Een mooie vangst

Op 10 januari maakte ik een fotoserie bij de vogelkijkwand. Bij het archiveren kwam ik erachter dat ik deze fotoserie nog niet had laten zien. De plas was voor een deel bedekt met een dun laagje ijs.

Op grote afstand van de kijkwand lag de plas open.

Na een tijdje streken daar wilde eenden en grote zaagbekken neer. De afstand was alleen te overbruggen met mijn Nikon bridgecamera. De eenden dobberden wat rond. Zo nu en dan doken ze onder om te foerageren.

Plotseling was er reuring op het water. Een mannetje zaagbek had een mooie buit gevangen. Gezien de rode vinnen zou het een rietvoorn kunnen zijn.

De andere zaagbekken waren van mening dat deze mooie vangst wel gedeeld kon worden en zetten de achtervolging in.

Maar de geluksvogel liet zich ‘de kaas niet van het brood eten’. Op de voorgrond drijft een nonnetje. Dit mannetje hield zich wijselijk verre van deze schermutseling.

De bridgecamera stond ingesteld op enkelvoudige opname, daardoor had de AF moeite om de snelle bewegingen helemaal scherp te krijgen.

Zwanengevecht

Het was windstil en zonnig weer toen ik bij de kijkwand in De Weerribben zat. Het beeld werd met name bepaald door een tiental zwanen die daar in alle rust dobberden en foerageerden. Toen begon het te regenen. Dat was een bijzonder gezicht, want de zon scheen en de lucht was nog overwegend blauw. Deze verrassende regenbui deerde ons niet, want de zitplaatsen bij de kijkwand zijn overdekt.

Het ene moment dobberden de zwanen in alle rust rond en het volgende moment was er onrust op het water. Twee zwanen waren in gevecht geraakt. Of eigenlijk werd de ene zwaan achterna gezeten door de andere zwaan.

De achtervolging was niet binnen een minuut bekeken, het ging maar door en door. Dat daarbij een derde partij bijna werd overvaren dat leek ze niet te deren.

En hoe het afloopt laat ik jullie in de volgende serie zien…

Zaagbek en krakeend

Op de middag dat ik bij de kijkwand was kwam er ook een zaagbek voorbij. De grote zaagbek is een wintergast in Nederland. Helaas bleef deze zaagbek ver bij de kijkwand vandaan.

Zij aan zij met de wilde eenden foerageerde er een ook krakeend. De wilde eend en de krakeend zijn nauw verwant aan elkaar zo las ik op deze site.

Ze zochten hun voedsel langs de oevers en dat gaf deze weerspiegeling in herfsttinten.

Als afsluiting een paartje wilde eend bij zonsondergang.

Aalscholver

Op de middag dat ik de otter, de ijsvogel en de zwanen fotografeerde maakte ik ook enkele foto’s van een vissende aalscholver.

Gisteren las ik een bericht van Vogelbescherming Nederland over de aalscholver. De aalscholver werd opnieuw onder vuur genomen, dit keer in het Europees Parlement, onder andere door Nederlandse parlementariërs. Er zouden te veel aalscholvers zijn, die door een sterke toename van het aantal een bedreiging zouden vormen voor de commerciële visserij. Onderzoeksresultaten wijzen anders uit. Vogelbescherming vindt dat we juist trots op de comeback van de aalscholver mogen zijn: een prachtig resultaat van de natuurbescherming. Het artikel is hier te lezen.

Een eindje van de kijkwand vandaan staan een boompje, enkele stronken en wat een struikjes in het water. Dat plekje is een geliefde pleisterplaats voor de aalscholver en andere waterdieren. Op onderstaande foto zie je de aalscholver op een boomstronk staan. De aalscholver staat er met gespreide vleugels om te drogen.

Door in te zoom kreeg ik onderstaand beeld. Door het tegenlicht werd het bijna een zwart/wit foto. Het resultaat doet me denken aan papierknipkunst uit het museum in Westerbork.

IJsvogel

Het was prachtig weer op die middag dat ik voor het eerst de otter zag en fotografeerde. Toen het erop begon te lijken dat de otter zich niet meer zou laten zien bleef ik lekker in het zonnetje zitten bij de kijkwand. Stel je voor dat er nog wat bijzonders langs zou komen. Met het verdwijnen van de otter verdween ook het luidruchtige publiek. Ik bleef alleen over met een zwijgzame man en een aantal dobberende zwanen…

Door de verrekijker speurde ik het water en de oevers af, misschien zou de ijsvogel zich nog laten zien. Plotseling zag ik door de verrekijken een blauwe flits. Het bleek een ijsvogel te zijn. Het vogeltje was heel ver weg en wel ter hoogte van de verste zwaan. We hadden geluk, de ijsvogel kwam al foeragerend steeds een beetje dichterbij.

De ijsvogel streek tenslotte neer op een tak bij de hoge bomen rechts op bovenstaande foto. Onderstaande foto maakte ik met de bridgecamera. Je kunt dan toch zien dat de tekening van het verenkleed door het inzoomen is vervaagd.

De laatste vier foto’s zijn met de spiegelreflex en het 100-400 mm objectief gemaakt. Het volgende moment dook de ijsvogel in het water en wist een visje te bemachtigen. Helaas heb ik de duikvlucht niet gefotografeerd.

De ijsvogel koos voor de fotografen een lastig plekje zo tussen de takken.

Maar ik was al lang blij dat de ijsvogel zich liet zien. Het is en blijft ten slotte mijn lievelingsvogeltje.

Ik vind het altijd een mooi gezicht zoals de ijsvogel het water afspeurt op zoek naar een visje.

Eindelijk de otter gespot…

De afgelopen jaren ben ik ontelbare keren naar de Weerribben gegaan in de hoop de otter te zien en te fotograferen. Het was me nog nooit gelukt tot op die ene zonnige herfstdag…

Op weg naar de kijkwand kwam ik een andere fotograaf tegen. Zij vertelde mij dat de otter werd gezien. Bij de kijkwand was ik zoals gebruikelijk niet alleen. Vijf andere fotografen zaten of liepen daar in jubelstemming rond, de otter was gesignaleerd. Aan de rimpeling in het water door de opspringende visjes weet je dat er onder het wateroppervlak wat aan de hand is…

Het kan overigens ook een snoek zijn die de visjes doet opspringen. Als je een plons hoort dan is het een snoek en geen otter, zo heb ik inmiddels geleerd van de experts.

Maar deze keer was het toch echt een otter.

Het gaat in deze serie niet om de kwaliteit van de foto’s maar om de waarneming. Doordat de otter zich ophield tussen de begroeiing op de oever was deze lastig te fotograferen. Tijdens het zwemmen steekt de platte kop maar net boven het water uit en daarnaast duiken ze voortdurend weer onder water. Ook dat maakt het scherpstellen lastiger.

Volgens de kenners bij de vogelkijkwand was dit een jong van vorig jaar.

De otter komt oorspronkelijk in geheel Europa voor (met uitzondering van IJsland en eilanden in de Middellandse Zee), het grootste gedeelte van Azië en in Noordwest-Afrika. In Nederland is het dier in de tachtiger jaren uitgestorven en ook in andere landen is de otter in aantal afgenomen. Sinds 2002 is in Nederland begonnen met herintroductie. Momenteel komt de otter weer voor in Noordwest-Overijssel, Friesland, Gelderland en langs de Overijsselse Vecht.

Het jaar 2021 is door de Zoogdierenvereniging de otter uitgeroepen tot dier van het jaar. De otter zien we steeds vaker terug in de Nederlandse natuur, wat betekent dat het herstel van het leefgebied van de otter een succes is. Helaas is de otter regelmatig slachtoffer van het drukke verkeer in Nederland. De otter legt namelijk grote afstanden af op zoek naar een partner en een fijn leefgebied. Door het aanleggen van onder andere rasters en loopplanken kan de otter gelukkig op steeds meer plekken veilig oversteken.

De otter kan wel 4 minuten onder water kan blijven. Wanneer ze onder water gaan sluiten de neusgaten en oren zich af. Otters zijn uitstekende zwemmers. O.a. door de zwemvliezen tussen hun tenen zwemmen ze in die 4 minuten een heel eind weg. De lange platte staart dient tijdens het zwemmen als roer. De luchtbelletjes aan de oppervlakte verraden de zwemrichting van de otter.

Ik heb een filmpje gemaakt van de otter. Ik heb uit de hand gefilmd en daardoor is het kwalitatief geen hoogstandje geworden. Tijdens het filmen ontdekte ik pas echt hoe snel een otter kan zwemmen. Om het beeld iets rustiger te krijgen heb ik de film in slow-motion gemonteerd.

Het was maar een korte tijd dat we konden genieten van deze otter. Na een kwartiertje verdween de otter om vervolgens niet meer terug te keren. Ik moet zeggen dat het wel verslavend is. Ik ga dan ook graag een keer terug in de hoop de otter opnieuw en beter te kunnen fotograferen en/of te filmen.

Kempense heidelibel

Tijdens een van mijn zoektochten naar de grote vuurvlinder zag ik plotseling de Kempense heidelibel neerstrijken naast het pad.

Vanaf een afstandje zag dat er zo uit. De libel vloog regelmatig op om vervolgens op hetzelfde plekje weer neer te strijken.

Dat gaf mij de gelegenheid om een beter standpunt te kiezen en om in te zoomen. De zon brak zo nu en dan door de bewolking en gaf de libel prachtige kleurrijke vleugels.

Op het moment dat ik de libel ontdekte stond ik met een vrouw uit Noord-Holland te praten. Deze mevrouw was slechtziend. Ze was dus blij met mijn aanwijzing en deze waarneming. Ik wees haar de plek aan en verder moest ze het hebben van de autofocus van haar camera. Desondanks beleefde ze veel plezier aan de fotografie.

Inmiddels had ik op de achtergrond een geel bloemetje ontdekt en dat gebruikte ik bij het kiezen van mijn standpunt.

De Kempense heidelibel staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Volgens de site van de vlinderstichting komt deze libel voornamelijk voor in Nationaal Park Weerribben-Wieden.

Paringswiel

Een paringswiel van de zwarte heidelibel. Ik heb ze een tijdje gevolgd, maar een fotogeniekere plek zat er niet in.

Dan de bloedrode heidelibellen, die kozen een mooier plekje uit. Gefotografeerd in Woldlakebos in Nationaal Park Weerribben-Wieden.

De grote vuurvlinder

De grote vuurvlinder is een vlinder die alleen voorkomt in Noordwest Overijssel en in het zuiden van Fryslân. De grote vuurvlinder staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ieder jaar probeer ik de grote vuurvlinder een keer te fotograferen. Vorig jaar is het niet gelukt. Vorige week ging ik weer op stap in De Weerribben en zocht ik lang naar de unieke vlinder. Na een tijd gaf ik de moed op en reed in de auto weer terug naar huis. Halverwege het smalle weggetje stond een man te fotograferen. Ik reed stapvoets en met de ramen open. De man vroeg mij of ik toevallig op zoek was naar de grote vuurvlinder. Hij wees naar de vlinder op de kale jonker met de woorden: ‘Daar zit er één’.

De vinder, een vrouwtje liet zich rustig fotograferen. Ze vloog wel eens op om vervolgens weer op de kale jonker neer te strijken. Het vrouwtje had haar rechtervleugel licht beschadigd.

Susan Oostelaar heeft veel onderzoek gedaan naar de grote vuurvlinder en er een boek overgeschreven. Op deze site van Nature Today en op de site van Susan kun je er alles over lezen.

Door de benaming zou je denken dat het om een grote vlinder gaat, maar het tegendeel is waar. Met 21 mm is deze vlinder wel groter dan de kleine vuurvlinder dat wel maar nog steeds aan de kleine kant.

Toen ik voor het eerst op zoek ging naar de grote vuurvlinder had ik dan ook een verkeerd beeld voor ogen. Als de vlinder dan zo verscholen zit tussen de kale jonkers dan kun je de vlinder over het hoofd zien.

En nu hoop ik ook nog een keer een mannetje voor de lens te krijgen.