Kempense heidelibellen.

 

Toen het zonnetje op de libel ging schijnen kregen de vleugels een prachtige kleur.

 

Kempense heidelibel, man

De Kempense heidelibel is ongetwijfeld een van de mooiste heidelibellen. De mannetjes zijn prachtig diep rood gekleurd dat overloopt naar oranje. De vrouwtjes zijn oranje overlopend in geel. Vandaag komt de man in beeld. In de vorige post liet ik de vrouw zien. De vrouwtjes blijven langer zitten en zijn zo beter vast te leggen. De mannetjes zijn veel ongeduriger. Dat vergt dus meer geduld.

De Kempense heidelibel is beduidend kleiner dan de andere heidelibellen en daardoor in vlucht goed te onderscheiden van de andere heidelibellen. Je kunt de soort ook goed herkennen aan de druppelvormige vlekjes op de zijkant van het achterlijf.

Het is een zeer zeldzame soort die in Nederland tot 2012 alleen op enkele locaties in het zuiden van Noord-Brabant gevonden kan worden. Ze zijn jaren lang alleen gezien bij De Plateaux (onder Valkenswaard) en de Ringselvennen bij Budel-Dorpplein. Op deze plekken lijken de aantallen vrij drastisch achteruit te hollen waardoor het onzeker leek of de soort in Nederland te vinden bleef.

In 2012 werd er totaal onverwachts een Kempense heidelibel gezien bij Zwolle en in 2013 is er een spectaculaire nieuwe populatie in de Weerribben ontdekt. Een totaal onverwachts habitat omdat de soort bekend staat om zijn voorkeur voor fluctuerend waterpeil. Ze komen namelijk vooral in de alpen en in visvijvers voor waar er zomers water staat, maar het in de winter droog valt. De hoop is dat deze nieuwe locatie levensvatbaar blijkt.

Ze vliegen voornamelijk in augustus. Bron is deze site.

Kempense heidelibel, vrouw

De Kempense heidelibel is ongetwijfeld een van de mooiste heidelibellen. De mannetjes zijn prachtig diep rood gekleurd dat overloopt naar oranje. De vrouwtjes zijn oranje overlopend in geel. Vandaag zet ik de vrouw in het zonnetje…

De Kempense heidelibel is beduidend kleiner dan de andere heidelibellen en daardoor in vlucht goed te onderscheiden van de andere heidelibellen. Je kunt de soort ook goed herkennen aan de druppelvormige vlekjes op de zijkant van het achterlijf. Het is net alsof de druppeltjes op het lijfje zijn geplakt en daar overheen een hoogglans laklaagje is aangebracht…

Het is een zeer zeldzame soort die in Nederland tot 2012 alleen op enkele locaties in het zuiden van Noord-Brabant gevonden kan worden. Ze zijn jaren lang alleen gezien bij De Plateaux (onder Valkenswaard) en de Ringselvennen bij Budel-Dorpplein. Op deze plekken lijken de aantallen vrij drastisch achteruit te hollen waardoor het onzeker leek of de soort in Nederland te vinden bleef.

In 2012 werd er totaal onverwachts een Kempense heidelibel gezien bij Zwolle en in 2013 is er een spectaculaire nieuwe populatie in de Weerribben ontdekt. Een totaal onverwachts habitat omdat de soort bekend staat om zijn voorkeur voor fluctuerend waterpeil. Ze komen namelijk vooral in de alpen en in visvijvers voor waar er zomers water staat, maar het in de winter droog valt. De hoop is dat deze nieuwe locatie levensvatbaar blijkt.

Ze vliegen voornamelijk in augustus. Bron is deze site.

En ten slotte nog één met tegenlicht.

Vuurlibel

In de Weerribben fotografeerde ik de vuurlibel. Het is een prachtige en opvallende libel. De libel laat zich niet zo eenvoudig vastleggen, zo is mijn ervaring.

De mannetjes zijn bijna totaal helder rood: een rood lichaam, donkerrode poten en zelfs rode ogen. Alleen de vleugelbasis is geel en soms is er nog wat blauw te zien aan de onderkant van het oog. De vrouwtjes zijn geelbruin en zijn herkenbaar aan weinig tekening op het lichaam en dezelfde gele vleugelbasis.

De vuurlibel is een zuidelijke soort die zich vanwege het warmere weer steeds beter in Nederland weet te handhaven. Inmiddels is de soort niet meer echt zeldzaam. Ze komen voor in stilstaand, zonnig water en zijn niet erg kritisch.

De grootste aantallen worden gezien in juni en juli. Bron is deze site.

 

Libellen in de Weerribben

De mooiste manier om de Weerribben te ontdekken is vanaf het water. Deze mensen haalden hun kano’s van het imperial van de auto en begonnen aan hun tocht door de Weerribben.

Bij het gebrek aan een kano ging ik te voet. Ik was op zoek naar de grote vuurvlinder, maar die heb ik tot op heden nog niet gezien. Ik zag en fotografeerde wel meerder libellen.

Viervlek.

Steenrode heidelibel, man.

Steenrode heidelibel, vrouw.

De libel op onderstaande foto maakte ik een dag eerder in het Fochteloërveen. Ik ben lang bezig geweest met het determineren. Ik denk dat het gaat om de zeldzamere bruine korenbout. Wie het zeker weet mag het corrigeren. Ik zal het ook nog even voorleggen aan Waarneming.nl.

 

Libellen en andere insecten in de Weerribben

Met een vriendin tevens (natuur)fotografe ging ik op vrijdag 3 juli op stap naar de Weerribben. Voor mij was het een thuiswedstrijd, maar voor mijn vriendin uit Drenthe waren dit nieuwe plekjes. We startten in het Woldlakebos.

We gingen specifiek op zoek naar libellen en wel naar witsnuitlibellen. Eigenlijk waren we aan de late kant, want het seizoen voor bijvoorbeeld de gevlekte witsnuitlibel loopt ten einde. Dat is dan ook wel te zien aan de slijtage aan de vleugels. Ze waren onrustig en lastig te fotograferen, ik heb er slechts eentje acceptabel op de foto kunnen krijgen.

Gewone oeverlibel, een vrouwtje.

Er vloog een paringsrad van libellen voorbij. Ze landden op het pad een eindje bij ons vandaan. Door in te zoomen met de bridgecamera kon ik ze vastleggen. Geen mooie ondergrond dan wel achtergrond, maar toch krijgt deze foto hier een plekje. Het lukt mij zelden om een paringsrad van libellen vast te leggen. Volgens mij gaat het hier om de gewone oeverlibel.

De libellensoort die we veelvuldig zagen vliegen was de bloedrode heidelibel en dan met name jonge mannetjes. Slecht één keer zag ik een volgroeid mannetje vliegen en landden. Gelukkig kon ik deze vastleggen. Tussen de libellen door heb ik ook nog een hommel en een paartje rode weekschildkevers (soldaatjes) vastgelegd.

Tot slot de ‘grote’ ogen van een lantaarntje.

De bewolking nam toe. De lucht zag er eventjes dreigend uit, maar we hielden het droog.

Aan het eind van onze wandeling troffen we toevallig wederom Marijke. De natuurfotografe uit Kalenberg. Nadat we een aantal wetenswaardigheden hadden uitgewisseld vervolgden we onze weg.

Wordt vervolgd.