Witte kwikstaart op jacht

In het boompje voor kijkhut de Meenthebrug zat een vogel met een opvallend lange staart. Mijn eerste gedachte was dat het een kwikstaart moest zijn, maar de kleuren kwamen niet overeen met die van een volwassen vogel. Al snel vermoedde ik dat het om een juveniele kwikstaart ging.

Juveniele kwikstaarten hebben een bruin-grijze kop en borst. Ze missen de kenmerkende zwarte kopkap van volwassen vogels. Ook is hun gezicht valer en minder contrastrijk, met weinig wit op de kop.

Een witte kwikstaart jaagt boven bladeren van de waterlelie en gele plomp door deze als platform te gebruiken. Schokkerig rent en springt hij van blad naar blad, pikt insecten van het oppervlak en maakt soms korte vluchtjes om vliegende prooien te vangen. Omdat de bladeren veel kleine insecten aantrekken, vormen ze een ideale jachtplek voor de kwikstaart.

Het boompje diende als rustpunt om het verenkleed weer op orde te brengen.

Even later vervolgde hij zijn jacht op insecten.

Grauwe ganzen op het water

Na de mooie wandeling waarbij ik verschillende insecten fotografeerde arriveerde ik bij kijkhut de Meenthebrug. Ik hoopte daar opnieuw een ringslang te zien, maar vooral ook een ijsvogel.

Nadat ik een tijd had uitgekeken over de plas moest ik concluderen dat geen van beide zich liet zien. Daarom richtte ik mijn camera op een paar grauwe ganzen. Het leek alsof de ganzen óp het water stonden, maar schijn bedriegt. Ze stonden waarschijnlijk op stukken kienhout net onder het wateroppervlak. Het windstille weer zorgde bovendien voor een mooie weerspiegeling.

Ook viel het me op dat meerdere grauwe ganzen op kienhout zaten te kauwen. Hoewel het misschien lijkt alsof ze het hout proberen op te eten, is dat niet het geval. Dit gedrag heeft een functie: het helpt bij het onderhouden van de snavel, het verkennen van mogelijk voedsel en soms ook bij het verwerken van plantaardig materiaal in de spiermaag.

Een van de ganzen nam uitgebreid een bad.

In de verte gingen grauwe ganzen op de vleugels. Wat hen deed opschrikken heb ik niet kunnen achterhalen.

Ringslang

In vogelkijkhut Meenthebrug zat ik geduldig te wachten, in de hoop een ijsvogel voor de lens te krijgen. Mijn blik dwaalde over de rustige plas, toen ineens een subtiele rimpeling het gladde wateroppervlak verstoorde. Even dacht ik aan een vis, maar al snel verscheen de echte veroorzaker: een ringslang die geruisloos en sierlijk door het water gleed.

De kleine ringslang gleed behoedzaam op een blad van de gele plomp. Als koudbloedig dier is een ringslang afhankelijk van de warmte uit zijn omgeving. Zo’n drijvend blad vormt een ideale plek om op te warmen. Tegelijkertijd biedt het een uitstekend uitzicht op mogelijke prooien én een snelle vluchtroute als er gevaar dreigt. Aan de grootte van de bladeren van de gele plomp is goed te zien hoe klein deze jonge slang nog was.

De ringslang was voortdurend met zijn tong in de weer. De tong van de slang heeft een andere functie dan die van de mens. Bij iedere tongbeweging vangt de slang geurdeeltjes op uit de lucht. Die worden vervolgens doorgegeven aan het orgaan van Jacobson in het gehemelte, waar de geuren worden geanalyseerd. Zo kan de ringslang prooien opsporen, gevaar herkennen en zelfs bepalen uit welke richting een geurspoor afkomstig is. De gespleten tong werkt daarbij als een soort ‘stereo’. Door links en rechts geurdeeltjes te vergelijken, kan de ringslang precies bepalen uit welke richting een geur komt.

Wordt vervolgd.