Een torenvalk

Toen we tot de conclusie kwamen dat we voldoende foto’s  hadden gemaakt van Satellietstation 12 nabij Burum besloten we weer richting huis te koersen.

We waren nog maar amper onderweg toen we naast een landweggetje bovenin de boom een torenvalk zagen zitten. Ik parkeerde de auto voorzichtig in de berm en liet het zijraam zakken. Daarbij ging ik er helemaal vanuit dat de torenvalk direct het luchtruim zou kiezen, maar dat gebeurde niet. Het was een vrouwtje. Het waaide daarboven kennelijk flink, ze waaide bijna uit haar jasje.

Nadat ze een tijdje in de rondte had gekeken en ons ook mee had genomen in haar observatie verliet ze haar hoge plek en vloog naar de andere kant van de weg. Vanuit de mobiele kijkhut was dat een plekje met tegenlicht. De foto’s krijgen dan gelijk een andere uitstraling.

Deze uitkijkpost bood wellicht niet wat ze zocht, daarom vloog ze weer terug naar de bomenrij aan de andere kant van de weg. Daar koos ze opnieuw een plekje bovenin de boom. Vanwege de straffe wind moest ze soms de vleugels spreiden om in balans te blijven.

Als een volleerd model liet ze zich vastleggen.

Even later ging ze in de lucht hangen op zoek naar een prooi.

Naast enkele foto’s heb ik daar ook een filmpje van kunnen maken.

Ten slotte nog een foto met tegenlicht. Knap zoals ze haar balans weet te houden op een stokje van een afrastering.

Het is mij nog niet eerder gebeurd dat ik een torenvalk zo uitgebreid in beeld kon brengen.

Het Grote Oor, kauwen en een torenvalk

Hier zijn Jan en ik dan eindelijk gearriveerd bij de poort van Satelietstation 12 nabij Burum. In de volksmond ook wel de Grote Oren genoemd. In serie 1, serie 2, en serie 3  heb ik achtergrondinformatie gegeven over Satellietstation 12.

Bij het inzoomen met de Nikon bridgecamera zag ik door de zoeker dat er voortdurend kauwen rondom de  enorme schotel vlogen. Doordat de zon volop scheen gaf dat een grappig schaduwspel.

Plotseling zag ik een vreemde vogel tussen de kauwen vliegen…

Toen de vogel een plekje koos in het hart van de schotel en ik nog verder inzoomde zag ik dat het een torenvalk was, een mannetje.

 

Met deze serie eindig ik het verhaal over de Grote Oren.

Op weg naar de Grote Oren (3)

Willy schreef in een reactie op deze post : ‘Als ik het goed heb, staan ​​deze schotelantennes de ontwikkeling van het 5G netwerk in de weg of vergis ik me nu?’

Willy heeft het inderdaad bij het goede eind. Volgens de berichtgeving moeten deze schotels uit het Friese Burum verdwijnen. Jan stelde daarom voor om ze te fotograferen voordat ze daadwerkelijk zijn verplaatst… 

Tijdens het verdiepen in dit onderwerp kwam ik erachter dat de schotels niet op korte termijn worden verplaatst. De eerste berichten die ik over dit onderwerp op internet tegenkwam zijn van eind 2018. Volgens Ank Bijleveld, minister van Defensie is het streven is dat uiterlijk in september 2022 de satellietschotels van de inlichtingendiensten AIVD en MIVD zijn verdwenen uit Burum…

De schotels maken gebruik van de 3,5 GHz-frequentieband, dezelfde die internationaal is de meest geschikte band voor 5G. De satellietschotels luisteren verstrooiing in horizontale richting van de verticale satelliet-grondstationcommunicatie af. Daarvoor moet het echter heel stil zijn, anders horen de schotels niets. 5G-netwerken zorgen echter voor veel lawaai, waardoor een afluisteren vrijwel niet meer mogelijk is. Dat heeft er al voor gezorgd dat de veiling van de frequenties in Nederland bijna drie jaar zijn vertraagd.

Een oplossing zou zijn dat er vijftig kilometer rond Burum geen 5G komt. Maar in dat geval moeten onder meer Assen, Groningen en Leeuwarden het permanent zonder snel mobiel internet stellen. Ook zou Duitsland dan in delen van de grensstreek geen 5G mogen introduceren. Dat veroordeelt deze gebieden tot een permanente achterstand op de rest van het land, en is dus voor het kabinet geen optie.

Het civiele deel van het satellietpark – ruim twintig schotels – is grotendeels in handen van Inmarsat en kan in principe blijven staan. Inmarsat verzorgt onder meer de communicatie voor de scheepvaart en de luchtvaart. Dat verkeer moet wel verhuizen naar een andere band. Het kabinet wil de complete 3,5Ghz-band in een openbare veiling gooien. Telecomaanbieders kunnen vervolgens delen kopen voor de invoering van hun eigen 5G. 

Hoewel de nieuwe locatie niet bekend is, kan Toon Norp, Senior Business Consultant Network Technology bij TNO, wel aangeven aan welke voorwaarden een ideale nieuwe locatie zou moeten voldoen. “Om te beginnen moet het een gebied zijn, waar heel weinig mensen wonen. Goed afgelegen dus. Daarbij zou het handig zijn om richting het zuiden te gaan. De satellieten die afgeluisterd worden zijn geostationaire schotels die boven de evenaar hangen. Hoe dichter je daarbij bent, hoe beter je ze kunt afluisteren. Want sta je er recht onder, dan kun je de schotel recht omhoog richten. Het voordeel daarvan is dat je dan zo min mogelijk andere signalen opvangt. Hoe verder je er vanaf staat, hoe meer je naar de grond moet richten. “

Het kabinet heeft voor deze operatie een speciale gezant met ervaring binnen de inlichtingenwereld aangesteld. Die moet bij bevriende geheime diensten peilen of Nederland het afluisterpark naar hen mag verplaatsen. Het beste moet dat resulteren in een bereidwillig gastland dat alles via een verdrag netjes wil regelen. Daar zullen allerlei vervelende ‘politieke en juridische compromissen’ bij komen kijken.

Bron: de site van AG Connect, Leeuwarder Courant en Trouw.

 

Op weg naar de Grote Oren (2)

Vandaag vervolg ik de tocht naar de Grote Oren. Jan had voor vertrek verteld dat hij die dag niet veel kracht in de benen had. Het griezelde mij dan ook toe dat hij zo dicht naast de sloot ging staan…

We richten onze blik weer op de Grote Oren in het vlakke Friese land. We reden als het ware met een grote boog om het satellietstation heen. We maakten diverse stops om de Grote Oren vanaf een afstand vast te leggen. Het gebied rond dit station is verkeersluw gemaakt. Vele landweggetjes lopen dood of gaan over in een fietspad.

De NSO, die nu is opgegaan in de Joint Sigint Cyber Unit (JSCU), heeft in Nederland twee stations om draad- en kabelloze communicatie te onderscheppen in grote delen van de wereld, met name daar waar terreurgroepen actief zijn. Het gaat om Burum en Eibergen. In Burum wordt sinds 2005 satellietverkeer (telefoongesprekken, sms’jes) opgevangen. Hiervoor zijn extra schotelantennes geplaatst. In Eibergen wordt sinds 2007 radioverkeer onderschept.

De antennes verzamelen metadata. Data over data. Het gaat om miljoenen communicatiegegevens, waaruit kan blijken wie er precies met wie communiceert. Maar ook hoe lang vijandige telefoongesprekken duren. Of hoe de gesprekken nou eigenlijk klinken. Is de toon bijvoorbeeld kalm of paniekerig. Na analyse van al deze informatie zijn er wellicht trends te ontdekken en conclusies te trekken, bijvoorbeeld over wie (of beter: welke telefoon) zich waar bevindt. En op basis daarvan worden door Nederland, Amerika en andere bondgenoten aanvallen uitgevoerd, onder meer met drones.

Niet alle opgestelde schotels zijn van defensie. Defensie en heeft daar tussen de vijftien en twintig schotels staan. KPN is eigenaar van de rest, maar heeft dat verhuurd aan Inmarsat. Op zijn beurt heeft Inmarsat weer een deel onderverhuurd aan Castor Networks.

Inmarsat is opgericht in 1979 door de Britse International Maritime Organization. Doel was om schepen constant in verbinding te laten staan met de kustwacht. Inmiddels levert het bedrijf ook communicatiediensten in rampgebieden aan instanties als Artsen zonder Grenzen.

Inmarsat heeft acht schotels staan op het terrein. Castor Networks, dat diensten levert aan de mijnindustrie, energiebedrijven (zoals Gazprom) en niet-gouvernementele organisaties (zoals Cordaid), heeft in Burum veertien antennes staan.

Wordt vervolgd. 

 

Een onfortuinlijk heideblauwtje

Tijdens onze fotokuier in Weinterper Skar vlogen er ook meerdere heideblauwtjes rond. Het lukte om een vrouwtje en een mannetje vast te leggen.

Zoals ik het vorige logje al schreef was er op de oever van het ven veel zonnedauw aanwezig. Ik speurde de zonnedauw af of er ook zonnedauw was met een interessante prooi. Plotseling zag ik tussen de vele zonnedauw iets blauws.

Toen ik inzoomde zag ik dat een heideblauwtje gevangen zat in de tentakels van de zonnedauw.

Het onfortuinlijke blauwtje leefde nog wel. Het vlindertje was echter al zover heen dat het niet meer loonde om het te bevrijden.

In de greep van de zonnedauw

Op de oever van het zuidelijke ven in het Weinterper Skar staat veel kleine zonnedauw.

Kleine zonnedauw groeit in zeer specifieke milieus die vaak in de zomer droog, maar in de winter onder water staan. Omdat de zonnedauw op mineraalarme bodem staat is ze voor een aanvulling op het dieet aangewezen op het vangen en verteren van kleine insecten.

De kleine planten vallen op door hun roodgekleurde bladeren die in rozetten staan en haren met druppels hebben. In deze druppels zitten de enzymen die de gevangen prooi verteren. Door de combinatie van het rood met de druppels vind ik het een mooi object om te fotograferen.

Terwijl ik met de macro-lens inzoomde op de zonnedauw zag ik een metaalblauw insect tussen de tentakels hangen. Dit insect was ten prooi gevallen aan de zonnedauw.

Een paringsrad bij het zuidelijke ven

Een tijdje geleden nam mijn fotomaatje, Jan mij mee naar het zuidelijke ven in het  Weinterper Skar.

Ik maakte eerst een aantal foto’s van het prachtige uitzicht over het ven. Tientallen libellen scheerden over het water en de oever. Stilzitten was er niet bij.

Terwijl Jan zijn fotografie afwisselde met rustmomenten op het vissersstoeltje ging ik ‘op de struun’ met de camera met macro-lens. Een paartje watersnuffel was bezig met hun voortplanting. In een paringsrad vlogen ze driftig rond. Uiteindelijk kozen ze voor een mooi plekje zodat ik ze kon vastleggen.

Een stofje in het oog of zwaaide het mannetje even vriendelijk naar de fotograaf?

Aalscholvers, scholeksters en smienten (2)

Vandaag zoom ik in op  de aalscholvers, de scholeksters en de smienten  op en rond de strekdam in het Tjeukemeer. Omdat de drie vogelsoorten vaak samen op de foto staan pak ik de drie de soorten in één uitgebreide post.

De scholeksters stonden keurig in het gelid op de strekdam. De smienten stonden een rang lager hun veren te poetsen. Een aalscholver stond er als heer en meester tussen.

Hieronder zoom ik in op de twee achtergebleven aalscholvers. De aalscholvers waren in voorjaarskleed. De aalscholver is dan op z’n mooist. De wangen en dijen zijn wit bevederd en de kruin en nek zijn voorzien van zilverwitte manen. De niet-bevederde keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

Het bleef niet lang rustig bij de scholeksters, regelmatig leek het net een stoelendans of beter gezegd, een stenendans. Het zoeken naar een nieuwe plekje op een andere steen ging niet zonder slag of stoot, de zittende orde liet zich niet zomaar opzij schuiven.

Bij de smienten zag het er rustiger uit, vreedzaam dobberde de groep rond de strekdam.

 

Gemaal Veenpolder Echten aan het Tjeukemeer

Na ons bezoek aan het  Wouda-gemaal reden we binnendoor naar Echten. Daar stelde ik aan mijn zus voor om een kijkje te nemen aan het Tjeukemeer (Tsjûkemar in het Fries). We parkeerden onze auto op de parkeerplaats bij de Laurenskerk.

Vanaf daar staken we de weg over en namen het pad naar het Tjeukemeer. Tussen de bomen door doemde het gemaal van Echten op.

In 1913 werd het huidige stoomgemaal gebouwd, waarbij de waterhuishouding van de polder zodanig gereorganiseerd werd dat het nieuwe gemaal de gehele polder kon bemalen. De windbemaling kon hierdoor vervallen. Het gemaal werd op de funderingen van de oudere voorganger gebouwd en kreeg een aangebouwde dienstwoning. Voor alle informatie over dit gemaal verwijs ik naar deze site.

Aan de andere kant van het dijkje wachtte ons een mooie verrassing, maar daar kom ik in een volgend logje op terug.

In 1996 werd het gemaal buiten dienst gesteld en vervangen door een nieuw ondergronds gelegen gemaal, naast het oude complex. In de jaren 2004/2005 werd het gemaal gerestaureerd en in 2007 kreeg het voormalig stoomgemaal weer zijn schoorsteen terug.  Het gemaal is erkend als rijksmonument. In de pompruimte met machinerie is een expositie ingericht over de vervening van de polder van Echten. In het vroegere ketelhuis van het gemaal is een galerie gevestigd.  Het Gemaal-Museum en Galerie het Gemaal zijn gedurende de zomermaanden open op zaterdag- en zondagmiddag.

Aan het Tjeukemeer staat sinds 1996 een standbeeld van Tsjûke en March . Het standbeeld is ontworpen door beeldend kunstenaar Frits Stoop en uitgevoerd door hemzelf en Alie Stoop-Jager.

De legende over de dames Tsjûke en March en de naamgeving aan het Tsjûkemar luidt als volgt. Twee boerinnen kwamen terug van het melken toen ze een brandje ontdekten. De ene boerin droeg de melk en de andere droeg niets. De laatste zei dat de melk gebruikt moest worden om de brand te blussen, maar daar wilde de eerste niets van weten. Reden genoeg voor de boerin zonder melk om haar metgezellin uit te schelden voor Tsjûke en daarmee voor teef, want met Tsjûke werd een vrouwtjeshond bedoeld. Het woord bleef gekoppeld aan de streek. En zo zou het Tsjûkemar zijn naam hebben gekregen. Een andere versie gaat als volgt. Er waren eens twee zusjes, Tsjûke en March. Zij waren bij elkaar toen er brand uitbrak. Door de dichte rook verloren ze elkaar echter uit het zicht. Door elkaars naam te roepen probeerden ze elkaar te vinden. Nog lang waren hun stemmen in het gebied te horen, wie goed luisterde kon het verstaan Tsjûke, March, Tsjûke, March, Tsjûke, March…… En zo zou het Tsjûkemar zijn naam gekregen hebben. Deze laatste versie vind ik leuker.

Het was niet de eerste keer dat ik bij dit gemaal aan het Tjeukemeer was, in augustus 2015 zaten Jan en ik op deze plek naar het skûtsjesilen te kijken. Jan heeft er op zijn weblog in woord en beeld een mooi verslag van gemaakt zie deel 1, deel 2 en deel 3.

Wordt vervolgd. 

Ir D.F. Wouda-gemaal te Lemmer (2)

In een reactie op deel 1 over  het Wouda-gemaal vroeg Henk het volgende: ‘Een rondleiding lijkt me leuk en leerzaam maar het beperkt me wel in m’n fotografische mogelijkheden als je steeds op sleeptouw wordt genomen. Is een rondgang onder begeleiding verplicht of mag je ook op eigen houtje een rondje doen? Waarop ik het volgende antwoordde: ‘Wij zijn ook niet van de rondleidingen. We hebben ongeveer 5% van het verhaal gehoord.  Enerzijds omdat het verhaal overstemd werd door de mechanische geluiden en anderzijds omdat een rondleiding en fotograferen van details niet samengaan. We raakten dan ook flink achterop, maar niemand die ons ‘kwaad’ aankeek.’ Ik durf niet te zeggen of een rondleiding verplicht is. Mijn zus en ik waren van mening dat de informatie van de gids vast terug te vinden is op internet…

Sinds de opening door Koningin Wilhelmina in 1920 levert het Wouda-gemaal een grote bijdrage aan het voorkomen dat het Friese land bij hevige regenval overstroomt. Voordat het stoomgemaal in werking trad werd het overtollige Friese boezemwater eeuwenlang met windmolens en sluizen naar de Zuiderzee en Waddenzee afgevoerd. Door het dalen van veengrond werd dit in de loop van de 19e eeuw steeds problematischer, en daarom was de bouw van het stoomgemaal bij Lemmer een grote sprong voorwaarts op het gebied van waterbeheersing in de waterrijke provincie Friesland.

Waar het Woudagemaal in zijn beginjaren de belangrijkste rol speelde in het afvoeren van water, is deze belangrijke taak in 1967 overgenomen door het elektrische Hooglandgemaal bij Stavoren. Dit heeft er, samen met de afsluiting van de Lauwerszee, voor gezorgd dat het Wouda-gemaal aanzienlijk minder vaak hoeft te pompen. Hoewel het gemaal dus enkel bij extreem hoog water in werking komt speelt het monument in zulke gevallen nog steeds een belangrijke rol. De stoommachines kunnen dan per dag 6 miljoen m³ wegpompen, wat gelijk staat aan de halve inhoud van het Sneekermeer. Ook naar huidige maatstaven is dat een flinke capaciteit.

Voordat het stoomgemaal daadwerkelijk water weg kan pompen moet er eerst een bepaalde druk worden opgebouwd. In 6 uur wordt er door een ploeg van minimaal 11 mensen hard gewerkt om de ketels te vullen met water, de zware stookolie te verwarmen en de ketels op te starten. Na deze 6 uur draait de bijna 100 jaar oude machine op volle toeren.

Omdat het opstarten van het gemaal zo’n 6 uur kost, komt het voor dat de machine preventief wordt opgestart. Wanneer verwacht wordt dat het waterpeil boven de limiet stijgt wordt het stoomgemaal onder druk gezet om indien nodig gelijk bij te kunnen springen.

De complete stoomploeg bestaat uit 15 man. Er is altijd 11 man beschikbaar voor het geval het nodig mocht zijn om het gemaal op te starten. Wanneer het Wouda-gemaal onder stoom wordt gebracht ontstaat er een magistrale gebeurtenis. Het is een spectaculair gezicht om dit imposante gebouw ‘in rook’  te zien opgaan. Op het moment dat wij daar stonden ontsnapte er zo nu en dan een beetje rook.

Bovenstaande informatie komt van deze site.

Wordt vervolgd.