Rijp op de Woldberg

De kerstdagen zijn weer voorbij. Ik hoop dat jullie fijne dagen hebben gehad. Wij hebben het goed gehad. Mijn moeder zei dan altijd: “Het waren dagen met een gouden randje”. Het weer werkte ook goed mee. We hadden dan geen witte kerst maar de zonnige winterdagen waren een verademing. Vandaag is het helaas weer grijs. Ik neem jullie nog één keer mee naar vorige week woensdag. De dag waarop alles bedekt was met een laagje rijp. Zoals ik in het vorige bericht al schreef was ik op weg naar de Woldberg…

Ik wandelde naar de vennetjes.

Het was daar heerlijk rustig totdat de stilte werd doorbroken door vrouwenstemmen. Dat heb je met vrouwen, ze kunnen hardlopen en praten tegelijk. Al rennend riepen ze mij toe dat het er daar prachtig uitzag en dat heb ik volmondig beaamd.

De zon klom steeds hoger en wierp een rode gloed op de bomen aan de overkant van een ven.

Ik heb daar een tijdje heerlijk rondgestruind. Ik had bewust mijn macro-objectief meegenomen zodat ik kon inzoomen op de rijp.

Op een open stuk stond een heuse kerstboom…

…inclusief kerstballen met rijp.

Op weg naar de Woldberg

Afgelopen woensdag was ik al op tijd met de camera op stap. Bij de eerste stop maakte ik de foto’s die ik gisteren liet zien. De opkomende zon kleurde de lucht prachtig rood. Ik had als doel de Woldberg uitgekozen. Op weg daar naartoe reed ik over de Bergweg. Daar moest ik wachten op de trein naar Leeuwarden.

Ik maakte meteen van de gelegenheid gebruik om enkele foto’s te maken.

Iets verderop parkeerde ik nogmaals mijn auto en genoot van het prachtige landschap. Aan de horizon zie je de toren van de Grote of Sint-Clemenskerk van Steenwijk.

Terwijl ik daar stond kwam er een sprinter langs. Door rijp op de bovenleiding veroorzaakt de passerende een trein een vonkenregen. Op de foto zie je boven de trein het blauwachtige licht. Het is een bijzonder gezicht om te horen en te zien.

Het was heerlijk om op die mooie winterdag een wandeling te maken op de Woldberg.

Ik genoot volop van het wit berijpte landschap. Het ziet er dan gelijk een stuk mooier uit. Toch vind ik het lastig om de magische sfeer van dat moment vast te leggen op de foto.

Mooi om te zien zoals de randjes van de varens waren bedekt een dun laagje rijp.

Wordt vervolgd.

Vogelkijkhut Catskieker

Vandaag is het vervolg op deze serie. Rond zonsopkomst maakte ik een wandeling in de Catspoolder naar de vogelkijkhut Catskieker. De zon klom steeds hoger en wierp een rode gloed over het dunne laagje ijs.

Ik was daar voor de derde keer en weer viel het me op dat er iets “mis” is met de verhoudingen binnen deze kijkhut. Ik heb daar in januari 2020 ook al over geschreven op mijn weblog. De vloer en het bankje zijn namelijk te laag.

Met mijn 1.71 cm vind ik mezelf geen kleintje, maar toch kan ik niet over de rand heen kijken. Getuige onderstaande foto.

Als ik op mijn tenen ga staan dan heb ik het uitzicht zoals op de foto hieronder. Op de tenen staan houd ik niet lang vol. De opstapjes zijn te smal om daarop het evenwicht te kunnen bewaren. Als ik op het bankje ga zitten zie ik helemaal niets. Ik zal deze punten nogmaals onder de aandacht brengen bij It Fryske Gea, bijvoorbeeld op Twitter.

Een grote groep watervogels heeft met vereende krachten een wak open gehouden.

Ik zag kieviten, wilde eenden, krakeenden, brandganzen, grauwe ganzen, nijlganzen, een soepgans en een blauwe reiger. Maar de blikvanger was toch wel de zilverreiger.

Wilde zwanen

Vanochtend ging ik vroeg in de ochtend een fotokuier maken in de Catspoolder. Ik was bewust heel vroeg gegaan, omdat ik daar in de vroege ochtend op zondag enkele overvliegende wilde zwanen had gespot. Die foto’s zijn vanwege het bewolkte weer en de instelling op één van de camera’s niet goed gelukt…

Vanochtend hoopte ik dat ik de wilde zwanen weer zou treffen.  Mijn eerste stop was wederom bij de plas tussen De Blesse en Wolvega.

Na bovenstaande korte stop reed ik verder naar de nieuwe vogelkijkhut in de Catspoolder. Ik liep onderaan de dijk naar de vogelkijkhut. De vogelkijkhut zet ik een volgende keer in de kijker.

Vanuit de kijkhut zag ik een groep wilde zwanen. Ze zwommen mooi in het ochtendrood. Helaas zaten ze op flinke afstand van de vogelkijkhut en tot overmaat van ramp zwommen ze nog verder bij de hut vandaan. Gelukkig had ik op het laatste moment mijn Nikon met sterke zoom in mijn fototas gestopt en dat kwam nu goed van pas.

De wilde zwaan is een wintergast in Nederland. Ze broeden in Fenno-Scandinavië en Rusland en overwinteren op Nederlandse weiden en op wateren in het duingebied. Wilde zwanen zijn slanker dan knobbelzwanen en groter dan kleine zwanen. De wilde heeft een grote, driehoekige gele plek op de snavel. Sinds 2005 broedt de vogel in Nederland. Sindsdien werden enkele jongen in ons land groot. Bron: site van de vogelbescherming.

En deze portie buitenlucht van anderhalf uur had ik maar mooi te pakken voordat mijn werkdag in het ziekenhuis begon. Dit is voor herhaling vatbaar.

Wachten op de dageraad

Vandaag was ik vroeg uit de veren om te beginnen aan een volgende noodzakelijke klus. Deze klus is buiten. Ik ben sowieso niet zo van de donkere dagen, maar als ik ook nog moet wachten totdat het licht wordt voordat ik aan de klus kan beginnen dan vind ik dat extra vervelend. De kortste dag is dit jaar op 22 december, maar we moeten nog tot 4 januari wachten totdat de zon ‘s ochtends weer eerder opkomt. Op deze site is dat mooi te zien.

In afwachting van de dageraad keek ik door het raam naar buiten. De lucht kleurde bij de opkomende zon prachtig rood. Ik ben snel in de auto gestapt en naar het Jodenveentje gereden. Daar maakte ik deze foto.  Zie Google Maps.

Ochtendmist in Terhorsterzand

Nadat ik enkele foto’s had gemaakt van de opkomende zon boven Dwingelderstroom reed ik door naar Terhorsterzand. Toen ik het natuurgebied betrad trof ik daar een enthousiaste fotograaf die zei dat ik net te laat was voor een spectaculaire zonsopkomst. Ook al stond de zon al ruim boven de horizon, ik heb ook van dat moment volop genoten.

Na de fotosessie bij het eerste ven volgde ik het zandpad langs dit ven in oostelijke richting.

Toen ik op dit punt was aangekomen heb ik meerdere insecten vastgelegd die waren behangen met dauwdruppels. Wat een adembenemende mooie wereld. In een volgend logje kom ik daar op terug.

Na de sessie met de macrolens volgde ik het pad verder naar het oosten. Ik passeerde het bankje waar mijn vriendin en ik de vorige keer hebben gezeten toen ze mij de koffie bracht. Op het bankje zat nu een man. Ik groette de man en liep verder.

Ongeveer vijftig meter verder verliet ik het zandpad om aan de oever van het ven een foto te maken. Toen ik terug wilde keren naar het pad zag ik dat de man ter hoogte van mij op het pad stond. Hij bleef daar langere tijd staan. Zo nu en dan keek hij in mijn richting. Vanaf dat moment veranderde mijn geluksgevoel in een unheimisch gevoel. ‘Waarom blijft de man daar staan. Wat is zijn bedoeling?’ Ik heb mijn mobiel gepakt, een foto gemaakt van de man en deze samen met mijn verhaal naar mijn vrienden gestuurd. Zij wonen niet ver van Terhorsterzand vandaan. Het kon niet anders of de man heeft gezien dat ik bezig was met mijn telefoon. Na een tijdje, wat voor mij een eeuwigheid leek, verdween hij uit het zicht.

Mijn vriendin was zo lief om zo snel mogelijk naar mij toe te komen. Samen hebben we nog een korte wandeling gemaakt en ons samen gestort op de macro-fotografie. Mijn onbevangenheid ten aanzien van uitstapjes in de vroege ochtend in alle eenzaamheid is nu wel even verdwenen. Als vrouw alleen ben je dan toch kwetsbaar.