Hoogwater en een vreemde eend bij Hasselt

Na onze fotosessie  aan de oostkant was onze volgende stop aan de andere kant van het Zwarte Water, ten noorden van Hasselt.  We parkeerden de auto onderaan de dijk. Zie Google Maps.

Ondanks de harde wind vloog er een grote groep meeuwen boven het Zwarte Water.

Ten noorden van ons stond een grote groep eenden op de oevers van het Zwarte Water. Het waren over het algemeen wilde eenden.

Er stonden echter ook een aantal zwarte met witte eenden tussen. Ik heb op internet gezocht maar kon niet vinden om wat voor eend het gaat. Kunnen jullie mij helpen aan een tenaamstelling?

De weilanden langs het Zwarte Water staan volledig onder water. Op dit plaatje van Google Maps zijn de weilanden te zien als ze niet zijn ondergelopen. Opnieuw kwam er een dreigende lucht aan…

… waar ook neerslag uitviel.

De bewoners van de huizen op de dijk hebben nu wel een mooi uitzicht over het water. Tenminste als je van water houdt. In het noorden is het nog zonnig, terwijl ten zuiden de bui langs trekt.

We stapten weer in de auto en vervolgden onze weg over de dijk.

Wordt vervolgd. 

Aalscholvers, scholeksters en smienten (2)

Vandaag zoom ik in op  de aalscholvers, de scholeksters en de smienten  op en rond de strekdam in het Tjeukemeer. Omdat de drie vogelsoorten vaak samen op de foto staan pak ik de drie de soorten in één uitgebreide post.

De scholeksters stonden keurig in het gelid op de strekdam. De smienten stonden een rang lager hun veren te poetsen. Een aalscholver stond er als heer en meester tussen.

Hieronder zoom ik in op de twee achtergebleven aalscholvers. De aalscholvers waren in voorjaarskleed. De aalscholver is dan op z’n mooist. De wangen en dijen zijn wit bevederd en de kruin en nek zijn voorzien van zilverwitte manen. De niet-bevederde keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

Het bleef niet lang rustig bij de scholeksters, regelmatig leek het net een stoelendans of beter gezegd, een stenendans. Het zoeken naar een nieuwe plekje op een andere steen ging niet zonder slag of stoot, de zittende orde liet zich niet zomaar opzij schuiven.

Bij de smienten zag het er rustiger uit, vreedzaam dobberde de groep rond de strekdam.

 

Gemaal Veenpolder Echten aan het Tjeukemeer

Na ons bezoek aan het  Wouda-gemaal reden we binnendoor naar Echten. Daar stelde ik aan mijn zus voor om een kijkje te nemen aan het Tjeukemeer (Tsjûkemar in het Fries). We parkeerden onze auto op de parkeerplaats bij de Laurenskerk.

Vanaf daar staken we de weg over en namen het pad naar het Tjeukemeer. Tussen de bomen door doemde het gemaal van Echten op.

In 1913 werd het huidige stoomgemaal gebouwd, waarbij de waterhuishouding van de polder zodanig gereorganiseerd werd dat het nieuwe gemaal de gehele polder kon bemalen. De windbemaling kon hierdoor vervallen. Het gemaal werd op de funderingen van de oudere voorganger gebouwd en kreeg een aangebouwde dienstwoning. Voor alle informatie over dit gemaal verwijs ik naar deze site.

Aan de andere kant van het dijkje wachtte ons een mooie verrassing, maar daar kom ik in een volgend logje op terug.

In 1996 werd het gemaal buiten dienst gesteld en vervangen door een nieuw ondergronds gelegen gemaal, naast het oude complex. In de jaren 2004/2005 werd het gemaal gerestaureerd en in 2007 kreeg het voormalig stoomgemaal weer zijn schoorsteen terug.  Het gemaal is erkend als rijksmonument. In de pompruimte met machinerie is een expositie ingericht over de vervening van de polder van Echten. In het vroegere ketelhuis van het gemaal is een galerie gevestigd.  Het Gemaal-Museum en Galerie het Gemaal zijn gedurende de zomermaanden open op zaterdag- en zondagmiddag.

Aan het Tjeukemeer staat sinds 1996 een standbeeld van Tsjûke en March . Het standbeeld is ontworpen door beeldend kunstenaar Frits Stoop en uitgevoerd door hemzelf en Alie Stoop-Jager.

De legende over de dames Tsjûke en March en de naamgeving aan het Tsjûkemar luidt als volgt. Twee boerinnen kwamen terug van het melken toen ze een brandje ontdekten. De ene boerin droeg de melk en de andere droeg niets. De laatste zei dat de melk gebruikt moest worden om de brand te blussen, maar daar wilde de eerste niets van weten. Reden genoeg voor de boerin zonder melk om haar metgezellin uit te schelden voor Tsjûke en daarmee voor teef, want met Tsjûke werd een vrouwtjeshond bedoeld. Het woord bleef gekoppeld aan de streek. En zo zou het Tsjûkemar zijn naam hebben gekregen. Een andere versie gaat als volgt. Er waren eens twee zusjes, Tsjûke en March. Zij waren bij elkaar toen er brand uitbrak. Door de dichte rook verloren ze elkaar echter uit het zicht. Door elkaars naam te roepen probeerden ze elkaar te vinden. Nog lang waren hun stemmen in het gebied te horen, wie goed luisterde kon het verstaan Tsjûke, March, Tsjûke, March, Tsjûke, March…… En zo zou het Tsjûkemar zijn naam gekregen hebben. Deze laatste versie vind ik leuker.

Het was niet de eerste keer dat ik bij dit gemaal aan het Tjeukemeer was, in augustus 2015 zaten Jan en ik op deze plek naar het skûtsjesilen te kijken. Jan heeft er op zijn weblog in woord en beeld een mooi verslag van gemaakt zie deel 1, deel 2 en deel 3.

Wordt vervolgd. 

Ir D.F. Wouda-gemaal te Lemmer (2)

In een reactie op deel 1 over  het Wouda-gemaal vroeg Henk het volgende: ‘Een rondleiding lijkt me leuk en leerzaam maar het beperkt me wel in m’n fotografische mogelijkheden als je steeds op sleeptouw wordt genomen. Is een rondgang onder begeleiding verplicht of mag je ook op eigen houtje een rondje doen? Waarop ik het volgende antwoordde: ‘Wij zijn ook niet van de rondleidingen. We hebben ongeveer 5% van het verhaal gehoord.  Enerzijds omdat het verhaal overstemd werd door de mechanische geluiden en anderzijds omdat een rondleiding en fotograferen van details niet samengaan. We raakten dan ook flink achterop, maar niemand die ons ‘kwaad’ aankeek.’ Ik durf niet te zeggen of een rondleiding verplicht is. Mijn zus en ik waren van mening dat de informatie van de gids vast terug te vinden is op internet…

Sinds de opening door Koningin Wilhelmina in 1920 levert het Wouda-gemaal een grote bijdrage aan het voorkomen dat het Friese land bij hevige regenval overstroomt. Voordat het stoomgemaal in werking trad werd het overtollige Friese boezemwater eeuwenlang met windmolens en sluizen naar de Zuiderzee en Waddenzee afgevoerd. Door het dalen van veengrond werd dit in de loop van de 19e eeuw steeds problematischer, en daarom was de bouw van het stoomgemaal bij Lemmer een grote sprong voorwaarts op het gebied van waterbeheersing in de waterrijke provincie Friesland.

Waar het Woudagemaal in zijn beginjaren de belangrijkste rol speelde in het afvoeren van water, is deze belangrijke taak in 1967 overgenomen door het elektrische Hooglandgemaal bij Stavoren. Dit heeft er, samen met de afsluiting van de Lauwerszee, voor gezorgd dat het Wouda-gemaal aanzienlijk minder vaak hoeft te pompen. Hoewel het gemaal dus enkel bij extreem hoog water in werking komt speelt het monument in zulke gevallen nog steeds een belangrijke rol. De stoommachines kunnen dan per dag 6 miljoen m³ wegpompen, wat gelijk staat aan de halve inhoud van het Sneekermeer. Ook naar huidige maatstaven is dat een flinke capaciteit.

Voordat het stoomgemaal daadwerkelijk water weg kan pompen moet er eerst een bepaalde druk worden opgebouwd. In 6 uur wordt er door een ploeg van minimaal 11 mensen hard gewerkt om de ketels te vullen met water, de zware stookolie te verwarmen en de ketels op te starten. Na deze 6 uur draait de bijna 100 jaar oude machine op volle toeren.

Omdat het opstarten van het gemaal zo’n 6 uur kost, komt het voor dat de machine preventief wordt opgestart. Wanneer verwacht wordt dat het waterpeil boven de limiet stijgt wordt het stoomgemaal onder druk gezet om indien nodig gelijk bij te kunnen springen.

De complete stoomploeg bestaat uit 15 man. Er is altijd 11 man beschikbaar voor het geval het nodig mocht zijn om het gemaal op te starten. Wanneer het Wouda-gemaal onder stoom wordt gebracht ontstaat er een magistrale gebeurtenis. Het is een spectaculair gezicht om dit imposante gebouw ‘in rook’  te zien opgaan. Op het moment dat wij daar stonden ontsnapte er zo nu en dan een beetje rook.

Bovenstaande informatie komt van deze site.

Wordt vervolgd. 

Ir D.F. Wouda-gemaal te Lemmer (1)

Mijn zus had een heel goed voorstel en dat was om samen een bezoek te brengen aan het Wouda-gemaal in Lemmer. Op 18, 19 en 20 februari werd het gemaal onder stoom gebracht en was het gemaal open voor publiek. En zo reisden we gewapend met onze camera’s en proviand af naar Lemmer.

Nadat we de auto geparkeerd hadden op de daarvoor bestemde parkeerplaats liepen we eerst naar de brug over het Streamkanaal. Vanaf de brug maakten we enkele foto’s van het grootste nog werkende stoomgemaal ter wereld.

Daarna wandelden we over het pad richting het gemaal. Onderweg maakten we foto’s  van het gemaal en de omgeving.

Het gemaal is vernoemd naar Ir. Dirk Frederik Wouda (1880-1961), toen hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat. Hij was verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering van het gemaal in de stijl van de Amsterdamse School. Deze stijl kenmerkt zich door gebruik van expressieve en fantastische vormen, welke verwant zijn aan het expressionisme. Met berekenen van werktuigbouwkundige installaties werd Ir. Wouda bijgestaan door Ir. J.C. Dijxhoorn (1862-1941) van de Technische Hogeschool Delft. Op de omlijsting op onderstaande foto staan de eerste vier zinnen van het Frysk folksliet / Fries volkslied

 

Het bouwkundig en technisch waardevolle Wouda-gemaal is sinds 1977 een beschermd monument en staat vanaf 1998 op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Na de kassa werden we naar het bezoekerscentrum geleid.

In het bezoekerscentrum kregen we een korte speelfilm te zien over het aanstaande jubileum en het onder stoom brengen van het gemaal. In oktober 2020 bestaat het gemaal namelijk 100 jaar. Na de film werden we ingedeeld in groepen voor de rondleiding. Voor de indeling werd gebruik gemaakt van gekleurde kaartjes. Iedere groep bestond uit 20 personen. Voor de jonge  bezoekers werd de rondleiding extra aantrekkelijk gemaakt door middel van een vragenlijst.

Totdat onze kleur werd omgeroepen vermaakten we ons in de panoramazaal. Vanuit die ruimte hadden we een mooi en weids uitzicht richting het IJsselmeer.

De rondleiding startte aan de zuidwestkant van het Wouda-gemaal. Op de voorgrond staan de brandstoftanks.

De 60 meter hoge schoorsteen is een herkenbaar baken voor schippers op het IJsselmeer. De schoorsteen werd gebouwd in 1919 en was na anderhalf jaar bouwen af. Dat was een specialistisch werk. Er werden voor de bouw speciale bakstenen  gebruikt. Deze zogeheten radiaalstenen lopen iets taps toe. Firma Canoy-Herfkens Steenfabrieken te Venlo bouwde de schoorsteen inclusief een bliksemafleider voor 15.685 gulden, zo valt te lezen in het boek ‘Het Ir. D.F. Woudagemaal, een levend Werelderfgoed op stoom’. Op deze site kun je alles lezen over de bouw, over de blikseminslag en over de herbouw van deze schoorsteen.

Wordt vervolgd. 

Schade door winterstorm Ciara

Gisteren en vannacht trok winterstorm Ciara over ons land. De storm heeft veel schade veroorzaakt. We hadden ons zo goed mogelijk voorbereid, maar op deze gebeurtenis kun je je niet voorbereiden… Een van onze 18 hoogstamfruitbomen is omgewaaid. Deze bomen zijn geplant door de vorige eigenaar en staan er dus pakweg 50 jaar.

De appelboom is keurig neergevlijd op ons grasveld en heeft dus geen schade aangericht. Zelfs het nestkastje is er ongeschonden vanaf gekomen.

Twee hazen in het weiland

Omdat ik op een landweggetje noodgedwongen achter een melkauto moest wachten  keek ik naar het weiland rechts van mijn auto. In het weiland ontwaarde ik twee bruine hoopjes. Ik vermoedde dat het twee hazen waren, maar zeker wist ik het niet. Ik parkeerde mijn auto in de berm en pakte mijn Nikon bridgecamera met sterke zoom.

Door de camera zag ik inderdaad twee hazen weggedoken in het gras. Na een paar seconden koos een van de hazen het hazenpad om vervolgens een flink eind verderop te blijven zitten. De bridgecamera had wel moeite met het scherpstellen op de wegrennende haas.

De andere haas was wat minder een angsthaas en bleef liggen. Ik liep een eindje het weiland in en kon de haas zo van dichterbij vastleggen.

Na een paar minuten kwam de boer op de tractor aanrijden. Hij stapte op mij toe met de vraag wat ik voor bijzonders aan het fotograferen was.  Ik vertelde over mijn ontdekking van de hazen. Deze boer keek daar niet echt van op, hij vertelde dat ze bijna dagelijks vanuit de woonkamer reeën en hazen zien langskomen. De man vond het wel gezellig dat hij wat praat had. Al snel kwam de vraag hoe ik heette, want ik kwam hem bekend voor. Ik vertelde wie ik was en vooral wie mijn zussen waren, want ik had het vermoeden dat hij mijn zussen en hun partners wel zou kennen. Ze wonen namelijk allemaal in dezelfde polder. En dat was inderdaad het geval. Al met al hebben we daar nog een hele tijd staan praten over allerlei onderwerpen. Van boer zijn tot verpleegkundige, van studerende kinderen tot opvolging op de boerderij en van regelgeving tot imago. Het was een onverwachte en leuke ontmoeting.

Bijzondere logés

Vanochtend ontdekte ik een paar bijzondere logés op de logeerkamer.
Een dagpauwoog. Het kan zijn dat deze vlinder in winterslaap is. Zie ook de site van Nature Today.

En nog een andere insect, waar ik de naam niet van wist. Naschrift: Dankzij de reactie van Tine ben ik achter de naam van deze wants. Het is een bladpootwants. Zie deze site.

Logés zijn hier altijd welkom, maar toch leek het mij beter om deze twee een ander (koel) plekje te geven dan een verblijf op onze logeerkamer.

Een vlammende zonsondergang en zonsopkomst

We kunnen momenteel genieten van de mooiste zonsondergangen en zonsopkomsten. Gisteren hadden we mijn fotomaatje, Jan en zijn vrouw, Aafje op visite. terwijl Jan, Aafje en ik gezellig bij de houtkachel zaten te kletsen, bereidde mijn eega de maaltijd. Op een bepaald moment kwam mijn eega vanuit het achterhuis in de woonkamer met de tip dat er vanuit de achtertuin een prachtige zonsondergang was te zien. Jan en ik snelden met onze fotocamera’s naar buiten en maakten een fotoserie. Dit was de kers op de taart tijdens dit gezellig samenzijn.

Vanuit de woonkamer had ik al een paar ochtenden een vlammende zonsopkomst gezien. De zonsopkomst kun je echter niet mooi vastleggen vanuit onze tuin, daarvoor is er aan de voorkant van ons huis teveel bebouwing. Op het moment dat je de mooiste kleuren ziet en je stapt dan nog in de auto om een fotoserie te maken in het open veld dan ben je te laat. Vanochtend was ik zo wijs om te zorgen dat ik op het juiste moment in het open veld stond.

Klik op de foto voor groot formaat.

Op een bepaald moment begonnen ook de tegenoverliggende wolken mooi te kleuren.

360 graden uitzicht over Zutphen

Eind november was ik samen met mijn zus en nicht op bezoek bij onze nicht in Zutphen.  De beide nichtjes zijn ook zussen van elkaar. De nicht die in Zutphen woont heeft een aantal jaren geleden de drukke Randstad verruild voor het rustigere oosten . Samen met haar man woont ze daar met veel plezier. Onlangs heeft ze haar diploma stadsgids van Zutphen gehaald en dat kwam ook deze keer goed van pas. We maakten een prachtige wandeling door de stad en we kregen van onze privé-gids interessante informatie over Zutphen.

Na de wandeling door een deel van de stad trakteerde ze ons op een heerlijke lunch in het Wijnhuis. Na de lunch stond er een gids op ons te wachten voor een rondleiding en om ons alles te vertellen over het Wijnhuis en de Wijnhuistoren.

We beklommen de toren. Eenmaal boven hadden we vanaf de omloop mooi een 360 graden uitzicht over Zutphen. We hebben alle vier min of meer last van hoogtevrees, een nicht zag er zelfs vanaf om de toren te beklimmen. Toen ik boven stond en naar beneden keek moest ik wel even slikken. Het werkt voor mij dan het beste om in de verte te blijven kijken.

Dit is het uitzicht naar het noordoosten.

Vanaf dit punt keken we naar het oosten. In de verte stroomt de Berkel.

Hier keken we naar het westen en wel op de IJssel. Een trein passeerde net de spoorbrug over de IJssel.

We hadden geluk. In het noorden was er een regenboog te zien.

Het was een geslaagde en gezellige dag. Ik spreek de beide nichten niet zo vaak maar toch voelde het meteen vertrouwd. Wellicht dat het komt doordat we genetisch nogal dichtbij elkaar liggen. Onze vaders waren broers en onze moeders waren zussen.

De foto’s zijn gemaakt met de Nikon Coolpix B700.