Vuurtoren in het licht

Voor en na de zonsondergang op het strand aan de noordkant van Texel zoomde ik op de vuurtoren. De vuurtoren is met zijn donkerrode kleur een mooie blikvanger in het landschap.

Vanwege Corona is de vuurtoren gesloten voor publiek. Zie ook deze site.

Nadat de zon achter de wolkenband vlak boven de horizon was gezakt spreidde ze nog enigszins een rode gloed over de zee en het land.

Na de zonsondergang kwam het blauwe uurtje. De vuurtoren ontstak de lampen…

This slideshow requires JavaScript.

Vrijzinnige nestkastjes…

Tijdens mijn spontane fotosessie bij het kerkje in Wapserveen viel mijn oog op een bijzonder nestkastje. Het kastje was paars geverfd en op het kastje stonden de woorden: maandag, Gabriël en geestelijke groei. Bovenop het kastje zat een rondje met daarop een afbeelding. Mijn belangstelling was gewekt. Ik dacht als dit kastje maandag heet dan zijn er wellicht nog meer kastjes…

En ja hoor, aan verschillende bomen hingen 7 nestkastjes met op ieder kastje een andere dag van de week. Jullie kunnen je vast wel voorstellen dat ik verbaasd was over deze uitgedoste nestkastjes.

Tijdens het fotograferen van de nestkastjes viel mijn oog op een kleurrijke poster die was bevestigd aan de achterkant van het vitrinekastje aan het begin van de oprit.

Ik liep naar de poster in de hoop dat de kleuren en de tekst mij meer duidelijkheid zouden verschaffen. En dat was inderdaad het geval.

Op deze poster wordt een koppeling gemaakt tussen:
7 geestelijke zegels, 7 tekens, 7 planeten, 7 aartsengelen, 7 weekdagen, 7 menstypes, 7 valkuilen, 7 deugden, 7 kleuren, 7 metalen en 7 boomtypes

Aandachtig bestudeerde ik de poster en de tekst. Ik was verbaasd dat een dergelijke poster en tekst bij een Hervormde kerk hing. Naderhand las ik thuis op de site van deze Hervormde gemeente dat deze gemeente een, voor Drenthe bekende, vrijzinnige geloofstraditie heeft. Ik had wel eens van de term ‘vrijzinnig’ gehoord, maar ik wist eigenlijk niet goed wat dat inhield en daarom ging ik op zoek.

Vrijzinnig protestantisme is een stroming binnen het protestantisme die hun christelijke geloof sterk laten bepalen door een ondogmatische houding, waarin vrijheid van denken en geloven op basis van eigen inzichten centraal staat. In die zin vormt het vrijzinnig protestantisme de tegenpool van het orthodox-protestantisme.

Vrijzinnige kerken hanteren het principe dat de mens de Bijbel beoordeelt, terwijl men in orthodoxe kring ervan uitgaat dat de Bijbel Gods Woord is, dat de mens beoordeelt. De Schrift moet beantwoorden aan individuele behoeften in plaats van andersom: “Wat betekent dit voor mij en mijn leven, hier en nu?” Verder wijst men de traditionele verzoeningsleer af. Christus stierf niet om onze straf te dragen. Dikwijls wordt de lichamelijke opstanding van Christus in twijfel getrokken. 

Binnen de vrijzinnige stroming wordt de Bijbel niet gezien als het Woord Gods in letterlijke zin, maar veel meer als een document dat getuigt van de liefde van God. Ook probeerde men de moderne wetenschappelijke inzichten en de rationaliteit in verbinding te brengen met het geloof. Bron is deze site.

Er zitten meerdere elementen in deze stroming, waaronder de zaken die hierboven  beschreven staan, waar ik mij absoluut niet in kan vinden. Gelukkig leven we in een vrij land en mag ieder mens dat op zijn eigen manier belijden.

Waarom er in de maand mei zout op de oprit ligt dat is me niet duidelijk. Tijdens het plaatsen van deze foto schoot me wel de volgende Bijbeltekst te binnen. “Gij zijt het zout der aarde’. Deze woorden sprak Jezus tijdens de Bergrede tegen zijn volgelingen.

Varen door de Dorpsgracht in Giethoorn

En als je dan aan de oever van de Bovenwiede staat en de bootjes ziet varen en de geur van het water ruikt dan lokt het om ook zelf te gaan varen…

En die mogelijkheid was er. Bij  het vakantiehuis was er een boot met aanhangmotor en twee kano’s aanwezig. Mijn vriendin vindt varen ook geweldig, maar kan de boot met aanhangmotor niet zelfstandig bedienen. Ik ben aan het water opgegroeid en van jongs af aan met boten in de weer geweest, dus nam ik de rol van schipper op mij. We voeren eerst over het Bovenwiede.

Vanaf het Bovenwiede voeren we naar de Dorpsgracht. Normaal gesproken is de Dorpsgracht vol met huurboten met toeristen en dan met name toeristen uit Aziatische landen. Nu, tijdens de corona-crisis was het er heerlijk rustig.

Het is voor de middenstand niet goed, maar ik vond het genieten zo. Het voelde weer net als vroeger…

We werden verwend met een heerlijk maaltijd. Bij het afscheid blijft het onwennig dat je dit heerlijk samenzijn niet kunt afsluiten met een omhelzing…

Bruine kiekendief, purperreiger, roerdomp en tafeleend

De afgelopen weken ben ik meerdere keren met de camera naar mijn geboorteplaats gereden. Tussen 2012 en 2015 realiseerde men daar een natuurgebied van circa 324 hectare. Tevens dient dit gebied als waterberging. In dat gebied hebben vele water- en moerasvogels een plekje gevonden. Het is dan ook een el dorado voor vogelaars. Vanuit hun mobiele kijkhutten verstopt achter enorme lenzen turen ze over het gebied op zoek naar vogels. Ik moet het doen met mijn bescheiden Nikon bridgecamera, maar dan wel één met sterke zoom. Hieronder heb ik een compilatie geplaatst van vogels die ik daar heb vastgelegd. De kwaliteit van de foto’s laat hier en daar wat afweten, maar het gaat om de bijzondere waarnemingen…

In dat gebied huizen meerdere bruine kiekendieven. Tijdens het foerageren zweven ze laag over het rietland. Zo nu en dan rustig flappend, schommelend, biddend en draaiend om vervolgens op hun prooi te duiken…

Een andere indrukwekkende verschijning in dat gebied is de purperreiger. Toen ik mijn auto liet uitrollen vloog er een purperreiger op uit het riet om vervolgens een eindje verderop weer neer te strijken. Een andere keer vloog er een purperreiger over. Om een goed beeld te krijgen van de purperreiger heb ik een foto uit het archief toegevoegd…

Een roerdomp hoor je wel, maar zie je niet zo snel. Het is een schuwe vogel die zich met zijn schutkleuren ook nog eens prima kan verstoppen tussen het riet. Soms heb je geluk dat ze opgeschrikt opvliegen…

Op dit moment zwemmen daar meerdere tafeleenden rond. Tafeleenden zijn duikeenden die vooral in de herfst, winter en het vroege voorjaar in Nederland te zien zijn. Opvallend is dat het mannetje van de tafeleend al in juni wegtrekt, als het vrouwtje nog aan het broeden is. De vrouwtjes en de jongen volgen later. Zie ook deze site.

Brede orchis in het Weinterper Skar

Afgelopen week stond er weer een fotokuier gepland met mijn fotomaatje. Deze keer stond een bezoek aan de brede orchis in het Weinterper Skar op het programma. Het was even zoeken om een mooi exemplaar te vinden. Toen ik deze had gevonden ben ik er met de macrolens eens goed voor gaan liggen. Die foto’s zijn te zien op de site van Jan.

En dit is het resultaat.

De macrofotografie heb ik via Jan en ontdekt. Jan is een meester in de macrofotografie met name zijn foto’s van druppels zijn werkelijk pareltjes.  Hieronder staat een foto uit het jaar 2007 waarbij Jan bezig is met de macrofotografie. Dat was in de tijd dat Jan nog vrij soepel door de knieën kon en ook weer kon opstaan.

Vanwege het voortschrijden van de MS lukt dat tegenwoordig niet meer. Maar Jan is niet voor één gat te vangen en heeft een goede oplossing bedacht. Tegenwoordig gebruikt hij een vissersstoeltje. Op de linkerfoto is Jan bezig met het fotograferen van de brede orchis. Op de rechter foto maakte hij een fotoserie van de uitgebloeide paardenbloemen. Die serie is hier te bekijken.

Wordt vervolgd. 

Rietgors

Onlangs maakte ik een wandeling in de Weerribben. Ik hoorde o.a. de roerdomp, de koekoek en de snor, maar dat zijn vogels die zich niet snel laten zien. Tijdens die wandeling lukte het wel om een rietgors vast te leggen. Weer een primeurtje. De eerste keer zat de vogel wat verder weg. Vanwege de straffe wind viel het nog niet mee om de vogel op die zwiepende wilgentakken fatsoenlijk op de foto te krijgen.

Het was een mannetje rietgors in voorjaarskleed. Ze zijn te herkennen aan hun zwarte kop en witte ‘sjaal’.

Jan schreef het al in zijn reactie: ‘Je wordt echt steeds meer vogelaar, hè.’ Het werkt inderdaad verslavend. Als je voor het eerst een bepaalde vogel voor de lens krijgt en het lukt om een aardige foto te maken en om de naam te vinden, dan smaakt het naar meer. En zo gebeurde het dat ik opnieuw afreisde met de camera naar De Weerribben. Ik maakte nu een andere wandeling en ook daar liet de rietgors zich zien. Deze keer zat de rietgors in het riet en dat is gezien de naam wel zo leuk.

De wandeling werd ongewild veel langer dan dat de bedoeling was. Ik genoot volop. Een paar kilometer verderop kreeg ik de rietgors nogmaals voor de lens. Deze rietgors had een snavel vol met voedsel. Het was vast de bedoeling om dit aan zijn jongen te voeren, maar er zat een fotograaf in de weg…

En al dat moois is te zien en te beluisteren in de Prikkepolder. Het gebied waar mijn vader en later mijn zwager ooit het riet sneden. Het gebied waar ik als kind heel wat heb rondgestruind toen ik met mijn vader meeging naar het rietland.

12 mei, Dag van de Verpleging

Sinds 1964 viert Nederland op 12 mei de Dag van de Verpleging. 12 mei is de geboortedag van Florence Nightingale, een Britse verpleegster die bekend is geworden als grondlegger van de moderne  verpleegkunde. Het instellen van de Dag van de Verpleging had tot doel te zorgen voor een beter aanzien van de verpleging, zowel binnen de beroepsgroep als daarbuiten. Zie ook op deze site. Vanwege de Dag van de Verpleging neem ik jullie mee naar het verleden. Op zondag 10 mei was er een uitzending van Andere Tijden over de zorgsector. Klik hier voor de uitzending. Onderstaande foto is van de site van Andere Tijden.

Als kind wist ik al dat ik later als zuster in een ziekenhuis wilde werken. Na mijn eindexamen mavo in 1980 ging ik naar de havo. In die tijd moest men minimaal een havo-diploma hebben en de vakken Biologie en Scheikunde en goede cijfers om in aanmerking te komen voor een opleidingsplaats in een ziekenhuis.  In de jaren tachtig zaten we in een economische recessie. Een opleidingsplaats voor de inservice-opleiding waarbij men gelijk inkomen had was toen enorm in trek. Het lukte mij om een opleidingsplaats te krijgen in Zwolle. In september 1982 startte ik met de inservice-opleiding in het Sophia ziekenhuis. Op onderstaande foto heb ik voor het eerst een uniform aan.

De opleiding begon met 3 maanden vooropleiding waarbij we theorie- en praktijklessen kregen binnen het ziekenhuis. We hadden een leuke groep, een geweldige groepsdocent, het was een prachtige tijd. We wasten elkaar, zetten elkaar op de po, poetsten elkaar de tanden, wasten elkaar het haar, deden mondverzorging en leerden de ‘onderbeurtjes’ op een pop.

Gedurende mijn opleiding heb ik zoals gebruikelijk op bijna alle afdelingen gewerkt. Of het nu bij de oudere patiënten was of bij de kinderen of op de klasse-afdeling of bij de kraamvrouwen en pasgeborenen, ik heb het overal naar de zin gehad. Op 26 februari 1986 ontving ik mijn diploma. Het was in meerdere opzichten een bijzondere dag want er werd op die dag ook een Elfstedentocht gereden.

Ik heb gedurende 18 jaren met veel plezier in het Sophia Ziekenhuis gewerkt. In het jaar 2001 maakte ik de overstap naar ziekenhuis Tjongerschans. Het was wel even wennen aan de Friese taal en aan een andere cultuur dan dat ik gewend was in Zwolle, maar ook in dit ziekenhuis werk ik met veel plezier.

Ik vind het leuk dat onze dochter ook gekozen heeft voor de zorg.  Onderstaande foto is gemaakt toen ze haar mbo-stage liep in ons ziekenhuis. De foto is gemaakt met een mobiel en kwalitatief niet goed, maar ik vind deze te bijzonder om hier niet te delen. Binnenkort hoopt ze haar hbo-opleiding af te ronden.

Als ik opnieuw moest kiezen dan zou ik weer voor een baan in de zorg kiezen. Het is hard werken, maar het is ook heel dankbaar werk. Op deze Dag van de Verpleging wil ik in het bijzonder mijn waardering uitspreken aan al die collega’s en werkers in de zorg die zich inzetten tijdens deze bijzondere periode, tijdens de corona-crisis!

4 en 5 mei, onderduikershol in Diever

Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, van oorlogssituaties en van vredesmissies. Op 5 mei vieren we 75 jaar vrijheid. Het zou een jaar worden met vele festiviteiten, maar het corona-virus zette een streep door de planning. Ik ben er van overtuigd dat de herdenking en de vrijheidsviering door de huidige moeilijke situatie extra betekenis gaat krijgen. In het kader van het herdenken en het vieren neem ik jullie mee naar het onderduikershol in Diever.

Het verhaal over dit onderduikershol leerde ik in het jaar 1981, het jaar dat mijn man en ik verkering kregen. Mijn schoonouders kwamen uit Diever en Dieverbrug. Geert Gerhardus Koster, één van de onderduikers was een broer van onze aangetrouwde tante. Toch heeft het nog tot juli 2018 geduurd dat we voor de eerste keer een bezoek brachten aan dit hol…

In de winter van 1943-1944 vatte de groep het plan op om bij een onopvallende zandheuvel in het dennenbos van Berkenheuvel een schuilplaats te bouwen. De knokploeg groef de heuvel uit, bouwde van de dennenstammen een hol en herstelde de zandheuvel in de oude vorm. Na een paar maanden hard werken was de schuilplaats gereed en verdwenen de verzetsmannen onder de grond. Eén van de leden, Fokke Hessels, was een verwoed lezer van Indianenverhalen. Daarom kreeg het onderduikerscomplex de naam ‘de Wigwam’.

Het hol was een centrum van illegale activiteiten. Van hieruit werden tal van nachtelijke expedities ondernomen, zoals een overval op het distributiekantoor van Dwingelo of de bevrijding van dorpsgenoot Rooks uit de plaatselijke politiecel, waarin hij gevangen was gezet nadat in zijn huis een joodse onderduiker was gevonden. Ook werden de bevolkingsregisters van Diever en Dwingeloo weggehaald en in De Wigwam ondergebracht. Soms zaten in het hol wel twintig illegalen verscholen. Ook logeerden hier geregeld Amerikaanse en Engelse piloten, wier vliegtuigen waren neergehaald. Zo arriveerde op 31 augustus 1944 de Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph en op 17 september 1944 de Amerikaanse staartschutter Jim Moulton. De knokploeg-leden beschouwden de geallieerde piloten als welkome gasten. Vaak bleven deze gasten enige tijd om de verzetsstrijders te instrueren over het gebruik van vuurwapens.

Op een nacht meldde de Fries Tjitze Wallinga, lid van de zogenaamde ‘wilde’ groep van Heerenveen, zich bij het hol om twee piloten over te nemen. Enige tijd later, in de vroege ochtend van 25 oktober 1944, werd Wallinga in het Friese Oosterwolde door een patrouille van de Sicherheitsdienst gearresteerd met een vuurwapen op zak. In Crackstate te Heerenveen werd hij onderworpen aan een zwaar verhoor. Hoewel hij eerst weigerde namen te noemen, kon hij de druk die de Sicherheitsdienst op hem uitoefende niet trotseren. Hij noemde de namen van een aantal verzetsmensen en gaf ook de locatie van het onderduikershol in Diever prijs.

Alle arrestanten werden naar Crackstate in Heerenveen gevoerd en via Amersfoort op transport gezet naar concentratiekampen in Duitsland. Slechts één man heeft het overleefd… Het hele verhaal staat op deze site.

Laten we herdenken, laten we vieren, niet alleen op 4 en 5 mei, maar alle dagen van ons leven!

Wulpen aan de Alde Ie

Zodra ik in het vroege voorjaar het eerste riedeltje van de wulp hoor dan maakt mijn hart een sprongetje van blijdschap. ‘Gelukkig ze zijn er weer’, denk ik dan. Het mooie weer is in aantocht. Al jaren zit er in de weilanden van onze achterburen een paartje wulpen. Het is me nog niet gelukt om ze daar vast te leggen. Het gezang van de wulp doet me denken aan vroeger, aan de keren dat ik met mijn vader meeging naar het rietland. De wulp met zijn gezang was toen nog volop aanwezig. Volgens mij is het nu de zeldzaamste weidevogel.

Afgelopen week ging ik naar een plas-drasgebied in Fryslân en wel naar de Alde Ie. Zie Google Maps. Ik heb dit gebied leren kennen door mijn fotomaatje, Jan. Ik hoopte daar weidevogels te zien en te fotograferen. Ik parkeerde mijn auto en ging te voet verder. Deze weg is sinds een aantal jaren afgesloten voor auto’s.

Aan weerszijden van de weg zijn weilanden veranderd in plas-draslanden. Ik hoorde grutto’s, kieviten, scholeksters en wulpen.

Na een eindje wandelen zag ik in het weiland een vogel staan. Toen ik inzoomde met de Nikon bridgecamera zag ik dat het een wulp was.

Ik liep naar een hek en liet mijn camera rusten op een paal, zo kon ik nog verder inzoomen op de wulp. Het duurde maar even en daar kwam ook een tweede wulp aangevlogen.

Ik was blij dat ik de wulp zag en kon vastleggen.

De holwortel en de hommel

Vandaag zoomen we in op de holwortel, ook wel kloosterkruid genoemd. De holwortel is een vroege lentebloeier. In maart/april kleurt het landgoed Dickninge rozerood en wit door de bloeiende holwortel. Het groen/blauwig blad bedekt de bodem. De holwortel is een plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae). De naam holwortel heeft de plant te danken aan het feit dat de ondergrondse knol van binnen hol is. De botanische naam Corydalis is afgeleid van het Griekse woord korydalis wat kuifleeuwerik betekent. Daarmee een overeenkomst aangevend op de bloem van de holwortel. Cava betekent hol, wat duidt op de holle knol. De holwortel is inheems in Midden-, Oost-, en Zuid-Europa. In Nederland en België is de holwortel aangeplant en verwilderd, mogelijk nog wild aan de uiterste oostgrens van Nederland en elders een kweekplant. Daarom hoort de holwortel ook tot de stinsenplanten.

De spoor van de bloem steekt ongeveer tot 12 millimeter over de bloemsteel uit. In het achterste deel van de spoor zit de honig. Omdat de spoor zo lang is kunnen alleen de insecten erbij met een lange tong of snuit (sachembij, wolzwevers of vlinders) tot achterin het spoor komen. De aardhommel bijvoorbeeld (Bombus terrestris) is te groot voor de nauwe bloem en bijt ter hoogte van de knik, gewoon een gaatje om bij de nectar achterin de spoor te komen. En zo kunnen meerdere bijen (de honingbij o.a.) bij de honing. De bijen die niet in de ´buis´ passen, proberen het eerst wel. Doordat ze landen op de onderste lip buigt deze een beetje door. De meeldraden en de stamper komen vrij en laten stuifmeel op het insect los. Het insect vliegt naar een andere holwortel voor nectar en zorgt zo voor kruisbestuiving. Althans zo hoort het te gaan aldus deze site.

Op de dag dat ik daar aan het fotograferen was, was de temperatuur nog niet hoog. Er vlogen dan ook nauwelijks insecten rond de bloemen van de holwortel. Gelukkig vlogen er een handjevol hommels die ik vervolgens bestookte met mijn macrolens. Ik heb deze keer een wat grotere scherpte/diepte gehanteerd in de hoop ze vliegend vast te kunnen leggen. Dat viel nog niet mee, omdat er bij zoveel bloemetje altijd maar weer afwachten is welke kant ze opvliegen. En zo gebeurde  het dat de hommel al bijna het beeld was uitvlogen voordat ik hem had vastgelegd.

Een aantal keren lukte het toch om ze in vlucht vast te leggen.

Hommels zijn goede bestuivers die ook vliegen bij minder gunstige weersomstandigheden, terwijl honingbijen enkel vliegen bij temperaturen boven de 12°C. Hommels vliegen van zonsopgang tot zonsondergang. Hun hele levenscyclus is afhankelijk van het stuifmeel en nectar uit bloemen voor hun voedsel. Bloemenstuifmeel bevat veel eiwitten en nectar veel suikers. Nectar geeft dan ook aan bijen en hommels energie om te kunnen vliegen. Maar stuifmeel en nectar dienen ook als voedsel voor hun larven. Voor het transport ervan naar het nest, hebben de vrouwtjes aan de achterpoten speciale stuifmeelkorfjes (corbicula), die we ook terugvinden bij de honingbij. De hommels die bij de bloemen van de holwortel rondvlogen hadden geen stuifmeelkorfjes aan hun poten. Hoe dat komt daar kom ik zo op terug.

Er zijn hommelsoorten met middellange of korte tongen, zoals de Aardhommel (Bombus terrestris) en de Weidehommel (Bombus pratorum). Hun tong is ongeveer even lang als die van een honingbij. Om toch bij diepliggende nectar te geraken, gaan ze op roverstocht en breken in in de bloem. Ze bijten een gaatje in de zijkant van de lange kroonbuis en steken daardoor hun tong om zo toch van de nectar te kunnen drinken.

Deze dieventruc is nadelig voor de bloem, want de zoete nectar wordt geroofd zonder dat er bestuiving heeft plaatsgevonden.  “Diefstal na inbraak” noemde de bekende veldbioloog J.P. Thijsse (1865-1945) dit gedrag. En dat verklaart waarom deze hommels geen stuifmeelkorfjes aan de achterpoten hadden. Ze waren bezig met hun dieventruc.

Onderzoekers van de Royal Society B. in Engeland  toonden nu aan dat bijen en hommels het nectarroven van elkaar aanleren en als het ware ‘leren stelen’. De ‘leerling-dieven’ gaan daarna ook zelf gaatjes bijten in de bloemkroon om de nectar te kunnen bemachtigen. Van deze inbraakgaatjes maken ook andere nectarzuigende insecten, zoals zweefvliegen, kevers en vlinders dankbaar gebruik om op een eenvoudige manier aan nectar te kunnen komen. Deze informatie heb ik van deze site van Nature Today.

En tot slot nog een foto van de bosanemoon.