Het drama van Putten (2)

In het vorige bericht schreef ik over meneer Bakker, de onderwijzer die ons vertelde over het drama in Putten. Op een druilerige dag tijdens onze vakantie in de omgeving van Putten bracht ik een bezoek aan het monument ‘Vrouw van Putten’. Het monument is ter nagedachtenis aan de slachtoffers van een razzia op 1 en 2 oktober 1944. Hier kom ik later in dit bericht op terug.

Op 1 oktober 1949 is het monument door Koningin Juliana onthuld. Het monument bestaat uit een herdenkingshof, ontworpen door Prof. Bijhouwer en een zandstenen beeld van Mari Andriessen. Het is een vrouw in klederdracht met een zakdoek in haar hand. Ze kijkt in de richting van de Oude Kerk, van waaruit de mannen werden weggevoerd.

Na het bezoek aan het monument ging ik naar de naastgelegen Gedachtenisruimte. Deze ruimte is ontworpen door W.C.F. Hageman en op 9 mei 1992 geopend. In de Gedachtenisruimte wordt het verhaal van de razzia in woord en beeld weergegeven.

In september ’44 lijkt de oorlog aan z’n einde te komen. De geallieerden rukken snel op van Normandië naar het noorden en oosten. De geallieerden staan begin september al in Brussel en een week later aan de Nederlandse grens. De geallieerde legers kunnen hulp achter het front best gebruiken. Generaal Eisenhower vraagt het verzet op grote schaal sabotage te plegen achter het front. Dat is dus onder meer op de Veluwe. De sabotage moet zich richten op het transport, op koeriers en op officieren: ‘Vanuit hinderlagen vijandelijke troepen neerschieten, met name koeriers en stafofficieren’. De in het kader van de Binnenlandse Strijdkrachten vers gevormde verzetsgroep Putten (gewest 6, Veluwe) krijgt net als de andere groepen order om de vijand te hinderen en zijn verbindingen te saboteren. Er wordt besloten op zaterdag 30 september een eerste verzetsdaad te plegen. Putten ligt aan de – in die tijd – belangrijke route Zwolle – Amersfoort. De weg werd druk bereden door Duitse koeriers.

Als er die avond laat een Duitse auto aan komt rijden bij de Oldenaller brug, wordt die tot stoppen gebracht. De bedoeling is, dat de inzittenden onschadelijk wordt gemaakt. Dat mislukt, omdat het machinepistool hapert. Er ontstaat een vuurgevecht waarbij een van de leden van de verzetsgroep dodelijk gewond raakt. Bij de Duitsers vallen twee gewonden, het zijn officieren. De ene is zwaar- en de andere lichtgewond. De eerste ontsnapt, de tweede wordt door de resterende leden van de groep gevangen genomen. Twee andere inzittenden – korporaals – weten te ontsnappen. Zij melden de overval aan hun superieuren in Harderwijk. De reactie van de Wehrmacht laat niet lang op zich wachten. Overste Fullrede, de commandant van de divisie waartoe de officieren behoren, geeft onmiddellijk opdracht de straten rondom Putten af te zetten en naar de vermiste officier te zoeken. Hij waarschuwt Generaal Christiansen in Hilversum. Die is des duivels. De Wehrmacht is toch al zenuwachtig gezien het verloop van de oorlog en heeft uiteraard niet de minste behoefte aan speldenprikken achter het front. Christiansen schreeuwt: ‘Das ganze Nest muss angesteckt werden und die Ganse Bande an die Wand gestelt’…

Tussen 7 en 8 uur die zondagmorgen is heel Putten omsingeld.  Net als andere zondagen begeven de Puttenaren zich op 1 oktober naar de kerk. Langzaam dringt iets door van de razzia’s in de buurtschappen. De bewoners van de boerderijen in de omgeving van de plaats van de overval worden uit hun huizen gehaald en met personen die toevallig passeren naar het centrum van het dorp gebracht. De Duitsers vormen met Nederlandse politieagenten patrouilles die erop uit trekken om de vermiste officieren te zoeken. De bewoners van de huizen die doorzocht worden, krijgen bevel zich naar de grote kerk te begeven. Kerkgangers die het centrum willen verlaten worden teruggestuurd. De mannen worden verzameld op een terrein tussen een grote schuur en de openbare school . De vrouwen en kinderen moeten naar de kerk. In het begin van de avond mogen ze naar huis. De vrouwen krijgen de order de volgende morgen met eten voor de mannen terug te komen. Zondagavond worden de mannen boven de 60 vrijgelaten. De rest gaat naar de kerk. Maandagmorgen moeten de mannen tussen de 18 en 50 naar het marktplein.

Hoewel één van de leden van de verzetsgroep bij de mannen op het marktplein is, meldt hij zich niet. (Hij overleeft het kamp niet.) Ook de resterende leden van de groep besluiten zich niet te melden, ondanks dat één van de studenten er voor pleit om onschuldigen niet het slachtoffer  te laten worden. Wel wordt de gewonde Duitse luitenant ’s maandagsmorgens om tien uur bij een boer afgeleverd, met het verzoek hem naar de dichtstbijzijnde Duitse post te brengen. Dat gebeurt, maar het verandert niets aan de plannen van de Duitsers, misschien ook niet, omdat de bevelvoerende Fullriede het niet te horen krijgt.

Om twaalf uur krijgen de mannen te horen, dat ze naar kamp Amersfoort gebracht zullen worden, dat het dorp platgebrand zal worden en om die reden binnen twee uur ontruimd moet zijn. De dominee vertaalt het oordeel. Zo gebeurt het ook. Op het station staat een trein gereed. Die brengt ruim zeshonderd man naar Amersfoort onder bewaking van Nederlandse SS0ers. In het dorp worden een honderdtal huizen verbrand, vooral in de arbeiderswijk. (Huizen van gemeenteambtenaren, notabelen en politie blijven gespaard).


In totaal zijn 660 mannen weggevoerd. Binnen enkele dagen worden 58 mannen vanuit Kamp Amersfoort naar huis teruggestuurd, vooral vaders van grote gezinnen. Midden oktober gaan 589 Puttenaren met een grote groep politieke gevangenen uit Amersfoort naar het Lager Neuengamme bij Hamburg. Dertien mannen springen tijdens de reis uit de trein, zodat uiteindelijk 576 het concentratiekamp in gaan. In het  kamp worden de Puttenaren tewerkgesteld bij het graven van tankversperringen en krijgen ander lichamelijk zwaar werk. Na de bevrijding blijkt, dat van de 576 man slechts 49 het regiem overleefd hebben. Vijf van deze overlevenden overlijden snel na hun terugkeer.

In de Gedachtenisruimte zijn op plaquettes alle namen van de omgekomen weggevoerde mannen aangebracht. In het gastenboek kan men een indruk achterlaten…

De sterfte onder de groep Puttenaren is relatief erg groot. Als belangrijke oorzaak daarvoor is het feit aangevoerd, dat de Puttenaren zich niet wisten te ‘drukken’, maar werkten tot ze ‘erbij neervielen’. Bij de slechte voeding betekende deze houding een zekere dood. Dit gedrag zou weer voortkomen uit de opvatting die veel Puttenaren hebben over ‘schuld en boete’. Een strenge orthodoxe opvatting, waarin sprake is van een berusting, een fatalisme, de voorbeschikking, uitgedrukt in het Veluwse ‘alles gaat zoals het moet gaan ‘. Niet alleen bij de gedeporteerden, maar ook bij hen die achterbleven. De deportatie en de dood van de Puttense mannen werd toen (en nu) door veel Puttenaren beschouwd als een straf van God. Die straf wordt dan weer opgevat als logisch gevolg van Gods Liefde: God heeft het oog op het gelovige Putten laten vallen en daarom straft hij het. Om die reden heeft men in Putten de tragedie altijd ‘onder ons’ willen houden…

Als bron is de website van Stichting Oktober 44 gebruikt.

Het drama van Putten (1)

In klas 5 en 6 van de lagere school hadden we meneer Bakker als onderwijzer. Hij was tevens het hoofd van de school. Hij was een fijne onderwijzer, een onderwijzer wat je ieder kind zou gunnen. Ik praat overigens over lang vervlogen tijden. Het was de tijd dat we netjes aan elkaar schreven…

Waarbij de lessen werden verduidelijkt met wandkaarten…

En ‘t kofschip nog zonder ex was…

Doordat meneer Bakker zo boeiend kon vertellen vond ik met name de geschiedenislessen heel interessant. Het was tijdens de lessen over de Tweede Wereldoorlog dat hij vertelde over het ‘Drama van Putten’. Hoe jong ik ook was, het raakte mij enorm. Dat het me zo raakte lag aan de verteller. Meneer Bakker kwam uit Putten, hij vertelde het vanuit zijn hart…

Wordt vervolgd.

De Schaatser

Jazeker, ik ga het in de zomer hebben over een schaatser of beter gezegd… ‘dé schaatser’. Een paar weken geleden reed ik vanaf het bezoekerscentrum in Sint Jansklooster weer richting huis. Ik zag een groepje fietsers fotograferen bij een monument. Ik parkeerde mijn auto in de buurt van het monument en wel bij een fietstunnel.

Ik zag dat er afbeeldingen op de wanden van de tunnel stonden. Ik besloot om eerst de fietstunnel te gaan bekijken. Bij de derde foto heb je zicht op het monument.

Omdat ik weet dat de tweevoudige winnaar van de Elfstedentocht Evert van Benthem in Sint Jansklooster woonde had ik al snel door dat dit kunstwerk ter ere van hem is. Onder de woorden ‘de schaatser’ is het Elfstedenkruisje ingegraveerd.

Het kunstwerk is gemaakt van kleine schaatsjes, de zogenaamde Friese doorlopers. Albert Weijs, woonachtig in Sint Jansklooster maakte dit kunstwerk.

Evert van Benthem (Sint Jansklooster, 21 november 1958) is een Nederlands schaatser die twee jaar achter elkaar (1985 en 1986) de Elfstedentocht won. Tegenwoordig woont hij in Canada.

Evert van Benthem is opgegroeid in Ens. Als boer in de Leeuwte (tussen Sint Jansklooster en Vollenhove) krijgt hij landelijke bekendheid als hij op 21 februari 1985 de 13de Elfstedentocht wint. Samen met de marathonrijders Jan Kooiman, Jos Niesten en Henri Ruitenberg nadert hij als eerste de finish. In de eindsprint behaalt Van Benthem uiteindelijk met enkele meters een nipte overwinning. Pas na de finish kwam hij tot de ontdekking dat er een stuk uit het ijzer van zijn schaats was afgebroken. Deze schaats is later in het Eerste Friese Schaatsmuseum tentoongesteld.

Wanneer de tocht het jaar daarop, op 26 februari 1986 wederom gehouden wordt, rijden Rein Jonker en Robert Kamperman in de frontlinie met Van Benthem mee. Van Benthem blijft echter aan kop, en staat die positie niet meer af. Hij blijkt wederom de sterkste en wint de rit met een tijd van 6.55.17 uur.

De volgende Elfstedentocht is in 1997 als Van Benthem inmiddels is gestopt als wedstrijdschaatser. Hij rijdt deze tocht als tourrijder en maakte er een ereronde van. In sommige steden is het onthaal zo geweldig dat hij zelfs nog eens terugschaatst. Tijdens deze koers neemt hij een pauze om de finale van de wedstrijdrijders te bekijken op TV en ziet hij zijn jongere broer Henk vierde worden. Bron is deze site.

Op de site van NOS staat het volgende geschreven… Het beeld heet ‘De Schaatser’, en de schaatser in kwestie weet wel waarom. “Als ze het hier in het dorp over mij hadden, en volgens mij gebeurde dat nogal eens, dan hadden het ze het nooit over Evert van Benthem, maar altijd over ‘de schaatser’.

Via deze link kun je een filmpje zien op de site van De Stentor met de onthulling van het kunstwerk.

Het witte bruggetje en bootje varen

Op een avond ben ik op stap geweest op mijn geboortegrond. Ik parkeerde mijn auto en wandelde naar het witte bruggetje. Dit pad ligt tussen de buurtschappen Wetering en Kalenberg in De Weerribben.

Op de Wetering ben ik geboren en getogen. In Kalenberg had ik een bijbaan op een rondvaartboot. Ik heb dus vele malen over dit pad gereden met de brommer. Vroeger was het een smal schelpenpaadje, onlangs is dit pad verbreed waardoor snelle e-bikers elkaar moeiteloos kunnen passeren. Het witte bruggetje is authentiek.

Naast het bruggetje ligt een grote plas. Volgens overlevering is het daar heel diep en daarom wordt deze plas het ‘Het diepe gat’ genoemd. Het zand uit de plas is gebruikt voor de aanleg van de weg aan de oost- en westkant. Voor de aanleg van die wegen was het dorp alleen per boot, per fiets of te voet bereikbaar.

Op de plas was een jongen aan het spelevaren. Dat was voor mij wel herkenbaar, als jong meisje mocht ik vroeger ook zo graag varen met een boot met aanhangmotor. En maar op en neer over de Wetering. Ik had graag wat sneller gewild maar dat zat er niet in met een logge houten punter en een Mercury aanhangmotor van slechts 4 pk. Ik denk dat mijn ouders wel blij waren dat ik niet sneller kon…

Na een tijdje hield de jongen het voor gezien en verliet de plas en voer onder het bruggetje door.

Hij zette koers richting Kalenberg.

Nadat de golfslag was verdwenen maakte ik een foto van het kalme wateroppervlakte.

Ik heb nog een wandeling richting Kalenberg gemaakt. Halverwege het pad hield ik het voor gezien en ben ik teruggegaan. Het werd me te laat en te eenzaam, het was tijd om weer richting auto en naar huis te gaan.

Schokland, de Misthoorn en de Lichtwachterswoning

Vandaag neem ik jullie voor de vierde en laatste keer naar het voormalige eiland Schokland. Al struinend langs de palenrijen naderden we het huisje ´De Misthoorn´.

In dit gebouw werd de misthoorn bediend. Eeuwenlang waarschuwde men bij mist de schepen vanaf de wal met een schelp. Later vuurde men kanonnen af om bij mist de schepen te waarschuwen voor de naderende kust. Ook werden er op vuurtorens explosieven tot ontbranding
gebracht. Later deed de mistbel zijn intrede. In dit gebouw stond een zware petroleummotor die een compressor aandreef, die de lucht naar twee ketels perste. Bij mist liet men de perslucht ontsnappen naar een hoorn op het dak. Volgens overlevering leek het geluid op een loeiende koe. Bron is deze site.

Nadat Schokland op gezag van de overheid in 1859 ontruimd moest worden, bleven er een paar mensen op het eiland achter om zorg te dragen voor de haven en voor de vuurtorens. De overheid was van plan ook deze zorg te laten vervallen, maar door een initiatief van de schipper en handelaar Willem Jan Schuttevaer (1798 – 1881) , oprichter van de Koninklijke Schippersvereniging Schuttevaer werd in 1901 in ‘Emmeloord’ op het noordelijk deel van het eiland een woning voor de lichtwachter gebouwd. De lichtwachterswoning werd een fraai en solide woning en het mocht wat kosten. De woning staat op maar liefst 67 heipalen van 8 meter lengte. In 1996 is het pand inwendig opnieuw gewijzigd en sindsdien functioneert het als vergaderruimte. Bron is deze site.

Naast De Lichtwachterswoning staat een kunstwerk. Dit kunstwerk van de Amsterdamse kunstenaressen Annet Bult en Marianne Meinema toont de contouren van de dodenakker. De markering staat in een schelpenpad. “Als de zon schijnt, zowel uit het oosten als het westen, reflecteren de namen in het zilver van het schelpenpad”‘, aldus de kunstenares Marianne Meinema. “Dan is het als het ware dat de mensen weer op de begraafplaats liggen”.
Bij het graafwerk kwamen de kunstenaressen af en toe nog stukjes been tegen. Zij werkten dan ook precies op de plaats waar in het verleden de begraafplaats lag. Lees er alles over op deze site.

Nog één keer achterom kijken om een laatste foto te nemen en met deze foto sluit ik de serie over Schokland af.

Schokland, terp Emmeloord

Na de koffie met citroentaart stapten we in de auto om naar het noordelijke deel van het voormalig eiland Schokland te rijden. We parkeerden de auto en begonnen aan onze wandeling. We waren de enige bezoekers.

Naar het noorden toe zag de lucht er dreigend uit, maar in het zuiden zag de lucht er vriendelijk uit. Een van de dames heeft zich heerlijk uitgeleefd op dit monument.

In de Gouden Eeuw was Schokland een welvarend eiland. In de periode na de Gouden Eeuw kwam er een einde aan die welvaart. De bodem van Schokland bestond uit slappe veengrond. Door stormen en hoogwater werden vele stukken grond weggeslagen. In 2 eeuwen tijd werd het eiland 2 keer zo klein.

Om het wegslaan van de grond te voorkomen werd het eiland gedeeltelijk beschermd door een palenscherm. Die bescherming was niet afdoende en de overheid moest iedere keer weer opnieuw investeren in het beschermen van dit eiland. De overheid zag dat toen als ‘Dweilen met de kraan open’.

In die jaren had men nog een groot probleem en dat was de aanwezigheid van de paalworm. De paalworm vrat zich in het hout en maakte het hout bros. Men zag dit niet van buitenaf, maar men zag pas de gevolgen als het hout werd weggeslagen tijdens storm en hoogtij.

In februari 1825 had men te maken met een storm met orkaankracht en springtij. Het hele eiland stond onder water. Mensen zochten hun inkomen op zolders en daken van huizen. Er zijn toen 13 mensen, waaronder 8 kinderen omgekomen.

De ravage was enorm, toch bleven de mensen op het eiland en bouwden ze hun bestaan weer op. De mensen hadden een sterke binding met de Zuiderzee. ‘De zee geeft, de zee neemt’.

Zicht op de Misthoorn en de woning van de Lichtwachter. In de volgende serie kom ik daar op terug.

We wandelen verder richting de nieuwe palenrij.

Verscholen in het riet vlakbij de palenrij zat een vogeltje te roepen. Even later kwam het vogeltje tevoorschijn met in de snavel een lekker hapje. Het was een kleine karekiet.

In juni is er een miniserie op tv geweest waarin Huub Stapel onderzoekt welke invloed het afsluiten van de Zuiderzee heeft gehad op bedrijven, de natuur en op de bewoners van de kustplaatsen. Hij gaat op zoek naar families die hun leven ineens een andere richting moesten geven. Het voormalige eiland Schokland wordt voornamelijk in de eerste aflevering belicht. Klik hier om de aflevering, Ons Zeetje te bekijken. (Onderstaande foto is een PrintScreen.)

Wordt vervolgd.

Schokland, de Zuidpunt

We wandelen verder op Schokland. Op de zuidpunt liggen fundamenten van een Middeleeuwse kerk. De kerk was tot 1717 in gebruik en raakte daarna in verval Het gebouw werd uiteindelijk rond 1820 afgebroken. De vuurtorenwachter woonde in een huisje gebouwd op de resten van de voormalige kerk.

Het fundament van de vuurtoren, die van 1825 to 1856 dienst deed, ligt vlak naast de kerkruïne.

Vanaf het verste punt wandelden we weer terug naar het noorden. Onderweg hadden we mooi uitzicht over de graanvelden en de mooie wolkenluchten. O.a. klaproosjes en korenbloemen gaven kleur aan het geheel. Onderweg werd er door de dames druk gefotografeerd, maar ook veel gepraat.

Eenmaal terug bij het bezoekerscentrum hebben we ons laten informeren over het noordelijke deel van het voormalig eiland. Het was te ver om die afstand te voet te overbruggen. De receptioniste vertelde ons we daar met de auto konden komen. Dat was ‘over de zeebodem’…

Maar voordat we verder gingen namen we eerst een kopje koffie en een punt overheerlijke citroentaart. Vanaf het terras hadden we uitzicht op de kerk waar eerder die middag een huwelijk was voltrokken. De kerk is onderdeel van het museum. Omdat het half vijf was geweest was het museum gesloten. Dat bezoek is voor een volgende keer.

Wordt vervolgd.

Schokland, terp de Zuidert

Onlangs zijn we met vier dames van de interessegroep, fotografie op stap geweest naar Schokland. Bij het bezoekerscentrum liggen grote rotsblokken. Deze gletsjerstenen zijn geschonken door de Noorse gemeente Ringerike aan de gemeente Noordoostpolder vanwege hun vriendschappelijke betrekkingen. Op deze site kun je er alles over lezen.

Eeuwenlang is Schokland een eiland in de Zuiderzee. Met de aanleg van de Noordoostpolder komt Schokland in 1942 midden in nieuw polderland te liggen. Als een vis op het droge. Schokland en omgeving blijkt een archeologische goudmijn. Het gebied heeft lange tijd onder water gelegen. De ondergrond is daardoor vrijwel onaangetast gebleven. Door het bestuderen van op elkaar liggende bodemlagen is de wordingsgeschiedenis in kaart gebracht. Over een periode van tienduizenden jaren zijn de (pre)historische landschappen gereconstrueerd. Prachtige archeologische vondsten tonen aan dat hier al duizenden jaren geleden mensen wonen.

Het boek ‘Eens ging de zee hier tekeer’ heb ik een half jaar geleden gelezen. In dit boek vertelt Eva Vriend over de geschiedenis van de Zuiderzee wat later het IJsselmeer werd. Ook over Schokland wordt in dat boek geschreven, over de vele overstromingen en de bittere armoede. Nadat we ons hebben laten informeren in het bezoekerscentrum en met hulp van een plattegrond gingen we op stap. Wat het weer en de wolkenluchten betreft hadden we het niet beter kunnen treffen.

Toen we al een flink stuk gewandeld hebben keken we terug naar de Middelbuurt. De buurt waar we gestart waren. De kerk in de Middelbuurt wordt regelmatig gebruikt als trouwlocatie.

Op de middag dat wij er waren was er ook een trouwerij.

Na een tijdje kwamen we aan bij terp, de Zuidert. Terp de Zuidert was de kleinste woonbuurt op Schokland. In de 19e eeuw woonden hier circa 70 mensen.

De terp werd bewoond vanaf 1400. In 1775 zijn de huizen door brand verwoest en daarna heropgebouwd. De Zuidert met destijds 14 gezinnen is in 1855 ontruimd, waarna vier jaar later geheel Schokland ontruimd werd. De terp is tegenwoordig een rijksmonument. Op de terp is een woning en een waterput gereconstrueerd. Bron is Wikipedia.

De lucht zag er dreigend uit, toch hebben we geen drup regen gehad. De voorspelde regen zou pas ‘s avonds vallen.

Op onderstaande foto staan het huis en de waterput op de foto.

Wordt vervolgd.

Lepelaars

De lepelaar heb ik leren kennen op Texel… Ruim 40 jaar geleden kreeg ik verkering met mijn huidige man. Zijn ouders hadden toen een stacaravan op Texel. Mijn man kende Texel op zijn duimpje, het was zijn tweede thuis. Voor mij was Texel nieuw. Maar ook ik heb mijn hart verpand aan dit Waddeneiland. Het was in die jaren dat ik de lepelaar leerde kennen. Bij de Horsmeertjes op Texel broedde een kolonie lepelaars. In die jaren gingen we steevast een bezoek brengen aan het uitkijkpunt om met een verrekijker naar de lepelaars te kijken. Ze zaten ver weg en zelfs met een verrekijker zag je niet veel details. Tegenwoordig is het waarnemen van een lepelaar op Texel niet meer uitzonderlijk. Onderstaande lepelaar stond in Waalenburg.

Heel vroeger waren de broedkolonies in Nederland vrijwel alleen te vinden in moerasgebieden op het vasteland. Rond 1900 werd de populatie geschat op ongeveer 1000 paren. Door het overmatige gebruik van pesticiden in de jaren ’50 en ’60 daalde de broedpopulatie drastisch tot minder dan tweehonderd paren. Gedurende de jaren ’70 en ’80 trad er langzaam herstel op. Nu zijn er ruim 2.500 broedparen. De Nederlandse populatie lepelaars is uniek, in andere landen in Noordwest Europa broeden ze nauwelijks. Lepelaars bevinden zich van februari tot september/oktober in Nederland. Via Franse en Spaanse moerassen trekken ze naar winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust (vooral Banc d’Arguin). Lepelaars broeden in moerassige gebieden, dichte rietkragen of moeilijk bereikbare bomen en struiken, maar ook op kwelders.

Deze ouder en jong foerageerden in Waalenburg. Dat het een jong is dat zie je aan de snavel die nog niet is uitgekleurd naar zwart.

Ook zie je regelmatig lepelaars overvliegen. Meestal zag ik ze te laat, want dan waren ze al boven mijn hoofd en op het moment dat ik de camera had gericht waren ze al een flink eind weg. Tot het moment dat ik een groepje lepelaars zag aankomen. Ik was op tijd met mijn camera en 400 mm tele en kon ze op acceptabele afstand fotograferen.

Wederom naar Dokkumer Nieuwe Zijlen

Na onze fotosessie bij de ijsvogels stelde ik Jan voor om door te rijden naar Dokkumer Nieuwe Zijlen. Een paar weekenden geleden verbleven we daar tijdens een familieweekend in een mooie groepsaccommodatie. Toen we na dat weekend thuis de tassen uitpakten bleek er een spelletje in een tas te zitten wat thuishoorde in de accommodatie. Omdat we nu toch daar in de buurt waren konden we het spelletje weer terugbrengen naar de plek waar het hoorde. Jan kon zich wel vinden in het voorstel om een rondgang te maken door deze kleine buurtschap.

Terwijl ik met dit bericht bezig was zocht ik op internet wat meer en andere informatie over Dokkumer Nieuwe Zijlen dan de informatie die ik deelde in het vorige bericht, klik hier.

Ik kwam uit op een site met een film uit het Fries Film Archief. Deze film speelt zich af aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, vlak voor de bevrijding. De film is zonder geluid. Op de site staat beschreven wat er te zien is in de film…

Op 14, 15, 16 april 1945 wordt Noordoost Friesland bevrijd. Er wordt daarbij aan de Soensterdijk nabij Dokkumer Nieuwe Zijlen hevig gevochten. Daarbij vallen aan de zijde van de binnenlandse strijdkrachten vier doden.

Deze film van maker Karel Numan begint met beelden van Duitsers die bij Dokkumer Nieuwe Zijlen gevangen worden genomen. Onder deze gevangenen bevinden zich ook veel NSB’ers. De gevangenen worden verzameld in de melkfabriek van Dokkumer Nieuwe Zijlen. Op zondagmiddag 15 april worden ze onder begeleiding van de BS (Binnenlandse Strijdkrachten) naar Kollum gebracht, naar het gymnastieklokaal van de openbare lagere school te Kollum (Mr. Andreaestraat).

Vervolgens toont de film beelden van een aantal leden van de BS groep Noordoost Friesland met een aantal koeriersters. Enkele van de leden zijn Beekman Kapitein (ondergedoken) en Galinga; algemeen commandant NBS Noord Oost Friesland. Het militaire hoofdkwartier was gevestigd in Metslawier. Van hieruit kreeg de BS de instructie voor verder handelen.

Op 17 april, de derde dag van de bevrijding, worden de gevechtswagens van de Canadezen met veel gejuich Dokkumer Nieuwe Zijlen binnen gehaald, op de Willem Loréweg/ Soensterdyk. Als zowel mens als voertuig van het nodige is voorzien wordt vertrokken richting Oostmahorn.

Het bevrijden van Schiermonnikoog liet nog op zich wachten. Voedsel wordt uitgedeeld. Dokkumer Nieuwe Zijlen 45 militaire wagen beladen. Laatse NSBers opgebracht naar openbare Lagere school Kollum. Gemeentehuis Kollum.

Met de schepen, die voor de sluizen in Dokkumer Nieuwe Zijlen lagen, probeerden de Duitsers te ontsnappen. Deze schepen waren gevuld met goederen die door de Duitsers buitgemaakt waren en naar Duitsland getransporteerd moest worden. Dit werd door de sluiswachters verhinderd.

Saluutschoten voor de terugkeer van Bauke Kloosterman. Hij werd in 1945 weggevoerd naar Duitsland. Vader Kloosterman hangt de vlag uit. “nu kan hij eindelijk zelf de bevrijding vieren”. Echtpaar Leenstra (of Leystra) heeft Engelse piloten laten onderduiken in hun huis in Birdaard. Duitsers kwamen er achter en hebben het huis vernietigd. Omke Freerk bij zijn puinhopen. Joodse onderduikers zoeken naar bezittingen in het puin.

Op 11 juni rijden de Canadezen naar Oostmahorn om de Duitse militairen op te wachten die per boot van Schiermonnikoog komen om zich over te geven. Alle Duitse militairen worden streng gecontroleerd. Er waren SS’ers van het vasteland naar Schiermonnikoog gevlucht en de Canadezen wilden deze personen niet laten ontsnappen. De laatste beelden die worden getoond zijn van een feestelijke optocht van de bevolking met muziekkorps in Engwierum en als laatste een parade van Canadezen op de markt in Dokkum.

Bron is deze site. Op die site is ook de 24-minuten durende film te zien.