Zeehondenkijkwand

Tijdens mijn vakantie heb ik een tocht gemaakt naar het uiterste puntje van ons land. Althans zo voelde het. Ik was door een fotovriendin getipt over een zeehondenkijkwand bij Punt van Reide en dat leek me een leuk uitstapje. De auto parkeerde ik bij het bezoekerscentrum en koos voor de langste route. Dat was een wandeling over de dijk met uitzicht op de Ems, richting Duitsland.

Kijkend naar het binnenland zag ik in de verte de kijkwand staan. Het was nog een hele wandeling en ik vroeg me af of ik daar op tijd zou zijn. Op de site had ik namelijk gelezen dat anderhalf uur voor hoog water het geschiktste tijdstip is om de zeehonden te zien. Met behulp van de getijdentabel en reistijd had ik het allemaal keurig uitgerekend. Maar ik had onderweg meerdere stops gemaakt zodat ik ongemerkt in tijdnood was gekomen.

Toen ik echter bij de kijkwand aankwam zag ik dat er nog genoeg zeehonden waren te bezichtigen. Boven verwachting zelfs.

In de wand bovenop de dijk zijn op verschillende hoogtes kijkgaten aangebracht. Van klein tot groot kan zo zonder verstoring naar de zeehonden kijken.

Een tuin vol met vlinders

Bij bezoekerscentrum Dwingelderveld is een bloementuin aangelegd die vlinders aantrekt.

Met name de kattenstaarten zijn een el dorado voor vlinders.

Er vliegt nu een tweede generatie citroenvlinders. De citroenvlinder was in deze tuin in de meerderheid. Aan deze kattenstaart hangen twee vrouwtjes.

De vrouwtjes zijn lichtgeel en de mannetjes zijn donkergeel. Verder heb ik nog een distelvlinder en een dagpauwoog gefotografeerd.

Op de zonnehoed scharrelde een hommel.

Kempense heidelibel

Tijdens een van mijn zoektochten naar de grote vuurvlinder zag ik plotseling de Kempense heidelibel neerstrijken naast het pad.

Vanaf een afstandje zag dat er zo uit. De libel vloog regelmatig op om vervolgens op hetzelfde plekje weer neer te strijken.

Dat gaf mij de gelegenheid om een beter standpunt te kiezen en om in te zoomen. De zon brak zo nu en dan door de bewolking en gaf de libel prachtige kleurrijke vleugels.

Op het moment dat ik de libel ontdekte stond ik met een vrouw uit Noord-Holland te praten. Deze mevrouw was slechtziend. Ze was dus blij met mijn aanwijzing en deze waarneming. Ik wees haar de plek aan en verder moest ze het hebben van de autofocus van haar camera. Desondanks beleefde ze veel plezier aan de fotografie.

Inmiddels had ik op de achtergrond een geel bloemetje ontdekt en dat gebruikte ik bij het kiezen van mijn standpunt.

De Kempense heidelibel staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Volgens de site van de vlinderstichting komt deze libel voornamelijk voor in Nationaal Park Weerribben-Wieden.

Tussen de bloemen en de vlinders…

Tijdens een van mijn fietstochten door Drenthe kwam ik langs begraafplaats Zevenberg in Fluitenberg. Ik dwaalde een tijdje over de begraafplaats. Deze natuurlijke begraafplaats spreekt mij wel aan…

Het veld is ontworpen als een wuivend landschap, een landschap wat in beweging is. Dit is bereikt door het zaaien van grassen en andere wilde planten. Door het gebruik van verschillende grondsamenstelling in de bovenlaag, is het mogelijk om veel soorten planten te laten groeien. De glooiingen in het veld versterken die variatie. Zo zijn er plantensoorten van heischrale graslanden, maar ook kalkminnende soorten te vinden. Voor zweefvliegen, vlinders, bijen, sprinkhanen en loopkevers is het veld een ideaal leefgebied. Zij vormen op hun beurt weer voedsel voor de vogels die het veld graag bezoeken.

Roodborsttapuit

Drenthe is bij uitstek een fietsprovincie en daar maak ik deze weken dankbaar gebruik van. Tenminste, als het weer wat wil meewerken. Ik fiets meestal een route m.b.v. Fietsknooppunt. Het is een mooi systeem, maar verloopt niet altijd vlekkeloos. Ik dacht dat het aan mij lag, maar ik zie en hoor er ook andere fietsers mee worstelen.

Met de fietstassen vol fotoapparatuur en voldoende water trap ik op een geleende e-bike heel wat kilometers weg.

Ik pauzeer op mooie plekjes.

Al fietsend zie ik de mooiste dingen. Zoals deze roodborsttapuit, een mannetje.

Het mannetje had waarschijnlijk voedsel verzameld voor de jongen. Het mannetje wilde het nest niet verraden en bleef maar op hetzelfde punt rondvliegen. Ik heb hem maar snel weer met rust gelaten.

Paringswiel

Een paringswiel van de zwarte heidelibel. Ik heb ze een tijdje gevolgd, maar een fotogeniekere plek zat er niet in.

Dan de bloedrode heidelibellen, die kozen een mooier plekje uit. Gefotografeerd in Woldlakebos in Nationaal Park Weerribben-Wieden.

De kleine vos

Na ons bezoek aan de baggemachine in De Deelen reden we via een omweg naar huis. Deze omweg bracht ons langs K.I.G, een bedrijf die o.a. reuzenraden maakt. Vanaf een afstandje maakten we enkele foto’s.

Aanvankelijk keken de jonge koeien (pinken) niet naar ons om. Even later werden ze toch nieuwsgierig en kwamen ze naar ons toelopen.

In de sloot stonden veel kattenstaarten. En tot onze verrassing wemelde het op die kattenstaarten van de vlinders. De kleine vos, dikkopjes, bruine zandoogjes en andere insecten deden zich tegoed aan hetgeen de kattenstaarten te bieden hadden. De kleine vos vind ik een van de mooiste algemeen voorkomende vlinders.

Zo zie je maar hoe belangrijk het is dat de bermen en slootkanten niet te vroeg worden ‘kaalgeschoren’.

De baggelmachine in De Deelen

Terwijl ik bezig was met de serie over het turf en veen winnen in De Deelen las ik dat er ergens in dat gebied een machine is die daarvoor gebruikt werd. Een paar dagen later appte Jan mij dat hij er achter was gekomen waar die machine, de baggelmachine staat. Daarbij kwam de vraag of ik zin had om hem te vergezellen naar de baggelmachine. Daar was ik zeker voor in en zo gebeurde het dat we samen op stap gingen. Omdat Jan niet ver kan lopen had hij een route gezocht waarbij de wandeling zo kort mogelijk zou zijn. We moesten daarbij met een pontje oversteken.

Het pontje kwam net vanaf de overkant naar ons toe. Terwijl we stonden te wachten kwam er een echtpaar op de fiets en die lieten we mooi voor gaan. Zo konden wij de kunst afkijken en meteen enkele foto’s nemen.

De eerste helft van de oversteek stond Jan aan de lier en halverwege mocht ik het overnemen. Terwijl we overstaken kwam er om de bocht een skûtsje aangestoomd. Voor ons gevoel moesten we toch wel even flink doordraaien…

Vanaf het pontje was het nog maar een stukje lopen naar het paadje wat naar de baggelmachine leidde. We zeiden tegen elkaar dat we het vreemd vonden dat er naast het fietspad geen verwijzing staat naar die bewuste machine. Een onwetende fietser en wandelaar gaat daar zo aan voorbij en dat is toch jammer bij dit industrieel erfgoed.

Jan heeft op zijn weblog de geschiedenis van het winnen van turf en het gebruik van deze baggelmachine heel compleet en mooi omschreven. Daarvoor verwijs ik graag naar dit bericht en dit bericht op Afanja.

Hieronder zoom ik in op de baggelmachine.

Nog een laatste blik op de bijzondere machine voordat we de reis terug aanvaardden.

We wandelden langs de Ringvaart weer terug naar het pontje.

Met twee witjes op een distel sluit ik deze serie af.

De grote vuurvlinder

De grote vuurvlinder is een vlinder die alleen voorkomt in Noordwest Overijssel en in het zuiden van Fryslân. De grote vuurvlinder staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ieder jaar probeer ik de grote vuurvlinder een keer te fotograferen. Vorig jaar is het niet gelukt. Vorige week ging ik weer op stap in De Weerribben en zocht ik lang naar de unieke vlinder. Na een tijd gaf ik de moed op en reed in de auto weer terug naar huis. Halverwege het smalle weggetje stond een man te fotograferen. Ik reed stapvoets en met de ramen open. De man vroeg mij of ik toevallig op zoek was naar de grote vuurvlinder. Hij wees naar de vlinder op de kale jonker met de woorden: ‘Daar zit er één’.

De vinder, een vrouwtje liet zich rustig fotograferen. Ze vloog wel eens op om vervolgens weer op de kale jonker neer te strijken. Het vrouwtje had haar rechtervleugel licht beschadigd.

Susan Oostelaar heeft veel onderzoek gedaan naar de grote vuurvlinder en er een boek overgeschreven. Op deze site van Nature Today en op de site van Susan kun je er alles over lezen.

Door de benaming zou je denken dat het om een grote vlinder gaat, maar het tegendeel is waar. Met 21 mm is deze vlinder wel groter dan de kleine vuurvlinder dat wel maar nog steeds aan de kleine kant.

Toen ik voor het eerst op zoek ging naar de grote vuurvlinder had ik dan ook een verkeerd beeld voor ogen. Als de vlinder dan zo verscholen zit tussen de kale jonkers dan kun je de vlinder over het hoofd zien.

En nu hoop ik ook nog een keer een mannetje voor de lens te krijgen.