Smeltende sneeuw op landgoed De Eese

Ik had het mij zo mooi voorgesteld. Een wandeling in de vroege zondagochtend in de sneeuw. Mijn plannen werden echter gedwarsboomd door de aanvoer van zachte lucht vóór zonsopkomst. Het werd wel een ochtendwandeling, maar dan in een landschap met smeltende sneeuw. Vanwege de historische uitstraling door o.a. aanwezigheid van gebouwen met rieten daken koos ik voor Landgoed De Eese.

Wandel maar met mij mee…

Vorst op het pad en in ganzenpas

Nadat ik de fotoserie had gemaakt van de ijsvogels op de oever van de Linde wandelde ik verder. Het pad was nog wit en daardoor glad door de nachtvorst. Het was dan ook veiliger om naast het pad te gaan lopen.

In het weiland rechts van het pad liepen verschrikkelijk veel ganzen. Het waren voornamelijk kolganzen en een enkele brandgans. De boer is zeker niet blij met zoveel ganzen in het weiland.

Even later kwam ik bij een hek met een veerooster. Links achter het hek bevond zich een klein strandje. Volgens het blauwe bordje op het hek is dat “Wiegers straantien”, oftewel het strandje van Wieger.

In de zomer zal het er vast gezellig druk zijn, nu viel er niets te beleven.

De lucht begon er dreigend uit te zien, daarom leek het me wijs om weer terug naar de auto te wandelen.

Toen ik die ochtend vroeg de eerste foto maakte was het -1 graad en voelde het als vrieskou. Toen ik aan het eind van de ochtend in de auto stapte was +1 en voelde het als waterkoud. De kou van de vroege ochtend voelde veel prettiger aan dan de kou aan het eind van de ochtend.

 

IJsvogels en de verdwenen broedplaats

Na mijn fotosessie in de Weerribben reed ik door naar riviertje de Linde in Zuid-Friesland. Ik was benieuwd of de ijsvogel zich zou laten zien. Daar aangekomen sloeg de schrik mij om het hart. Op de zuidelijke oever waren alle boompjes en struiken verdwenen. Naast de oever lag een grote hoop palen, wellicht voor een nieuwe beschoeiing.

Ook het boompje waar de ijsvogel vorig jaar zat te broeden is verdwenen.

Toen ik in september vorig jaar deze serie maakte zat de ijsvogel in een van die boompjes die nu zijn weggehaald.

Hoe het er uitzag voor de kaalslag dat is de zien op de eerste foto in deze serie.

Terwijl ik met een mistroostig gevoel uitkeek over de Linde hoorde ik plotseling het hoge piepje van de ijsvogel. Na enig speuren zag ik twee ijsvogels in een boompje op de noordelijke oever. Het was geen fotogeniek plekje en daarnaast moest ik flink inzoomen om ze in beeld te krijgen, toch ben ik blij met deze foto’s. Ik vermoed dat het een paartje is. Gezien de oranjerode snavelbasis zat het vrouwtje onderop. Het mannetje zat bovenop. Bij het mannetje is de snavelbasis zwart. Op onderstaande foto’s is dat wat lastig te zien, maar in mijn archief heb ik een foto waarop dat beter is te zien.

Deze noordelijke oever grenst aan een tuin van een particulier. Ik hoop dat de bewoners deze oever ongerept laten zodat de ijsvogels daar een mooi plekje kunnen vinden om te broeden.

Rijp en ijs op zondagochtend

Op zondagochtend deed ik het gordijn open en zag een wit berijpt landschap en een mooie zonsopkomst. Binnen een kwartier zat ik in de auto. Direct wegrijden zat er niet in, want de autoramen zaten vol met ijsbloemen. (Foto is met telefoon gemaakt.)

Tegenwoordig haal ik het ijs van de autoramen door er koud water overheen te laten lopen. Als je daarna direct de auto start dan gaat dat meestal goed. Mijn eerste stop was aan de Hooiweg. De zon piepte door de wolken.

Aan de andere kant van de weg zaten in een weiland wel honderd koperwieken. Vanuit de auto maakte ik deze foto. Daarvoor moest ik wel maximaal inzoomen.

Even later parkeerde ik mijn auto bij De Meenthebrug. Op het Kanaal Steenwijk – Ossenzijl lag een mooi laagje ijs. Onderstaande foto’s maakte ik vanaf een reeëntrap.

Ik wandelde verder naar de vogelkijkhut.  Ook op dit petgat lag een laagje ijs. Na een half uurtje staren over het petgat hield ik het voor gezien. Er was geen leven te bekennen.

Ik wandelde terug naar de auto en vervolgde mijn weg over de Hogeweg. Daar maakte ik onderstaande foto’s. Een ijsvloer omzoomd door goudgeel riet dat is wat het schaatsen in de Weerribben zo fantastisch maakt. Ik hoop dat het er dit winter nog van komt.

Wordt vervolgd. 

Dwarsgracht en Jonen

Op een mooie middag in december maakte ik een wandeling in buurtschap Dwarsgracht. De meeste inwoners van Dwarsgracht kunnen niet met de auto bij hun huis komen. Ze moeten gebruik maken van een boot, de fiets of de benenwagen.

Vanaf het bruggetje, te zien op bovenstaande foto, richtte ik mijn blik naar het oosten.  Een kleine rimpeling trok door de Cornelisgracht.

Nadat ik ook een foto had gemaakt richting het westen vervolgde ik het pad wat leidt naar buurtschap, Jonen.

Terwijl ik daar wandelde voer er een bekende voorbij. Een eindje verderop legde hij de boot aan de wal en maakte aanstalten om aan de slag te gaan met een bosmaaier. Maar voordat het zover was praatten we eerst bij.

Ik wandelde verder en kwam langs een paartje zwanen, langs goudgeel riet en langs een tjasker.

Ik had bewust gekozen voor een wandeling in deze omgeving omdat ik over bijzondere werkzaamheden had gelezen op de site van RTV Oost. In de verte waren meerdere machines druk bezig. Er was geen mogelijkheid om er dichterbij te komen, daarvoor zou ik een aantal sloten moeten oversteken. Door flink in te zoomen kon ik de werkzaamheden enigszins dichterbij halen.

Iets later kwam ik aan in Jonen. Het avondlicht viel over Jonen. Jonen ligt daar idyllisch, maar ook geïsoleerd. Vanuit Dwarsgracht is het ongeveer 1,5 km fietsen of wandelen naar Jonen. Vanuit het westen is het dorp alleen te bereiken per fietsveerpont. Aan die kant van het water is er wel gelegenheid om de auto te parkeren.

Vanaf Jonen wandelde ik weer terug naar Dwarsgracht. Deze keer verliet ik het verharde pad en koos voor een onverhard wandelpad. Al snel bleek dat dit niet zo’n goede keuze was. Met wandelschoenen was de diepe plas geen optie. Er zat niets anders op dan over de takken en tussen de takken door te klimmen.

Terug in Dwarsgracht maakte ik nog een foto van het beeld van de baggeraar.

De fijne en zonnige middag eindigde met een mooie zonsondergang.

De uitkijktoren op de Woldberg

Vandaag vervolgen we onze weg naar de uitkijktoren op de Woldberg.

Ruim 2  jaar geleden bracht ik samen met Jan een bezoek aan de uitkijktoren.  We beklommen de toren waarbij Jan helemaal tot het hoogste punt kwam en ik niet verder durfde dan tot 2/3 deel. Die fotoserie en details over de toren heb ik geplaatst in deze post op mijn vorige weblog.

Mijn hoogtevrees is in die twee jaar niet gewijzigd. Met knikkende knieën begon ik aan de klim. Ook deze keer kwam ik niet verder dan tot 2/3 deel van de toren. Het bosgebied, De Woldberg steekt 25 meter boven het omringende land uit. Vanaf het hoogste punt van de toren sta je nog een keer 24 meter hoger. Bij goed weer reikt het uitzicht tot ver in 4 provincies. Je ziet de toren van Emmeloord (Flevoland), de verbrandingsoven van Diever (Drenthe), het Abe Lenstrastadion in Heerenveen (Friesland) en de hoogbouw van Zwolle (Overijssel). Vanaf de uitkijktoren heb je ook goed zicht op de verbindingen in het landschap. De zonsondergang vond ik niet spectaculair.

Toen ik goed en wel op de toren stond kwamen er meerdere mensen aangewandeld. Ook zij wilden de zonsondergang zien vanaf de uitkijktoren. Veiligheidshalve zette ik mijn mondneusmaker op. Met bewondering zag ik de mensen met gemak en veelal met losse handen de toren beklimmen.

Na enige tijd ben ik weer afgedaald op dezelfde manier zoals ik naar boven ging, heel voorzichtig en mij vasthoudend aan beide leuningen. Ik was blij dat ik weer met beide voeten op de grond stond.

Wordt vervolgd. 

Pas op, paarden

Op een mooie namiddag besloot ik naar de uitkijktoren op de Woldberg te gaan. Nadat ik mijn auto had geparkeerd wandelde ik richting de uitkijktoren. Voor mij uit liepen  twee amazones met hun paarden aan hun zijde.

Omdat ze een tunnel moesten passeren waren ze afgestapt. Terwijl ze daar liepen werden ze ingehaald door auto met een speciale uitlaat. Terwijl de auto ter hoogte van de paarden was gaf de bestuurder een flinke dot gas. Het was alsof er een monster passeerde. De verontwaardiging van de amazones en wandelaars was groot. Het was een levensgevaarlijke actie. Paarden kunnen immers schrikken en op hol slaan. Gelukkig liep het deze keer goed af.

Ik maakte een praatje met de dames en deelde in hun verontwaardiging. Ze vertelden dat ze geen fijne middag hadden gehad en dat er meer incidenten waren geweest o.a. met loslopende honden en chagrijnige eigenaren. We stelden dat het misschien wel komt door het korte lontje dat veroorzaakt wordt door COVID-19…

Wordt vervolgd. 

Een torenvalk

Toen we tot de conclusie kwamen dat we voldoende foto’s  hadden gemaakt van Satellietstation 12 nabij Burum besloten we weer richting huis te koersen.

We waren nog maar amper onderweg toen we naast een landweggetje bovenin de boom een torenvalk zagen zitten. Ik parkeerde de auto voorzichtig in de berm en liet het zijraam zakken. Daarbij ging ik er helemaal vanuit dat de torenvalk direct het luchtruim zou kiezen, maar dat gebeurde niet. Het was een vrouwtje. Het waaide daarboven kennelijk flink, ze waaide bijna uit haar jasje.

Nadat ze een tijdje in de rondte had gekeken en ons ook mee had genomen in haar observatie verliet ze haar hoge plek en vloog naar de andere kant van de weg. Vanuit de mobiele kijkhut was dat een plekje met tegenlicht. De foto’s krijgen dan gelijk een andere uitstraling.

Deze uitkijkpost bood wellicht niet wat ze zocht, daarom vloog ze weer terug naar de bomenrij aan de andere kant van de weg. Daar koos ze opnieuw een plekje bovenin de boom. Vanwege de straffe wind moest ze soms de vleugels spreiden om in balans te blijven.

Als een volleerd model liet ze zich vastleggen.

Even later ging ze in de lucht hangen op zoek naar een prooi.

Naast enkele foto’s heb ik daar ook een filmpje van kunnen maken.

Ten slotte nog een foto met tegenlicht. Knap zoals ze haar balans weet te houden op een stokje van een afrastering.

Het is mij nog niet eerder gebeurd dat ik een torenvalk zo uitgebreid in beeld kon brengen.

Het Grote Oor, kauwen en een torenvalk

Hier zijn Jan en ik dan eindelijk gearriveerd bij de poort van Satelietstation 12 nabij Burum. In de volksmond ook wel de Grote Oren genoemd. In serie 1, serie 2, en serie 3  heb ik achtergrondinformatie gegeven over Satellietstation 12.

Bij het inzoomen met de Nikon bridgecamera zag ik door de zoeker dat er voortdurend kauwen rondom de  enorme schotel vlogen. Doordat de zon volop scheen gaf dat een grappig schaduwspel.

Plotseling zag ik een vreemde vogel tussen de kauwen vliegen…

Toen de vogel een plekje koos in het hart van de schotel en ik nog verder inzoomde zag ik dat het een torenvalk was, een mannetje.

 

Met deze serie eindig ik het verhaal over de Grote Oren.

Op weg naar de Grote Oren (3)

Willy schreef in een reactie op deze post : ‘Als ik het goed heb, staan ​​deze schotelantennes de ontwikkeling van het 5G netwerk in de weg of vergis ik me nu?’

Willy heeft het inderdaad bij het goede eind. Volgens de berichtgeving moeten deze schotels uit het Friese Burum verdwijnen. Jan stelde daarom voor om ze te fotograferen voordat ze daadwerkelijk zijn verplaatst… 

Tijdens het verdiepen in dit onderwerp kwam ik erachter dat de schotels niet op korte termijn worden verplaatst. De eerste berichten die ik over dit onderwerp op internet tegenkwam zijn van eind 2018. Volgens Ank Bijleveld, minister van Defensie is het streven is dat uiterlijk in september 2022 de satellietschotels van de inlichtingendiensten AIVD en MIVD zijn verdwenen uit Burum…

De schotels maken gebruik van de 3,5 GHz-frequentieband, dezelfde die internationaal is de meest geschikte band voor 5G. De satellietschotels luisteren verstrooiing in horizontale richting van de verticale satelliet-grondstationcommunicatie af. Daarvoor moet het echter heel stil zijn, anders horen de schotels niets. 5G-netwerken zorgen echter voor veel lawaai, waardoor een afluisteren vrijwel niet meer mogelijk is. Dat heeft er al voor gezorgd dat de veiling van de frequenties in Nederland bijna drie jaar zijn vertraagd.

Een oplossing zou zijn dat er vijftig kilometer rond Burum geen 5G komt. Maar in dat geval moeten onder meer Assen, Groningen en Leeuwarden het permanent zonder snel mobiel internet stellen. Ook zou Duitsland dan in delen van de grensstreek geen 5G mogen introduceren. Dat veroordeelt deze gebieden tot een permanente achterstand op de rest van het land, en is dus voor het kabinet geen optie.

Het civiele deel van het satellietpark – ruim twintig schotels – is grotendeels in handen van Inmarsat en kan in principe blijven staan. Inmarsat verzorgt onder meer de communicatie voor de scheepvaart en de luchtvaart. Dat verkeer moet wel verhuizen naar een andere band. Het kabinet wil de complete 3,5Ghz-band in een openbare veiling gooien. Telecomaanbieders kunnen vervolgens delen kopen voor de invoering van hun eigen 5G. 

Hoewel de nieuwe locatie niet bekend is, kan Toon Norp, Senior Business Consultant Network Technology bij TNO, wel aangeven aan welke voorwaarden een ideale nieuwe locatie zou moeten voldoen. “Om te beginnen moet het een gebied zijn, waar heel weinig mensen wonen. Goed afgelegen dus. Daarbij zou het handig zijn om richting het zuiden te gaan. De satellieten die afgeluisterd worden zijn geostationaire schotels die boven de evenaar hangen. Hoe dichter je daarbij bent, hoe beter je ze kunt afluisteren. Want sta je er recht onder, dan kun je de schotel recht omhoog richten. Het voordeel daarvan is dat je dan zo min mogelijk andere signalen opvangt. Hoe verder je er vanaf staat, hoe meer je naar de grond moet richten. “

Het kabinet heeft voor deze operatie een speciale gezant met ervaring binnen de inlichtingenwereld aangesteld. Die moet bij bevriende geheime diensten peilen of Nederland het afluisterpark naar hen mag verplaatsen. Het beste moet dat resulteren in een bereidwillig gastland dat alles via een verdrag netjes wil regelen. Daar zullen allerlei vervelende ‘politieke en juridische compromissen’ bij komen kijken.

Bron: de site van AG Connect, Leeuwarder Courant en Trouw.