Lassithi Plateau op Kreta

Op de zesde dag van onze vakantie reden we met de auto naar het Lasithi Plateau. Via een slingerende weg door het Dikte gebergte kom je bij de Lasshiti hoogvlakte aan. Het Lassithi plateau ligt op een hoogte van 800 tot 900 meter van de zeespiegel en is ongeveer tien kilometer lang en vier tot vijf kilometer breed. Rondom het plateau liggen de Dikti bergen. Het hoogste punt ligt op 2.148 meter, wat ook wel Spathi genoemd.

In de tijd dat de Venetianen het eiland bewoonden, in de jaren ’50 en ’60 besloten ze om hier graan te gaan verbouwen. Ze legden het land droog door een slim irrigatiesysteem waarbij ze ook gebruikt maakten van windmolens. Zo ontstond hier door de eeuwen heen een windmolenpark. Dit was een van de eerste windmolenparken van Europa. Nu zie je verspreid over het plateau nog diverse overblijfselen van de windmolens en veel molens zijn of worden gerenoveerd.

Op het Lassithi Plateau vind je nog het authentieke plattelandsleven van Kreta. Je bent in een beschermd natuurgebied en dat zie je in alles terug. De inwoners zijn dol op hun oude gewoonten en tradities. In dorpen als Tzermiado en Agios Georgios staat de tijd stil. De bewoners vinden het in de regel prima dat ze op de foto komen, mits je van tevoren om toestemming vraagt.

Een brandweerauto van dahlia’s

Op een stralende zondagmiddag maakten mijn man en ik een fietstocht. Vanuit onze kerkelijke gemeente mochten we namelijk bloemen brengen bij een mevrouw in Vledder. De bloemen had ik haar na kerktijd al overhandigd, want die waren lastig mee te nemen op de fiets.

De fietstocht ging over landgoed De Eese, door Eesveen en Frederiksoord. Een dag eerder was er in Frederiksoord een optocht geweest vanwege Corso Frederiksoord. Op zondag kon je per fiets langs de mozaïekroute. Het was er dan ook gezellig druk in Frederiksoord en in de omliggende dorpjes.

Ook stonden er her en der nog praalwagens opgesteld. Het was ondoenlijk om bij ieder mozaïek of praalwagen stil te blijven staan voor een foto, maar deze brandweerauto moest wel even op de foto.

Een eindje verder troffen we een enorme vis bij zeemuseum Miramar.

Na het gezellig bezoek in Vledder fietsten we via een andere route weer naar huis. Tussen de buurtschappen Wapse en Wapserveen liepen koeien in de wei met daartussen een tweetal ooievaars. Zo te zien zijn ze elkaars aanwezigheid gewend.

De kerk van Blankenham

Na de fotoserie bij de weidebeekjuffers in Kuinre stelde ik Jan voor om via Blankenham terug te rijden. Die tocht voerde over de slingerende voormalige Zuiderzeedijk. Jan heeft op zijn weblog een mooie uitleg gegeven over de aanwezigheid van kolken en de slingerende dijk. Toen we door de buurtschap Blankenham reden viel zijn oog op een kerk die onderaan de dijk staat en vroeg mij om te stoppen.

En zo liepen we even later al fotograferend richting de kerk. De ligging en het pad er naartoe met de enorme bomen is in zekere zin idyllisch te noemen.

Maar ook de kerk in combinatie met de geel gekleurde stenen en diverse ornamenten vond ik verrassend mooi.

De Protestantse Gemeente Blankenham is een zelfstandige gemeente. Om de zondag is er een kerkdienst en er is een zondagsschool voor de kinderen. Zie deze site.

Op de voorgevel zit een plaquette met de volgende tekst… 1892 Dit bedehuis verrees uit de Puinhoopen van het op 18 Juni 1892 door Hemelvuur getroffen en geheel afgebrand kerkgebouw, dat den 6 Nov was ingewijd.

Het drama van Putten (2)

In het vorige bericht schreef ik over meneer Bakker, de onderwijzer die ons vertelde over het drama in Putten. Op een druilerige dag tijdens onze vakantie in de omgeving van Putten bracht ik een bezoek aan het monument ‘Vrouw van Putten’. Het monument is ter nagedachtenis aan de slachtoffers van een razzia op 1 en 2 oktober 1944. Hier kom ik later in dit bericht op terug.

Op 1 oktober 1949 is het monument door Koningin Juliana onthuld. Het monument bestaat uit een herdenkingshof, ontworpen door Prof. Bijhouwer en een zandstenen beeld van Mari Andriessen. Het is een vrouw in klederdracht met een zakdoek in haar hand. Ze kijkt in de richting van de Oude Kerk, van waaruit de mannen werden weggevoerd.

Na het bezoek aan het monument ging ik naar de naastgelegen Gedachtenisruimte. Deze ruimte is ontworpen door W.C.F. Hageman en op 9 mei 1992 geopend. In de Gedachtenisruimte wordt het verhaal van de razzia in woord en beeld weergegeven.

In september ’44 lijkt de oorlog aan z’n einde te komen. De geallieerden rukken snel op van Normandië naar het noorden en oosten. De geallieerden staan begin september al in Brussel en een week later aan de Nederlandse grens. De geallieerde legers kunnen hulp achter het front best gebruiken. Generaal Eisenhower vraagt het verzet op grote schaal sabotage te plegen achter het front. Dat is dus onder meer op de Veluwe. De sabotage moet zich richten op het transport, op koeriers en op officieren: ‘Vanuit hinderlagen vijandelijke troepen neerschieten, met name koeriers en stafofficieren’. De in het kader van de Binnenlandse Strijdkrachten vers gevormde verzetsgroep Putten (gewest 6, Veluwe) krijgt net als de andere groepen order om de vijand te hinderen en zijn verbindingen te saboteren. Er wordt besloten op zaterdag 30 september een eerste verzetsdaad te plegen. Putten ligt aan de – in die tijd – belangrijke route Zwolle – Amersfoort. De weg werd druk bereden door Duitse koeriers.

Als er die avond laat een Duitse auto aan komt rijden bij de Oldenaller brug, wordt die tot stoppen gebracht. De bedoeling is, dat de inzittenden onschadelijk wordt gemaakt. Dat mislukt, omdat het machinepistool hapert. Er ontstaat een vuurgevecht waarbij een van de leden van de verzetsgroep dodelijk gewond raakt. Bij de Duitsers vallen twee gewonden, het zijn officieren. De ene is zwaar- en de andere lichtgewond. De eerste ontsnapt, de tweede wordt door de resterende leden van de groep gevangen genomen. Twee andere inzittenden – korporaals – weten te ontsnappen. Zij melden de overval aan hun superieuren in Harderwijk. De reactie van de Wehrmacht laat niet lang op zich wachten. Overste Fullrede, de commandant van de divisie waartoe de officieren behoren, geeft onmiddellijk opdracht de straten rondom Putten af te zetten en naar de vermiste officier te zoeken. Hij waarschuwt Generaal Christiansen in Hilversum. Die is des duivels. De Wehrmacht is toch al zenuwachtig gezien het verloop van de oorlog en heeft uiteraard niet de minste behoefte aan speldenprikken achter het front. Christiansen schreeuwt: ‘Das ganze Nest muss angesteckt werden und die Ganse Bande an die Wand gestelt’…

Tussen 7 en 8 uur die zondagmorgen is heel Putten omsingeld.  Net als andere zondagen begeven de Puttenaren zich op 1 oktober naar de kerk. Langzaam dringt iets door van de razzia’s in de buurtschappen. De bewoners van de boerderijen in de omgeving van de plaats van de overval worden uit hun huizen gehaald en met personen die toevallig passeren naar het centrum van het dorp gebracht. De Duitsers vormen met Nederlandse politieagenten patrouilles die erop uit trekken om de vermiste officieren te zoeken. De bewoners van de huizen die doorzocht worden, krijgen bevel zich naar de grote kerk te begeven. Kerkgangers die het centrum willen verlaten worden teruggestuurd. De mannen worden verzameld op een terrein tussen een grote schuur en de openbare school . De vrouwen en kinderen moeten naar de kerk. In het begin van de avond mogen ze naar huis. De vrouwen krijgen de order de volgende morgen met eten voor de mannen terug te komen. Zondagavond worden de mannen boven de 60 vrijgelaten. De rest gaat naar de kerk. Maandagmorgen moeten de mannen tussen de 18 en 50 naar het marktplein.

Hoewel één van de leden van de verzetsgroep bij de mannen op het marktplein is, meldt hij zich niet. (Hij overleeft het kamp niet.) Ook de resterende leden van de groep besluiten zich niet te melden, ondanks dat één van de studenten er voor pleit om onschuldigen niet het slachtoffer  te laten worden. Wel wordt de gewonde Duitse luitenant ’s maandagsmorgens om tien uur bij een boer afgeleverd, met het verzoek hem naar de dichtstbijzijnde Duitse post te brengen. Dat gebeurt, maar het verandert niets aan de plannen van de Duitsers, misschien ook niet, omdat de bevelvoerende Fullriede het niet te horen krijgt.

Om twaalf uur krijgen de mannen te horen, dat ze naar kamp Amersfoort gebracht zullen worden, dat het dorp platgebrand zal worden en om die reden binnen twee uur ontruimd moet zijn. De dominee vertaalt het oordeel. Zo gebeurt het ook. Op het station staat een trein gereed. Die brengt ruim zeshonderd man naar Amersfoort onder bewaking van Nederlandse SS0ers. In het dorp worden een honderdtal huizen verbrand, vooral in de arbeiderswijk. (Huizen van gemeenteambtenaren, notabelen en politie blijven gespaard).


In totaal zijn 660 mannen weggevoerd. Binnen enkele dagen worden 58 mannen vanuit Kamp Amersfoort naar huis teruggestuurd, vooral vaders van grote gezinnen. Midden oktober gaan 589 Puttenaren met een grote groep politieke gevangenen uit Amersfoort naar het Lager Neuengamme bij Hamburg. Dertien mannen springen tijdens de reis uit de trein, zodat uiteindelijk 576 het concentratiekamp in gaan. In het  kamp worden de Puttenaren tewerkgesteld bij het graven van tankversperringen en krijgen ander lichamelijk zwaar werk. Na de bevrijding blijkt, dat van de 576 man slechts 49 het regiem overleefd hebben. Vijf van deze overlevenden overlijden snel na hun terugkeer.

In de Gedachtenisruimte zijn op plaquettes alle namen van de omgekomen weggevoerde mannen aangebracht. In het gastenboek kan men een indruk achterlaten…

De sterfte onder de groep Puttenaren is relatief erg groot. Als belangrijke oorzaak daarvoor is het feit aangevoerd, dat de Puttenaren zich niet wisten te ‘drukken’, maar werkten tot ze ‘erbij neervielen’. Bij de slechte voeding betekende deze houding een zekere dood. Dit gedrag zou weer voortkomen uit de opvatting die veel Puttenaren hebben over ‘schuld en boete’. Een strenge orthodoxe opvatting, waarin sprake is van een berusting, een fatalisme, de voorbeschikking, uitgedrukt in het Veluwse ‘alles gaat zoals het moet gaan ‘. Niet alleen bij de gedeporteerden, maar ook bij hen die achterbleven. De deportatie en de dood van de Puttense mannen werd toen (en nu) door veel Puttenaren beschouwd als een straf van God. Die straf wordt dan weer opgevat als logisch gevolg van Gods Liefde: God heeft het oog op het gelovige Putten laten vallen en daarom straft hij het. Om die reden heeft men in Putten de tragedie altijd ‘onder ons’ willen houden…

Als bron is de website van Stichting Oktober 44 gebruikt.

De Schaatser

Jazeker, ik ga het in de zomer hebben over een schaatser of beter gezegd… ‘dé schaatser’. Een paar weken geleden reed ik vanaf het bezoekerscentrum in Sint Jansklooster weer richting huis. Ik zag een groepje fietsers fotograferen bij een monument. Ik parkeerde mijn auto in de buurt van het monument en wel bij een fietstunnel.

Ik zag dat er afbeeldingen op de wanden van de tunnel stonden. Ik besloot om eerst de fietstunnel te gaan bekijken. Bij de derde foto heb je zicht op het monument.

Omdat ik weet dat de tweevoudige winnaar van de Elfstedentocht Evert van Benthem in Sint Jansklooster woonde had ik al snel door dat dit kunstwerk ter ere van hem is. Onder de woorden ‘de schaatser’ is het Elfstedenkruisje ingegraveerd.

Het kunstwerk is gemaakt van kleine schaatsjes, de zogenaamde Friese doorlopers. Albert Weijs, woonachtig in Sint Jansklooster maakte dit kunstwerk.

Evert van Benthem (Sint Jansklooster, 21 november 1958) is een Nederlands schaatser die twee jaar achter elkaar (1985 en 1986) de Elfstedentocht won. Tegenwoordig woont hij in Canada.

Evert van Benthem is opgegroeid in Ens. Als boer in de Leeuwte (tussen Sint Jansklooster en Vollenhove) krijgt hij landelijke bekendheid als hij op 21 februari 1985 de 13de Elfstedentocht wint. Samen met de marathonrijders Jan Kooiman, Jos Niesten en Henri Ruitenberg nadert hij als eerste de finish. In de eindsprint behaalt Van Benthem uiteindelijk met enkele meters een nipte overwinning. Pas na de finish kwam hij tot de ontdekking dat er een stuk uit het ijzer van zijn schaats was afgebroken. Deze schaats is later in het Eerste Friese Schaatsmuseum tentoongesteld.

Wanneer de tocht het jaar daarop, op 26 februari 1986 wederom gehouden wordt, rijden Rein Jonker en Robert Kamperman in de frontlinie met Van Benthem mee. Van Benthem blijft echter aan kop, en staat die positie niet meer af. Hij blijkt wederom de sterkste en wint de rit met een tijd van 6.55.17 uur.

De volgende Elfstedentocht is in 1997 als Van Benthem inmiddels is gestopt als wedstrijdschaatser. Hij rijdt deze tocht als tourrijder en maakte er een ereronde van. In sommige steden is het onthaal zo geweldig dat hij zelfs nog eens terugschaatst. Tijdens deze koers neemt hij een pauze om de finale van de wedstrijdrijders te bekijken op TV en ziet hij zijn jongere broer Henk vierde worden. Bron is deze site.

Op de site van NOS staat het volgende geschreven… Het beeld heet ‘De Schaatser’, en de schaatser in kwestie weet wel waarom. “Als ze het hier in het dorp over mij hadden, en volgens mij gebeurde dat nogal eens, dan hadden het ze het nooit over Evert van Benthem, maar altijd over ‘de schaatser’.

Via deze link kun je een filmpje zien op de site van De Stentor met de onthulling van het kunstwerk.

Wederom naar Dokkumer Nieuwe Zijlen

Na onze fotosessie bij de ijsvogels stelde ik Jan voor om door te rijden naar Dokkumer Nieuwe Zijlen. Een paar weekenden geleden verbleven we daar tijdens een familieweekend in een mooie groepsaccommodatie. Toen we na dat weekend thuis de tassen uitpakten bleek er een spelletje in een tas te zitten wat thuishoorde in de accommodatie. Omdat we nu toch daar in de buurt waren konden we het spelletje weer terugbrengen naar de plek waar het hoorde. Jan kon zich wel vinden in het voorstel om een rondgang te maken door deze kleine buurtschap.

Terwijl ik met dit bericht bezig was zocht ik op internet wat meer en andere informatie over Dokkumer Nieuwe Zijlen dan de informatie die ik deelde in het vorige bericht, klik hier.

Ik kwam uit op een site met een film uit het Fries Film Archief. Deze film speelt zich af aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, vlak voor de bevrijding. De film is zonder geluid. Op de site staat beschreven wat er te zien is in de film…

Op 14, 15, 16 april 1945 wordt Noordoost Friesland bevrijd. Er wordt daarbij aan de Soensterdijk nabij Dokkumer Nieuwe Zijlen hevig gevochten. Daarbij vallen aan de zijde van de binnenlandse strijdkrachten vier doden.

Deze film van maker Karel Numan begint met beelden van Duitsers die bij Dokkumer Nieuwe Zijlen gevangen worden genomen. Onder deze gevangenen bevinden zich ook veel NSB’ers. De gevangenen worden verzameld in de melkfabriek van Dokkumer Nieuwe Zijlen. Op zondagmiddag 15 april worden ze onder begeleiding van de BS (Binnenlandse Strijdkrachten) naar Kollum gebracht, naar het gymnastieklokaal van de openbare lagere school te Kollum (Mr. Andreaestraat).

Vervolgens toont de film beelden van een aantal leden van de BS groep Noordoost Friesland met een aantal koeriersters. Enkele van de leden zijn Beekman Kapitein (ondergedoken) en Galinga; algemeen commandant NBS Noord Oost Friesland. Het militaire hoofdkwartier was gevestigd in Metslawier. Van hieruit kreeg de BS de instructie voor verder handelen.

Op 17 april, de derde dag van de bevrijding, worden de gevechtswagens van de Canadezen met veel gejuich Dokkumer Nieuwe Zijlen binnen gehaald, op de Willem Loréweg/ Soensterdyk. Als zowel mens als voertuig van het nodige is voorzien wordt vertrokken richting Oostmahorn.

Het bevrijden van Schiermonnikoog liet nog op zich wachten. Voedsel wordt uitgedeeld. Dokkumer Nieuwe Zijlen 45 militaire wagen beladen. Laatse NSBers opgebracht naar openbare Lagere school Kollum. Gemeentehuis Kollum.

Met de schepen, die voor de sluizen in Dokkumer Nieuwe Zijlen lagen, probeerden de Duitsers te ontsnappen. Deze schepen waren gevuld met goederen die door de Duitsers buitgemaakt waren en naar Duitsland getransporteerd moest worden. Dit werd door de sluiswachters verhinderd.

Saluutschoten voor de terugkeer van Bauke Kloosterman. Hij werd in 1945 weggevoerd naar Duitsland. Vader Kloosterman hangt de vlag uit. “nu kan hij eindelijk zelf de bevrijding vieren”. Echtpaar Leenstra (of Leystra) heeft Engelse piloten laten onderduiken in hun huis in Birdaard. Duitsers kwamen er achter en hebben het huis vernietigd. Omke Freerk bij zijn puinhopen. Joodse onderduikers zoeken naar bezittingen in het puin.

Op 11 juni rijden de Canadezen naar Oostmahorn om de Duitse militairen op te wachten die per boot van Schiermonnikoog komen om zich over te geven. Alle Duitse militairen worden streng gecontroleerd. Er waren SS’ers van het vasteland naar Schiermonnikoog gevlucht en de Canadezen wilden deze personen niet laten ontsnappen. De laatste beelden die worden getoond zijn van een feestelijke optocht van de bevolking met muziekkorps in Engwierum en als laatste een parade van Canadezen op de markt in Dokkum.

Bron is deze site. Op die site is ook de 24-minuten durende film te zien.

Kikkers in Giethoorn

Op mijn weblog hadden we gisteren het vakantiehuis al verlaten terwijl ik nog een serie had over de kikkers bij het vakantiehuis waar onze vrienden onlangs verbleven. Voor het huis ligt een drassig rietveldje met een paar poelen.

In dat watertje bloeide de gele plomp. Op de gele plomp zat een ieniemienie insect.

Onze vriendin heeft een voorliefde voor kikkers. Ze kon daar haar hart wel ophalen, want er waren daar meerdere kikkers te horen en te zien.

Volgens de Obsidentify-app zou dit de meerkikker kunnen zijn.

Op een blad zat een jonkie, op het moment dat ik de camera daarop richtte sprong het kikkertje in het water.

Op het blad van de gele plomp zat een groene kikker.

En volgens Obsidentify en deze site zou dit de middelste groene kikker oftewel de bastaardkikker kunnen zijn.

Klederdracht en knieperties

Na ons vaartochtje over het Bovenwiede en door de slootjes in Giethoorn kwamen we weer aan bij het vakantiehuis.

Terwijl onze vrienden de nodige spullen bij elkaar zochten genoten wij nog even van het uitzicht rondom het vakantiehuis. Even later wandelden we met z’n vieren naar de parkeerplaats. De mannen waren al lang uit zicht verdwenen. Mijn vriendin en ik vormden de achterhoede.

Op het pad terug passeerden we een paartje eenden. Het mannetje was anders ‘gekleed’ dan de gebruikelijke wilde eend. Op internet zag ik dat dit een parkeend was. Zie deze site van Waarneming.

Het was inmiddels veel drukker geworden op de paden en op het water. Hier en daar was er al een beetje sprake van filevorming. Dat niet iedereen bedreven is in het (normaal) besturen van een huurbootje dat bewijst dit filmpje.

Bij Museum Giethoorn ´t Olde Maat Uus werd er knieperties gebakken. De vrijwilligers waren gekleed in Gieterse klederdracht. De knieperties vonden gretig aftrek.

Varen over het Bovenwiede

Naast het vakantiehuis staat een botenhuis. Onze vrienden hadden de beschikking over een aantal kano’s en een boot met aanhangmotor.

We kozen voor een vaartocht met ‘de ware jacob’.

Vanaf het botenhuis voeren we via een slootje richting het Bovenwijde. Dat spreek je uit als Bovenwiede.

De weer-app voorspelde geen neerslag toch zag het er dreigende uit. We waren er niet helemaal gerust op. We staken het Bovenwiede over en voeren de Klossenvaart in. Zie Google Maps. De dreigende lucht gaf een mooi samenspel tussen wolken en zon. De donkere wolk trok om ons heen en we hebben geen drup regen gehad. De dreigende lucht veranderde tijdens de vaartocht in een lucht met vriendelijke bewolking. Afijn vaar maar met ons mee…

Op weg in Giethoorn

Onlangs werden we uitgenodigd door vrienden om een ochtend bij hen door te brengen in een vakantiehuis in Giethoorn. Zoals met zoveel huizen in Giethoorn is dit huis niet per auto bereikbaar. We parkeerden onze auto nabij ´t Achterhuus en wandelden de 400 meter naar de vakantiewoning.

Ondanks dat de weersverwachtingen niet zo goed waren was het een prachtige ochtend. Doordat we vroeg waren was het nog rustig in Giethoorn. De route naar het huis voert over kleine paadjes, over oevers van kleine slootjes en langs andere vakantiehuizen. Het voelt altijd net alsof je bij andere mensen over het erf loopt.

De ruime vakantiewoning heeft een prachtige ligging.

Vanaf het terras kijk je uit op het Bovenwiede.

Twee jaar geleden zat er vlakbij het vakantiehuis een kleine karekiet. Ik heb daar toen vanaf het balkon een fotoserie van gemaakt. Zie dit bericht. Jammer genoeg had de kleine karekiet dit jaar geen plekje gekozen in het rietveldje voor het vakantiehuis. Een rietgors had daar wel zijn zangpost, regelmatig was de rietgors al zingen te zien terwijl hij aan de langste rietstengel hing.

We nuttigden de koffie met wat lekkers op het terras voor het huis, uit de wind.

Plotseling kwam er een luidruchtig groepje vogels aangevlogen. Ze streken neer in een boompje naast het terras. Het waren jonge koolmeesjes. Ik had mijn camera met telelens gelukkig binnen handbereik.

Hoewel ze zichzelf al wel moeten redden vinden ze het ook makkelijk dat de ouder hen zo nu en dan wat toestoppen.

In de volgende serie stappen we in de boot.