Libel, glassnijder

Tijdens een wandeling door de Weerribben zag ik in het hoge gras een libel. Ik vond het wel knap dat ik deze libel zag hangen.

Vanwege de grootte was het wel gelijk duidelijk dat het om een glazenmaker ging, maar om welke het binnen de familie glazenmakers ging, dat werd ik pas na determinatie  op de computer gewaar. Volgens mij is het een vrouwtje glassnijder.

In de regel zijn libellen zo weer gevlogen, maar deze bleef wonderwel een tijdje aan het grassprietje hangen. Zo kon ik de libel goed vastleggen wat het determineren achteraf vergemakkelijkte.

Om de libel goed te kunnen vastleggen moest ik aardig in het hoge gras roeren. Dat had tot gevolg dat ik enorm geplaagd werd door de mietsen (ook wel knutten, knaasjes, knijten, neefjes, mampieren, meurzen of zandvliegjes genoemd).

Rietgors

Onlangs maakte ik een wandeling in de Weerribben. Ik hoorde o.a. de roerdomp, de koekoek en de snor, maar dat zijn vogels die zich niet snel laten zien. Tijdens die wandeling lukte het wel om een rietgors vast te leggen. Weer een primeurtje. De eerste keer zat de vogel wat verder weg. Vanwege de straffe wind viel het nog niet mee om de vogel op die zwiepende wilgentakken fatsoenlijk op de foto te krijgen.

Het was een mannetje rietgors in voorjaarskleed. Ze zijn te herkennen aan hun zwarte kop en witte ‘sjaal’.

Jan schreef het al in zijn reactie: ‘Je wordt echt steeds meer vogelaar, hè.’ Het werkt inderdaad verslavend. Als je voor het eerst een bepaalde vogel voor de lens krijgt en het lukt om een aardige foto te maken en om de naam te vinden, dan smaakt het naar meer. En zo gebeurde het dat ik opnieuw afreisde met de camera naar De Weerribben. Ik maakte nu een andere wandeling en ook daar liet de rietgors zich zien. Deze keer zat de rietgors in het riet en dat is gezien de naam wel zo leuk.

De wandeling werd ongewild veel langer dan dat de bedoeling was. Ik genoot volop. Een paar kilometer verderop kreeg ik de rietgors nogmaals voor de lens. Deze rietgors had een snavel vol met voedsel. Het was vast de bedoeling om dit aan zijn jongen te voeren, maar er zat een fotograaf in de weg…

En al dat moois is te zien en te beluisteren in de Prikkepolder. Het gebied waar mijn vader en later mijn zwager ooit het riet sneden. Het gebied waar ik als kind heel wat heb rondgestruind toen ik met mijn vader meeging naar het rietland.

Oeverzwaluwwand

In het voorjaar en in de zomer neem ik regelmatig een kijkje bij de oeverzwaluwwand. In 2014 is bij  Wetering een nieuwe waterberging aangelegd. Dit is een perfecte plek voor vogels om te foerageren en te broeden. Om de oeverzwaluwen een handje te helpen is er een oeverzwaluwwand aangelegd met 156 broedgaten. Het merendeel daarvan is ieder jaar bezet. Deze wand is te vinden bij vogelkijkhut, de Twitterhut. Zie Google Maps.

De oeverzwaluwwand, eigendom van Staatsbosbeheer, is geadopteerd door de vogelwerkgroep van IVN Noordwest-Overijssel. Aan het begin van het broedseizoen gaan de vrijwilligers daar met bootjes heen om de wand schoon te maken en vers zand aan te brengen in de gaten. De oeverzwaluwen graven hierin zelf weer een nest om hun eieren in te leggen. Zie voor een foto en het verhaal op deze site van de Stentor.

In deze post  schreef ik over de waterstand die bewust naar beneden is gebracht om grazende ganzen te weren zodat riet en andere moerasplanten de kans krijgen om te herstellen.  Op onderstaande foto kun je zien dat het waterpeil rechts van de wand laag is. Het waterpeil links van de wand is hoog gebleven.

Deze oeverzwaluwwand is in een uitvoering die we in ons land veel tegenkomen. Maar deze wand heeft wat extra’s, het is namelijk voorzien van een gedicht. Dit gedicht is geschreven door Heleen Bosma, dichteres van Overijssel in 2013 – 2015. Het gedicht luidt als volgt:
Vederlicht is onze ziel
van dons en zijdezacht
wij zijn een stipje in het zwerk
een knipoog naar de zwaartekracht.

Het was er niet zo druk als in april 2019. Zie mijn vorige weblog.  De enige bezoekers hadden zich voornamelijk in het achterste gedeelte genesteld.

Grasmus

Terwijl ik stond te fotograferen bij de Twitterhut zag ik een vogeltje aan een rietstengel hangen. Door flink in te zoomen met de Nikon bridgecamera kreeg ik het vogeltje aardig in beeld. Ik kreeg één kans en toen was de vogel weer gevlogen. Op de computer zag ik pas wat voor vogeltje het was. Het is een grasmus. De foto is niet perfect, maar omdat het mijn eerste grasmus is mag deze hier een plekje krijgen.

De grasmus is geen familie van de huismus en de ringmus. De grasmus is een insecteneter, te herkennen aan het fijne pincetsnaveltje waarmee ze overal kleine insecten tussenuit kunnen peuteren. De huismus en ringmus zijn daarentegen zaadeters. Zij hebben forse kegelvormige snavels, waarmee ze zaden de baas kunnen. De grasmus is niet de enige soort die ten onrechte de naam mus draagt. Ook de heggenmus is een insectenetende vogel en geen familie van die zaadetende mussen. Bovenstaande informatie komt  van deze leuke site. Meer informatie over hoe de grasmus aan zijn ‘mussen-naam’ komt staat ook op die site.

Wordt vervolgd. 

Lage waterstand bij de Twitterhut

Woensdag j.l. was het fris voor de tijd van het jaar. Er waren op die dag wel hele mooie wolkenluchten te zien. Daarom besloot ik aan het eind van de middag er toch even met de camera’s op uit te gaan. Ik koos voor de Twitterhut. Zie Google Maps.

Rondom het dorp Wetering, tussen De Weerribben en De Wieden is in 2014 een nieuw natuurgebied aangelegd in de omringende polders. Het natuurgebied Wetering West heeft samen met het gebied in Wetering Oost een oppervlakte van ruim 300 hectare. Het natuurgebied geeft ruimte aan planten en dieren en zorgt voor waterberging: bij hoog water wordt er water geparkeerd in dit gebied. Het nieuwe natuurterrein is sinds 2014 sterk ontwikkeld met een goede moerasvegetatie zoals riet, lisdodden en zeggen. Vele vogels zoals roerdompen, purperreigers en bruine kiekendieven maken gebruik van het gebied

Maar ook een groot aantal grauwe ganzen maken gebruik van dit gebied. In 2019 werden er in Wetering Oost meer dan 200 stelletjes grauwe ganzen geteld. Ganzen zijn planteneters en vinden riet heel lekker. Met name riet dat in het water staat. Vooral in Wetering Oost zijn er veel ganzen het hele jaar aanwezig waardoor de planten sterk afnemen. Rietvelden worden kleiner of verdwijnen en de oppervlakte open water wordt steeds groter. Als we deze maatregel niet nemen is over een aantal jaren het gebied helemaal kaal gegeten door ganzen. Een grote onbegroeide waterplas zonder broedende moerasvogels is niet wenselijk.

Om er voor te zorgen dat in de toekomst riet kan blijven groeien in het gebied, wordt het waterpeil verlaagd waardoor grote delen droog vallen. Hierdoor is het voor ganzen minder aantrekkelijk en krijgen riet en andere moerasplanten kans om te herstellen en uit te bereiden. Staatsbosbeheer houdt samen met het Waterschap Drents Overijssels Delta de ontwikkeling nauwkeurig in de gaten. Het natuurgebied blijft te allen tijde inzetbaar voor opvang van water.

Het gebied valt voor een groot deel droog, toch blijft een plas in het midden van het terrein behouden. De moerasvogels in de omgeving kunnen ook uitwijken naar Wetering West waar het waterpeil onveranderd blijft en een uitgebreide moerasbegroeiing is. Allerlei steltlopers zoals kemphanen, diverse soorten ruiters en plevieren komen graag op slikvelden die gaan ontstaan door het droogleggen in Wetering Oost. Door de aanpassing van de waterhuishouding ontwikkelt er  een  broedgebied voor kleine plevieren en kieviten.

Als na een paar jaar Wetering Oost weer voldoende begroeid is met riet- en moerasvegetatie zal het waterpeil weer worden verhoogd zoals het was voor het droogleggen. Het hogere waterpeil kan dan onder invloed van neerslag en verdamping weer fluctueren. Tekst is van deze site

Ik ben een tijdje aan het zoeken geweest, maar ik kan niet vinden wat voor plant dit is.
P.s. Morgaine hielp mij aan de naam Waterkruiskruid. Zie haar reactie hieronder.

Wordt vervolgd. 

Specht roffelt op het nestkastje

Mijn eega vertelde vorige week dat hij een paar keer de specht heel duidelijk had horen roffelen in onze achtertuin. Hij had gekeken waar de specht zat maar ontdekte hem niet. Op een namiddag liep ik met de Nikon-camera door de tuin. In een flits zag ik de specht landden op het nestkastje boven ons tuinhuisje. Snel richtte ik mijn camera op de specht. Ik stond op grote afstand en enigszins verdekt opgesteld.

Het geroffel van de specht op het holle nestkastje klonk vele malen harder dan het geroffel op een boomstam. Op het moment dat ik onderstaande foto nam was de specht net aan het roffelen en reken maar dat dat met geweld gaat. De foto is door die beweging wat onscherp geworden, maar dat vind ik juist treffend.

Een specht kan wel acht tot tien keer per seconde met zijn hoofd tegen een boom aan tikken. Een specht doet dit om drie redenen, of om voedsel te zoeken, of om een nestholte te maken of om met soortgenoten te communiceren.

De kop van de specht is goed aangepast om mee te kloppen.  De onderzoekers ontdekten vier belangrijke onderdelen die de spechtenkop zijn bijzondere eigenschappen geven. De snavel is zeer sterk maar elastisch. Tussen de snavel en de hersenen van de specht zit een laag poreus bot. Deze koraalachtige laag absorbeert lage-frequentie-trillingen, waardoor deze niet doordringen tot de hersenen. Onder aan de tong van de specht zit een elastische ondersteuning, die doorloopt over de hele schedel. Dit tongbeen verdeelt de klap gelijkmatig over de hele schedel. Tussen de schedel en de hersenen zit een zeer dunne laag hersenvocht, waardoor er minder trillingen worden doorgegeven van de schedel naar de hersenen. Bron is deze site

In eerdere publicaties lees je dat ze daar door hun speciale bouw geen hersenschade overhouden aan dit geroffel, maar dat klopt niet helemaal. Weliswaar is een specht gebouwd op het incasseren van klappen, maar gek genoeg was eventuele hersenschade bij spechten nooit onderzocht. Tot voor kort, toen een neurobioloog en een anatoom van de Universiteit van Boston dode spechten opensneden en in hun kopjes opgehoopte eiwitten aantroffen van een type dat bij mensen een teken van hersenbeschadiging is. Als een mens veel klappen op zijn kop krijgt, maakt hij ook zulke eiwitten aan. Andere vogels hadden die eiwitten niet onder hun schedel, alleen spechten. Het zou kunnen dat de eiwitten bij spechten niet op beschadiging van de hersenen wijzen, maar dat ze de hersenen juist beschermen. Bron is deze site.

Na een aantal minuten hield de specht het voor gezien en kroop langs de stam naar boven om vervolgens uit het zicht te verdwijnen.

Het is nu wel handig dat ik een aantal logjes in concept klaar heb staan. Vanwege gezondheidsklachten moest ik me vandaag ziek melden. Ik had het logje ingesteld op time-publish. Dat werkt mooi bij WordPress. 

Vuurjuffer

Vanaf  de eekhoorn wandelden we verder. Ik heb nog wel naar boven gekeken maar geen eekhoorn kunnen ontdekken. We kwamen uit bij een bankje. Jan had al snel plaatsgenomen aan de ene kant van het bankje en ik zou net gaan zitten aan de andere kant toen ik een juffer zag zitten. Ik wees Jan op de juffer en we begonnen met het vastleggen van de juffer. Volgens Jan was het een vuurjuffer.

Ik had mijn macro-objectief meegenomen en begon eerst op afstand te fotograferen. Vervolgens kwam ik voorzichtig dichterbij de juffer in de hoop dat hij niet zou wegvliegen.

De vuurjuffer gedroeg zich voorbeeldig, we konden voldoende foto’s maken. Het was echter niet mogelijk om de juffer frontaal te benaderen want dan zou ik in de hulst moeten gaan zitten.

Speelbos Sparjebird, deel 2

Vandaag neem ik jullie weer mee naar Speelbos Sparjebird. Met de ogen goed open volgden mijn fotomaatje en ik de blinddoekroute…

We kwamen aan bij de bever.

De bever had een mooi begin gemaakt bij het bouwen van een burcht. De kinderen worden hier uitgedaagd om een eigen hut te bouwen van takken die op de grond liggen.

Vanaf de bever volgden we de voetstappen die op de boomstammen waren gezet. Het volgende houtsnijwerk was een uit de kluiten gewassen egel. Qua formaat was het een perfecte stoel voor Jan en daar maakte hij dan ook dankbaar gebruik van. Gelukkig voor Jan hadden ze bij het snijden van het hout de stekels achterwege gelaten…

Terwijl Jan zijn benen rust gunde struinde ik in de greppel en door de tunnel.

Na het rustmoment bij de egel vervolgden we onze weg en kwamen we aan bij de eekhoorn.

Gisteren besteedde ik aandacht aan de Dag van de Verpleging . Vandaag heeft Jan een post geplaatst waarbij hij in woord en beeld treffend heeft omschreven en aandacht besteed aan de corona-crisis en de werkers in de zorg. Tevens gaat Jan in die post terug naar 2006, het jaar waarin wij onze vijver aanlegden. Klik hier voor het verhaal van mijn fotomaatje.

12 mei, Dag van de Verpleging

Sinds 1964 viert Nederland op 12 mei de Dag van de Verpleging. 12 mei is de geboortedag van Florence Nightingale, een Britse verpleegster die bekend is geworden als grondlegger van de moderne  verpleegkunde. Het instellen van de Dag van de Verpleging had tot doel te zorgen voor een beter aanzien van de verpleging, zowel binnen de beroepsgroep als daarbuiten. Zie ook op deze site. Vanwege de Dag van de Verpleging neem ik jullie mee naar het verleden. Op zondag 10 mei was er een uitzending van Andere Tijden over de zorgsector. Klik hier voor de uitzending. Onderstaande foto is van de site van Andere Tijden.

Als kind wist ik al dat ik later als zuster in een ziekenhuis wilde werken. Na mijn eindexamen mavo in 1980 ging ik naar de havo. In die tijd moest men minimaal een havo-diploma hebben en de vakken Biologie en Scheikunde en goede cijfers om in aanmerking te komen voor een opleidingsplaats in een ziekenhuis.  In de jaren tachtig zaten we in een economische recessie. Een opleidingsplaats voor de inservice-opleiding waarbij men gelijk inkomen had was toen enorm in trek. Het lukte mij om een opleidingsplaats te krijgen in Zwolle. In september 1982 startte ik met de inservice-opleiding in het Sophia ziekenhuis. Op onderstaande foto heb ik voor het eerst een uniform aan.

De opleiding begon met 3 maanden vooropleiding waarbij we theorie- en praktijklessen kregen binnen het ziekenhuis. We hadden een leuke groep, een geweldige groepsdocent, het was een prachtige tijd. We wasten elkaar, zetten elkaar op de po, poetsten elkaar de tanden, wasten elkaar het haar, deden mondverzorging en leerden de ‘onderbeurtjes’ op een pop.

Gedurende mijn opleiding heb ik zoals gebruikelijk op bijna alle afdelingen gewerkt. Of het nu bij de oudere patiënten was of bij de kinderen of op de klasse-afdeling of bij de kraamvrouwen en pasgeborenen, ik heb het overal naar de zin gehad. Op 26 februari 1986 ontving ik mijn diploma. Het was in meerdere opzichten een bijzondere dag want er werd op die dag ook een Elfstedentocht gereden.

Ik heb gedurende 18 jaren met veel plezier in het Sophia Ziekenhuis gewerkt. In het jaar 2001 maakte ik de overstap naar ziekenhuis Tjongerschans. Het was wel even wennen aan de Friese taal en aan een andere cultuur dan dat ik gewend was in Zwolle, maar ook in dit ziekenhuis werk ik met veel plezier.

Ik vind het leuk dat onze dochter ook gekozen heeft voor de zorg.  Onderstaande foto is gemaakt toen ze haar mbo-stage liep in ons ziekenhuis. De foto is gemaakt met een mobiel en kwalitatief niet goed, maar ik vind deze te bijzonder om hier niet te delen. Binnenkort hoopt ze haar hbo-opleiding af te ronden.

Als ik opnieuw moest kiezen dan zou ik weer voor een baan in de zorg kiezen. Het is hard werken, maar het is ook heel dankbaar werk. Op deze Dag van de Verpleging wil ik in het bijzonder mijn waardering uitspreken aan al die collega’s en werkers in de zorg die zich inzetten tijdens deze bijzondere periode, tijdens de corona-crisis!