Een onfortuinlijk heideblauwtje

Tijdens onze fotokuier in Weinterper Skar vlogen er ook meerdere heideblauwtjes rond. Het lukte om een vrouwtje en een mannetje vast te leggen.

Zoals ik het vorige logje al schreef was er op de oever van het ven veel zonnedauw aanwezig. Ik speurde de zonnedauw af of er ook zonnedauw was met een interessante prooi. Plotseling zag ik tussen de vele zonnedauw iets blauws.

Toen ik inzoomde zag ik dat een heideblauwtje gevangen zat in de tentakels van de zonnedauw.

Het onfortuinlijke blauwtje leefde nog wel. Het vlindertje was echter al zover heen dat het niet meer loonde om het te bevrijden.

In de greep van de zonnedauw

Op de oever van het zuidelijke ven in het Weinterper Skar staat veel kleine zonnedauw.

Kleine zonnedauw groeit in zeer specifieke milieus die vaak in de zomer droog, maar in de winter onder water staan. Omdat de zonnedauw op mineraalarme bodem staat is ze voor een aanvulling op het dieet aangewezen op het vangen en verteren van kleine insecten.

De kleine planten vallen op door hun roodgekleurde bladeren die in rozetten staan en haren met druppels hebben. In deze druppels zitten de enzymen die de gevangen prooi verteren. Door de combinatie van het rood met de druppels vind ik het een mooi object om te fotograferen.

Terwijl ik met de macro-lens inzoomde op de zonnedauw zag ik een metaalblauw insect tussen de tentakels hangen. Dit insect was ten prooi gevallen aan de zonnedauw.

Een paringsrad bij het zuidelijke ven

Een tijdje geleden nam mijn fotomaatje, Jan mij mee naar het zuidelijke ven in het  Weinterper Skar.

Ik maakte eerst een aantal foto’s van het prachtige uitzicht over het ven. Tientallen libellen scheerden over het water en de oever. Stilzitten was er niet bij.

Terwijl Jan zijn fotografie afwisselde met rustmomenten op het vissersstoeltje ging ik ‘op de struun’ met de camera met macro-lens. Een paartje watersnuffel was bezig met hun voortplanting. In een paringsrad vlogen ze driftig rond. Uiteindelijk kozen ze voor een mooi plekje zodat ik ze kon vastleggen.

Een stofje in het oog of zwaaide het mannetje even vriendelijk naar de fotograaf?

Aalscholvers, scholeksters en smienten (2)

Vandaag zoom ik in op  de aalscholvers, de scholeksters en de smienten  op en rond de strekdam in het Tjeukemeer. Omdat de drie vogelsoorten vaak samen op de foto staan pak ik de drie de soorten in één uitgebreide post.

De scholeksters stonden keurig in het gelid op de strekdam. De smienten stonden een rang lager hun veren te poetsen. Een aalscholver stond er als heer en meester tussen.

Hieronder zoom ik in op de twee achtergebleven aalscholvers. De aalscholvers waren in voorjaarskleed. De aalscholver is dan op z’n mooist. De wangen en dijen zijn wit bevederd en de kruin en nek zijn voorzien van zilverwitte manen. De niet-bevederde keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

Het bleef niet lang rustig bij de scholeksters, regelmatig leek het net een stoelendans of beter gezegd, een stenendans. Het zoeken naar een nieuwe plekje op een andere steen ging niet zonder slag of stoot, de zittende orde liet zich niet zomaar opzij schuiven.

Bij de smienten zag het er rustiger uit, vreedzaam dobberde de groep rond de strekdam.

 

Gemaal Veenpolder Echten aan het Tjeukemeer

Na ons bezoek aan het  Wouda-gemaal reden we binnendoor naar Echten. Daar stelde ik aan mijn zus voor om een kijkje te nemen aan het Tjeukemeer (Tsjûkemar in het Fries). We parkeerden onze auto op de parkeerplaats bij de Laurenskerk.

Vanaf daar staken we de weg over en namen het pad naar het Tjeukemeer. Tussen de bomen door doemde het gemaal van Echten op.

In 1913 werd het huidige stoomgemaal gebouwd, waarbij de waterhuishouding van de polder zodanig gereorganiseerd werd dat het nieuwe gemaal de gehele polder kon bemalen. De windbemaling kon hierdoor vervallen. Het gemaal werd op de funderingen van de oudere voorganger gebouwd en kreeg een aangebouwde dienstwoning. Voor alle informatie over dit gemaal verwijs ik naar deze site.

Aan de andere kant van het dijkje wachtte ons een mooie verrassing, maar daar kom ik in een volgend logje op terug.

In 1996 werd het gemaal buiten dienst gesteld en vervangen door een nieuw ondergronds gelegen gemaal, naast het oude complex. In de jaren 2004/2005 werd het gemaal gerestaureerd en in 2007 kreeg het voormalig stoomgemaal weer zijn schoorsteen terug.  Het gemaal is erkend als rijksmonument. In de pompruimte met machinerie is een expositie ingericht over de vervening van de polder van Echten. In het vroegere ketelhuis van het gemaal is een galerie gevestigd.  Het Gemaal-Museum en Galerie het Gemaal zijn gedurende de zomermaanden open op zaterdag- en zondagmiddag.

Aan het Tjeukemeer staat sinds 1996 een standbeeld van Tsjûke en March . Het standbeeld is ontworpen door beeldend kunstenaar Frits Stoop en uitgevoerd door hemzelf en Alie Stoop-Jager.

De legende over de dames Tsjûke en March en de naamgeving aan het Tsjûkemar luidt als volgt. Twee boerinnen kwamen terug van het melken toen ze een brandje ontdekten. De ene boerin droeg de melk en de andere droeg niets. De laatste zei dat de melk gebruikt moest worden om de brand te blussen, maar daar wilde de eerste niets van weten. Reden genoeg voor de boerin zonder melk om haar metgezellin uit te schelden voor Tsjûke en daarmee voor teef, want met Tsjûke werd een vrouwtjeshond bedoeld. Het woord bleef gekoppeld aan de streek. En zo zou het Tsjûkemar zijn naam hebben gekregen. Een andere versie gaat als volgt. Er waren eens twee zusjes, Tsjûke en March. Zij waren bij elkaar toen er brand uitbrak. Door de dichte rook verloren ze elkaar echter uit het zicht. Door elkaars naam te roepen probeerden ze elkaar te vinden. Nog lang waren hun stemmen in het gebied te horen, wie goed luisterde kon het verstaan Tsjûke, March, Tsjûke, March, Tsjûke, March…… En zo zou het Tsjûkemar zijn naam gekregen hebben. Deze laatste versie vind ik leuker.

Het was niet de eerste keer dat ik bij dit gemaal aan het Tjeukemeer was, in augustus 2015 zaten Jan en ik op deze plek naar het skûtsjesilen te kijken. Jan heeft er op zijn weblog in woord en beeld een mooi verslag van gemaakt zie deel 1, deel 2 en deel 3.

Wordt vervolgd. 

Ir D.F. Wouda-gemaal te Lemmer (2)

In een reactie op deel 1 over  het Wouda-gemaal vroeg Henk het volgende: ‘Een rondleiding lijkt me leuk en leerzaam maar het beperkt me wel in m’n fotografische mogelijkheden als je steeds op sleeptouw wordt genomen. Is een rondgang onder begeleiding verplicht of mag je ook op eigen houtje een rondje doen? Waarop ik het volgende antwoordde: ‘Wij zijn ook niet van de rondleidingen. We hebben ongeveer 5% van het verhaal gehoord.  Enerzijds omdat het verhaal overstemd werd door de mechanische geluiden en anderzijds omdat een rondleiding en fotograferen van details niet samengaan. We raakten dan ook flink achterop, maar niemand die ons ‘kwaad’ aankeek.’ Ik durf niet te zeggen of een rondleiding verplicht is. Mijn zus en ik waren van mening dat de informatie van de gids vast terug te vinden is op internet…

Sinds de opening door Koningin Wilhelmina in 1920 levert het Wouda-gemaal een grote bijdrage aan het voorkomen dat het Friese land bij hevige regenval overstroomt. Voordat het stoomgemaal in werking trad werd het overtollige Friese boezemwater eeuwenlang met windmolens en sluizen naar de Zuiderzee en Waddenzee afgevoerd. Door het dalen van veengrond werd dit in de loop van de 19e eeuw steeds problematischer, en daarom was de bouw van het stoomgemaal bij Lemmer een grote sprong voorwaarts op het gebied van waterbeheersing in de waterrijke provincie Friesland.

Waar het Woudagemaal in zijn beginjaren de belangrijkste rol speelde in het afvoeren van water, is deze belangrijke taak in 1967 overgenomen door het elektrische Hooglandgemaal bij Stavoren. Dit heeft er, samen met de afsluiting van de Lauwerszee, voor gezorgd dat het Wouda-gemaal aanzienlijk minder vaak hoeft te pompen. Hoewel het gemaal dus enkel bij extreem hoog water in werking komt speelt het monument in zulke gevallen nog steeds een belangrijke rol. De stoommachines kunnen dan per dag 6 miljoen m³ wegpompen, wat gelijk staat aan de halve inhoud van het Sneekermeer. Ook naar huidige maatstaven is dat een flinke capaciteit.

Voordat het stoomgemaal daadwerkelijk water weg kan pompen moet er eerst een bepaalde druk worden opgebouwd. In 6 uur wordt er door een ploeg van minimaal 11 mensen hard gewerkt om de ketels te vullen met water, de zware stookolie te verwarmen en de ketels op te starten. Na deze 6 uur draait de bijna 100 jaar oude machine op volle toeren.

Omdat het opstarten van het gemaal zo’n 6 uur kost, komt het voor dat de machine preventief wordt opgestart. Wanneer verwacht wordt dat het waterpeil boven de limiet stijgt wordt het stoomgemaal onder druk gezet om indien nodig gelijk bij te kunnen springen.

De complete stoomploeg bestaat uit 15 man. Er is altijd 11 man beschikbaar voor het geval het nodig mocht zijn om het gemaal op te starten. Wanneer het Wouda-gemaal onder stoom wordt gebracht ontstaat er een magistrale gebeurtenis. Het is een spectaculair gezicht om dit imposante gebouw ‘in rook’  te zien opgaan. Op het moment dat wij daar stonden ontsnapte er zo nu en dan een beetje rook.

Bovenstaande informatie komt van deze site.

Wordt vervolgd. 

Ir D.F. Wouda-gemaal te Lemmer (1)

Mijn zus had een heel goed voorstel en dat was om samen een bezoek te brengen aan het Wouda-gemaal in Lemmer. Op 18, 19 en 20 februari werd het gemaal onder stoom gebracht en was het gemaal open voor publiek. En zo reisden we gewapend met onze camera’s en proviand af naar Lemmer.

Nadat we de auto geparkeerd hadden op de daarvoor bestemde parkeerplaats liepen we eerst naar de brug over het Streamkanaal. Vanaf de brug maakten we enkele foto’s van het grootste nog werkende stoomgemaal ter wereld.

Daarna wandelden we over het pad richting het gemaal. Onderweg maakten we foto’s  van het gemaal en de omgeving.

Het gemaal is vernoemd naar Ir. Dirk Frederik Wouda (1880-1961), toen hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat. Hij was verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering van het gemaal in de stijl van de Amsterdamse School. Deze stijl kenmerkt zich door gebruik van expressieve en fantastische vormen, welke verwant zijn aan het expressionisme. Met berekenen van werktuigbouwkundige installaties werd Ir. Wouda bijgestaan door Ir. J.C. Dijxhoorn (1862-1941) van de Technische Hogeschool Delft. Op de omlijsting op onderstaande foto staan de eerste vier zinnen van het Frysk folksliet / Fries volkslied

 

Het bouwkundig en technisch waardevolle Wouda-gemaal is sinds 1977 een beschermd monument en staat vanaf 1998 op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Na de kassa werden we naar het bezoekerscentrum geleid.

In het bezoekerscentrum kregen we een korte speelfilm te zien over het aanstaande jubileum en het onder stoom brengen van het gemaal. In oktober 2020 bestaat het gemaal namelijk 100 jaar. Na de film werden we ingedeeld in groepen voor de rondleiding. Voor de indeling werd gebruik gemaakt van gekleurde kaartjes. Iedere groep bestond uit 20 personen. Voor de jonge  bezoekers werd de rondleiding extra aantrekkelijk gemaakt door middel van een vragenlijst.

Totdat onze kleur werd omgeroepen vermaakten we ons in de panoramazaal. Vanuit die ruimte hadden we een mooi en weids uitzicht richting het IJsselmeer.

De rondleiding startte aan de zuidwestkant van het Wouda-gemaal. Op de voorgrond staan de brandstoftanks.

De 60 meter hoge schoorsteen is een herkenbaar baken voor schippers op het IJsselmeer. De schoorsteen werd gebouwd in 1919 en was na anderhalf jaar bouwen af. Dat was een specialistisch werk. Er werden voor de bouw speciale bakstenen  gebruikt. Deze zogeheten radiaalstenen lopen iets taps toe. Firma Canoy-Herfkens Steenfabrieken te Venlo bouwde de schoorsteen inclusief een bliksemafleider voor 15.685 gulden, zo valt te lezen in het boek ‘Het Ir. D.F. Woudagemaal, een levend Werelderfgoed op stoom’. Op deze site kun je alles lezen over de bouw, over de blikseminslag en over de herbouw van deze schoorsteen.

Wordt vervolgd.