4 en 5 mei

In de zomer van 2021 bracht ik twee keer kort achter elkaar een bezoek aan Kamp Westerbork. Die fotoserie heb ik bewaard voor 4 en 5 mei van dit jaar…

Het was de eerste keer dat ik een rondleiding deed onder begeleiding van een gids. Dat heeft echt een meerwaarde.

De gids vertelde o.a. dat op 4 mei de telescopen in Westerbork in de rouwstand gaan…

De woning van de kampcommandant.

De wagon met de gesproken namen.

Barak 56 en de briefkaarten.

Nationaal Monument Westerbork.

De 102.000 stenen.

Perenbloesem langs de Dokter Larijweg

Tijdens de paasdagen maakte ik een rit over de Dokter Larijweg. In deze periode bloeien daar meer dan duizend perenbomen.

In het voorjaar van 1925 werden er maar liefst 1422 diverse soorten perenbomen geplant. Het verhaal ging dat de perenbomen daar geplant zijn op initiatief van de dorpsdokter naar wie de weg is vernoemd. Zo zouden de arme gezinnen van genoeg vitamines kunnen worden voorzien. Dit geromantiseerde verhaal doet al jaren de ronde, maar klopt dat verhaal?

Nee dus. Het werkelijke verhaal is als volgt. De weg is aangelegd op initiatief van de gemeenteraad van Ruinerwold, zonder bemoeienis van dokter Larij. De perenbomen zijn geplant op advies van tuinarchitect A. Schuilenberg uit Assen. Blijkbaar werd dat meer gedaan in die tijd, ook in bijvoorbeeld Gasselte werd een weg aangelegd met fruitbomen. Bron is deze site.

Hoe dan ook, het is een feest om daar langs te rijden en dat hebben op die bewuste paasdag velen met mij gedaan.

De Bazuin bestaat 100 jaar

50 jaar geleden werd ik samen met mijn zus, Anna lid van muziekvereniging De Bazuin. Anna was toen 10 jaar en ik was 8 jaar.

Mijn eerste instrument was een alt. Later vond ik meer uitdaging in het bespelen van een bugel. Op de linker groepsfoto zit ik achter het jongetje met het rode haar.

Na de HAVO ging ik de verpleging in. Op mijn 18e startte ik met de inservice opleiding in het Sophia ziekenhuis in Zwolle. Ik ging toen in de personeelsflat wonen. Dat was het moment dat ik besloot De Bazuin te verlaten.

In 2010 bestond muziekvereniging 90 jaar. Voor die gelegenheid werd een reünieorkest opgericht. Ik gaf mij daar ook voor op. Op onderstaande foto speel ik op een bugel, de muzikant in een witte trui. Tijdens het jubileumconcert konden we als reünieorkest een verdienstelijk toontje meeblazen.

In 2020 bestond De Bazuin 100 jaar. Vanwege COVID-19 was het in 2020 en 2021 niet mogelijk om een jubileumconcert te geven. Dit jaar is dan toch eindelijk zover, het jubileum kan groots worden gevierd. Ook dit jaar is er een reünieorkest gevormd. Wederom heb ik mij opgegeven. Halverwege maart werd ‘mijn’ bugel gebracht.

Het bespelen van de bugel lukte wonderwel weer direct. De noten en de grepen kende ik allemaal nog, maar dat wilde nog niet zeggen dat ik ook werkelijk musiceerde…

Wat betreft de conditie of beter gezegd qua longinhoud gaat het ook goed. Het belangrijkste waar ik aan moet werken is de embouchure. De embouchure is gerelateerd aan een combinatie van factoren zoals winddruk (ademsteun), mond- en lipstand ten opzichte van het instrument, spierspanning (buikspieren, middenrif, kaak, mond, lippen, tong), de grootte van de luchtdoorstroomopening en de richting waarin de speler de lucht het mondstuk van het instrument instuurt.

Ik oefen bijna iedere dag en er zit zeker progressie in, maar naar mijn zin nog niet voldoende. Als ik iets doe dan wil ik het goed doen en goed kunnen. Daarin concessies doen vind ik lastig…

Mijn zus speelt nog steeds bij De Bazuin. Ze is een goede muzikant en ze heeft een uitstekende embouchure. Maandag j.l. hebben we gezellig samen geoefend. Ze geeft mij tips hoe ik mijn embouchure kan verbeteren en hoe ik moet musiceren.

Nu ben ik wel zover dat ik mijn eigen partij ken. Echter, je eigen partij kennen is een eerste, maar samenspelen is een tweede. Om het samenspelen te oefenen was je vroeger afhankelijk van de wekelijkse repetitieavond, tegenwoordig kan dat heel handig met behulp van YouTube.

Tijdens de repetitieavond hebben we wel veel plezier met elkaar. Daarbij mogen we gewoon accepteren dat het gaat om het gezellig samen musiceren en niet om de perfectie. Een deukje en een valse toon moet kunnen…

De holwortel en de vliegende hommels

Terwijl Jan op zijn weblog nog meerdere mooie series van de ooievaars bij De Lokkerij laat zien ga ik alvast met grote stappen vooruit en zijn we aanbeland bij Landgoed Dickninge. Ik wilde Jan heel graag kennis laten maken met de zeldzame holwortel. Door de wandeling naar de ooievaars had Jan onvoldoende kracht in zijn benen om de afstand over dit zandpad te overbruggen.

In overleg bracht ik hem bij het hek dichtbij de holwortel. In principe is dit pad verboden voor auto’s, maar voor een fotomaatje met MS had ik er geen moeite mee om dit verbod te overtreden. Nadat ik Jan had afgezet bracht ik de auto netjes terug naar de parkeerplaats. Vanaf de parkeerplaats wandelde ik vervolgens in een vlot tempo naar Jan. Hij had ondertussen een prima plekje gevonden…

We hadden geen 2 weken moeten wachten, de holwortel heeft namelijk z’n mooiste tijd gehad.

Het visstoeltje is een mooi hulpmiddel voor Jan voor zijn macrofotografie.

Het lukt mij nog om de macro-opnames te maken terwijl ik op de knieën zit. Inmiddels gebruik ik daarvoor wel mijn kniebeschermers.

Toen ik met onze zoon bij de holwortel was heb ik niet veel tijd genomen voor de macrofotografie. Ook zal onze zoon daar wellicht anders over denken. Nu ik samen met mijn fotomaatje was kon ik daar voldoende tijd voor nemen. Ik heb mijn macro-objectief deze keer gericht op de vliegende hommels.

Nadat we waren uitgekeken en voldoende foto’s hadden genomen wandelden we samen weer terug naar de auto. Tijdens de wandeling richtten we onze camera’s op enkele gebouwen op het landgoed. Op de parkeerplaats troffen we een man en een vrouw. De vrouw was gekleed in klederdracht uit Staphorst-Rouveen.

Holwortel op landgoed Dickninge

Vanaf De Havixhorst reden onze zoon en ik naar het nabijgelegen landgoed Dickninge.

Het 175 hectare grote landgoed Dickninge in Engelse landschapsstijl heeft een bewogen geschiedenis. In 1325 werd het klooster van Ruinen naar deze plek verplaatst. Vanuit hier werden de kerken in Beilen, Blijdenstein, Ruinen en Westerbork bediend. Na 1580, waarschijnlijk als gevolg van de 80-jarige oorlog, waren de monniken verdwenen en is het klooster in 1603 opgeheven. In 1795 werd baron R.H. de Vos van Steenwijk de nieuwe eigenaar. Hij brak alle oude gebouwen af en plaatste een nieuw (het huidige) gebouw dat in 1813 werd voltooid. Bron is deze site.

Landgoed Dickninge is bekend om de holwortel die daar in maart weelderig bloeit. Maar ook de bosanemoon is daar veelvuldig te vinden.

De holwortel hoort bij de helmbloemen. Ze zijn er in het wit en in het paars. De bloemen worden vooral bezocht door bijen en hommels, ook citroenvlinders zijn in bloeiende holwortels geïnteresseerd.

Bij de landing op de bloem buigt de vergroeide onderlip van de bloem een beetje door. Zo komen de meeldraden en de stamper vrij en slaan tegen de buik van het insect. Met de buik vol stuifmeel vliegt de hommel naar een andere bloem.

De knol van de holwortel is, zoals de naam al doet vermoeden, hol van binnen. De plant groeit het liefst op luchtige humusrijke grond. Bron is deze site.

Om bij de nectar te komen prikt de insect een gaatje aan de zijkant van de bloem.

Onze zoon stond geduldig te wachten totdat ik klaar was met de macrofotografie. We volgden het pad om het landhuis.

We kwamen uit bij de brug. Ondanks de waarschuwing besloten we het er toch op te wagen…

Onze gezellige middag samen sloten we af met een lekker ijsje op een terras in Meppel…

Naar het rietland

Na het bezoek aan Gerjanne en de kinderen en de fotosessie bij de lammetjes vervolgden Jan en ik onze reis. We reden naar het rietland van Klaas Jan. Dit rietland ligt bij het buurtschap Muggenbeet onder de rook van Blokzijl.

Op de zaterdagen gaat Klaas de hele dag met zijn vader mee naar het rietland. Door omstandigheden ging Klaas deze keer wat later op de ochtend. Het trof mooi dat hij met ons kon meerijden en zo hoefde Gerjanne hem niet te brengen.

Klaas rende voor ons uit en koos voor de langste weg naar zijn vader. Ik dacht dat hij niet via het natte weiland wilde. Ik koos voor de kortste weg en stak het weiland schuin over. Ik had laarzen aan dus de plassen waren geen probleem.

Al snel bleek dat ik Klaas had moeten volgen, want hij wist de weg. Ik stuitte namelijk op een sloot en moest alsnog omlopen. Jan was mij gevolgd, zij het wel op enige afstand. Ook Jan moest helaas een stukje terug lopen. Voor Jan was dit extra vervelend omdat hij door de MS weinig kracht heeft in z’n benen. Halverwege de tocht was er een gelegenheid waar hij even kon zitten om bij te komen van deze zware wandeling.

Klaas was blij dat hij zijn vader én Rhena weer zag.

We arriveerden tegen lunchtijd. Dat kwam mooi uit. Klaas Jan zette de machine stil, zo konden we in alle rust bijpraten en onze lunch nuttigen.

Een tegenlichtopname van het ‘geschoren’ rietveld.

Wordt vervolgd.

Een andere kijk…

Bij alle toegangswegen naar het koloniedorp Willemsoord staat hetzelfde stalen kunstwerk. Op vrijdagochtend reed ik na de fotosessie in De Blesse het dorp binnen. Door het laagje rijp op het achterliggende grasveld kreeg ik een andere kijk op het kunstwerk. Ik zette mijn auto aan de kant om er een fotoserie van te maken.

Het kunstwerk is een gezin uit de periode van de Maatschappij van Weldadigheid. Zie voor meer informatie deze site en trailer. Het meisje en de jongen kon ik vastleggen met het wit van de rijp als achtergrond. Vader en moeder waren te groot en die plaatste ik vanuit kikkerperspectief tegen de heldere lucht.

Het Westerkerkje

Vandaag is het vervolg op de openingsserie van het Westerkerkje.

Het houten kappeletje aan de Westvierderparten is gebouwd in 1935 als nevenvestiging van de Nederlands Hervormde Kerk in Willemsoord. Vanaf 1935 tot 1962 is het in gebruik geweest als kerkgebouw. 

Tot 1950 was er elke zondag dienst, daarna eens in de twee weken. Ook was de zondagsschool in het gebouwtje gehuisvest en bood het ruimte aan de lokale vrouwenvereniging. Vanaf 1962 tot 1979 was het alleen nog in gebruik als zondagsschool. 

In de jaren ´70 gingen er steeds minder kinderen naar de zondagsschool en in 1980 heeft de Friese kunstenaar Rinny Siemonsma het gekocht. Tot zijn overlijden in 1985 heeft hij het gebruikt als atelier en woonplek. Hij heeft het kerkje aan de buitenkant verfraaid met ajour gezaagde boeidelen en een dakruiter (torentje op de nok van het dak).

Het gebouwtje heeft hierdoor, veel meer dan tijdens het gebruik als kerk, een markant uiterlijk gekregen. De gouden eikel op de dakruiter is het Germaanse teken van vruchtbaarheid. 

Na het overlijden van de kunstenaar stond het een aantal jaren leeg. In 1992 werd het gekocht door recreatieondernemer Henk Bosma. Sinds 2013 zijn Holke Looijenga en Ellinor Hellemans van v.o.f. Wadrust de eigenaren. Zij hebben de binnenkant stijlvol gerenoveerd. Het kerkje staat aan de Westvierderparten in de gemeente Westellingwerf en heeft daarom de naam Westerkerkje gekregen. 

Het is een sfeervol onderkomen geworden dat wordt gebruikt voor o.a. coach- en fotografiesessies. Ook wordt het verhuurd voor een korte vakantie of weekendje weg. Zie deze site.

Tegenover het Westerkerkje ligt Landgoed De Eese. Ruim 800 hectare bos, hei en grasland is verdeeld over de provincies Overijssel, Drenthe en Friesland. Kenmerkend zijn de rood geschilderde gebouwen van De Eese, waaronder het mooie Noorse Landhuis. Dit grootste houten huis van Nederland is in 2015 geheel gerenoveerd. Het landgoed maakt deel uit van een uitgestrekt bosgebied van de Woldberg bij Steenwijk richting het Nationaal Park Drents Friese Wold. 

Het Westerkerkje ligt aan de rand van de Maatschappij van Weldadigheid. Deze is in 1918 opgericht door generaal Johannes van den Bosch. Hij ontwierp een sociaal experiment met de oprichting van een ´proefkolonie´. Het doel was om mensen die onder de armoedegrens leefden, de zogenaamde ´paupers´ vaardigheden aan te leren en basisbehoeften te bieden. Daarna zouden ze meer kans hebben om zich te handhaven in de normale maatschappij. Er werd voorzien in werk, onderdak, onderwijs en zorg. Het was een vroege vorm van de verzorgingsstaat en de participatie samenleving. De Maatschappij van Weldadigheid beheert nog steeds de natuur- en cultuurgronden en een deel van de gebouwen in het gebied rond Frederiksoord, Wilhelminaoord en Boschoord. De Stichting Weldadig Oord zet zich in voor de ontwikkeling van het toerisme in dit gebied. 

Bovenstaande informatie heb ik overgenomen van het paneel wat bij het Westerkerkje staat.

De Stelling in Koehoal

Jan en ik reden in een rustig tempo over de Sédyk nabij de Waddenkust naar het oosten. Vanuit de auto zag ik een gebouw tegen de dijk aangeplakt. Het leek me goed om hier weer een stop te maken en dit gebouw van dichtbij te bekijken.

Het bleek te gaan om een bunker wat onderdeel was van Stelling Koehoal. De stelling maakte deel uit van de Duitse luchtverdediging. De stelling bestond in totaal uit 4 bunkers, 3 stenen gebouwen, een grote houten barak, parkeerterreinen, wachtposten, een geschutsplateau voor 4 stuks artilleriegeschut aan de zeekant van de zeedijk. Het gehele gebied was afgezet met een prikkeldraadversperring en landmijnen. Alleen deze bunker bleef behouden. De informatie wat op het bord naast de bunker stond vermeld is ook te lezen op deze site.

We fotografeerden de bunker vanaf diverse kanten. De bunker was gesloten. Uiteraard gluurde ik wel via de ramen naar binnen.

Ook hier liepen veel schapen op de dijken. Ik had jullie nog niet verteld dat het daar wel flink stonk naar schapenstront. Zelfs tot in de auto. Dat laatste kan natuurlijk gekomen zijn doordat we er met onze wandelschoenen per ongeluk in waren gestapt…

Het beeld van de Waadfisker

Na de stop bij de makke schapen reden Jan en ik verder over de Sedyk naar het noordoosten. De volgende stop was bij het beeld van De Waadfisker (Wadvisser) nabij buurtschap Koehool. Zie Google Maps. Dit bronzen beeld herinnert aan de tijd dat er hier naar haring werd gevist.

De visserij zoals die van Zurich tot Zwarte Haan plaatsvond, werd de regelvisserij genoemd. Men viste op haring met fuiken, die in een lange rij (regel) dwars op de zeedijk achter elkaar stonden. Met het woord regel werd ook de gemeenschap van vissers aangeduid, die op deze wijze gezamenlijk op haring visten. De enkele kilometers lange rij netten belette de langs zwemmende scholen haring in het voorjaar de doortocht naar hun paaiplekken in de Zuiderzee. Zo staat er vermeld op het informatiebord.

Vissen gebeurde toen en ook nu nog op twee verschillende manieren. De eerste manier is dat men de vis actief opzoekt, het gaand want. De tweede manier is waarbij men de vis afwacht, het staand want. De haringvisserij zoals dat in het noordwesten van de provincie Friesland werd gedaan was dus met een staand want, ook wel regelvisserij genoemd. Op deze site kun je er alles over lezen.

Op internet vond ik treffende foto’s uit die tijd. De foto’s zijn gemaakt door een fotograaf van het weekblad Fen Fryske Groun (Van Friese bodem). Bron is deze site.

Maar nu weer terug naar het bronzen beeld van de Waadfisker onderaan de Waddendijk.

Ik heb het beeld van dichtbij aan alle kanten bekeken. Daarbij had ik gezelschap van een spinnetje die zijn webdraden spande tussen de armen van de visser.

Krachtig, markant, doorleefd…