Meikever, veenpluis en kuifeend

Na mijn fotosessie bij de lepelaars zou ik mijn fietstocht vervolgen echter op dat moment vloog er een meikever langs. De meikever bleef hangen in in het stekelige struweel een eindje bij mij vandaan.

Nadat ik ook de meikever nog had meegepakt was het dan echt tijd om het Commissaris Cramerpad verder te volgen. Dit pad is in 2017 uitgeroepen tot mooiste fietspad van Drenthe. Ik kan me daar wel in vinden, het fietspad slingert zich door een prachtig landschap. Mijn volgende stop was bij veenpluis.

Even verderop staat een mooie kijkwand. De kijkwand heeft vele luikjes voor kinderen en voor volwassenen. Aan het nieuwe hout te zien zijn er recent nog nieuwe bijgemaakt. De nieuwe luikjes zijn groter, een teleobjectief met zonnekap past daar in en dat lukt bij de oudere luikjes niet.

Op de plas dobberden ganzen, wilde eenden en kuifeenden.

Een mannetje en vrouwtje kuifeend dook regelmatig onder om hun kostje bij elkaar te scharrelen. Als ze dan weer boven komen zie je zo mooi de waterdruppels van hun verenkleed afglijden.

Brilduiker

Een tijdje geleden was ik samen met Jan in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. We kozen een plekje aan de lijzijde van de hut. Heel in de verte dobberden een paar kleine eendjes. Nou ja dobberen, de meeste tijd waren ze onder water.

Het bleken brilduikers te zijn. De mannetjes hebben een donkergroene kop met een witte vlek tussen oog en snavel, ook wel de ‘bril’ genoemd. De vrouwtjes hebben deze bril niet. Opvallend kenmerk van de brilduiker is het wat puntige hoofd. De brilduiker staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels in de categorie ‘Gevoelig’. Met de sterke zoom van mijn bridgecamera kon ik ze binnen bereik krijgen. Het nadeel van een dergelijke camera vind ik toch wel dat de tekening en de kleuren vervagen…

De brilduiker is gebonden aan waterpartijen die zich dicht bij de kust bevinden en minder dan 10 meter diep zijn. De soort overwintert overwegend op zee, binnenwateren en baaien. Ook komt hij aan rivierdelta’s, in meren en reservoirs voor. In Nederland heeft de brilduiker zich daarnaast gevestigd op landgoederen met grote vijverpartijen en bossen. Als ik de informatie op de site van de vogelbescherming lees dan lijkt het erop dat het de brilduiker een ongewone gast is in de Jan Durkspolder.

Een brilduiker in vlucht.

Een mooie vangst

Op 10 januari maakte ik een fotoserie bij de vogelkijkwand. Bij het archiveren kwam ik erachter dat ik deze fotoserie nog niet had laten zien. De plas was voor een deel bedekt met een dun laagje ijs.

Op grote afstand van de kijkwand lag de plas open.

Na een tijdje streken daar wilde eenden en grote zaagbekken neer. De afstand was alleen te overbruggen met mijn Nikon bridgecamera. De eenden dobberden wat rond. Zo nu en dan doken ze onder om te foerageren.

Plotseling was er reuring op het water. Een mannetje zaagbek had een mooie buit gevangen. Gezien de rode vinnen zou het een rietvoorn kunnen zijn.

De andere zaagbekken waren van mening dat deze mooie vangst wel gedeeld kon worden en zetten de achtervolging in.

Maar de geluksvogel liet zich ‘de kaas niet van het brood eten’. Op de voorgrond drijft een nonnetje. Dit mannetje hield zich wijselijk verre van deze schermutseling.

De bridgecamera stond ingesteld op enkelvoudige opname, daardoor had de AF moeite om de snelle bewegingen helemaal scherp te krijgen.

Smienten in Jan Durkspolder

Jan en ik wandelden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder.

Vanuit de kijkhut hadden we zicht op mooie wolkenluchten.

In de verte dobberden wel honderden smienten op de plas. In Nederland broeden slechts enkele paartjes, maar in de winter is de smient talrijk aanwezig. Smienten komen vanuit Scandinavië en Siberië naar Nederland om te overwinteren. Een aanzienlijk deel van de Noordwest-Europese populatie overwintert hier: het zijn er honderdduizenden. Zo staat er op deze site vermeld.

Plotseling ging de hele groep op de vleugels om vervolgens een eindje verder weer neer te strijken. Dit proces herhaalde zich een aantal malen.

Nadat we daar best een tijd hadden gezeten werden we toch zo langzamerhand wat koud en besloten we op te breken.

We wandelden terug naar de auto en vervolgden onze weg richting Earnewâld.

Vogelkijkhut Skiere Goes

Het was op een zaterdag met grijs en nevelig weer. Vrij onverwachts brak de bewolking een beetje open en kwam er wat tekening in de lucht. Binnen een kwartier stelde ik mijn plannen bij en zat ik in de auto op weg naar vogelkijkhut het Skiere Goes in natuurgebied het Easterskar. Zie Google Maps.

Ik was in de week daarvoor getipt door een fotograaf. Ze had bij deze vogelkijkhut een waterral gezien en gefotografeerd. Een waterral wilde ik wel eens met eigen ogen zien…

Toen ik bij de kijkhut aankwam was het nog wat grijzer dan bij ons thuis. In de hut was ik alleen. Buiten de kijkhut was er weinig spannends te beleven. En een waterral was er al helemaal niet te zien. Toch heb ik het daar nog wel een tijdje volgehouden. Een beetje vogelaar moet immers wel geduld opbrengen.

Skiere Goes is Fries voor grauwe gans. Er was inderdaad geen gebrek aan grauwe ganzen. Er zwommen verder een aantal wilde eenden en nonnetjes in de plas en dat alles op grote afstand van de kijkhut. Aan de overkant van de plas stonden twee zilverreigers te foerageren.

Op het moment dat ik aanstalten maakte om terug te gaan naar de auto werd het toch nog de moeite waard, maar daarover later meer.

Zaagbek en krakeend

Op de middag dat ik bij de kijkwand was kwam er ook een zaagbek voorbij. De grote zaagbek is een wintergast in Nederland. Helaas bleef deze zaagbek ver bij de kijkwand vandaan.

Zij aan zij met de wilde eenden foerageerde er een ook krakeend. De wilde eend en de krakeend zijn nauw verwant aan elkaar zo las ik op deze site.

Ze zochten hun voedsel langs de oevers en dat gaf deze weerspiegeling in herfsttinten.

Als afsluiting een paartje wilde eend bij zonsondergang.

Kijkhut in Diependal

Op een bewolkte zondagmiddag wilde ik toch even een frisse neus halen. Ik besloot naar de kijkhut in Diependal te gaan. Vanaf de parkeerplaats aan de Leemdijk is het een fikse wandeling over de Zwarte Weg naar de ingang van de tunnel die voert naar de kijkhut. Zie Google Maps.

Deze ondergrondse tunnel is 162 meter lang. De tunnel wordt verlicht door wat van buiten door de rooster naar binnen valt. Als je daar zo loopt krijg je wat een creepy gevoel. Zeker als je daar in de verte een onbekende man ziet lopen…

Eenmaal in de kijkhut richtte ik mijn camera op de plas en zag op hetzelfde moment een wilde zwaan langsscheren.

Even later landde een grasmus tussen het riet in de buurt van de kijkhut. Het vogeltje zong daar het hoogste lied.

Ik hoopte daar kraanvogels te zien, maar dat is deze keer niet gelukt. Het was rustig op het water, totdat…

…er uit de begroeiing aan de oever een zomertaling tevoorschijn kwam. Het mannetje dreef in alle rust tussen het eendenkroos. Even later kwam het vrouwtje ook tevoorschijn. De naam eendenkroos is wat misleidend. Eenden eten namelijk geen eendenkroos maar zijn op zoek naar eetbare beestjes die onder het kroos zwemmen zoals kreeftjes en watervlooien. Op diverse sites las ik dat eendenkroos als vleesvervanger genuttigd wordt door mensen. Eendenkroos is namelijk heel eiwitrijk. Volgens dit artikel levert het tien keer zoveel eiwit per hectare op als soja.

Na de fotosessie in de kijkhut wandelde ik weer door de tunnel. Ik ben overigens geen grote fan van deze toegang tot de kijkhut. Ik heb namelijk een beetje last van engtevrees. Ook als je in de kijkhut bent kun je geen kant op. De enige uitweg is via deze 162 meter lange tunnel. 23 jaar geleden hebben we op een nacht brand gehad thuis en sindsdien ben ik extra gefocust op vluchtwegen. Ik was dan ook blij dat ik weer licht zag aan het eind van de tunnel.

Grote zaagbek, twee mannetjes en een vrouwtje

Op die mooie en bijna windstille vrijdag zag ik wederom een paartje grote zaagbek zwemmen. Beide eenden hadden net een lekker hapje verschalkt. De meerkoet keek reikhalzend toe.

DSCN4881x

Bij de foto hierboven zwom het paartje voor de observatiewand. De foto is dan ook met tegenlicht gemaakt. Ik had het geluk dat het paartje even later ging foerageren aan de zijkant van de observatiewand. Je hebt dan meteen ander licht en andere kleuren.

DSCN4952x

Zoals ik in deze serie al schreef blijft er vaak alg hangen aan de gekartelde snavel. Tijdens mijn langdurige observatie concludeerde ik dat ze dat zelf niet prettig vinden. Ze deden er tenminste alles aan om de alg van hun snavel af te schudden en te spoelen. Jammer genoeg kan mijn bridgecamera die hele snelle beweging niet scherp  vastleggen.

Vorige keer zwom er één mannetje en één vrouwtje. Deze keer kwam er een tweede mannetje bij. Ze zwommen en foerageerden vanaf die tijd met z’n drieën. Het had er alle schijn van dat ze het samen prima konden vinden.

DSCN4984x

Het foerageren werd van tijd tot tijd onderbroken met het poetsen van de veren. Het mannetje schudde zich hier eens lekker uit.

DSCN4920x

Wordt vervolgd. 

Een paartje grote zaagbek en een nonnetje

Vorige week was ik samen met mijn fotomaatje Jan op stap in de Kop van Overijssel. Ik nam Jan mee naar een plekje waar regelmatig een ijsvogel was te zien. Uiteraard was het spannend of de ijsvogel na die winterweek met natuurijs nog aanwezig zou zijn. Vanachter de observatiewand hadden we ruim zicht over het water. Jammer genoeg  stond er een straffe wind pal op ons gezicht. Aan de horizon was het mistig van de rook. Rook die veroorzaakt werd door het verbranden van rietafval.

We tuurden en tuurden, maar er was geen ijsvogel te zien. Wel zwom er een paartje grote zaagbek. Deze eend behoort, de naam zegt het al, tot de  zaagbekken. Terwijl ik deze foto nam dook het mannetje onder water.

De grote zaagbek eet puur dierlijk materiaal. Door hun gekartelde snavel hadden ze na het duiken regelmatig alg aan hun snavel hangen. Hieronder zwemt het mannetje.

En dit is het vrouwtje. Het is net alsof ze een corona-kapsel heeft.

We hadden net naar elkaar uitgesproken dat het ons een beetje ging vervelen. Er was geen ijsvogel te zien. Ook niet in de uren voordat wij er waren, zo werd ons verteld. Het heeft er alle schijn van dat de ijsvogel het op deze plaats niet heeft overleefd.

En toen verscheen er nog een interessant onderwerp voor onze camera. Het was een nonnetje. Ook het nonnetje behoort tot de groep zaagbekken. Het nonnetje zat ver weg en daarom moesten we met de bridgecamera flink inzoomen. Het scherpstellen werd daarnaast bemoeilijkt door de golfslag.

Het nonnetje had een lekker hapje verschalkt.

Jammer genoeg zwom het nonnetje steeds verder bij ons vandaan. Het was jammer dat de golfslag het zicht op de prachtige tekening van deze eend enigszins belemmerde.

En het volgende moment ging hij op de vleugels om zijn heil elders te zoeken.

Dat was ook voor Jan en mij het moment om verder te gaan. We reden naar de Linde. Dat is de plek waar ik vorig jaar de ijsvogel meerdere keren fotografeerde. Misschien dat we daar meer geluk hadden. Wordt vervolgd.

P.s. mijn eega komt net binnen en vertelde dat hij de wulp heeft gehoord. Gelukkig is de wulp weer gearriveerd in het weiland achter ons huis. Daar wordt ik zo blij van.

Hoogwater en een vreemde eend bij Hasselt

Na onze fotosessie  aan de oostkant was onze volgende stop aan de andere kant van het Zwarte Water, ten noorden van Hasselt.  We parkeerden de auto onderaan de dijk. Zie Google Maps.

Ondanks de harde wind vloog er een grote groep meeuwen boven het Zwarte Water.

Ten noorden van ons stond een grote groep eenden op de oevers van het Zwarte Water. Het waren over het algemeen wilde eenden.

Er stonden echter ook een aantal zwarte met witte eenden tussen. Ik heb op internet gezocht maar kon niet vinden om wat voor eend het gaat. Kunnen jullie mij helpen aan een tenaamstelling?

De weilanden langs het Zwarte Water staan volledig onder water. Op dit plaatje van Google Maps zijn de weilanden te zien als ze niet zijn ondergelopen. Opnieuw kwam er een dreigende lucht aan…

… waar ook neerslag uitviel.

De bewoners van de huizen op de dijk hebben nu wel een mooi uitzicht over het water. Tenminste als je van water houdt. In het noorden is het nog zonnig, terwijl ten zuiden de bui langs trekt.

We stapten weer in de auto en vervolgden onze weg over de dijk.

Wordt vervolgd.