Koninginnepage

Voor velen is deze vlinder een normaal verschijnsel, maar in onze contreien is deze vlinder een nieuwkomer. Opgerukt naar het noorden door het warmer wordende klimaat. Ik wilde de vlinder graag met eigen ogen zien en fotograferen. Een paar dagen geleden ging ik op een zonnige dag naar bezoekerscentrum De Wieden in Sint Jansklooster. Achter het bezoekerscentrum ligt een prachtige bloementuin.

In die tuin staan heel veel phloxes in diverse kleuren. Deze phloxes waren geliefd bij de koninginnepage.

De tuin is particulier terrein, je moet dus vanaf een afstandje fotograferen.

Maar gelukkig was ik goed voorbereid en had mijn 70 – 200 mm zoomobjectief meegenomen.

Vele foto’s die ik op social media zie zijn van een rustig poserende vlinder waarbij de kleurrijke rug wordt getoond. Ik heb nu ervaren dat deze vlinders bijna continu in beweging zijn. Al fladderend zuigen ze de nectar op. In onderstaande foto is de beweging van de vleugels te zien.

Het was een feest om daar te fotograferen. Behalve zicht op de mooie vlinder was de lucht bezwangerd met de geur van phloxes.

šŸ¦‹

Op een bepaald moment vlogen er twee tegelijk. Door de instelling (voorkeuze) van de camera aan te passen lukte het om ze vliegend vast te leggen.

De mannetjes en vrouwtjes hebben veel overeenkomsten. Met het bekijken van de onderkant van de vleugel kan men echter het geslacht van de Koninginnepage bepalen. Het vrouwtje heeft op de onderkant van de achtervleugel namelijk 2 scherpe roodbruine driehoekjes. Bij het mannetje ontbreken deze.

Ik heb niet kunnen achterhalen of het hier ging om een liefdesspel tussen een mannetje en een vrouwtje of dat het rivaliteit was tussen twee mannetjes.

De baggelmachine in De Deelen

Terwijl ik bezig was met de serie over het turf en veen winnen in De Deelen las ik dat er ergens in dat gebied een machine is die daarvoor gebruikt werd. Een paar dagen later appte Jan mij dat hij er achter was gekomen waar die machine, de baggelmachine staat. Daarbij kwam de vraag of ik zin had om hem te vergezellen naar de baggelmachine. Daar was ik zeker voor in en zo gebeurde het dat we samen op stap gingen. Omdat Jan niet ver kan lopen had hij een route gezocht waarbij de wandeling zo kort mogelijk zou zijn. We moesten daarbij met een pontje oversteken.

Het pontje kwam net vanaf de overkant naar ons toe. Terwijl we stonden te wachten kwam er een echtpaar op de fiets en die lieten we mooi voor gaan. Zo konden wij de kunst afkijken en meteen enkele foto’s nemen.

De eerste helft van de oversteek stond Jan aan de lier en halverwege mocht ik het overnemen. Terwijl we overstaken kwam er om de bocht een skĆ»tsje aangestoomd. Voor ons gevoel moesten we toch wel even flink doordraaien…

Vanaf het pontje was het nog maar een stukje lopen naar het paadje wat naar de baggelmachine leidde. We zeiden tegen elkaar dat we het vreemd vonden dat er naast het fietspad geen verwijzing staat naar die bewuste machine. Een onwetende fietser en wandelaar gaat daar zo aan voorbij en dat is toch jammer bij dit industrieel erfgoed.

Jan heeft op zijn weblog de geschiedenis van het winnen van turf en het gebruik van deze baggelmachine heel compleet en mooi omschreven. Daarvoor verwijs ik graag naar dit bericht en dit bericht op Afanja.

Hieronder zoom ik in op de baggelmachine.

Nog een laatste blik op de bijzondere machine voordat we de reis terug aanvaardden.

We wandelden langs de Ringvaart weer terug naar het pontje.

Met twee witjes op een distel sluit ik deze serie af.

De grote vuurvlinder

De grote vuurvlinder is een vlinder die alleen voorkomt in Noordwest Overijssel en in het zuiden van FryslĆ¢n. De grote vuurvlinder staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ieder jaar probeer ik de grote vuurvlinder een keer te fotograferen. Vorig jaar is het niet gelukt. Vorige week ging ik weer op stap in De Weerribben en zocht ik lang naar de unieke vlinder. Na een tijd gaf ik de moed op en reed in de auto weer terug naar huis. Halverwege het smalle weggetje stond een man te fotograferen. Ik reed stapvoets en met de ramen open. De man vroeg mij of ik toevallig op zoek was naar de grote vuurvlinder. Hij wees naar de vlinder op de kale jonker met de woorden: ā€˜Daar zit er Ć©Ć©nā€™.

De vinder, een vrouwtje liet zich rustig fotograferen. Ze vloog wel eens op om vervolgens weer op de kale jonker neer te strijken. Het vrouwtje had haar rechtervleugel licht beschadigd.

Susan Oostelaar heeft veel onderzoek gedaan naar de grote vuurvlinder en er een boek overgeschreven. Op deze site van Nature Today en op de site van Susan kun je er alles over lezen.

Door de benaming zou je denken dat het om een grote vlinder gaat, maar het tegendeel is waar. Met 21 mm is deze vlinder wel groter dan de kleine vuurvlinder dat wel maar nog steeds aan de kleine kant.

Toen ik voor het eerst op zoek ging naar de grote vuurvlinder had ik dan ook een verkeerd beeld voor ogen. Als de vlinder dan zo verscholen zit tussen de kale jonkers dan kun je de vlinder over het hoofd zien.

En nu hoop ik ook nog een keer een mannetje voor de lens te krijgen.

Terug naar De Deelen

Onlangs stond er een fotokuier op het programma met Jan. We waren het er heel snel over eens dat het een bezoek aan De Deelen zou worden. We waren daar namelijk al een lange tijd niet meer samen geweest. Op YouTube vond ik dit korte filmpje met beelden van De Deelen van bovenaf. 

Op weg naar het eerst petgat spotte ik een koolwitje. Meer dan Ć©Ć©n foto kon ik niet maken, want toen fladderde het vlindertje er alweer vandoor.

Jan had al een libel gescoord, zo vertelde hij mij toen ik mij bij hem voegde. Vanaf het vlonderpad hadden we mooi zicht over het petgat. Een petgat is ontstaan door het uitbaggeren van veen.

Aan een tak hing een grote libel. Ik zag direct dat het een vroege glazenmaker was. Eerder die week had ik die libel gefotografeerd in De Weerribben.

Een plant die je daar veelvuldig ziet is het bitterzoet. Tussen al het groen is dit een opvallend bloemetje. Bitterzoet behoort tot de nachtschadefamilie.

Aan een boompje hing een nest met rupsjes. Ik heb lang gezocht maar kon ze niet op naam brengen. Wie het weet mag het zeggen.

Jan wees me op een ‘gouden’ slakje. Het kleine ding had al goed z’n best gedaan.

We kwamen nog een libel tegen. Deze vond ik lastig te determineren. Na lang zoeken ontdekte ik dat het een jong mannetje was van de gewone oeverlibel.

Wordt vervolgd.

Parende sint-jansvlinders

De rustende sint-jansvlinder in het Fochteloƫrveen gaf me de gelegenheid om nog even in te zoomen op het koppie.

Het volgende moment zag ik twee sint-jansvlinders die aan het paren waren. Wat een geluk had ik die middag.

Halverwege de fotosessie in Fochteloƫrveen moest ik een kwartiertje schuilen voor de regen. Gelukkig stond mijn auto dichtbij. Toen de regen voorbij was ging ik opnieuw kijken bij het paartje. Ze waren iets van houding veranderd, maar ze hingen nog steeds aan elkaar vast.

Sint-jansvlinder in vlucht

Tijdens mijn fotosessie in Fochteloƫrveen zag ik in een split second wat roods vliegen. Het volgende moment besefte ik dat het een sint-jansvlinder was.

Het vlindertje oftewel bloeddropje staat er niet helemaal scherp op. Ik vind dat geen probleem want het geeft de beweging weer. En hoe vaak krijg je de kans om een Sint-jansvlinder in vlucht vast te leggen? Ik heb die kans in ieder geval nog nooit gehad.

Gelukkig ging de vlinder ook nog even aan een sprietje hangen.

šŸ”“

Koevinkje

Op een zondagmiddag ging ik ondanks het buiige weer toch even de natuur in. Ik koos voor een locatie met bloemen dichtbij de parkeerplaats. Dat bleek een verstandig besluit te zijn, want ik heb twee keer voor de regen moeten schuilen in de auto. Ik was op een van de parkeerplaatsen in het Fochteloƫrveen. Tussen het bloeiende gras zag ik een vlinder vliegen. Het bleek een koevinkje te zijn, een vrouwtje. Het viel nog niet mee om het onrustige koevinkje te fotograferen.

Het koevinkje behoort tot de familie van de zandoogjes. Het koevinkje zie ik onze contreien, in Noordwest Overijssel niet zo vaak vliegen.

Het koevinkje is een algemene standvlinder die vooral voorkomt op de zandgronden van Zuid- en Oost-Nederland. De laatste jaren worden er ook steeds vaker koevinkjes gezien in de duinen.

Zangers bij de Horsmeertjes

Op dag 6 maakte ik nogmaals een wandeling bij de Horstmeertjes. Deze keer was ik alleen.

Ik stond boven op de duin te kijken naar de windveren boven de veerhaven toen er een bruine kiekendief laag langs kwam zeilen.

Tijdens mijn wandeling trof ik een blauwtje, een grasmus, een rietzanger, een graspieper, een blauwborst, nog een grasmus, een fitis? en een kneu.

Ik keek vaak naar boven en genoot van de mooie wolkenluchten.