Een paartje grote zaagbek en een nonnetje

Vorige week was ik samen met mijn fotomaatje Jan op stap in de Kop van Overijssel. Ik nam Jan mee naar een plekje waar regelmatig een ijsvogel was te zien. Uiteraard was het spannend of de ijsvogel na die winterweek met natuurijs nog aanwezig zou zijn. Vanachter de observatiewand hadden we ruim zicht over het water. Jammer genoeg  stond er een straffe wind pal op ons gezicht. Aan de horizon was het mistig van de rook. Rook die veroorzaakt werd door het verbranden van rietafval.

We tuurden en tuurden, maar er was geen ijsvogel te zien. Wel zwom er een paartje grote zaagbek. Deze eend behoort, de naam zegt het al, tot de  zaagbekken. Terwijl ik deze foto nam dook het mannetje onder water.

De grote zaagbek eet puur dierlijk materiaal. Door hun gekartelde snavel hadden ze na het duiken regelmatig alg aan hun snavel hangen. Hieronder zwemt het mannetje.

En dit is het vrouwtje. Het is net alsof ze een corona-kapsel heeft.

We hadden net naar elkaar uitgesproken dat het ons een beetje ging vervelen. Er was geen ijsvogel te zien. Ook niet in de uren voordat wij er waren, zo werd ons verteld. Het heeft er alle schijn van dat de ijsvogel het op deze plaats niet heeft overleefd.

En toen verscheen er nog een interessant onderwerp voor onze camera. Het was een nonnetje. Ook het nonnetje behoort tot de groep zaagbekken. Het nonnetje zat ver weg en daarom moesten we met de bridgecamera flink inzoomen. Het scherpstellen werd daarnaast bemoeilijkt door de golfslag.

Het nonnetje had een lekker hapje verschalkt.

Jammer genoeg zwom het nonnetje steeds verder bij ons vandaan. Het was jammer dat de golfslag het zicht op de prachtige tekening van deze eend enigszins belemmerde.

En het volgende moment ging hij op de vleugels om zijn heil elders te zoeken.

Dat was ook voor Jan en mij het moment om verder te gaan. We reden naar de Linde. Dat is de plek waar ik vorig jaar de ijsvogel meerdere keren fotografeerde. Misschien dat we daar meer geluk hadden. Wordt vervolgd.

P.s. mijn eega komt net binnen en vertelde dat hij de wulp heeft gehoord. Gelukkig is de wulp weer gearriveerd in het weiland achter ons huis. Daar wordt ik zo blij van.

Schaatsen in Fryslân

Gisteren was ik te gast bij mijn fotomaatje, Jan in Fryslân. Na de koffie met wat lekkers (met dank aan Aafje) gingen we snel op stap. Het mooie weer en het natuurijs lokte ons naar buiten.

Ons eerste doel was de Hooidammen. Dat gebied is per uitstek geschikt om te schaatsen op natuurijs. Vele schaatsers gebruikten dit punt om te starten en bonden hier hun schaatsen onder.

Anderen waren elders gestart en waren op doorreis.

Om van het ene water op de andere te komen moest er soms worden gekluund.

Via de Aldheadamsleat (Oude Hooidamsloot) kon men o.a. naar Earnewâld (Eernewoude) schaatsen.

Het was mooi om te zien zoals iedereen op z’n eigen manier bezig was met het schaatsen. Dit jongetje ging heel bedachtzaam te werk.

Dit meisje ging juist voortvarend te werk. Het leek me een echt doorbijtertje.

Hier waren vele mensen aan toe. Sneeuw, natuurijs en heerlijk buiten bezig zijn. Even geen corona-perikelen. De stemming was hier in Fryslân dan ook opperbest. Dat zal mede komen omdat er in dit deel van het land voldoende ruimte is…

Sinds een dag werk ik met een ergonomische linker muis. Ondanks dat ik linkshandig ben werkt het niet zo snel als met de rechterhand. Ik kan in ieder geval nu de schouder aan de rechterkant ontzien.

Een onfortuinlijk heideblauwtje

Tijdens onze fotokuier in Weinterper Skar vlogen er ook meerdere heideblauwtjes rond. Het lukte om een vrouwtje en een mannetje vast te leggen.

Zoals ik het vorige logje al schreef was er op de oever van het ven veel zonnedauw aanwezig. Ik speurde de zonnedauw af of er ook zonnedauw was met een interessante prooi. Plotseling zag ik tussen de vele zonnedauw iets blauws.

Toen ik inzoomde zag ik dat een heideblauwtje gevangen zat in de tentakels van de zonnedauw.

Het onfortuinlijke blauwtje leefde nog wel. Het vlindertje was echter al zover heen dat het niet meer loonde om het te bevrijden.

In de greep van de zonnedauw

Op de oever van het zuidelijke ven in het Weinterper Skar staat veel kleine zonnedauw.

Kleine zonnedauw groeit in zeer specifieke milieus die vaak in de zomer droog, maar in de winter onder water staan. Omdat de zonnedauw op mineraalarme bodem staat is ze voor een aanvulling op het dieet aangewezen op het vangen en verteren van kleine insecten.

De kleine planten vallen op door hun roodgekleurde bladeren die in rozetten staan en haren met druppels hebben. In deze druppels zitten de enzymen die de gevangen prooi verteren. Door de combinatie van het rood met de druppels vind ik het een mooi object om te fotograferen.

Terwijl ik met de macro-lens inzoomde op de zonnedauw zag ik een metaalblauw insect tussen de tentakels hangen. Dit insect was ten prooi gevallen aan de zonnedauw.

Een paringsrad bij het zuidelijke ven

Een tijdje geleden nam mijn fotomaatje, Jan mij mee naar het zuidelijke ven in het  Weinterper Skar.

Ik maakte eerst een aantal foto’s van het prachtige uitzicht over het ven. Tientallen libellen scheerden over het water en de oever. Stilzitten was er niet bij.

Terwijl Jan zijn fotografie afwisselde met rustmomenten op het vissersstoeltje ging ik ‘op de struun’ met de camera met macro-lens. Een paartje watersnuffel was bezig met hun voortplanting. In een paringsrad vlogen ze driftig rond. Uiteindelijk kozen ze voor een mooi plekje zodat ik ze kon vastleggen.

Een stofje in het oog of zwaaide het mannetje even vriendelijk naar de fotograaf?

Bosrietzanger

Nadat Jan en ik vanaf het pad meerdere foto’s  hadden genomen wandelden we verder naar de vogelkijkhut. Toen we daar aankwamen zagen we tot onze grote verrassing dat deze niet was afgesloten. Dat zou ook onzin zijn, want in deze vogelkijkhut kun je met twee personen prima 1,5 meter afstand houden.

Jan koos voor een bankje met weids uitzicht over het water. Ik stelde mij op bij een luikje met uitzicht op het riet. Ik hoorde in het riet een vogeltje het hoogste lied zingen. Het viel nog niet mee om het prachtig zingende vogeltje te ontdekken en vast te leggen. Meestal zag het vogeltje diep weggedoken in het riet.

Maar de aanhouder wint. Eindelijk zocht het vogeltje een plekje waarbij ik het vogeltje scherp in beeld kon krijgen.

Ik had daar ter plekke al gezien dat het geen ‘gewone’ rietzanger was. Bij het determineren op de computer kwam ik uit bij een bosrietzanger.

Een zangvogeltje moet je eigenlijk niet alleen maar zien, maar vooral ook horen. Om die reden heb ik een filmpje gemaakt van de bosrietzanger.

 

Sint-jacobsvlinder

Terwijl Jan op  het Afanja-bankje  zat bij te komen van zijn macro-avontuur wandelde ik een eindje verder naar het noordelijke pad in de hoop daar juffers, libellen en andere insecten aan te treffen.

In het hoge gras vlogen vele juffers en lantaarntjes. Zien vliegen is een eerste, maar acceptabel vastleggen is een tweede. Ik denk dat dit een azuurwaterjuffer is.

Het aantal insecten op het fluitenkruid viel vies tegen er zat er welgeteld één. Het was wel een bijzondere insect,  althans voor mij een bijzondere. Bij mijn weten had ik deze nog niet eerder voor de lens gehad. Pas op de computer leerde ik dat het waarschijnlijk ging om de grote dansvlieg (Empis tessalata). Zie deze site.

Na deze fotosessie liep ik weer terug richting het bankje. Plotseling zag ik iets roods voorbij vliegen. Het was de sint-jacobsvlinder.

De sint-jacobsvlinder is een opvallende verschijning door de zwarte voorvleugel met twee rode stippen langs de achterrand en zowel langs de voor- als langs de binnenrand een rode streep. De achtervleugel is rood met zwarte randen. De sint-jacobsvlinder is  een overdag actieve nachtvlinder. De vlinder vliegt van begin april tot half augustus in één generatie. De periode waarin de vlinders uitkomen is vrij lang, zodat vlinders en rupsen tegelijkertijd kunnen voorkomen. De vlinders vliegen overdag en zijn gemakkelijk te verstoren. Ze komen ook wel ´s nachts op het licht af. De soort, die vroeger vooral veel in de duinen aanwezig was, heeft zich de afgelopen 30 jaar uitgebreid en komt nu in een groot deel van het land voor. In de kleigebieden in Friesland en Noord-Holland is de vlinder wat minder wijdverbreid. Bron is deze site.

Het viel niet mee om deze vlinder van dichtbij te benaderen. Als ik met de macrolens in de buurt kwam ging hij er weer vandoor. Aanvankelijk zat de vlinder in de beplanting naast het pad. Uiteindelijk vloog hij naar een gedeelte waar ik niet mocht komen. Op dat moment eindigde voor mij de ‘jacht’ op deze vlinder.

Brede orchis in het Weinterper Skar

Afgelopen week stond er weer een fotokuier gepland met mijn fotomaatje. Deze keer stond een bezoek aan de brede orchis in het Weinterper Skar op het programma. Het was even zoeken om een mooi exemplaar te vinden. Toen ik deze had gevonden ben ik er met de macrolens eens goed voor gaan liggen. Die foto’s zijn te zien op de site van Jan.

En dit is het resultaat.

De macrofotografie heb ik via Jan en ontdekt. Jan is een meester in de macrofotografie met name zijn foto’s van druppels zijn werkelijk pareltjes.  Hieronder staat een foto uit het jaar 2007 waarbij Jan bezig is met de macrofotografie. Dat was in de tijd dat Jan nog vrij soepel door de knieën kon en ook weer kon opstaan.

Vanwege het voortschrijden van de MS lukt dat tegenwoordig niet meer. Maar Jan is niet voor één gat te vangen en heeft een goede oplossing bedacht. Tegenwoordig gebruikt hij een vissersstoeltje. Op de linkerfoto is Jan bezig met het fotograferen van de brede orchis. Op de rechter foto maakte hij een fotoserie van de uitgebloeide paardenbloemen. Die serie is hier te bekijken.

Wordt vervolgd. 

Grutto’s in De Mieden

Nu had ik inmiddels wel de wulp en de kemphaan  vastgelegd, maar  de Kening fan ‘e Greide had ik nog niet mooi voor de lens gekregen. Van mijn fotomaatje leerde ik een plekje waar ze met alle waarschijnlijkheid wel zouden zitten, maar ik wist niet hoe daar te komen. Door de corona-crisis zijn Jan en ik een tijdje niet samen op stap geweest. Omdat ik onbeschermd zorg verleen ben ik veel te bang om Jan te besmetten met het virus. Eind vorige week hebben we daar een oplossing voor bedacht. We zijn toen voor het eerst weer ‘samen apart’ op stap geweest. Voorzien van onze eigen koffie en broodjes zijn we in twee aparte auto’s naar het plas-drasgebied, De Mieden gereden. Daar parkeerden we onze auto’s in de berm en nestelden we ons op onze klapstoeltjes ruim drie meter van elkaar aan de rand van het plas-drasperceel.

Dat we daar eersterangs zaten dat werd al snel duidelijk, een paar grutto’s foerageerden geruime tijd binnen een acceptabele afstand van onze camera’s.

Terwijl wij onze camera’s veelvuldig lieten klikken foerageerden ze rustig door.

Het was een feest om daar te zijn. Het was prachtig weer. Terwijl we tussen het fotograferen bij praatten over allerlei zaken klonk er op de achtergrond het grote orkest van weidevogels.

Met zijn fiere hals en ferme snavel mag deze vogel met recht de Kening van de Greide worden genoemd.

Ik heb ook een filmpje gemaakt van de grutto’s.

 

 

 

Bijen en blauwe druifjes

In onze tuin hebben we naast het terras een verhoogde border. In deze tijd van het jaar bloeien daar de blauwe druifjes. Terwijl ik daar heerlijk in het zonnetje lekker zat ‘af te schalen’ (in ziekenhuis zijn we aan het opschalen) zag ik dat de blauwe druifjes druk werden bezocht door de bijen. Ik haalde mijn camera met het macro-objectief op en ging er eens lekker voor zitten. Een bij streek neer op, de door de zon verwarmde, muurtje. Op de computer zag ik dat het arme beestje onder de mijten zat.

De bijen gingen nauwgezet ieder bloemetje bij langs om nectar te verzamelen. Ik koos deze keer voor een iets grotere scherpte/diepte en een korte sluitertijd. Ik wilde namelijk de bijen al vliegend vastleggen en dat lukt beter met de bovengenoemde instellingen. In de serie na onderstaande foto laat ik de bijen in vlucht zien.

Het was vandaag bij uitstek een prachtige dag om samen met mijn fotomaatje eropuit te gaan, bijvoorbeeld naar het rietland van Klaas Jan.  Maar helaas zit dat er vanwege Covid-19 niet in. Gezamenlijke fotokuiers zijn op dit moment niet verantwoord.  Omdat ik door mijn werk in de zorg veelal niet meer dan 50 cm verwijderd ben van mijn patiënten is de kans op besmetting groter. Ook al heb ik zelf nog geen ziekteverschijnselen ik kan het virus al wel bij mij dragen. Ik moet er dan ook niet aandenken dat Jan met zijn MS door mij besmet zou raken…

Jan heeft op zijn weblog treffend en mooi omschreven hoe onze gezamenlijke fotokuiers tot stand is gekomen en hoe de fotokuiers zijn uitgegroeid tot een mooie vriendschap. Deze vriendschap is er niet alleen tussen Jan en mij, ook met Aafje is er een warme vriendschap ontstaan. Met enige regelmaat praten we dan ook met z’n drieën gezellig bij.

En inderdaad… de liefde voor de macro-fotografie heb ik van Jan geleerd. Toen ik dat ontdekte ging er een wereld voor mij open.