Zilveren maan, einde vliegtijd

Het lukte mij niet om in de vroege ochtend een zilveren maan met dauwdruppels te fotograferen. Later op de ochtend vond ik nog wel een zilveren maan op een kattenstaart. De vliegtijd leek zo ongeveer ten einde. Op het moment van fotograferen zat er net een grote wolk voor de zon.

Omdat de vlinder keurig bleef zitten heb ik gespeeld met de scherpte/diepte. Bij onderstaande foto heb ik scherpgesteld op de rechter antenne.

Bij onderstaande foto was het scherpstelpunt op het oog en de linker antenne.

Toen de zon weer tussen de bewolking door piepte gaf dat gelijk een ander beeld.

 

Heideblauwtje met dauwdruppels

Het is even slikken als de wekker op mijn vrije dag om 6 uur afgaat, maar als ik dan in alle vroegte in de natuur sta dan heb ik daar geen spijt van…

Tussen de dauwdruppels zat een heideblauwtje.

Ook het heideblauwtje was nog ‘gevangen’ door de dauwdruppels.

Het is heerlijk om daar nagenoeg alleen te zijn in de vroege ochtend in het mooie Dwingelderveld.

Kleine vuurvlinder

Terwijl ik zat te posten bij de grauwe klauwier landde er een klein vlindertje bij mijn voeten. Al snel zag ik dat het de kleine vuurvlinder was.

Ik verruilde mijn Nikon bridgecamera voor de Canon met macro-objectief.

In tijgersluipgang kwam ik steeds dichterbij de kleine vuurvlinder. Ik leg ze liever vast terwijl ze op een bloem zitten in plaats van op een rommelige bodem, maar ja je hebt het niet altijd voor het zeggen.

 

 

Een onfortuinlijk heideblauwtje

Tijdens onze fotokuier in Weinterper Skar vlogen er ook meerdere heideblauwtjes rond. Het lukte om een vrouwtje en een mannetje vast te leggen.

Zoals ik het vorige logje al schreef was er op de oever van het ven veel zonnedauw aanwezig. Ik speurde de zonnedauw af of er ook zonnedauw was met een interessante prooi. Plotseling zag ik tussen de vele zonnedauw iets blauws.

Toen ik inzoomde zag ik dat een heideblauwtje gevangen zat in de tentakels van de zonnedauw.

Het onfortuinlijke blauwtje leefde nog wel. Het vlindertje was echter al zover heen dat het niet meer loonde om het te bevrijden.

Een dikkopje en een sprinkhaan

Tijdens mijn fotokuier in de Weerribben had ik een spontane ontmoeting met een amateur natuurfotografe uit het dorpje Kalenberg. Na vele vakanties in de Weerribben was ze na haar pensionering definitief neergestreken in dit prachtige gebied. We raakten gezellig aan de praat. In korte tijd hadden we vele onderwerpen bij de kop, maar de meeste verhalen gingen over foto-onderwerpen in die omgeving.

Een van de onderwerpen was de grote vuurvlinder en de zilveren maan. Vlinders die voorkomen in de Weerribben. Op het moment dat wij er waren, waren de genoemde vlinders niet te zien. Er vlogen sowieso nauwelijks vlinders, meer dan één koolwitje en een groot dikkopje heb ik niet gezien. Het dikkopje, snoepend van de kale jonker, wilde wel even voor me poseren. Het exemplaar had zo te zien al heel wat vlieguren achter de rug.

Verder is het me nog gelukt om een sprinkhaan vast te leggen.

Een hooibeestje en een groentje

Vorige week maandag zou het mooi weer worden, maar dat viel vies tegen. Het tijdstip dat de zon zou gaan schijnen schoof steeds verder naar achteren.

Behalve dat het bewolkt was, stond er ook een stevige wind. Niet bepaald weer voor macro-fotografie. Toch stopte ik ook mijn camera met macro-lens in de fietstas. Achteraf bleek dat niet voor niets te zijn. Vanaf de schapen en de geiten volgde ik het fietspad naar de telescoop.

Daar sloeg ik rechtsaf het schelpenpaadje op en fietste ik over de grote, stille heide.

Onderweg maakte ik meerdere stops. Tijdens een van die stops zag ik een heel klein vlindertje fladderen. Het bleek te gaan om een hooibeestje. Dit vlindertje koos steeds een plekje tussen de begroeiing op de grond. Het is voor mij de eerste keer dat ik een hooibeestje heb gefotografeerd.

Bij een volgende stop zag ik enkele groentjes vliegen. Het waren onrustige vlindertjes. Uiteindelijk zocht een groentje een plekje in een boom boven mijn hoofd. Ik heb slechts één acceptabele foto van het dartele vlindertje kunnen maken.

Atalanta op bloesem

Een Vanessa atalanta oftewel atalanta, admiraal, nummervlinder of schoenmaker.

Het is een van de meest algemeen voorkomende vlinders in ons land en dan vooral in de hoog- en nazomermaanden. In de zomer zien we de vlinders het meest op onze vlinderstruiken en in het najaar doet de vlinder zich tegoed aan de peren die op de grond zijn gevallen.

Het is echter de eerste keer dat ik een atalanta op de bloesem van de kersenboom zag.

De atalanta is van oorsprong een trekvlinder. Door de zachte winters zien we deze vlinder de laatste jaren steeds vaker hier blijven. Ze hebben geen winterslaap en dat betekent dat ze als het koel en bewolkt is, stil zitten, maar dat ze, als het wat warmer en zonnig is, tevoorschijn komen en op zoek gaan naar brandstof.

Bijzondere logés

Vanochtend ontdekte ik een paar bijzondere logés op de logeerkamer.
Een dagpauwoog. Het kan zijn dat deze vlinder in winterslaap is. Zie ook de site van Nature Today.

En nog een andere insect, waar ik de naam niet van wist. Naschrift: Dankzij de reactie van Tine ben ik achter de naam van deze wants. Het is een bladpootwants. Zie deze site.

Logés zijn hier altijd welkom, maar toch leek het mij beter om deze twee een ander (koel) plekje te geven dan een verblijf op onze logeerkamer.