Tussen de bloemen en de vlinders…

Tijdens een van mijn fietstochten door Drenthe kwam ik langs begraafplaats Zevenberg in Fluitenberg. Ik dwaalde een tijdje over de begraafplaats. Deze natuurlijke begraafplaats spreekt mij wel aan…

Het veld is ontworpen als een wuivend landschap, een landschap wat in beweging is. Dit is bereikt door het zaaien van grassen en andere wilde planten. Door het gebruik van verschillende grondsamenstelling in de bovenlaag, is het mogelijk om veel soorten planten te laten groeien. De glooiingen in het veld versterken die variatie. Zo zijn er plantensoorten van heischrale graslanden, maar ook kalkminnende soorten te vinden. Voor zweefvliegen, vlinders, bijen, sprinkhanen en loopkevers is het veld een ideaal leefgebied. Zij vormen op hun beurt weer voedsel voor de vogels die het veld graag bezoeken.

Paringswiel

Een paringswiel van de zwarte heidelibel. Ik heb ze een tijdje gevolgd, maar een fotogeniekere plek zat er niet in.

Dan de bloedrode heidelibellen, die kozen een mooier plekje uit. Gefotografeerd in Woldlakebos in Nationaal Park Weerribben-Wieden.

De kleine vos

Na ons bezoek aan de baggemachine in De Deelen reden we via een omweg naar huis. Deze omweg bracht ons langs K.I.G, een bedrijf die o.a. reuzenraden maakt. Vanaf een afstandje maakten we enkele foto’s.

Aanvankelijk keken de jonge koeien (pinken) niet naar ons om. Even later werden ze toch nieuwsgierig en kwamen ze naar ons toelopen.

In de sloot stonden veel kattenstaarten. En tot onze verrassing wemelde het op die kattenstaarten van de vlinders. De kleine vos, dikkopjes, bruine zandoogjes en andere insecten deden zich tegoed aan hetgeen de kattenstaarten te bieden hadden. De kleine vos vind ik een van de mooiste algemeen voorkomende vlinders.

Zo zie je maar hoe belangrijk het is dat de bermen en slootkanten niet te vroeg worden ‘kaalgeschoren’.

De grote vuurvlinder

De grote vuurvlinder is een vlinder die alleen voorkomt in Noordwest Overijssel en in het zuiden van Fryslân. De grote vuurvlinder staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ieder jaar probeer ik de grote vuurvlinder een keer te fotograferen. Vorig jaar is het niet gelukt. Vorige week ging ik weer op stap in De Weerribben en zocht ik lang naar de unieke vlinder. Na een tijd gaf ik de moed op en reed in de auto weer terug naar huis. Halverwege het smalle weggetje stond een man te fotograferen. Ik reed stapvoets en met de ramen open. De man vroeg mij of ik toevallig op zoek was naar de grote vuurvlinder. Hij wees naar de vlinder op de kale jonker met de woorden: ‘Daar zit er één’.

De vinder, een vrouwtje liet zich rustig fotograferen. Ze vloog wel eens op om vervolgens weer op de kale jonker neer te strijken. Het vrouwtje had haar rechtervleugel licht beschadigd.

Susan Oostelaar heeft veel onderzoek gedaan naar de grote vuurvlinder en er een boek overgeschreven. Op deze site van Nature Today en op de site van Susan kun je er alles over lezen.

Door de benaming zou je denken dat het om een grote vlinder gaat, maar het tegendeel is waar. Met 21 mm is deze vlinder wel groter dan de kleine vuurvlinder dat wel maar nog steeds aan de kleine kant.

Toen ik voor het eerst op zoek ging naar de grote vuurvlinder had ik dan ook een verkeerd beeld voor ogen. Als de vlinder dan zo verscholen zit tussen de kale jonkers dan kun je de vlinder over het hoofd zien.

En nu hoop ik ook nog een keer een mannetje voor de lens te krijgen.

Weidebeekjuffers in Oudemolen

Tijdens mijn fietstocht door Nationaal Park Drentsche Aa kwam ik door Oudemolen.

Vanaf het bruggetje heb je mooi zich op het Oudemolensche Diep. Het is een stroompje wat bij uitstek geschikt is voor de weidebeekjuffer. Er vlogen er dan ook tientallen.

Twee tegelijk op de foto is een cadeautje.

Een onfortuinlijke weidebeekjuffer.

Zo vind ik ze het mooist, op een blaadje met het water als achtergrond.

Met name mannetjes fladderen boven het wateroppervlak.

Ik heb me daar een tijdje uitgeleefd in een poging om de fladderende juffers vast te leggen. Ook hier gebruikte ik de 70 – 200 mm Canon zoomlens waarbij ik met de hand heb scherpgesteld.

Weidebeekjuffers in Schipborg

Vorige week maakte ik een fietstocht door Nationaal Park Drentsche Aa. In het plaatsje Schipborg maakte ik een tussenstop om een foto te maken van het landschap. Plotseling zag ik daar een weidebeekjuffer vliegen. Toen ik beter keek zag ik er meer.

Onlangs las ik een fotoblad een artikel van een natuurfotograaf. Hij schreef dat je het onderwerp niet altijd beeldvullend moet vastleggen maar ook wat van de habitat moet laten zien. Dat heb ik getracht in onderstaande serie toe te passen.

Voor deze fotoserie heb ik de Canon spiegelreflex camera gebruikt met een Canon 70 – 200 zoomlens. Daarbij heb ik bij de meeste foto’s maximaal gezoomd. Voor een kleine scherpte / diepte heb ik het diafragma op 6,3 gezet. Ik moest wel met de hand scherpstellen, want met de autofocus lukte het niet.

🌾

De mannetjes spreiden regelmatig even heel kort hun fragiele vleugeltjes. Het is dan de kunst om dit moment vast te leggen.

🌾

De mannetjes zijn prachtig maar ook de vrouwtjes mogen gezien worden.

Omdat wij in het noorden minder stroompjes hebben zien we de weidebeekjuffer hier niet vaak. Ik vind het dan ook een feest om ze te zien en te fotograferen.

🌾

De grote keizerlibel en de mus

Een paar dagen geleden streek er een grote keizerlibel neer op het mos aan de rand van onze vijver. Het vrouwtje zette daar haar eitjes af. Ik had mijn camera met zoomlens 100 – 400 mm bij de hand.

Terwijl ik de libel fotografeerde scheerde er een mus langs die de libel wilde vangen. De libel was de mus net te snel af. De mus had het nakijken. Het geheel ging voor mij net te snel en het is niet gelukt om het vast te leggen. Ik vond het al knap dat de mus de libel zag, want ik vond haar op het mos goed gecamoufleerd. Mijn man vertelde dat hij al eerder had gezien dat dat de mus probeerde om de grote keizerlibel te vangen.

Schotse hooglanders in Vossenberg

Onlangs maakte ik een fietstocht door landgoed Vossenberg in Drenthe. Om daar te komen bond ik mijn fiets op de fietsendrager. Mijn auto parkeerde ik bij de Homanbrug, zie Google Maps.

Vandaar fietste ik langs het kanaal naar het zuiden. Halverwege die route bevindt zich een stroompje. Ik had gehoopt daar de weidebeekjuffer te vinden, maar dat is niet gelukt. Wel fotografeerde ik daar de vliegende keizerlibel.

Vanaf dit punt ben ik weer teruggefietst richting de auto. Vanaf de brug heb ik het fietspad genomen naar het noorden. Dat was voor mij een onontdekt stukje. Halverwege die route kwam ik uit bij een wandelpad die volgens het bordje leidde naar Schotse hooglanders.

Na een mooie wandeling kwam ik uit bij een ven waar twee Schotse hooglanders tot aan hun buik in het water stonden.

Achter het ven stond een moeder met haar jong. Met name de moeder stond mij aandachtig te observeren. Ik was blij dat ik op grote afstand stond.

Vader Schot zag er helemaal indrukwekkend uit.

Na een tijdje liep de moeder het water in.

Ze ging drinken.

De foto’s zijn genomen met de Nikon bridgecamera met 60x zoom.

De Deelen, krabbenscheer en meer

Na de fotosessie bij het eerste petgat stelde ik voor om naar het tweede petgat te lopen. In het verleden troffen we daar veel juffers. Bij dat petgat hadden we zicht op de werkschuur van Staatsbosbeheer.

In dit water ligt een kwekerij voor krabbenscheer. In het programma van Vroege Vogels had ik daar al over gehoord en gezien. Nu konden we de kwekerij met eigen ogen zien. Krabbenscheer wordt gebruikt voor het stimuleren van het verlandingsproces.

Via deze link is de informatie te lezen en is die uitzending te zien.

Er vlogen daar inderdaad vele lantaarntjes.

Het was nog wel een uitdaging om ze goed op de foto te krijgen.

Wordt vervolgd.

Terug naar De Deelen

Onlangs stond er een fotokuier op het programma met Jan. We waren het er heel snel over eens dat het een bezoek aan De Deelen zou worden. We waren daar namelijk al een lange tijd niet meer samen geweest. Op YouTube vond ik dit korte filmpje met beelden van De Deelen van bovenaf. 

Op weg naar het eerst petgat spotte ik een koolwitje. Meer dan één foto kon ik niet maken, want toen fladderde het vlindertje er alweer vandoor.

Jan had al een libel gescoord, zo vertelde hij mij toen ik mij bij hem voegde. Vanaf het vlonderpad hadden we mooi zicht over het petgat. Een petgat is ontstaan door het uitbaggeren van veen.

Aan een tak hing een grote libel. Ik zag direct dat het een vroege glazenmaker was. Eerder die week had ik die libel gefotografeerd in De Weerribben.

Een plant die je daar veelvuldig ziet is het bitterzoet. Tussen al het groen is dit een opvallend bloemetje. Bitterzoet behoort tot de nachtschadefamilie.

Aan een boompje hing een nest met rupsjes. Ik heb lang gezocht maar kon ze niet op naam brengen. Wie het weet mag het zeggen.

Jan wees me op een ‘gouden’ slakje. Het kleine ding had al goed z’n best gedaan.

We kwamen nog een libel tegen. Deze vond ik lastig te determineren. Na lang zoeken ontdekte ik dat het een jong mannetje was van de gewone oeverlibel.

Wordt vervolgd.