Afgelopen week hadden we prachtig winterweer. Er lag een mooi ijsvloertje, er was rijp en het zonnetje scheen. Het kon niet mooier. Omdat ik tijdens die mooie dagen moest werken kon ik er niet op uit om te fotograferen. Ik had al mijn hoop gevestigd op de vrije vrijdag en de geplande fotodag samen met Jan.
Het pakte echter op deze vrije vrijdag heel anders uit dan ik me had voorgesteld. Van prachtig zonnig winterweer was geen sprake. De intredende dooi en een dicht wolkendek gooide roet in het eten. Toch zijn Jan en ik wel samen op stap gegaan. Via binnenwegen kwamen we aan in De Weerribben. Tot onze verbazing werd daar ondanks de dooi wel geschaatst. Het is altijd bijzonder om te zien wat natuurijs met mensen doet. Of het nu wel of niet verantwoord is, sommige mensen ‘moeten’ schaatsen. Het kostte nogal wat moeite om op het ijs te komen. Een enkeling haalde al een nat voetje voordat de tocht was begonnen.
Terwijl we daar stonden te fotograferen was er ook een journalist van De Telegraaf aanwezig. Hij maakte foto’s en stelde vragen aan de schaatsers. De schaatsers kwamen van heinde en ver om hier te gaan schaatsen. Zijn hamvraag was: ‘Wat bezielt je om hier te gaan schaatsen op onbetrouwbaar ijs?’ Een schaatser noemde het schaatskoorts wat te vergelijken is met verliefdheid. Ook dat kun je niet tegenhouden…
Ik houd altijd mijn hart vast, als er maar geen mensen door het ijs zakken en er geen slachtoffers vallen…
Nadat we genoeg hadden genoten van de schaatsers, de verhalen en de gezelligheid en we voldoende foto’s hadden genomen vervolgden we onze weg…
Vanaf Boazum reden Jan en ik naar Jorwerd (Jorwert). Dat dorp had ik de avond daarvoor uitgekozen vanwege het boek van Geert Mak. Daar kom ik later op terug. Voordat we het dorp inreden zette ik de auto in de berm om een aantal foto’s te maken.
Even later stapten we uit de auto in het centrum tegenover ´Het Wapen van Baarderadeel. Nabij het etablissement staat op een bijzondere sokkel het beeld ´de Foardrager’. Op de sokkel zijn tegels aangebracht met daarop teksten en tekeningen over het dorp Jorwerd en haar bewoners. Het is een kunstwerk ter herinnering aan het 50-jarig bestaan van het Iepenloftspul Jorwert (Openluchtspel Jorwerd). Bron is deze site.
Op de gevel van ´Het Wapen van Baarderadeel´ herinnert een plaquette aan het boek wat Geert Mak in 1996 schreef, ´Hoe God verdween uit Jorwerd´. Het is een biografie van een dorp tijdens de stille revolutie tussen 1945-1995, toen het echte boeren langzaam ten onder ging. Geert Mak vertelt het verhaal van de boeren en het geld, van de kleine winkeliers en de oprukkende stad, van de kerktoren die instortte en de import die niet meer groette, van de natuur die terugkeerde en tegelijk verdween. Wat is er gebeurd op het platteland toen de machines kwamen, en de subsidies en de banken, en toen de echte boeren langzaam ten onder gingen? Mak beschrijft een historische omwenteling waarvan nu pas de omvang en de gevolgen zichtbaar worden.
Vanaf het café wandelen we naar de Redbadtsjerke (Sint-Radboudkerk). De toren stamt uit de elfde of twaalfde eeuw. Op zaterdagochtend 25 augustus 1951, om zeven minuten over vijf, stortte plotseling de toren in. In de jaren daarop is de toren herbouwd met fraai siermetselwerk, zoals dat ook bij de originele toren het geval was. Om de herbouw te financieren en te vieren werd in en vanuit het dorp het Iepenloftspul (openluchtspel) gehouden.Wandel maar met ons mee om de kerk.
Terwijl Jan fotografeerde op het kerkhof maakte ik een grotere ronde door het dorp. Na een tijdje voegde ik mij weer bij Jan die op dat moment zijn aandacht richtte op een Tsjerkepaad (kerkpad).
Na het bezoek aan de toren van Eagum reden Jan en ik naar Boazum. Daar parkeerden we auto op een pleintje vlakbij de Sint-Martinuskerk. Deze kerk had ik de avond daarvoor op internet ontdekt. Op een lijst met Friese kerken heb ik gezocht naar een van de oudste kerken in Fryslân. Deze kerk lag op onze route of beter gezegd, we hebben de route er op aangepast. Op Google Maps had ik vervolgens gezien dat deze kerk mooi is gelegen aan een grote poel.
Het eerste wat opviel, toen we op weg gingen naar de kerk, was het mooie grote huis aan deze kant van de poel. Dat moest haast wel een pastorie zijn of zijn geweest. Op internet vond ik informatie wat mijn vermoeden bevestigde…
Omstreeks 1868 boog het kerkbestuur over een benoeming van een nieuwe dominee. In 1869 koos men uiteindelijk voor ds. Klinkenberg uit Irnsum. Deze stelde tijdens de onderhandelingen de bouw van een nieuwe pastorie en de aanleg van een nieuwe tuin als voorwaarden voor zijn komst naar Boazum. Er was wel sprake van achterstallig onderhoud toch was de staat van de pastorie zo slecht dat de pastorie geheel moest worden afgebroken. Kennelijk beschikte de kerk door goede pachtopbrengsten over voldoende financiële middelen om aan zijn wensen te voldoen. Na ds. Klinkenberg hebben er vele dominees in deze pastorie gewoond. De laatste dominee die er woonde was ds. Palmboom. Hij overleed in 1960. Het mag een wonder heten dat deze pastorie niet ten prooi is gevallen aan projectontwikkelaars en is afgebroken. Boazum is nog steeds trots op deze mooi gelegen pastorie met mooie tuin. Achteraf vond ik het wel jammer dat ik niet meer foto’s van de pastorie hebben gemaakt zoals bijvoorbeeld van de andere zijde…
Na een aantal jaren leegstand werd de pastorie verhuurd aan een aannemer voor een symbolisch bedrag met de verplichting om het gebouw op te knappen. Ook de tuin werd goed onderhouden door deze huurder. Midden jaren zeventig is de pastorie gekocht door een particulier. Dat was de eerste die het huis en het erf kocht uit zeven eeuwen kerkelijk bezit. Bron is deze site. De poel is in 1914 ontstaan door het te diep afgraven van de terp.
Via de Tsjerkebuorren wandelen we naar de kerk. Nabij de kerktoren staan een aantal huizen. Door het luiden van de klok zit uitslapen op zondagochtend er wellicht niet in.
De kerk is veel groter dan ik me had voorgesteld. De Sint-Martinuskerk is gebouwd in de twaalfde eeuw en is een van de fraaiste dorpskerken in Fryslan. In de jaren 1938 tot 1948 is de kerk gerestaureerd. De kerk is vooral beroemd vanwege de muurschildering in het koor van de tronenede Christus, de Majestas Domini. Deze schildering is in 1941 bij de restauratie tevoorschijn gekomen. Bijzonder is dat Christus is afgebeeld zonder baard. Het orgel met de prachtig gesneden beelden stamt uit 1791. Het is gebouwd door Gottlieb Heinemann en Rudolf Knol. In 2012 is het gerestaureerd.
Boven de poort staat een tekst uit de Statenvertaling en wel Psalm 92 vers 14. ‘Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.’ In de Nieuwe Bijbelvertaling staat het beschreven als: ‘Ze staan geplant in het huis van de Heer, in de voorhoven van onze God groeien zij op.’
We maakten een rondje om de kerk. Oude grafstenen en nieuwe graven wisselden elkaar af. In de gevel zitten meerdere dichtgemetselde ramen en deuren. Wandel maar met ons mee.
Na de ronde om de kerk in Boazum stapten we in de auto om op weg te gaan naar het volgende dorp.
Een paar weken geleden was ik te gast bij mijn fotomaatje, Jan in Fryslân. We besloten om een ritje te maken langs enkele oude Friese kerken en torens. Ik had de avond daarvoor wat voorwerk gedaan en een aantal kerken/torens opgezocht op internet. En zo koersten we na de koffie als eerste naar de kerktoren in Eagum. Het zal door de witte kleur komen dat het torentje zo in het oog springt. Het is een baken in het vlakke Friese landschap. Waarom er alleen nog een toren staat en geen kerk heeft Jan op zijn weblog beschreven. Klik hier voor de geschiedenis van deze toren.
Jan en ik wandelden over het kleine kerkhof. Op Google Maps is goed te zien hoe klein deze begraafplaats is. Er zijn nog hele oude grafstenen waarbij de tekst nog amper is te lezen. Verder was er een grafsteen die bijna tot kunst is verheven. De steen met de tekst ‘Ta oantinken…myn leave frou…’ (In herinnering… mijn lieve vrouw…)
Ruim 50 jaar geleden heeft het Bittergenootschap Frisia van de Groninger studentenvereniging Vindicat bedacht dat de kerktoren van Eagum in het midden van de wereld staat. En voor wie het niet gelooft… “Eagum leit midden yn e wrâld. Sân tredden van e toer dêr is it middelpunt. Dy`t net leauwe wol kin it neitrêdzje.” (Eagum ligt in midden in de wereld. Zeven stappen vanaf de toren is het middelpunt. Wie het niet gelooft kan het narekenen.)
Met een gedenksteen, direct naast de toren, en een herinneringstegeltje wordt die plek gemarkeerd. Dat deze plek en de Groninger studenten een speciale band hadden bleek wel uit het feit dat elk jaar, tijdens de introductieweken, deze plek door de studenten werd bezocht. Op de tegel staat: 7 hoanestep fen en toer 7 – 10 – 1972 (7 hanenstappen van de toren…). Onlangs heeft de Vereniging hier bij de toren haar 185-jarig bestaan gevierd. De plaquette op de laatste foto herinnert daaraan.
Nadat we een rondje over het kerkhof hadden gemaakt wandelden we nog wat verder door deze kleine buurtschap. Buiten Eagum zette ik de auto nog even in de berm. Daar hadden we zicht op een klein stukje skyline van Leeuwarden. Op de foto is o.a. de Achmeatoren te zien. Nog een laatste blik op de toren zonder kerk van Eagum en toen vervolgen we onze weg…
Vandaag neem ik jullie voor de vijfde en laatste keer mee naar het Waterloopbos. Ik had er al een fikse wandeling opzitten en was inmiddels weer in de buurt van de parkeerplaats. Ik bedacht me op het laatste moment dat ook de Deltagoot nog wilde meepakken.
De Deltagoot is in 1980 in gebruik genomen als proeftuin voor de stormvloedkering in Zeeland. Door water in grote golven tussen de betonnen wanden te laten bulderen, werd de kracht van de pijlers getest. Ook de constructies van bijvoorbeeld olieplatforms en windmolens in zee zijn er getest. Tot 2015 is de goot gebruikt. Het is de laatste plek in het Waterloopbos waar waterstaatkundige proeven zijn gedaan. Op deze site kun je historische foto’s en filmpjes zien van de Deltagoot. De functie van deze oude Deltagoot werd overgenomen door een nieuwe testgoot in Delft, bij het instituut Deltares. Zie dit filmpje op YouTube.
In 2015 werd de Deltagoot cadeau gedaan aan Natuurmonumenten. Natuurmonumenten besloot er een kunstwerk van te maken. Via de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) kwam Natuurmonumenten bij Atelier de Lyon | RAAAF terecht. De betonnen bak van 240 meter lang werd uitgegraven. Delen van de wand zijn uitgezaagd en er dwars op de wand teruggezet. Door het uitgraven is er ook water rondom de goot gekomen. Dat geeft een fraaie weerspiegeling van de betonnen delen. Zodat het geheel nog imposanter lijkt.
Op deze site staat het volgende geschreven… Deltawerk// bevraagt het streven naar onverwoestbaarheid en is een experiment in actieve ruïne-vorming. Net als het doorgezaagde Rijksmonument Bunker 599 is het een pleidooi voor een radicaal andere omgang met cultureel erfgoed. Door dit kolossale monument van de Nederlandse strijd tegen het water uit te graven komt dit “Deltawerk op schaal” zelf in het water te staan. De reusachtige omvang van de experimenten wordt hierdoor ervaarbaar voor het publiek. Bij afwezigheid van de golven wordt de allesverwoestende kracht van het water invoelbaar gemaakt door grote blokken uit de betonnen muren te zagen, 90 graden te draaien en te kantelen. Er ontstaat een nieuw ritme van vallende platen. Deze doorsnijdingen openen het kunstwerk richting de andere testmodellen in het Waterloopbos. De zwaarte van het werk wordt een fysieke ervaring doordat de bezoeker onder de massieve blokken over het water kan lopen. Eenmaal binnen wordt men geconfronteerd met een groots perspectief op de leegte tussen de platen. Ontwerpers: Atelier de Lyon | RAAAF.
De zon zakte steeds verder en ‘dreigde’ bijna achter de bomen te verdwijnen. Als ik de Deltagoot nog in het zonnetje zou willen fotograferen dan was het zaak om door te stappen. Toch bleef ik wat langer stilstaan bij het volgende tafereeltje. Twee mannetjes en een vrouwtje wilde eenden dobberden in het water naast de Deltagoot. Ik concludeerde dat het een paartje was met een mannetje teveel. Naar het idee van het ene mannetje kwam de concurrentie te dichtbij. Hij joeg het mannetje er vandoor. Een heuse achtervolging was het resultaat. Toen hij de concurrent, naar zijn idee, ver genoeg had verdreven keerde hij zich om en zwom hij terug naar zijn vrouwtje. Het verdreven mannetje kwam echter net zo snel weer achter hem aan voegde zich weer bij het tweetal.
Het kunstwerk, Deltawerk// is een mooi object voor fotografen. Maar ook wandelaars nemen er graag een kijkje. De drie dames kwamen een fotograaf tegen die ze toevallig kenden. De fotograaf was bezig met foto’s maken voor een fotowedstrijd, zo hoorde ik toen ik er langs liep.
Nog een laatste blik op het kunstwerk tegen de ‘gouden’ bomen en op de ondergaande zon. En tot slot nog een kijkje binnenin de goot die deels beschenen werd door de laatste zonnestralen op die prachtige herfstdag.
Na de mooie wandeling door een kleurrijk bos en langs de oude waterwerken in het Waterloopbos kwam ik aan bij een heel ander gedeelte. Een groter contrast was haast niet denkbaar. Ik was aangekomen bij een gedeelte wat gerestaureerd was. Strakke lijnen en kil beton vormden het beeld. In de afgelopen jaren heeft men de modelplaats, de Maasvlaktecentrale gerestaureerd…
De Maasvlaktecentrale is één van de vele modelplaatsen van het voormalig Waterloopkundig Laboratorium De Voorst en vertelt een deel van de unieke geschiedenis van het bos. Het schaalmodel deed dienst voor onderzoek naar de koelwatervijver van de destijds nog aan te leggen elektriciteitscentrales op de Maasvlaktecentrale. Natuurmonumenten heeft dit model in het Waterloopbos gerestaureerd om het te behouden voor de toekomst.
Begin jaren 70 van de vorige eeuw is op de modelplaats Maasvlaktecentrale door de ingenieurs van het Waterloopkundig Laboratorium onderzoek gedaan naar de koelwatervijver van de nog te bouwen energiecentrales. Het onderzoek richtte zich vooral op de stroomsnelheden van het koelwater en op de stabiliteit van de bodembekleding van de koelwatervijver. De situatie in Rotterdam werd in het Waterloopbos op schaal nagebouwd en de beoogde stortstenen bodembekleding van de koelwatervijver werd op stabiliteit onderzocht. Uit het onderzoek bleek dat er in de vijver aanzienlijke wervelingen ontstonden. Daarom werd besloten de bekleding van de koelwatervijver veel zwaarder uit te voeren dan vooraf gedacht. Bron is deze site.
Hoe mooi de restauratie ook is uitgevoerd, ik vond de ruïnes van het oude model vele malen mooier. Volgens de berichtgeving worden er in totaal tien waterloopkundige modellen gerestaureerd. In 2018 is de Deltagoot al omgevormd tot het kunstwerk Deltawerk en in 2019 is de Golfbak gerestaureerd. Al deze stappen zijn onderdeel van de uitvoering van de Ontwikkelagenda Waardevol Waterloopbos 2016-2026. Persoonlijk vind ik het er niet mooier op worden. Geef mij maar de restanten zoals op onderstaande foto’s…
Na het vieren van het jubileum van 40 jaar verpleegkundige vervolg ik de serie die gemaakt is in het Waterloopbos.
Het gedeelte met de golfmachines had ik achter mij gelaten. Een eindje verderop werd ik verrast door de waarneming van een ijsvogel. Voordat ik echter doorhad dat het een ijsvogel was, vloog het vogeltje er pijlsnel vandoor. Mijn middag was al goed, maar nu helemaal. Via een lange vlonder kwam ik aan bij een stroompje. Ook dit is een van mijn lievelingsplekjes. Ik heb de camera op het bruggetje geplaatst met de focus op het watervalletje. Door een lange sluitertijd heb ik getracht de beweging in het water te fotograferen, zie foto 4.
Tijdens mijn wandeltocht kwam ik een aantal mensen tegen en we waren het er allemaal over eens dat het een uitermate geschikte middag was om te genieten van het mooie weer en de prachtige herfstkleuren.