Bij de Leijen

Een paar weken geleden gingen mijn fotomaatje en ik naar de Leijen bij De Tike.

Het pad naar de vogelkijkhut was modderig. Gelukkig waren we qua schoeisel goed voorbereid.

Halverwege het pad genoten we van het uitzicht op het zilverkleurige riet.

Het laatste deel van de wandeling gaat via een vlonder. Dat loopt net wat comfortabeler.

We hadden de hoop uitgesproken dat we misschien daar baltsende futen zouden treffen, maar helaas. Naast het mooie uitzicht was er weinig leven te bekennen.

Door het zijluik hadden we onderstaand uitzicht.

Achter het riet zwom een groepje smienten. Ze hadden het druk met elkaar. Jan dacht dat ze voorjaar in hun kop hadden. Toen het er op leek dat de smienten niet van plan waren om voorlangs te zwemmen en er verder ook niets spannends gebeurde besloten we weer terug te wandelen.

Onderweg naar de parkeerplaats maakte Jan een aantal detailfoto’s van diverse soorten mos. Die fotoserie is te zien op zijn weblog.

Terwijl Jan bezig was met het maken van bovenstaande fotoserie richtte ik mijn blik op het kunstwerk naast de parkeerplaats.

Naast het kunstwerk is een nieuwe picknicktafel geplaatst. Op een warmere dag is het daar vast goed toeven.

Ik was van plan om een apart log te maken over het kunstwerk, maar daar zie ik toch vanaf. Voor een mooie beschrijving en fotoserie verwijs ik gewoon naar het weblog van mijn fotomaatje.

Smienten in Jan Durkspolder

Jan en ik wandelden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder.

Vanuit de kijkhut hadden we zicht op mooie wolkenluchten.

In de verte dobberden wel honderden smienten op de plas. In Nederland broeden slechts enkele paartjes, maar in de winter is de smient talrijk aanwezig. Smienten komen vanuit Scandinavië en Siberië naar Nederland om te overwinteren. Een aanzienlijk deel van de Noordwest-Europese populatie overwintert hier: het zijn er honderdduizenden. Zo staat er op deze site vermeld.

Plotseling ging de hele groep op de vleugels om vervolgens een eindje verder weer neer te strijken. Dit proces herhaalde zich een aantal malen.

Nadat we daar best een tijd hadden gezeten werden we toch zo langzamerhand wat koud en besloten we op te breken.

We wandelden terug naar de auto en vervolgden onze weg richting Earnewâld.

Aalscholvers, scholeksters en smienten (2)

Vandaag zoom ik in op  de aalscholvers, de scholeksters en de smienten  op en rond de strekdam in het Tjeukemeer. Omdat de drie vogelsoorten vaak samen op de foto staan pak ik de drie de soorten in één uitgebreide post.

De scholeksters stonden keurig in het gelid op de strekdam. De smienten stonden een rang lager hun veren te poetsen. Een aalscholver stond er als heer en meester tussen.

Hieronder zoom ik in op de twee achtergebleven aalscholvers. De aalscholvers waren in voorjaarskleed. De aalscholver is dan op z’n mooist. De wangen en dijen zijn wit bevederd en de kruin en nek zijn voorzien van zilverwitte manen. De niet-bevederde keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

Het bleef niet lang rustig bij de scholeksters, regelmatig leek het net een stoelendans of beter gezegd, een stenendans. Het zoeken naar een nieuwe plekje op een andere steen ging niet zonder slag of stoot, de zittende orde liet zich niet zomaar opzij schuiven.

Bij de smienten zag het er rustiger uit, vreedzaam dobberde de groep rond de strekdam.

 

Aalscholvers, scholeksters en smienten

Vandaag is het vervolg op de serie  aan het Tjeukemeer. Op de strekdam stonden enkele aalscholvers en vele scholeksters. En voor de strekdam dobberden een tiental smienten.  De meeste aalscholvers waren niet van onze komst gediend en kozen meteen het luchtruim.

Ook een paartje smienten ging op de vleugels.

Na een korte tijd kwamen er nog veel meer scholeksters aangevlogen.

En zo waren Tsjûke en March in gezelschap van één aalscholver, een tiental smienten en pakweg 200 scholeksters.

Wordt vervolgd.