Hoogstambrigade

Twee weken geleden kwam de hoogstambrigade bij ons om de hoogstamfruitbomen te snoeien. ‘s Nachts had het licht gevroren en overdag was het prachtig weer. Het was dus net zo’n dag als vandaag. De Hoogstambrigade Steenwijkerland bestaat uit een groep vrijwilligers die gespecialiseerd zijn in het snoeien van hoogstamfruitbomen. Het materiaal wordt beschikbaar gesteld door Landschap Overijssel.

In onze tuin staan 15 hoogstamfruitbomen. Doordat deze mensen al jaren bij ons komen snoeien staan deze bomen er in de basis keurig bij. Het snoeien van fruitbomen is een vak apart. Deze mensen weten precies wat ze doen en hebben hart voor de zaak. Na hun aankomst begonnen ze eerst met hun rondgang door de tuin. Ze beoordeelden welke bomen er dit jaar aan de beurt waren. Ze overlegden welke takken eraf konden en wat moest blijven staan. Dit alles ging in goed overleg met ons. Ik had mijn wens uitgesproken dat ik graag meer licht in de tuin wilde vanwege de nieuw aangeplante bloemenborders…

Na deze rondgang was er eerst koffie met wat lekkers. Mijn man, de kok in ons huis, had ervoor gezorgd dat precies op dat tijdstip de stroopwafelcake klaar was. Het huis geurde dan ook heerlijk naar deze cake.

Na de koffie gingen ze aan het werk. Met z’n vieren werkten ze keihard. De stapel met takken groeide gestaag. Bij dit werk houden ze in de eerste plaats rekening met hun eigen veiligheid. De ladders zekeren ze aan de boom en ze zagen en knippen met de hand.

En toen was het tijd voor de lunch. Ook hiervoor had mijn man zijn best gedaan. Een van de snoeiers sprak uit dat hij wist hoe de lunch op dit adres zou zijn en had zijn brood maar thuis gelaten…

Na de lunch beklommen ze weer de ladders en snoeiden dat het een lieve lust was. Het weer werkte fantastisch mee en de stemming was dan ook prima. Mijn taak was naast het maken van een fotoserie, om de gesnoeide stammen in stukken te zagen.

Rond een drie uur was het mooi geweest en braken ze de boel op. Nadat we ze hadden uitgezwaaid maakte ik nog enkele foto’s van de takkenbossen achter het huis. Binnen twee dagen had ik al alle takken afgevoerd.

Een scherm van wilgentenen

In onze tuin staan drie knotwilgen. Deze knotwilgen hebben we een aantal jaren geleden zelf geplant als wilgentenen.

Om het jaar, rond deze tijd, knot ik deze wilgen. Dit jaar wilde ik proberen een scherm te maken van onze eigen wilgentenen. Met behulp van dit filmpje leerde hoe ik te werk moest. gaan. Ik plaatste 7 palen in de grond met een onderlinge afstand van 60 cm.

Op een mooie dag zaagde ik de wilgentenen. Ik begon heel stoer met de hand te zagen, maar dat heb ik al snel ingeruild voor mechanisch zagen.

Op de kleinste knotwilg heb ik de wilgentenen laten staan. Bloeiende wilgen zijn belangrijk voor insecten en dus voor de vogels. Om die reden wordt ook geadviseerd om niet alle knotwilgen tegelijk te snoeien, maar bijvoorbeeld om en om.

Met deze wilgentenen begon ik te vlechten. Uiteindelijk kwam ik met onze wilgentenen tot 1/3 deel van het scherm. Ik had het aantal wilgentenen geteld en zo wist ik hoeveel ik er nog bij moest halen.

De overige wilgentenen haalde ik bij camping De Wilgenhof. Gelukkig kreeg ik hulp van mijn zwager. Zo hoefde ik de zware accuzaag niet zelf te bedienen. Met 80 wilgentenen ging ik weer huiswaarts.

Thuis ging ik met veel plezier verder met het vlechtwerk.

En zie hier, het resultaat.

De bloemen in de nieuwe zonneborder staan zo beschut tegen de noordenwind.

Brilduiker

Een tijdje geleden was ik samen met Jan in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. We kozen een plekje aan de lijzijde van de hut. Heel in de verte dobberden een paar kleine eendjes. Nou ja dobberen, de meeste tijd waren ze onder water.

Het bleken brilduikers te zijn. De mannetjes hebben een donkergroene kop met een witte vlek tussen oog en snavel, ook wel de ‘bril’ genoemd. De vrouwtjes hebben deze bril niet. Opvallend kenmerk van de brilduiker is het wat puntige hoofd. De brilduiker staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels in de categorie ‘Gevoelig’. Met de sterke zoom van mijn bridgecamera kon ik ze binnen bereik krijgen. Het nadeel van een dergelijke camera vind ik toch wel dat de tekening en de kleuren vervagen…

De brilduiker is gebonden aan waterpartijen die zich dicht bij de kust bevinden en minder dan 10 meter diep zijn. De soort overwintert overwegend op zee, binnenwateren en baaien. Ook komt hij aan rivierdelta’s, in meren en reservoirs voor. In Nederland heeft de brilduiker zich daarnaast gevestigd op landgoederen met grote vijverpartijen en bossen. Als ik de informatie op de site van de vogelbescherming lees dan lijkt het erop dat het de brilduiker een ongewone gast is in de Jan Durkspolder.

Een brilduiker in vlucht.

Bij de Leijen

Een paar weken geleden gingen mijn fotomaatje en ik naar de Leijen bij De Tike.

Het pad naar de vogelkijkhut was modderig. Gelukkig waren we qua schoeisel goed voorbereid.

Halverwege het pad genoten we van het uitzicht op het zilverkleurige riet.

Het laatste deel van de wandeling gaat via een vlonder. Dat loopt net wat comfortabeler.

We hadden de hoop uitgesproken dat we misschien daar baltsende futen zouden treffen, maar helaas. Naast het mooie uitzicht was er weinig leven te bekennen.

Door het zijluik hadden we onderstaand uitzicht.

Achter het riet zwom een groepje smienten. Ze hadden het druk met elkaar. Jan dacht dat ze voorjaar in hun kop hadden. Toen het er op leek dat de smienten niet van plan waren om voorlangs te zwemmen en er verder ook niets spannends gebeurde besloten we weer terug te wandelen.

Onderweg naar de parkeerplaats maakte Jan een aantal detailfoto’s van diverse soorten mos. Die fotoserie is te zien op zijn weblog.

Terwijl Jan bezig was met het maken van bovenstaande fotoserie richtte ik mijn blik op het kunstwerk naast de parkeerplaats.

Naast het kunstwerk is een nieuwe picknicktafel geplaatst. Op een warmere dag is het daar vast goed toeven.

Ik was van plan om een apart log te maken over het kunstwerk, maar daar zie ik toch vanaf. Voor een mooie beschrijving en fotoserie verwijs ik gewoon naar het weblog van mijn fotomaatje.

Nachtvorst

Vannacht hadden we nachtvorst. Er lag een dun laagje rijp over de velden en een vliesje ijs op de sloten. Ik ging al op tijd met de camera op stap. Misschien was dit wel de laatste nachtvorst van dit seizoen.

Zonder verdere tekst neem ik jullie mee op deze korte wandeling. Oh ja, het transformatorhuisje staat scheef, het ligt dus niet aan de fotograaf.

De hoogstambrigade is vandaag bij ons te gast om de hoogstamfruitbomen te snoeien. De buurjongens plaatsen de nieuwe schutting. Het wordt dus hard gewerkt en het is een gezellige boel in onze tuin. Daarbij hebben we prachtig weer. Aan mij de schone taak om het een en ander op beeld vast te leggen.

Een mooie vangst

Op 10 januari maakte ik een fotoserie bij de vogelkijkwand. Bij het archiveren kwam ik erachter dat ik deze fotoserie nog niet had laten zien. De plas was voor een deel bedekt met een dun laagje ijs.

Op grote afstand van de kijkwand lag de plas open.

Na een tijdje streken daar wilde eenden en grote zaagbekken neer. De afstand was alleen te overbruggen met mijn Nikon bridgecamera. De eenden dobberden wat rond. Zo nu en dan doken ze onder om te foerageren.

Plotseling was er reuring op het water. Een mannetje zaagbek had een mooie buit gevangen. Gezien de rode vinnen zou het een rietvoorn kunnen zijn.

De andere zaagbekken waren van mening dat deze mooie vangst wel gedeeld kon worden en zetten de achtervolging in.

Maar de geluksvogel liet zich ‘de kaas niet van het brood eten’. Op de voorgrond drijft een nonnetje. Dit mannetje hield zich wijselijk verre van deze schermutseling.

De bridgecamera stond ingesteld op enkelvoudige opname, daardoor had de AF moeite om de snelle bewegingen helemaal scherp te krijgen.

Verzilverd riet

Na de fotosessie bij de rietsnijder liepen we terug naar de auto. Voordat we instapten lieten we onze blik dwalen over het riet aan de andere kant van de weg.

Met tegenlicht leek het net of het riet verzilverd was.

Het tegenlicht in combinatie met het verzilverd riet geeft een enigszins surrealistisch beeld.

Het zilverkleurige riet stak mooi af bij het bruin van de lisdodden.

De rietsnijder

Vanaf de vogelkijkhut en de smienten reden Jan en ik richting Earnewâld. Het dorp lieten we links liggen en reden door naar het noorden. Aan de Dominee Bollema van der Veenweg zagen we een rietsnijder bezig. Dat was een mooie gelegenheid voor onze volgende stop. Zie Google Maps.

De rietsnijder was bezig met het uitkammen van het onkruid uit riet. Nadat we enkele foto’s hadden gemaakt onderbrak de rietsnijder zijn werkzaamheden en maakte met ons een praatje. Het was een enthousiaste rietsnijder met hart voor dit vak. Hoe het kammen in zijn werk gaat is goed te zien op dit filmpje wat Jan in 2019 maakte.

Ik ben van kinds af aan opgegroeid met de rietteelt en ook Jan is in de loop van de jaren volledig ingeburgerd in de rietteelt. We hadden dan ook voldoende gespreksstof. De rietsnijder vertelde dat het riet uit Nederland weer in trek was. Jarenlang kon men in Nederland moeilijk concurreren met de Chinese markt. Het riet uit China was stukken goedkoper dan het riet uit eigen land. Het tij is nu gekeerd. Door de hoge brandstofprijzen is het vervoer en daarmee het Chinese riet een stuk duurder geworden.

Terwijl Jan bij de rietsnijder bleef praten en fotograferen wandelde ik verder het rietland in. In de verte zag ik de rietmachine staan en die wilde ik wel even van dichtbij bekijken.

In dit gebied wordt al het riet gemaaid met een rietmachine met rupswielen. Op onderstaande foto is de noodzaak daarvoor goed te zien.

We zoomen in op de rietmachine.

Ik wandelde nog een klein stukje door in dat prachtige gebied.

Na een niet al te lange tijd voegde ik mij weer bij de beide mannen. Jan en ik namen afscheid van deze vriendelijke jonge man en liepen terug naar de auto. We stapten nog niet gelijk, want eenmaal op de weg zagen we een mooi beeld aan de andere kant van de weg. Wordt vervolgd.

Smienten in Jan Durkspolder

Jan en ik wandelden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder.

Vanuit de kijkhut hadden we zicht op mooie wolkenluchten.

In de verte dobberden wel honderden smienten op de plas. In Nederland broeden slechts enkele paartjes, maar in de winter is de smient talrijk aanwezig. Smienten komen vanuit Scandinavië en Siberië naar Nederland om te overwinteren. Een aanzienlijk deel van de Noordwest-Europese populatie overwintert hier: het zijn er honderdduizenden. Zo staat er op deze site vermeld.

Plotseling ging de hele groep op de vleugels om vervolgens een eindje verder weer neer te strijken. Dit proces herhaalde zich een aantal malen.

Nadat we daar best een tijd hadden gezeten werden we toch zo langzamerhand wat koud en besloten we op te breken.

We wandelden terug naar de auto en vervolgden onze weg richting Earnewâld.

Zonneharp

Vandaag gaan we verder met de fotokuier die ik samen maakte met mijn fotomaatje, Jan. Nadat we de reeën hadden gefotografeerd koersten we verder naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Toen we op de Westersânning (zie Google Maps) reden zag ik aan de linkerkant een mooie wolkenpartij. Dit uitzicht moest wel even vastgelegd worden…

De zon liet haar stralen door de wolken schijnen. Een zonneharp.

Wat verder inzoomend is de zonneharp wat duidelijker te zien.

Wordt vervolgd.