Dreigende luchten boven Dwingelderveld

Ze voorspelden voor die ochtend dat het om 10 zou gaan regenen. Ik was toch van plan om vroeg te gaan, om 10 uur zou ik al hoog en droog weer terug zijn aan de koffie.

Ik fietste over het fietspad dwars over de heide richting de Benderse Berg. Vanuit het westen kwam er wel een donkere lucht aandrijven. Ik checkte nogmaals een paar weer-apps, maar die voorspelden geen regen op dat tijdstip. Ik fietste dus mooi door.

Toen ik bij de Benderse Berg was gearriveerd werd de lucht wel heel erg dreigend. En daar vielen ook al de eerste druppels. Ik borg mijn camera goed op in de waterdichte fietstassen en fietste als een speer weer terug richting de telescoop. De regen en de westenwind maakten me aan één kant helemaal nat.

Bij de telescoop regende het een stuk minder. Het was me gelukt om de meeste regen te ontwijken. De bui trok van west naar oost. Ik maakte nog een laatste foto en ging toen naar snel huis, naar de warme douche en de koffie.

 

Fochteloërveen

Op 11 juli reed ik met de auto met de fiets achterop naar natuurgebied het Fochteloërveen. Nadat de laatste bui was weggetrokken stapte ik op de fiets.

Een aantal vogelaars ‘wezen’ mij de weg naar de grauwe klauwier. Het paartje was druk met het voeren van hun jongen.

Bij dit ven hoorde ik een vogel roepen. Na speuren ontdekte ik het vogeltje, het was een rietgors.

Tijdens mijn fietstocht hoorde ik de kenmerkende roep van een kraanvogel. Ik stapte van de fiets en tuurde naar boven. Twee kraanvogels cirkelden op grote hoogte boven mijn hoofd.

In dit gedeelte parkeerde ik mijn fiets en ging ik te voet verder.

Ik hoopte dat ik het veenhooibeestje zou zien vliegen. Helaas is dat niet gelukt. Desondanks heb ik wel genoten en andere mooie flora en fauna gefotografeerd. Een schorpioenvlieg, een zweefvlieg, stijve ogentroost en een oranje zandoogje.

Ondanks de dreigende wolkenluchten bleef het de rest van de fietstocht droog.

Een specht voert jongen

Op een namiddag fietste ik over een fietspad in Drenthe. Plotseling hoorde ik een piepende boom. Een bijzondere gewaarwording.

Al snel ontdekte ik het gat waar het piepende geluid vandaan kwam. In een eikenboom zat een nest met met jonge spechten. Om een goed beeld te schetsen van mijn waarneming maakte ik er een filmpje van.  Na een korte opname liet ik het nest en de ouders met rust. Op grote afstand stelde ik mij verdekt op en richtte mijn camera op de boomstam. Ik maakte ook een paar korte filmpjes van de ouder die kwam voeren. Het geheel heb ik aan elkaar gesmeed en het resultaat is hieronder te zien.

Ik heb daar best een tijdje staan posten en foto’s gemaakt van de specht. Gekleed in korte broek en blouse met korte mouwen was dat geen pretje. De neefjes (mietsen) wisten me wel te vinden. Deze foto’s zijn gemaakt met de Nikon bridgecamera.

Een paar dagen later ben ik nog een keer teruggegaan met een andere camera. Voor die gelegenheid had ik alle lichaamsdelen bedekt. Alleen mijn neus en ogen waren nog vrij. Ook toen werd ik aan alle kanten belaagd door dorstige neefjes, maar ze kregen op deze manier geen kans om mijn bloed te drinken. Deze foto’s zijn gemaakt met de Canon spiegelreflex met 70 – 200 mm zoomobjectief.

Melkenstijd

Nadat ik het icarusblauwtje en de boompieper had vastgelegd aan de Oude Hoogeveenseweg vervolgde ik mijn fietstocht. Even verderop trof ik grote grazers aan.

Het fietspad Oude Hoogeveenseweg gaat over in fietspad Achter Het Zaand. Op een gegeven moment sloeg ik rechtsaf en kwam ik uit bij Kraloo. Het was al niet meer zo heel vroeg en mijn fietstochtje werd ongemerkt groter dan dat ik aanvankelijk van plan was. Eigenlijk wist ik niet meer zo goed waar ik was. Ik hoopte dat er snel een pad naar rechts zou komen zodat ik de heide kon oversteken richting de radiotelescoop. Het fietspad in de buurt van Kraloo ging door een stukje bos. Zie Google Maps. Plotseling zag ik aan de rechterkant melkkoeien over een bospad lopen. Dat was een bijzonder gezicht. Al snel zag ik hoe dat kwam…

De koeien werden binnengehaald voor het melken. Het weiland lag redelijk ver verwijderd van de boerderij. De dames hadden volop belangstelling voor de fotograaf en hadden geen haast.

Ik maakte een praatje met de boer. Hij vertelde dat hij ‘s nachts de koeien op stal liet staan om bij te voeren. Het gras in het weiland groeide nauwelijks vanwege de langdurige droogte.

De boer wees me de kortste weg terug naar Dwingeloo. Dat die weg niet zo kort was bleek pas achteraf. Onderweg genoot ik van de omgeving en van de doorkijkjes naar mooie huizen.

Via Ruinen kwam ik uiteindelijk uit bij het bekende Heidepad. Het laatste traject voordat ik weer bij de auto was. Door de straffe tegenwind was het nog een hele trap.

Boompieper poetst zijn verenkleed

In Dwingelderveld staan en liggen hier en daar dode bomen. Dergelijke bomen bieden een mooie uitkijk- en zangpost voor de vogels. Ook voor een fotograaf is het prettig als een vogel daar zijn plekje kiest, op deze manier heb je geen last van hinderlijke takken of gebladerte.

En zo trof ik het tijdens mijn fietstocht dat een boompieper een plekje had gekozen in een dode boom.

De boompieper leek geen angst te hebben voor mij en bleef mooi poseren. Nadat hij even om zich heen had gekeken en zijn zang had laten horen ging hij uitgebreid zijn verenkleed poetsen.

Ik schrijf ‘hij’ maar het kan ook niet zo goed een vrouwtje zijn geweest, qua uiterlijk zit er geen verschil tussen een mannetje en een vrouwtje.

Icarusblauwtje

Als ik ga fietsen in bijvoorbeeld Dwingelderveld neem ik twee camera’s mee. De lichtgewicht Nikon bridgecamera hang ik om mijn nek en rechterschouder. Die heb ik dan snel bij de hand als ik bijvoorbeeld een vogel zie. Tevens gebruik ik de Nikon voor het maken van landschapsfoto’s. De Canon spiegelreflex met macro-objectief heb ik in de fietstas. Die pak ik als ik bijvoorbeeld een vlindertje zie vliegen.

Ik maakte een fietstocht in Dwingelderveld. Ik had net een fotoserie gemaakt van de fitis met een snavel vol met voedsel en wandelde verder met de fiets aan de hand. Plotseling zag ik rond de bloeiende braamstruiken een blauwtje vliegen. Ik ‘parkeerde’ mijn fiets en pakte mijn body met macro-objectief en ging op jacht. Het vlindertje liet zich niet eenvoudig vangen. Iedere keer als ik in de buurt kwam ging het blauwtje een paar meter verderop zitten.

Maar de aanhouder wint, het lukte om dichterbij te komen. De vlinder spreidde tijdens het foerageren enkele malen de vleugels. Op de computer kon ik met zekerheid vaststellen dat het een icarusblauwtje was en wel een vrouwtje.

In de buurt van het blauwtje, op een andere bloem zat een grote mier. Toen de mier zijn eigen bloemetje had afgestruind ging hij naar het bloemetje van het blauwtje. Het icarusblauwtje liet zich gemakkelijk verjagen.

Met een blij en voldaan gevoel stapte ik weer op de fiets op weg naar de volgende uitdaging…

Boompieper met snavel vol voedsel

Nadat ik het hooibeestje en het groentje had vastgelegd fietste ik verder over het fietspad dwars over de heide. Het was rustig. Zo nu en dan maakte ik een stop om te genieten van het lichtspel van de zon met de wolken.

Op de Bendersche Berg stapte ik weer van de fiets af. Op hetzelfde moment daalde er een vogeltje op de grond. Het was een pieper. Het vogeltje was druk met het zoeken naar voedsel voor de jongen. Op onderstaande foto zou je denken aan een graspieper, maar een pieper in het gras is nog geen graspieper…

Ik denk dat het een boompieper is. De boompieper trok zich niets aan van de fotograaf en ging rustig door met het verzamelen van het voedsel.

Dit was alweer een mooie ontmoeting in het Dwingelderveld.

Een hooibeestje en een groentje

Vorige week maandag zou het mooi weer worden, maar dat viel vies tegen. Het tijdstip dat de zon zou gaan schijnen schoof steeds verder naar achteren.

Behalve dat het bewolkt was, stond er ook een stevige wind. Niet bepaald weer voor macro-fotografie. Toch stopte ik ook mijn camera met macro-lens in de fietstas. Achteraf bleek dat niet voor niets te zijn. Vanaf de schapen en de geiten volgde ik het fietspad naar de telescoop.

Daar sloeg ik rechtsaf het schelpenpaadje op en fietste ik over de grote, stille heide.

Onderweg maakte ik meerdere stops. Tijdens een van die stops zag ik een heel klein vlindertje fladderen. Het bleek te gaan om een hooibeestje. Dit vlindertje koos steeds een plekje tussen de begroeiing op de grond. Het is voor mij de eerste keer dat ik een hooibeestje heb gefotografeerd.

Bij een volgende stop zag ik enkele groentjes vliegen. Het waren onrustige vlindertjes. Uiteindelijk zocht een groentje een plekje in een boom boven mijn hoofd. Ik heb slechts één acceptabele foto van het dartele vlindertje kunnen maken.